Verordening (EEG) nr. 935/86 van de Raad van 25 maart 1986 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1594/83 betreffende de steun voor oliehoudende zaden
Publicatieblad Nr. L 087 van 02/04/1986 blz. 0005 - 0006
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 20 blz. 0172
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 20 blz. 0172
***** VERORDENING (EEG) Nr. 935/86 VAN DE RAAD van 25 maart 1986 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1594/83 betreffende de steun voor oliehoudende zaden DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3768/85 (2), inzonderheid op artikel 27, lid 3, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 1594/83 (3) de beginselen voor de toekenning van de in artikel 27 van Verordening nr. 136/66/EEG bedoelde steun zijn vervat; Overwegende dat in de genoemde verordening is bepaald onder welke voorwaarden de Lid-Staten verantwoordelijk zijn voor de controle op het zaad; dat de periode waarin de controle wordt uitgeoefend, door de Raad dient te worden bepaald; Overwegende dat de ervaring heeft geleerd dat de procedures voor de identificatie van het zaad dienen te worden verduidelijkt; dat in dat verband een tweedelig communautair certificaat moet worden ingevoerd, waarvan het eerste deel betrekking heeft op de identificatie van het zaad en het tweede op de vaststelling vooraf van de steun; dat voorts de voorwaarden voor de afgifte van de genoemde delen van het certificaat moeten worden vastgesteld en met name moet worden voorzien in de mogelijkheid om de afgifte van het certificaat uit te stellen ten einde de controles te kunnen uitvoeren, die nodig mochten blijken; Overwegende dat in artikel 7, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1594/83 is bepaald dat bij de berekening van het correctiebedrag voor de vooraf vastgestelde steun de tendens van de prijzen van de zaadsoorten in aanmerking moet worden genomen; dat, als er geen termijn-wereldmarktprijzen zijn, het correctiebedrag niet exact kan worden bepaald; dat dus een niveau voor het correctiebedrag dient te worden vastgesteld; Overwegende dat de ervaring heeft geleerd dat het noodzakelijk is de voorwaarden te verduidelijken waaronder in geval van een abnormale situatie op de markt van de Gemeenschap voor oliehoudende zaden de vaststelling vooraf van de steun kan worden opgeschort, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 1594/83 wordt als volgt gewijzigd: 1. aan artikel 2, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd: »Deze controle wordt uitgeoefend vanaf het ogenblik waarop het zaad de fabriek binnenkomt totdat het tot olie of in diervoeder is verwerkt of totdat het zaad de fabriek in ongewijzigde staat verlaat."; 2. de artikelen 3 tot en met 8 worden vervangen door: »Artikel 3 1. In deze verordening wordt onder »identificatie" verstaan de handeling waarbij de bevoegde instantie van de Lid-Staat, op aanvraag van de belanghebbende, voor de hoeveelheid kool-, raap- of zonnebloemzaad waarop de aanvraag betrekking heeft, verklaart dat het bedrag van de toe te kennen steun het op de dag van de indiening van de aanvraag geldende bedrag is. De identificatie van het zaad heeft plaats vanaf het tijdstip waarop het de fabriek binnenkomt waar het zal worden verwerkt, en vóór de verwerking ervan; van dit voorschrift kan volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG worden afgeweken, met name indien het zaad niet op een werkdag binnenkomt. 2. De Lid-Staat gaat op verzoek van de belanghebbende over tot identificatie van het zaad. Het steunbedrag is het bedrag dat van toepassing is op de dag waarop de betrokken Lid-Staat: - het zaad identificeert in de oliefabriek waar het kool-, het raap- of het zonnebloemzaad wordt verwerkt, of - het zaad identificeert in de diervoederfabriek waar het kool- en het raapzaad in diervoeder wordt verwerkt. Het steunbedrag dat van toepassing is op de dag van indiening van de aanvraag van het voorfixatiegedeelte van het in artikel 4 bedoelde certificaat, wordt evenwel, na aanpassing overeenkomstig artikel 7, op verzoek van de belanghebbende toegepast op het zaad dat tijdens de geldigheidsduur van het voorfixatiegedeelte van het certificaat in de olie- of in de diervoederfabriek wordt geïdentificeerd. Artikel 4 Er wordt een tweedelig communautair certificaat ingevoerd, waarvan het ene deel het bewijs vormt dat het in de Gemeenschap geoogste zaad in een olie- of diervoederfabriek is geïdentificeerd, en het andere deel in voorkomend geval de verklaring behelst dat het steunbedrag vooraf is vastgesteld. Aan elke aanvrager worden, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap, door de Lid-Staten beide delen van het certificaat afgegeven. Artikel 5 Het voorfixatiegedeelte van het in artikel 4 bedoelde certificaat geldt in de gehele Gemeenschap. Het wordt, behoudens het bepaalde in artikel 8, afgegeven in de namiddag van de eerste werkdag volgend op de dag waarop de aanvraag is ingediend. Bovendien wordt het voorfixatiegedeelte van het certificaat slechts afgegeven als er een waarborg wordt gesteld tot nakoming van de verplichting om tijdens de geldigheidsduur van dat gedeelte van het certificaat een aanvraag in te dienen tot identificatie van het zaad in een in de Gemeenschap gevestigde olie- of diervoederfabriek. De waarborg wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd, indien binnen die termijn de betrokken aanvraag niet of slechts voor een gedeelte van de betrokken hoeveelheid wordt ingediend. Artikel 6 Het identificatiegedeelte van het in artikel 4 bedoelde certificaat wordt afgegeven door de Lid-Staat waar het zaad onder controle wordt geplaatst. Artikel 7 1. Bij vaststelling vooraf van het steunbedrag wordt het bedrag dat van toepassing is op de dag van indiening van de aanvraag, aangepast aan de hand van: a) het verschil tussen de op die dag geldende richtprijs en de richtprijs die geldt op de dag waarop het zaad in de olie- of diervoederfabriek wordt geïdentificeerd, en b) in voorkomend geval, een correctiebedrag. 2. Het in lid 1, sub b), bedoelde correctiebedrag wordt berekend met inachtneming van de tendens van de prijzen voor het betrokken zaad op de wereldmarkt en, in voorkomend geval, van het verschil tussen het economisch voordeel dat voortvloeit uit verwerking van dit zaad en het economisch voordeel dat voortvloeit uit verwerking van de voornaamste concurrerende zaden. 3. Indien evenwel geen termijn-wereldmarktprijzen kunnen worden vastgesteld, wordt het correctiebedrag voor de betrokken maand of maanden op een zodanig niveau vastgesteld dat de steun gelijk is aan nul. Artikel 8 1. In geval van een abnormale situatie die een verstoring van de communautaire markt voor oliehoudende zaden veroorzaakt of kan veroorzaken, kan worden besloten om de vaststelling vooraf van de steun op te schorten tot de markt weer in evenwicht is. 2. De in lid 1 bedoelde schorsing kan ook gelden voor de reeds aangevraagde maar nog niet afgegeven voorfixatiegedeelten van het in artikel 4 bedoelde certificaat in het geval: a) dat er een fout voorkomt in het steunbedrag dat is gepubliceerd; b) dat bepaalde factoren een monetaire distorsie tussen de Lid-Staten kunnen scheppen; en wanneer deze gevallen tot discriminatie tussen de belanghebbende partijen kunnen leiden. 3. Tot opschorting van de vaststelling vooraf van de steun wordt besloten volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG. In dringende gevallen kan de Commissie evenwel tot deze opschorting besluiten; de opschorting mag dan niet meer dan vijf dagen duren."; 3. artikel 10, lid 2, wordt vervangen door: »2. De steun wordt aan de houder van het identificatiegedeelte van het in artikel 4 bedoelde certificaat uitgekeerd in de Lid-Staat waar het zaad onder controle is geplaatst: - voor het in lid 1, sub a), bedoelde zaad, wanneer het bewijs van verwerking is geleverd, - voor het in lid 1, sub b), bedoelde zaad, wanneer het bewijs van verwerking in diervoeder is geleverd. De steun kan echter vooraf worden uitgekeerd zodra het zaad is geïdentificeerd, op voorwaarde dat voor de verwerking ervan tot olie of in diervoeder een waarborg is gesteld.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1986. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 25 maart 1986. Voor de Raad De Voorzitter G. BRAKS (1) PB nr. 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66. (2) PB nr. L 362 van 31. 12. 1985, blz. 8. (3) PB nr. L 163 van 22. 6. 1983, blz, 44.