Verordening (EEG) nr. 1900/85 van de Raad van 8 juli 1985 betreffende de invoering van communautaire formulieren van aangifte ten invoer en ten uitvoer
Publicatieblad Nr. L 179 van 11/07/1985 blz. 0004 - 0005
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 14 blz. 0030
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 14 blz. 0030
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1900/85 VAN DE RAAD van 8 juli 1985 betreffende de invoering van communautaire formulieren van aangifte ten invoer en ten uitvoer DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235, Gezien het voorstel van de Commissie (1), Gezien het advies van het Europese Parlement (2), Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3), Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 2102/77 (4) een communautair formulier van aangifte ten uitvoer is ingevoerd dat zowel geldig is voor de verzending van goederen van de ene Lid-Staat naar een andere als voor de uitvoer van goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap; Overwegende dat, in het kader van de versterking van de interne markt, bij Verordening (EEG) nr. 678/85 van de Raad van 18 februari 1985 inzake de vereenvoudiging van de formaliteiten in het goederenverkeer binnen de Gemeenschap (5) ten behoeve van dit goederenverkeer met name een enig document in de plaats is gesteld van de momenteel gebruikte aangiften tot verzending, voor intern communautair douanevervoer, tot verbruik of tot plaatsing van de goederen onder enige andere regeling in de Lid-Staat van bestemming; Overwegende dat het, om de taak van het bedrijfsleven te vergemakkelijken, van belang is het streven naar rationalisatie van administratieve documenten dat tot de invoering van het enig document heeft geleid, uit te breiden tot alle soorten goederenverkeer; Overwegende dat een dergelijke hervorming, om volledig te zijn, tevens betrekking moet hebben op de zowel bij uitvoer als bij invoer te gebruiken formulieren; dat te dien einde het formulier van het enig document, voor zover nodig, moet worden aangevuld met bepaalde gegevens door de Lid-Staten te bepalen in afwachting van een harmonisatie op communautair niveau; Overwegende dat het gebruik van één enkel document eveneens wenselijk is bij toepassing van systemen voor automatische gegevensverwerking waarmee de aangiften worden opgemaakt, aangezien op de computerprinters kettingformulieren moeten worden gebruikt; dat de standaardisatie van de documenten aldus de combinatie van verschillende types van aangifte, met name ten uitvoer en voor communautair douanevervoer, mogelijk maakt; Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2102/77 dienovereenkomstig moet worden gewijzigd; dat het duidelijkheidshalve verkieslijk lijkt de betrokken bepalingen in de vorm van een nieuwe verordening over te nemen en genoemde verordening formeel in te trekken; Overwegende dat een dergelijke vereenvoudiging noodzakelijk is om een van de doelstellingen van de Gemeenschap te verwezenlijken; dat, aangezien het Verdrag niet in de daartoe vereiste specifieke bevoegdheden voorziet, deze verordening op artikel 235 van het Verdrag moet worden gebaseerd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Onverminderd de communautaire bepalingen inzake douanevervoer is deze verordening van toepassing op goederen die, in het kader van goederenverkeer met derde landen of van intracommunautair verkeer van goederen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 9, lid 2, van het Verdrag, het voorwerp zijn van een schriftelijke aangifte ten invoer of ten uitvoer, hierna aangifte te noemen. Artikel 2 1. De aangiften met betrekking tot: - de definitieve of tijdelijke uitvoer of wederuitvoer van goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap, - de verzending uit een Lid-Staat naar een andere van goederen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 9, lid 2, van het Verdrag, worden gesteld op een formulier EX dat overeenstemt met het model van het formulier COM opgesteld overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 679/85 van de Raad van 18 februari 1985 betreffende de invoering van het model van aangifteformulier dat in het goederenverkeer binnen de Gemeenschap dient te worden gebruikt (6). 2. Het in lid 1 bedoelde formulier EX kan in voorkomend geval worden aangevuld met één of meer aanvullende formulieren EX/c die overeenstemmen met het model van het aanvullende formulier COM/c opgesteld overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 679/85. Artikel 3 1. De aangiften met betrekking tot: - de plaatsing onder enige douaneregeling van goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap worden ingevoerd, - de plaatsing onder een douaneregeling ter bestemming van goederen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 9, lid 2, van het Verdrag, in het kader van goederenverkeer tussen twee Lid-Staten, worden gesteld op een formulier IM dat overeenstemt met het model van het formulier COM opgesteld overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 679/85. 2. Het in lid 1 bedoelde formulier IM kan in voorkomend geval worden aangevuld met één of meer aanvullende formulieren IM/c die overeenstemmen met het model van het aanvullende formulier COM/c opgesteld overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 679/85. Artikel 4 Bij gebruikmaking van de formulieren EX, EX/c, IM en IM/c, mogen de Lid-Staten gebruik maken van de vakken op de formulieren COM en COM/c die geen volgnummer dragen of niet met een letter zijn aangeduid, om andere gegevens te vragen dan bij Verordening (EEG) nr. 679/85 zijn voorgeschreven. Artikel 5 Elke Lid-Staat stelt het aantal exemplaren vast dat de formulieren EX, EX/c, IM en IM/c moeten bevatten, de kleur en het gewicht van het te gebruiken papier, alsmede de benaming en het nummer van elk exemplaar. Artikel 6 1. Deze verordening doet geen afbreuk aan: a) de toepassing van de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1736/75 van de Raad van 24 juni 1975 betreffende de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten (1); b) het gebruik van bijzondere formulieren van aangifte ten invoer of ten uitvoer die krachtens internationale overeenkomsten van toepassing zijn; c) het gebruik van bijzondere formulieren van aangifte ten invoer of ten uitvoer vastgesteld in het kader van vereenvoudigde regelingen, met name die waarbij de gegevens van de aangifte in een globale, periodieke of samenvattende vorm zijn opgenomen; d) de aanpassing, voor zover nodig en overeenkomstig de procedure van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 678/85, van het modelformulier aan de technische eisen die verband houden met de verwerking van de aangiften door een geautomatiseerd systeem; e) het gebruik van speciale formulieren ten einde de aangifte in bijzondere gevallen te vergemakkelijken. 2. De Lid-Staten hebben de mogelijkheid deze verordening niet toe te passen wanneer twee of meer van hen onderling overeenkomsten of regelingen hebben getroffen of zullen treffen ter vereenvoudiging van de formaliteiten in hun gehele of in een gedeelte van hun onderlinge goederenverkeer. Artikel 7 1. Verordening (EEG) nr. 2102/77 wordt ingetrokken. 2. In alle communautaire besluiten waarin wordt verwezen naar Verordening (EEG) nr. 2102/77, dient deze verwijzing te worden beschouwd als een verwijzing naar de onderhavige verordening. Artikel 8 Elke Lid-Staat stelt de Commissie in kennis van de maatregelen die hij treft voor de toepassing van deze verordening. De Commissie deelt deze inlichtingen mee aan de overige Lid-Staten. Artikel 9 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1988. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 8 juli 1985. Voor de Raad De Voorzitter J. SANTER (1) PB nr. C 203 van 6. 8. 1982, blz. 5. (2) PB nr. C 42 van 14. 2. 1983, blz. 67. (3) PB nr. C 90 van 5. 4. 1983, blz. 16. (4) PB nr. L 246 van 27. 9. 1977, blz. 1. (5) PB nr. L 79 van 21. 3. 1985, blz. 1. (6) PB nr. L 79 van 21. 3. 1985, blz. 7. (1) PB nr. L 183 van 14. 7. 1975, blz. 3.