31985R0644

Verordening (EEG) nr. 644/85 van de Commissie van 12 maart 1985 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2541/84 houdende vaststelling van een compenserende heffing op de invoer van in Frankrijk uit landbouwprodukten verkregen ethylalcohol die in andere Lid-Staten wordt ingevoerd

Publicatieblad Nr. L 073 van 14/03/1985 blz. 0015 - 0017
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 18 blz. 0132
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 18 blz. 0132


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 644/85 VAN DE COMMISSIE

van 12 maart 1985

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2541/84 houdende vaststelling van een compenserende heffing op de invoer van in Frankrijk uit landbouwprodukten verkregen ethylalcohol die in andere Lid-Staten wordt ingevoerd

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 46,

Overwegende dat voor het bedrag van de bij Verordening (EEG) nr. 2541/84 van de Commissie (1) ingestelde compenserende heffing als grondslag het verschil wordt genomen tussen de laagste prijs franco grens tegen welke representatieve hoeveelheden niet gedenatureerde Franse alcohol op de markt van de andere Lid-Staten worden aangeboden, enerzijds, en een evenwichtsprijs die zonder concurrentievervalsing normaal zou zijn voor niet gedenatureerde binnenlandse alcohol op de markten van de Gemeenschap, anderzijds; dat, om te voorkomen dat de heffing als gevolg van de gebruikte forfaitaire grondslagen op een te hoog peil zou worden vastgesteld, op dit verschil een passende vermindering wordt toegepast;

Overwegende dat ingevolge artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 2541/84 de compenserende heffing moet worden aangepast indien zich een aanzienlijke wijziging voordoet in een of meer van de grondslagen die in aanmerking zijn genomen voor de eerste vaststelling; dat deze grondslagen voorts ten minste om de zes maanden aan een nieuw onderzoek worden onderworpen;

Overwegende dat, volgens de gegevens die regelmatig door de Lid-Staten aan de Commissie worden verstrekt, de uit landbouwprodukten verkregen alcohol die uit Frankrijk in de andere Lid-Staten wordt ingevoerd, ondanks de compenserende heffing, de mededinging ongunstig blijft beïnvloeden; dat namelijk representatieve hoeveelheden worden ingevoerd tegen prijzen die lager liggen dan de marktprijzen in de importerende Lid-Staten; dat de omvang van deze invoer geen dalende tendens te zien heeft gegeven in de periode die sinds de invoering van de heffing is verstreken; dat derhalve een aanpassing van het bedrag van de heffing dient plaats te vinden aan de hand van dezelfde criteria die bij de eerste vaststelling zijn gehanteerd;

Overwegende dat de prijzen fanco grens voor in de Gemeenschap aangeboden niet gedenatureerde Franse alcohol slechts licht zijn gestegen, terwijl de hierboven bedoelde evenwichtsprijs een aanzienlijke stijging heeft ondergaan; dat deze evenwichtsprijs, door het prijsverloop voor melasse in het laatste kwartaal van 1984, 52 Ecu per hectoliter bedraagt; dat het bedrag van de compenserende heffing dienovereenkomstig dient te worden verhoogd;

Overwegende dat de compenserende heffing overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2541/84 van toepassing is op alle in Frankrijk verkregen ethylalcohol die in andere Lid-Staten wordt ingevoerd, wanneer deze niet vergezeld is van een verklaring waaruit blijkt dat de alcohol niet is verkregen uit landbouwprodukten of is gedenatureerd overeenkomstig de in Frankrijk ter zake geldende voorschriften;

Overwegende dat bij de tenuitvoerlegging van de betrokken bepalingen sommige moeilijkheden zijn gerezen voor de douanediensten voor wat de indeling van de betrokken produkten onder de in artikel 1, lid 1, van de genoemde verordening bedoelde tariefposten betreft, alsmede inzake de vorm van de bovenbedoelde verklaring; dat, ten einde deze situatie te verhelpen, de formulering van deze bepalingen moet worden gewijzigd;

Overwegende dat artikel 10 van Richtlijn 79/623/EEG van de Raad van 25 juni 1979 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen op het gebied van de douaneschuld (2), met name betrekking heeft op de gevallen waarin een douaneschuld ontstaat wanneer communautaire goederen in het intracommunautaire handelsverkeer aan een douane- of landbouwheffing zijn onderworpen; dat door verwijzing naar de betrokken bepalingen de toepassing van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2541/84 kan worden verduidelijkt;

Overwegende dat moet worden gepreciseerd onder welke voorwaarden de betrokken goederen van de bedoelde heffing kunnen worden vrijgesteld;

Overwegende dat voorts sommige moeilijkheden moeten worden verholpen die zich bij de tenuitvoerlegging van de bedoelde verordening kunnen voordoen op het vlak van de administratieve samenwerking tussen de Lid-Staten; dat voor de vaststelling van de voorwaarden waaronder de betrokken produkten in een vrije zone, in een douane-entrepot of onder een regeling inzake actieve veredeling kunnen worden geplaatst, de overeenkomstig de Richtlijnen 69/73/EEG (3), 69/74/EEG (4) en 69/75/EEG (5) van de Raad vastgestelde procedures naar analogie moeten worden toegepast;

Overwegende dat voorts de procedure moet worden gepreciseerd die dient te worden gevolgd wanneer de betrokken alcohol, na inning van de compenserende heffing in een Lid-Staat, naar een andere Lid-Staat wordt verzonden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

De artikelen 1 en 2 van Verordening (EEG) nr. 2541/84 komen als volgt te luiden:

»Artikel 1

1. In het handelsverkeer tussen de Lid-Staten wordt een compenserende heffing toegepast op in Frankrijk verkregen produkten van:

- post 22.08 van het gemeenschappelijk douanetarief, die in recipiënten met een inhoud van meer dan 2 liter zijn verpakt,

- post 22.09 A II van het gemeenschappelijk douanetarief;

met uitzondering van de produkten die:

a) hetzij niet zijn verkregen uit landbouwprodukten in de zin van het Verdrag,

b) hetzij zijn gedenatureerd overeenkomstig de in Frankrijk ter zake geldende voorschriften.

De compenserende heffing wordt vastgesteld op 0,075 Ecu per % vol/hl.

2. Het bewijs dat is voldaan aan de sub a) of de sub b) van lid 1 bedoelde voorwaarde, is slechts geleverd wanneer een van de onderstaande vermeldingen is aangebracht in het vak voor de omschrijving van de goederen in het document waardoor het communautair karakter van het produkt wordt gestaafd en is gewaarmerkt door het stempel van het Franse douanekantoor dat het bedoelde document heeft geviseerd of geldig gemaakt:

»Produkt der er af ikke landbrugsmaessig oprindelse som omhandlet i traktaten",

of

»Produkt denatureret i overensstemmelse med de i Frankrig gaeldende bestemmelser",

»Erzeugnis nichtlandwirtschaftlichen Ursprungs im Sinne des Vertrages",

of

»Gemaess den einschlaegigen franzoesischen Bestimmungen vergaelltes Erzeugnis",

»Proïón mi georgikís proeléfseos katá tin énnoia tis synthíkis ",

of

»Metoysioméno proïón sýmfona me tis diatáxeis poy efarmózontai sti Gallía",

»Product of non-agricultural origin within the meaning of the Treaty",

of

»Product denatured in accordance with French law",

»Produit d'origine non agricole au sens du traité",

of

»Produit dénaturé conformément aux dispositions applicables en France",

»Prodotto d'origine non agricola ai sensi del trattato",

of

»Prodotto denaturato conformemente alle norme vigenti in Francia",

»Produkt dat niet is verkregen uit landbouwprodukten in de zin van het Verdrag",

of

»Produkt gedenatureerd overeenkomstig de in Frankrijk geldende voorschriften".

3. Wanneer het in lid 2 bedoelde document wordt vervangen door een nieuw document tot staving van het communautaire karakter van het produkt, wordt in het nieuwe document, in het vak voor de omschrijving van de goederen, dezelfde vermelding als in het vervangen document aangebracht; deze vermelding wordt gewaarmerkt door het stempel van het douanekantoor dat het nieuwe document viseert of geldig maakt.

4. In het handelsverkeer tussen de Lid-Staten worden de in lid 1 bedoelde produkten geacht in Frankrijk te zijn verkregen, tenzij ten genoegen van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat die de heffing int, wordt aangetoond dat zij elders zijn verkregen.

Artikel 2

1. De andere Lid-Staten dan Frankrijk innen de compenserende heffing:

- naar keuze van de bevoegde autoriteiten, wanneer de in artikel 1 bedoelde ethylalcohol tot verbruik wordt aangegeven, of onder een opschortende fiscale regeling wordt geplaatst,

- in de andere gevallen waarin overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 79/623/EEG een douaneschuld voor het betrokken produkt ontstaat.

2. Het bepaalde in lid 1 is echter niet van toepassing wanneer de belanghebbenden, met inachtneming van de grenzen en voorwaarden die zijn vastgesteld bij de voor de tenuitvoerlegging van de Richtlijnen 69/73/EEG, 69/74/EEG en 69/75/EEG vastgestelde nationale bepalingen,

- gebruik maken van een regeling inzake actieve veredeling of inzake douane-entrepots, of

- de ethylalcohol in een vrije zone plaatsen.

In geval gebruik wordt gemaakt van een regeling inzake actieve veredeling, moeten de veredelingsprodukten uit het douanegebied van de Gemeenschap worden uitgevoerd. In geval gebruik wordt gemaakt van een regeling inzake douane-entrepots, zijn de gebruikelijke behandelingen bedoeld in artikel 1, lid 1, punt 12, van Richtlijn 71/235/EEG verboden.

3. Wanneer de compenserende heffing is geïnd overeenkomstig het bepaalde in lid 1 en het betrokken produkt naar een andere Lid-Staat wordt verzonden, wordt in het vak »omschrijving van de goederen" van het document dat in de Lid-Staat van verzending wordt opgesteld om het communautaire karakter van het produkt te bewijzen, een van de in artikel 3, lid 2, bedoelde en met het stempel van het bevoegde douanekantoor gewaarmerkte vermeldingen aangebracht.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 12 maart 1985.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 238 van 6. 9. 1984, blz. 16.

(2) PB nr. L 179 van 17. 7. 1979, blz. 31.

(3) PB nr. L 58 van 8. 3. 1969, blz. 1.

(4) PB nr. L 58 van 8. 3. 1969, blz. 7.

(5) PB nr. L 58 van 8. 3. 1969, blz. 11.