31985R0562

Verordening (EEG) nr. 562/85 van de Commissie van 4 maart 1985 houdende achtste wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/84 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten

Publicatieblad Nr. L 064 van 05/03/1985 blz. 0009 - 0009
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 33 blz. 0236
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 33 blz. 0236


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 562/85 VAN DE COMMISSIE

van 4 maart 1985

houdende achtste wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/84 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1557/84 (2), en met name op artikel 5 quater, lid 7,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 857/84 van de Raad van 31 maart 1984 houdende algemene voorschriften voor de toepassing van de in artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1557/84 , en met name op artikel 13,

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1371/84 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 402/85 (5), de nadere voorschriften voor de toepassing van de extra heffing zijn vastgesteld;

Overwegende dat in artikel 12, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1371/84 is bepaald dat de extra heffing wordt geïnd binnen de vijfenveertig dagen volgende op het einde van elk kwartaal; dat, gezien de aanpassingen die door de Raad tijdens zijn laatste zitting in de regeling zijn aangebracht, de Lid-Staten voorlopig moeten worden gemchtigd af te wijken van de regeling inzake voorlopige driemaandelijkse heffingen waarin is voorzien bij artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 857/84, en de heffing pas te innen na afloop van de eerste periode van twaalf maanden, en wel binnen vijfenveertig dagen na het einde daarvan;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 15, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1371/84 worden sub c) en d) vervangen door het volgende sub c):

»c) worden de andere Lid-Staten dan Griekenland en Italië gemachtigd om voor de eerste periode van twaalf maanden de heffing te innen binnen de vijfenveertig dagen volgende op het einde van deze periode.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 4 maart 1985.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.

(2) PB nr. L 150 van 6. 6. 1984, blz. 6.

(3) PB nr. L 90 van 1. 4. 1984, blz. 13.

(4) PB nr. L 132 van 18. 5. 1984, blz. 11.

(5) PB nr. L 48 van 16. 2. 1985, blz. 29.