31986R0598

Verordening (EEG) nr. 598/86 van de Commissie van 28 februari 1986 betreffende de toepassing van de aanvullende regeling voor het handelsverkeer op de invoer in Spanje van zachte tarwe voor de broodbereiding van herkomst uit de Gemeenschap in haar samenstelling per 31 december 1985

Publicatieblad Nr. L 058 van 01/03/1986 blz. 0016 - 0017


VERORDENING (EEG) Nr. 598/86 VAN DE COMMISSIE

van 28 februari 1986

betreffende de toepassing van de aanvullende regeling voor het handelsverkeer op de invoer in Spanje van zachte tarwe voor de broodbereiding van herkomst uit de Gemeenschap in haar samenstelling per 31 december 1985

<(BLK0)LA ORG="CCF">NL</(BLK0)LA>

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 569/86 van de Raad van 25 februari 1986 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de toepassing van de aanvullende regeling voor het handelsverkeer (1), en met name op artikel 7, lid 1,

Overwegende dat artikel 81 van de Toetredingsakte bepaalt dat de invoer van zachte tarwe voor de broodbereiding in Spanje onder de vorengenoemde regeling valt; dat zachte tarwe die een van de in Verordening (EEG) nr. 575/86 van de Commissie (2) vastgestelde behandelingsmethoden heeft ondergaan, niet onder die regeling valt;

Overwegende dat bij artikel 84 van de Akte voor het jaar 1986 een streefhoeveelheid is vastgesteld voor de invoer in Spanje van de betrokken graansoort van herkomst uit de Gemeenschap in haar samenstelling per 31 december 1985 en het tempo is vastgesteld voor de verhoging van die hoeveelheid met 15 % per jaar voor de komende jaren; dat de hoeveelheden voor de jaren 1987 tot en met 1989 nauwkeurig moeten worden vastgesteld; dat, rekening houdende met het met de aanvullende regeling voor het handelsverkeer beoogde doel, moet worden voorgeschreven dat het niet gebruikte deel van de streefhoeveelheid van een bepaald jaar niet kan worden overgeboekt naar het volgende jaar;

Overwegende dat met het oog op een goed beheer de hoeveelheden waarvoor in een bepaalde maand ARH-certificaten kunnen worden afgegeven moeten worden beperkt;

Overwegende dat om speculatieve aanvragen voor ARH-certificaten te voorkomen de geldigheidsduur ervan moet worden beperkt tot een betrekkelijk korte periode die voldoende is voor de invoer onder normale voorwaarden; dat de naleving van de verbintenis door de houder van het ARH-certificaat kan worden gewaarborgd door het stellen van een zekerheid;

Overwegende dat enerzijds op grond van de beschikbare produktie- en consumptievooruitzichten voor zachte tarwe voor de broodbereiding in Spanje of in de Gemeenschap in haar samenstelling per 31 december 1985, anderzijds van het wenselijke tempo van de toeneming van het handelsverkeer, het in artikel 83 van de Akte bedoelde indicatief plafond zo moet worden vastgesteld dat een harmonische ontwikkeling mogelijk is van de intracommunautaire handel tot het einde van 1986; dat dit doel kan worden bereikt door het indicatief plafond op het peil van de streefhoeveelheid vast te stellen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de tenuitvoerlegging van de aanvullende regeling voor het handelsverkeer, hierna te noemen""ARH", bedoeld in artikel 81 en volgende van de Toetredingsakte, wordt als zachte tarwe voor de broodbereiding beschouwd zachte tarwe die geen behandeling heeft ondergaan overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 575/86.

Artikel 2

Voor het tijdvak tot en met 31 december 1989:

1. worden de in artikel 84 van de Toetredingsakte bedoelde streefhoeveelheden vastgesteld op:

- 175 000 ton voor 1986,

- 201 250 ton voor 1987,

- 231 438 ton voor 1988,

- 266 154 ton voor 1989;

2. kunnen voor een bepaalde maand slechts AHR-certificaten worden afgegeven voor een hoeveelheid die de in punt 1 bedoelde streefhoeveelheid voor het betrokken jaar met ten hoogste 50 % overschrijdt. Een aanvraag voor een ARH-certificaat voor een hoeveelheid die evenwel de voor de betrokken maand beschikbare hoeveelheid overschrijdt, is niet ontvankelijk;

3. kan het niet gebruikte deel van de streefhoeveelheid voor een bepaald jaar niet naar het volgende jaar worden overgeboekt.

Artikel 3

1. De ARH-certificaten voor zachte tarwe voor de broodbereiding zijn geldig vanaf de dag van afgifte tot het einde van de tweede maand volgende op die van de afgifte. Voor de in november en december afgegeven certificaten is de geldigheidsduur evenwel beperkt tot en met 31 december van het jaar van afgifte.

2. De certificaataanvraag moet vergezeld gaan van het stellen van een zekerheid van 5 Ecu per ton.

Artikel 4

Voor 1986 wordt het in artikel 83, lid 1, van de Toetredingsakte bedoelde indicatieve invoerplafond vastgesteld op 175 000 ton.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op 1 maart 1986.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 28 februari 1986.

Voor de CommissieFrans ANDRIESSENVice-Voorzitter