31986L0174

Richtlijn 86/174/EEG van de Commissie van 9 april 1986 tot vaststelling van de methode voor de berekening van de energiewaarde van mengvoeders voor pluimvee

Publicatieblad Nr. L 130 van 16/05/1986 blz. 0053 - 0054
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 20 blz. 0228
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 20 blz. 0228


*****

RICHTLIJN VAN DE COMMISSIE

van 9 april 1986

tot vaststelling van de methode voor de berekening van de energiewaarde van mengvoeders voor pluimvee

(86/174/EEG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende de handel in mengvoeders (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 82/957/EEG van de Commissie (2), en met name op artikel 10,

Overwegende dat, zolang geen communautaire methoden zijn vastgesteld, de Lid-Staten krachtens Richtlijn 79/373/EEG de aanduiding van de energiewaarde van mengvoeders slechts mogen eisen of toestaan indien dergelijke aanduiding op hun grondgebied vereist of toegestaan was bij de vaststelling van die richtlijn en zij bovendien over officiële berekeningsmethoden beschikten;

Overwegende dat de kennis op wetenschappelijk en technisch gebied zich zodanig heeft ontwikkeld dat de energiewaarde van mengvoeders voor pluimvee voortaan kan worden berekend aan de hand van één gemeenschappelijke methode voor alle Lid-Staten; dat het daarom dienstig is deze methode aan te nemen en toepasselijk te maken niet alleen in de Lid-Staten waar de vermelding van de energiewaarde op het etiket van de mengvoeders voor pluimvee is vereist of toegestaan, maar ook in de Lid-Staten die moesten wachten tot een communautaire methode werd vastgesteld om deze vermelding te kunnen eisen of toestaan;

Overwegende dat, indien het resultaat van de offiiciële controle op de energiewaarde verschilt van de door de fabrikant opgegeven waarde, een minimumtolerantie in aanmerking moet worden genomen ten einde rekening te houden met de verschillen die kunnen voortvloeien uit de bemonstering, uit eventuele analysefouten of uit het produktieproces;

Overwegende dat de in deze richtlijn vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Indien overeenkomstig artikel 5, leden 4 en 6, van Richtlijn 79/373/EEG de energiewaarde van mengvoeders voor pluimvee wordt vermeld, schrijven de Lid-Staten voor dat deze waarde moet worden berekend volgens de in de bijlage beschreven methode.

Artikel 2

De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 1987 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.

Artikel 3

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 9 april 1986.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 86 van 6. 4. 1979, blz. 30.

(2) PB nr. L 386 van 31. 12. 1982, blz. 42.

BIJLAGE

METHODE VOOR DE BEREKENING VAN DE ENERGIEWAARDE VAN MENGVOEDERS VOOR PLUIMVEE

1. Berekeningswijze en opgave van de energiewaarde

De energiewaarde van mengvoeders voor pluimvee wordt gemeten volgens de volgende formule, op basis van de percentages van bepaalde analytische bestanddelen van het voeder; deze waarde wordt uitgedrukt in megajoules (MJ) metaboliseerbare energie (ME), gecorrigeerd voor stikstof, per kilogram mengvoeder:

MJ/kg ME = 0,1551 × % ruw eiwit + 0,3431 × % ruwe vetten + 0,1669 × % zetmeel + 0,1301 × % suiker totaal (uitgedrukt in saccharose).

2. Toleranties voor de opgegeven waarden

Indien bij de in artikel 12 voorgeschreven officiële controles een verschil wordt vastgesteld tussen het resultaat van de controle en de opgegeven energiewaarde, wat een vermeerdering of een vermindering van de energiewaarde van het voeder uitmaakt, wordt een tolerantie van ten minste 0,4 MJ/kg ME toegestaan.

3. Vermelding van het resultaat

Het na de toepassing van bovenstaande formule verkregen resultaat wordt vermeld in eenheden en tienden van eenheden.

4. Bemonsterings- en analysemethoden

De bemonstering van het mengvoeder en de bepaling van de in de berekeningsmethode aangegeven analytische bestanddelen gebeurt volgens de communautaire bemonsterings- en analysemethoden die gelden voor de officiële controle van diervoeders.

De volgende methoden moeten worden toegepast:

- voor de bepaling van de ruwe vetstoffen: methode B gewijzigd bij Richtlijn 84/4/EEG van de Commissie (1);

- voor de bepaling van het zetmeel: de polarimetrische methode als beschreven in Richtlijn 72/199/EEG van de Commissie (2).

(1) PB nr. L 15 van 18. 1. 1984, blz. 28.

(2) PB nr. L 123 van 29. 5. 1972, blz. 6.