Verordening (EEG) nr. 453/85 van de Commissie van 21 februari 1985 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 262/79 betreffende de verkoop tegen verlaagde prijs van boter bestemd voor de vervaardiging van banketbakkerswerk, consumptie-ijs en andere voedingsmiddelen, en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1932/81
Publicatieblad Nr. L 052 van 22/02/1985 blz. 0040 - 0042
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 18 blz. 0109
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 33 blz. 0210
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 18 blz. 0109
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 33 blz. 0210
***** VERORDENING (EEG) Nr. 453/85 VAN DE COMMISSIE van 21 februari 1985 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 262/79 betreffende de verkoop tegen verlaagde prijs van boter bestemd voor de vervaardiging van banketbakkerswerk, consumptie-ijs en andere voedingsmiddelen, en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1932/81 DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1557/84 (2), en met name op artikel 6, lid 7, en artikel 12, lid 3, Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 262/79 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2927/84 (4), de voorwaarden zijn vastgesteld voor de verkoop tegen verlaagde prijs van boter bestemd voor de vervaardiging van banketbakkerswerk, consumptie-ijs en andere voedingsmiddelen; Overwegende dat in artikel 4, punt 2, van Verordening (EEG) nr. 262/79 het maximumaantal gewichtspercenten aan van melk afkomstige vetstoffen, dat in de produkten van formule B aanwezig mag zijn, is bepaald; dat, ten einde de maatregelen doeltreffender te maken, ook het minimumaantal gewichtspercenten aan van melk afkomstige vetstoffen moet worden bepaald; Overwegende dat bij artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 262/79 een termijn van drie maanden is voorgeschreven voor de verwerking van boter tot boterconcentraat en een totale termijn van acht maanden voor de verwerking van de boter tot eindprodukten; dat, rekening houdend met de handelspraktijken in de betrokken sector, de afzet van boter kan worden bevorderd door die termijnen te verlengen; Overwegende dat in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 262/79 de produkten zijn aangegeven die moeten worden bijgemengd in het boterconcentraat bestemd om te worden verwerkt tot produkten van formule A en formule C; dat, voor de punten IV en V, moet worden gepreciseerd dat het gehalte aan van magere-melkpoeder afkomstige vetstoffen niet meer mag bedragen dan 1 %; dat, om technische redenen, moet worden voorzien in de mogelijkheid om gebruik te maken van karnemelkpoeder, waarbij moet worden gepreciseerd dat het gehalte aan vetstoffen van dat produkt boven 1 % niet mag worden aangerekend als van boter afkomstige vetstoffen; Overwegende dat in artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1932/81 van de Commissie van 13 juli 1981 betreffende de toekenning van steun voor boter en boterconcentraat bestemd voor de vervaardiging van banketbakkerswerk, consumptie-ijs en andere voedingsmiddelen (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2927/84, dezelfde termijnen als in Verordening (EEG) nr. 262/79 zijn vastgesteld voor de verwerking van de boter tot boterconcentraat en voor de verwerking tot eindprodukten; dat het dienstig is, gezien de nieuwe termijnen die voor dezelfde verwerkingen zijn vastgesteld in het kader van Verordening (EEG) nr. 262/79, langere termijnen te bepalen; Overwegende dat het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 262/79 wordt als volgt gewijzigd: 1. In artikel 4, punt 1, tweede alinea, worden de woorden »minder dan 26 gewichtspercenten" vervangen door de woorden »minder dan 30 gewichtspercenten". 2. Artikel 4, punt 2, wordt gelezen: »2. Formule B: a) consumptie-ijs van de posten 18.06 B en 21.07 C van het gemeenschappelijk douanetarief, waarvan het gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen ten minste 8 en ten hoogste 20 gewichtspercenten bedraagt, of b) preparaten, met uitzondering van yoghurt en yoghurt in poedervorm, voor de bereiding van consumptie-ijs van de posten 18.06 D of 21.07 van het gemeenschappelijk douanetarief, waarvan het gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen berekend op de droge stof ten minste 16 en ten hoogste 33 gewichtspercenten bedraagt, die een of meer reukstoffen, alsmede emulgators of stabilisatoren bevatten en die geschikt zijn voor consumptie zonder andere bewerking dan eventuele toevoeging van water, de eventueel noodzakelijke mechanische behandelingen en bevriezing.". 3. In artikel 4, punt 3, sub a), bb), wordt het eerste streepje gelezen: »- op basis van meel en/of zetmeel in een verhouding van 40 % of meer . . .". 4. Artikel 8 wordt gelezen: »Artikel 8 De toegewezen boter moet in de Gemeenschap worden verwerkt binnen een vanaf de in artikel 12, lid 2, bedoelde uiterste dag voor de indiening van de offertes voor de betrokken bijzondere inschrijving te berekenen termijn van: - zeven maanden voor de in artikel 5, leden 1 en 2, bedoelde verwerkingen, - tien maanden voor de in artikel 4 bedoelde verwerking.". 5. Bijlage I, punt IV, sub a), wordt gelezen: »a) 250 kg van een mengsel dat bevat: - een of meer bestanddelen van de ontvette droge stof van melk, - hetzij in ongewijzigde staat, - hetzij in de vorm van magere-melkpoeder en/of karnemelkpoeder dat eventueel afkomstig is van de vervaardiging van het boterconcentraat en een volgens de norm FIL 9 B: 1984 te bepalen vetgehalte heeft. De hoeveelheid vetstoffen boven een gehalte van 1 % wordt in mindering gebracht op de hoeveelheid melkvet die voor toekenning van de steun in aanmerking komt; - en/of tarwemeel; - en/of zetmeel of hiervan afgeleide produkten zoals dextrine, maltodextrine, maltose of andere stoffen; - en/of suiker (saccharose); evenals - een volume stikstof in de vorm van gas, waardoor het eindprodukt een schuimachtige textuur krijgt, met een watergehalte van ten hoogste 3 gewichtspercenten; en". 6. Bijlage I, punt V, sub a), wordt gelezen: »a) 310 kg van een mengsel dat bevat: - een of meer bestanddelen van de ontvette droge stof van melk, - hetzij in ongewijzigde staat, - hetzij in de vorm van magere-melkpoeder en/of karnemelkpoeder dat eventueel afkomstig is van de vervaardiging van het boterconcentraat en een volgens de norm FIL 9 B: 1984 te bepalen vetgehalte heeft. De hoeveelheid vetstoffen boven een gehalte van 1 % wordt in mindering gebracht op de hoeveelheid melkvet waarvoor de prijsverlaging kan worden toegekend; - en/of tarwemeel; - en/of zetmeel of hiervan afgeleide produkten zoals dextrine, maltodextrine, maltose of andere stoffen. Dit mengsel wordt opgelost en/of gedispergeerd in water ten einde een waterige oplossing te verkrijgen, waarvan met de van melk afkomstige vetstof een emulsie wordt gemaakt, waarin door oplossing de produkten worden bijgemengd die sub aa), bb) en een van de streepjes sub cc) onder b) zijn vermeld. Deze emulsie wordt vervolgens gedroogd door middel van het »spray"-procédé of een ander procédé met gelijke werking ten einde een poeder te verkrijgen met een watergehalte van ten hoogste 2 gewichtspercenten, waarvan de natuurlijke structuur het onmogelijk maakt het vet door warmtebehandeling tot een temperatuur van ten minste 80 °C af te scheiden; en". 7. In bijlage IV wordt het volgende punt 3 toegevoegd: »3. Room in poedervorm voor banketbakkerswerk (produkt van post 19.02 B II b) van het gemeenschappelijk douanetarief) Samenstelling (gehalte): - aan van melk afkomstige vetstoffen: ten minste 4 en minder dan 8 gewichtspercenten; - aan magere-melkpoeder: ten minste 8 en minder dan 15 gewichtspercenten; - saccharose (inclusief invertsuiker omgerekend in saccharose): ten minste 45 en minder dan 55 gewichtspercenten; - gepregelatiniseerd zetmeel: ten minste 20 en minder dan 25 gewichtspercenten; - emulgators, stabilisatoren, aroma's en zouten: minder dan 5 gewichtspercenten.". Artikel 2 Artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1932/81 wordt gelezen: »2. De in artikel 1, lid 2, sub a), bedoelde boter en het in artikel 1, lid 2, sub b), bedoelde boterconcentraat moeten tot de in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 262/79 bedoelde produkten worden verwerkt binnen een termijn van tien maanden, berekend vanaf de sluitingsdag voor de indiening van de offertes voor de betrokken bijzondere inschrijving. De bereiding van het in artikel 1, lid 2, sub b), bedoelde boterconcentraat moet plaatsvinden binnen een termijn van zeven maanden, berekend vanaf de sluitingsdag voor de indiening van de offertes voor de betrokken bijzondere inschrijving.". Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing voor boter waarvoor een inschrijving wordt gehouden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 21 februari 1985. Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. (2) PB nr. L 150 van 6. 6. 1984, blz. 6. (3) PB nr. L 41 van 16. 2. 1979, blz. 1. (4) PB nr. L 276 van 19. 10. 1984, blz. 14. (5) PB nr. L 191 van 14. 7. 1981, blz. 6.