31986R0349

Verordening (EEG) nr. 349/86 van de Commissie van 18 februari 1986 tot schorsing van de toepassing van een aantal bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1760/83 met betrekking tot de betaling van de restituties voor boter uitgevoerd in de vorm van bepaalde, niet onder bijlage II van het Verdrag vallende goederen

Publicatieblad Nr. L 042 van 19/02/1986 blz. 0005


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 349/86 VAN DE COMMISSIE

van 18 februari 1986

tot schorsing van de toepassing van een aantal bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1760/83 met betrekking tot de betaling van de restituties voor boter uitgevoerd in de vorm van bepaalde, niet onder bijlage II van het Verdrag vallende goederen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3768/85 (2), en met name op artikel 17, lid 4,

Overwegende dat, om de ontwikkeling van de boteruitvoer op de voet te kunnen volgen, in artikel 7, leden 4 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 1760/83 van de Commissie (3) is bepaald dat de restitutie voor de zone C 2 slechts geldt voor uitvoer met een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie; dat voor dit produkt de bestemming verplicht op het uitvoercertificaat moet worden vermeld en dat, om ervoor te zorgen dat de produkten deze bestemming ook bereiken, de betaling van een deel van de restitutie slechts geschiedt wanneer het bewijs is geleverd dat het produkt op de bestemming is aangekomen;

Overwegende dat in de praktijk is gebleken dat zich moeilijkheden voordoen bij de tenuitvoerlegging van deze regeling; dat het met name in bepaalde derde landen moeilijk is de vereiste documenten te verkrijgen die moeten dienen om aan te tonen dat de produkten aldaar werkelijk in verbruik zijn gebracht; dat dientengevolge bij de handel enige aarzeling bestaat om produkten naar deze landen uit te voeren;

Overwegende bovendien dat het momenteel niet langer van belang is de werkelijke bestemming van de hoeveelheden boter die worden uitgevoerd, te kennen gezien de zeer geringe vraag in de internationale handel naar dit produkt en met name van de invoerende derde landen die vroeger aanzienlijke hoeveelheden hebben gekocht; dat de toepassing van de desbetreffende bepalingen derhalve moet worden geschorst, maar de exporteur evenwel verplicht moet blijven het land van bestemming op het uitvoercertificaat te vermelden;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

De toepassing van artikel 7, leden 4, 5 en 6, van Verordening (EEG) nr. 1760/83 wordt geschorst.

De verplichting om op de aanvraag van het certificaat en op het certificaat zelf in vak 13 het derde land van bestemming of de bijzondere bestemming te vermelden, blijft evenwel bestaan.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing op de transacties waarvoor op of na 23 december 1985 de in artikel 22, lid 1, sub b), van Verordening (EEG) nr. 3183/80 van de Commissie (4) bedoelde douaneformaliteiten zijn vervuld.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 18 februari 1986.

Voor de Commissie

COCKFIELD

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.

(2) PB nr. L 362 van 31. 12. 1985, blz. 8.

(3) PB nr. L 172 van 30. 6. 1983, blz. 20.

(4) PB nr. L 338 van 13. 12. 1980, blz. 1.