31985R0147

Verordening (EEG) nr. 147/85 van de Commissie van 18 januari 1985 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie voor het wijnoogstjaar 1984/1985

Publicatieblad Nr. L 016 van 19/01/1985 blz. 0025 - 0031
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 33 blz. 0106
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 33 blz. 0106


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 147/85 VAN DE COMMISSIE

van 18 januari 1985

tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie voor het wijnoogstjaar 1984/1985

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1208/84 (2), en met name op artikel 41, lid 7, en artikel 65,

Overwegende dat de in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie moet plaatsvinden overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2179/83 van de Raad van 25 juli 1983 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de distillatie van wijn en bijprodukten van de wijnbereiding (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2687/84 (4);

Overwegende dat enerzijds moet worden gepreciseerd op grond van welke elementen de totale te distilleren hoeveelheid tafelwijn voor het wijnoogstjaar kan worden bepaald en dat anderzijds moet worden aangegeven voor welke categorieën producenten de distillatieverplichting geldt en welke categorieën daarvan dienen te worden vrijgesteld op grond van de wanverhouding tussen de administratieve lasten en de te distilleren hoeveelheid wijn;

Overwegende dat in artikel 41, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 337/79 is bepaald dat de door iedere producent te distilleren hoeveelheid gelijk is aan een percentage van zijn produktie van tafelwijn; dat dit percentage moet worden gedifferentieerd naar gelang van de opbrengst per hectare van elke producent ten opzichte van de normale opbrengst in de verschillende wijnbouwzones of delen van wijnbouwzones van de Gemeenschap; dat de maatregel soepel moet worden toegepast en dat rekening moet worden gehouden met de door elke Lid-Staat verstrekte gegevens; dat volgens die gegevens de gemiddelde opbrengsten sterk uiteenlopen en 100 hl per hectare bedragen in het noordelijk deel van de Gemeenschap, 70 hl in het centrale deel en in bepaalde zuidelijke gebieden, en 45 hl in de rest van de Gemeenschap; dat bijgevolg het grondgebied van de Gemeenschap in drie produktieregio's moet worden verdeeld;

Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 2102/84 van de Commissie van 13 juli 1984 betreffende de opgaven van oogsten, produktie en voorraden van wijnbouwprodukten (5), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2459/84 (6), is bepaald dat in de mededelingen van de Lid-Staten aan de Commissie de produktie van tafelwijn moet worden onderverdeeld volgens bepaalde opbrengstklassen; dat het nuttig blijkt van deze klassen uit te gaan om de verplichtingen van de producenten te differentiëren;

Overwegende dat het in verband met de bijzondere produktiestructuur en de administratieve moeilijkheden in Griekenland verantwoord is in deze Lid-Staat een regeling voor verplichte distillatie in te stellen waarmee enerzijds een vergelijkbaar kwantitatief resultaat kan worden bereikt als met de algemene regeling, en waarbij anderzijds de toepassing van de maatregel wordt beperkt tot de producenten die over een voldoende hoeveelheid tafelwijn beschikken en tevens de Griekse Regering wordt gemachtigd om zelf de percentages van de produktie van tafelwijn vast te stellen die door de betrokken producenten voor distillatie moeten worden geleverd; dat deze percentages zodanig moeten worden vastgesteld dat de gelijke behandeling van alle betrokkenen gewaarborgd is en dat daarbij moet worden uitgegaan van de criteria van artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79;

Overwegende dat duidelijkheidshalve en bij gebreke van een communautaire definitie van roséwijn dient te worden gepreciseerd dat rosé tafelwijn wordt gelijkgesteld met rode tafelwijn wegens het nauwe economische verband tussen beide soorten;

Overwegende dat moet worden bepaald welke tafelwijn voor de toepassing van deze maatregel geacht wordt in nauw economisch verband te staan met elke soort tafelwijn;

Overwegende dat de bij Verordening (EEG) nr. 2179/83 vastgestelde voorschriften voor de controle op de kenmerken van de voor distillatie geleverde wijn alleen betrekking hebben op leveranties door particulieren en niet op gemeenschappelijke leveranties van verschillende producenten; dat deze laatste mogelijkheid zich evenwel vaak kan voordoen gelet op de geringe hoeveelheden die moeten worden geleverd door bepaalde producenten voor wie de verplichte

distillatie geldt; dat het derhalve dienstig lijkt te bepalen dat in dergelijke gevallen en gelet op de diversiteit van de situaties in de verschillende Lid-Staten, de kenmerken van de geleverde wijn moeten worden gecontroleerd volgens de nationale bepalingen;

Overwegende dat voor de producenten en voor de distilleerders termijnen voor de uitvoering van de werkzaamheden moeten worden vastgesteld om een maximale doeltreffendheid van de maatregel te waarborgen;

Overwegende dat de distilleerders overeenkomstig artikel 41, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 337/79 hetzij steun kunnen krijgen voor het te distilleren produkt, hetzij het bij de distillatie verkregen produkt aan het interventiebureau kunnen leveren; dat het steunbedrag moet worden vastgesteld op basis van de in artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde criteria; dat, ten einde de produktie van brandewijn van slechte kwaliteit te voorkomen, bij gebreke van communautaire voorschriften ter zake moet worden bepaald dat de voortgebrachte brandewijn dient te voldoen aan de geldende nationale bepalingen;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2179/83 de gegadigden voor de steun daartoe een aanvraag moeten indienen, waarbij een aantal bewijsstukken moeten worden gevoegd; dat met het oog op een uniforme werking van de regeling in de Lid-Staten, termijnen voor de indiening van de aanvraag, voor de uitkering van de aan de distilleerder verschuldigde steun en voor het leveren van het bewijs van betaling van de aankoopprijs dienen te worden vastgesteld;

Overwegende dat de door de interventiebureaus voor de hun geleverde produkten te betalen prijs moet worden vastgesteld op basis van de in artikel 18, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde criteria;

Overwegende dat de wijn die moet worden geleverd voor de in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie, kan worden verwerkt tot distillatiewijn; dat derhalve de bepalingen voor de distillatie moeten worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 25 en 26 van Verordening (EEG) nr. 2179/83;

Overwegende dat, om de Commissie in staat te stellen een algemeen beeld te krijgen van de mate waarin de verplichtingen worden nageleefd die verbonden zijn aan de in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie, de betrokken Lid-Staten haar aan de hand van mededelingen van de distilleerders regelmatig op de hoogte moeten brengen van het verloop en de resultaten van de distillatieverrichtingen;

Overwegende dat het Comité van beheer voor wijn geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

TITEL I

Definities

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 41, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 337/79 wordt verstaan onder:

a) aan het begin van het wijnoogstjaar geconstateerde beschikbare hoeveelheden: de hoeveelheid tafelwijn die gelijk is aan de som van de voorraden en de produktie van tafelwijn vermeld in de produktie- en behoeftenraming, welke som wordt verminderd met:

- de hoeveelheid tafelwijn die in het wijnoogstjaar 1984/1985 moet worden gedistilleerd uit hoofde van artikel 39, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 337/79,

- de voor het wijnoogstjaar 1984/1985 verwachte verliezen in het produktie- en handelsstadium,

- de hoeveelheden wijn die zullen worden geleverd voor distillatie overeenkomstig de Verordeningen (EEG) nr. 2460/84 en (EEG) nr. 2463/84;

b) aan het einde van het wijnoogstjaar te verwachten voorraden: de hoeveelheid tafelwijn die gelijk is aan het verschil tussen de aan het begin van het wijnoogstjaar geconstateerde beschikbare hoeveelheden, als omschreven sub a), en het normale gebruik in het wijnoogstjaar;

c) normaal gebruik in het wijnoogstjaar: de hoeveelheid tafelwijn die gelijk is aan de som van de hoeveelheden tafelwijn die in het wijnoogstjaar 1984/1985 bestemd zijn voor:

- rechtstreekse menselijke consumptie,

- verwerking tot produkten van post 22.06 of 22.10,

- uitvoer,

verminderd met de in te voeren hoeveelheid wijn die met tafelwijn wordt gelijkgesteld;

d) totale te distilleren hoeveelheid: de hoeveelheid tafelwijn die gelijk is aan het verschil tussen de aan het einde van het wijnoogstjaar te verwachten voorraden, zoals omschreven sub b), en de hoeveelheid die overeenkomt met 5 maanden normaal gebruik, welk verschil wordt vermeerderd met de hoeveelheid wijn waarvoor contracten tot preventieve distillatie zijn gesloten en die in mindering wordt gebracht op de door de producenten voor verplichte distillatie te leveren hoeveelheden. Artikel 2

1. Voor de tenuitvoerlegging van deze verordening wordt het grondgebied van de Gemeenschap in drie regio's verdeeld:

- regio 1:

wijnbouwzone A en het Duitse deel van wijnbouwzone B,

- regio 2:

het Franse deel van zone B, zone C I a, zone C I b, wijnbouwzone C II en de Italiaanse en Franse delen van wijnbouwzone C III b,

- regio 3:

alle andere wijnbouwzones van de Gemeenschap.

2. Wanneer tot de in artikel 41, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie wordt besloten,

- zijn de bepalingen van titel II van toepassing voor de regio's 1 en 2,

- zijn de bepalingen van titel III van toepassing voor regio 3.

TITEL II

Bepalingen van toepassing in de regio's 1 en 2

Artikel 3

1. Wanneer tot de in artikel 41, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie wordt besloten, worden de voor distillatie te leveren percentages van de produktie van tafelwijn vastgesteld voor elk van de hieronder aangegeven categorieën van producenten, die zijn bepaald op basis van de opbrengst in het wijnoogstjaar 1984/1985:

a) producenten met een opbrengst per hectare van hoogstens:

- 60 hl in regio 1,

- 45 hl in regio 2;

b) producenten met een opbrengst:

- van meer dan 60 hl maar niet meer dan 100 hl in regio 1,

- van meer dan 45 hl maar niet meer dan 70 hl in regio 2;

c) producenten met een opbrengst:

- van meer dan 100 hl maar niet meer dan 130 hl in regio 1,

- van meer dan 70 hl maar niet meer dan 90 hl in regio 2.

2. Het percentage vermeld in lid 1, sub c), geldt eveneens voor producenten met een opbrengst van meer dan:

- 130 hl in regio 1,

- 90 hl in regio 2,

voor het gedeelte van hun produktie dat met die opbrengst overeenkomt.

De betrokken producenten leveren bovendien voor de distillatie bepaalde percentages van hun produktie boven de vorengenoemde opbrengst. Deze percentages zullen worden vastgesteld wanneer overeenkomstig artikel 41, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 337/79 tot distillatie wordt besloten en zullen telkens hoger zijn voor elk van de onderstaande categorieën:

a) hoeveelheden die overeenkomen met een opbrengst per ha:

- van meer dan 130 hl maar niet meer dan 160 hl in regio 1,

- van meer dan 90 hl maar niet meer dan 110 hl in regio 2;

b) hoeveelheden die overeenkomen met een opbrengst:

- van meer dan 160 hl maar niet meer dan 200 hl in regio 1,

- van meer dan 110 hl maar niet meer dan 140 hl in regio 2;

c) hoeveelheden die overeenkomen met een opbrengst die hoger is dan de sub b) aangegeven opbrengsten.

3. In afwijking van artikel 11, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2102/84, gelden voor de producenten die oogst- of produktieopgaven hebben ingediend welke niet de nodige gegevens bevatten om de opbrengst per hectare te berekenen, dezelfde percentages als voor de producenten met de hoogste opbrengst als bedoeld in lid 2.

4. De in aanmerking genomen opbrengsten in de zin van leden 1 en 2 zijn:

a) de opbrengst van het bedrijf voor de totale wijnproduktie in regio 1,

b) de opbrengst van het bedrijf uitsluitend voor de produktie van tafelwijn in regio 2.

Artikel 4

Van de in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde verplichting zijn vrijgesteld:

a) de producenten van de Lid-Staten met een produktie van maximaal 60 000 hl tafelwijn in het wijnoogstjaar 1984/1985,

b) individuele producenten en cooeperaties die, rekening houdend met de voor preventieve distillatie geleverde hoeveelheden wijn, minder dan 5 hl tafelwijn zouden moeten leveren voor de verplichte distillatie.

De Lid-Staten kunnen evenwel vrijstelling verlenen aan producenten die hun wijn in andere dan cooeperatieve installaties hebben bereid en in het wijnoogstjaar 1984/1985 minder dan 50 hl tafelwijn hebben geproduceerd. Artikel 5

De hoeveelheden tafelwijn die moeten worden geleverd door de cooeperaties alsmede door de producentengroeperingen die de druiven van hun leden tot wijn hebben verwerkt, worden bepaald op basis van de produktieopgave voor het wijnoogstjaar 1984/1985.

De hoeveelheden die moeten worden geleverd door producenten die tafelwijn hebben bereid uit aangekochte produkten, worden bepaald op basis van het gewogen gemiddelde van de opbrengsten van elke partij aangekochte produkten.

TITEL III

Bepalingen van toepassing in regio 3

Artikel 6

1. In regio 3 wordt wijn voor de verplichte distillatie geleverd door de producenten, inclusief cooeperaties en producentengroeperingen, die in het wijnoogstjaar 1984/1985 een hoeveelheid tafelwijn hebben geproduceerd welke nader moet worden bepaald wanneer tot de maatregel wordt besloten.

2. Met inachtneming van de criteria van artikel 41, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 337/79, bepaalt de Griekse Regering vóór 10 februari 1985 de percentages van de produktie van tafelwijn, die de in lid 1 bedoelde producenten voor distillatie moeten leveren, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de aan de verplichting onderworpen producenten gelijk worden behandeld.

Aan de hand van de betrokken percentages moet worden gegarandeerd dat voor de gehele regio 3 een nader te bepalen hoeveelheid tafelwijn wordt gedistilleerd naast de hoeveelheden geleverd voor de preventieve distillatie als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2460/84.

3. De Griekse Regering deelt vóór 15 februari 1985 de bepalingen mede die zij op grond van het bepaalde in lid 2 heeft vastgesteld.

TITEL IV

Algemene bepalingen

Artikel 7

1. De producenten voor wie de in artikel 41, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde verplichting geldt berekenen de hoeveelheden die zij, overeenkomstig de bepalingen van de titels II en III, voor distillatie moeten leveren en delen deze vóór 15 maart 1985 mede aan het interventiebureau of een andere bevoegde instantie van de Lid-Staat op wiens grondgebied hun bedrijf is gevestigd.

De Lid-Staten kunnen evenwel deze berekening zelf doen en aan iedere producent de door hen te leveren hoeveelheid mededelen. In dat geval wordt de betrokken mededeling gedaan vóór 31 maart 1985.

2. De Lid-Staten verwerken de gegevens die op basis van het bepaalde in lid 1 zijn verkregen en stellen de Commissie vóór 15 april 1985 in kennis van de te distilleren hoeveelheden, verdeeld volgens de in artikel 3 bedoelde categorieën.

Artikel 8

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 14 ter van Verordening (EEG) nr. 337/79, wordt de in artikel 41, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde aankoopprijs vastgesteld op:

- 1,90 Ecu per % vol alcohol en per hl voor witte tafelwijn van soort A I,

- 4,26 Ecu per % vol alcohol en per hl voor witte tafelwijn van soort A II,

- 4,87 Ecu per % vol alcohol en per hl voor witte tafelwijn van soort A III,

- 2,05 Ecu per % vol alcohol en per hl voor rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- 3,05 Ecu per % vol alcohol en per hl voor rode tafelwijn van soort R III.

2. De in lid 1 bedoelde aankoopprijs wordt door de distillateur aan de producent betaald binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de dag waarop elke geleverde partij tafelwijn in de distilleerderij is binnengekomen.

Artikel 9

1. De bepalingen van deze verordening met betrekking tot rode tafelwijn gelden eveneens voor rosé tafelwijn.

2. De bepalingen van deze verordening met betrekking tot een bepaalde soort tafelwijn gelden eveneens voor tafelwijn die daarmee in nauw economisch verband staat.

Voor de toepassing van deze verordening worden geacht in nauw economisch verband te staan met tafelwijn van soort:

- A I, witte tafelwijn die niet behoort tot de soorten A I, A II of A III,

- R I, rode tafelwijn met een effectief alcoholgehalte van niet meer dan 12,5 % vol die niet behoort tot de soorten R I of R III,

- R II, rode tafelwijn met een effectief alcoholgehalte van meer dan 12,5 % vol die niet behoort tot de soorten R II of R III.

3. Ingeval door verschillende producenten voor distillatie geleverde hoeveelheden wijn samen naar de distilleerderij worden vervoerd, wordt de controle op de kenmerken ervan, en met name op de kwaliteit, de kleur of het alcoholgehalte, verricht overeenkomstig de door de Lid-Staten vastgestelde bepalingen. Artikel 10

1. Degenen voor wie de in artikel 41, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde verplichting geldt, kunnen, naast tafelwijn van eigen produktie, tafelwijn leveren die is gekocht van andere producenten die deze tafelwijn zelf hebben bereid.

Zij kunnen bovendien:

- de wijn distilleren in hun eigen installaties,

- de wijn laten distilleren in de installaties van een erkend loondistilleerder.

2. De tafelwijn wordt uiterlijk geleverd:

- op 31 augustus 1985 bij levering aan een distilleerderij,

- op 31 juli 1985 bij levering aan een bereider van distillatiewijn.

3. Behoudens het bepaalde in artikel 12, lid 3, mogen de in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatieverrichtingen niet plaatsvinden na 30 september 1985.

4. De distilleerders doen uiterlijk op de tiende van elke maand voor de voorafgaande maand, bij het interventiebureau een overzicht toekomen van de gedistilleerde hoeveelheden tafelwijn en van de door de distillatie verkregen hoeveelheden produkt, verdeeld volgens de categorieën bedoeld in artikel 3, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 2179/83.

Artikel 11

1. Aan de distilleerders kan steun worden toegekend op de in lid 2 bepaalde voorwaarden. Het bedrag van de steun wordt vastgesteld:

a) wanneer het distillatieprodukt voldoet aan de definitie van neutrale alcohol in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2179/83:

- op 1,55 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- op 2,57 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van soort R III,

- op 1,40 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A I,

- op 3,79 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A II,

- op 4,41 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A III;

b) wanneer het distillatieprodukt brandewijn van wijn is die voldoet aan de in de geldende nationale bepalingen vastgestelde kwaliteitseisen:

- op 1,44 Ecu per % vol alcohol en per hectoliter wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- op 2,46 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van soort R III,

- op 1,29 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A I,

- op 3,68 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A II,

- op 4,30 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A III;

c) wanneer het distillatieprodukt een distillaat of ruwe alcohol is, met een alcoholgehalte van ten minste 52 % vol:

- op 1,44 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- op 2,46 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van soort R III,

- op 1,29 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A I,

- op 3,68 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A II,

- op 4,30 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A III.

2. Distilleerders die de in lid 1 bedoelde steun wensen te ontvangen, dienen uiterlijk op 31 oktober 1985 de in artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde aanvraag en bijbehorende documenten in.

3. Het interventiebureau betaalt de in lid 1 bedoelde steun uiterlijk drie maanden na de indiening van de in lid 2 bedoelde aanvraag en bijbehorende documenten.

De distilleerder moet het interventiebureau vóór 1 februari 1986 het bewijs leveren dat hij de producent binnen de in artikel 8, lid 2, vastgestelde termijn die aankoopprijs voor de wijn heeft betaald.

Indien dit bewijs niet vóór 1 februari 1986 wordt geleverd, wordt de uitgekeerde steun door het interventiebureau teruggevorderd. Indien dit bewijs evenwel wordt geleverd na afloop van de gestelde termijn maar vóór 1 mei 1986, vordert het interventiebureau 20 % van de uitgekeerde steun terug.

Indien wordt geconstateerd dat de distilleerder de aankoopprijs niet heeft betaald aan de producent, keert het interventiebureau vóór 1 juni 1986 aan de producent een bedrag uit dat gelijk is aan de steun, eventueel via het interventiebureau van de Lid-Staat van de producent. Artikel 12

1. De produkten met een alcoholgehalte van ten minste 92 % vol worden aan het interventiebureau geleverd uiterlijk op 31 oktober 1985 of, in geval van toepassing van artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2179/83, op de door de bevoegde nationale instantie vastgestelde datum.

2. De door het interventiebureau aan de distilleerder te betalen prijs voor het geleverde produkt wordt vastgesteld:

- op 2,51 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- op 3,53 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van soort R III,

- op 2,36 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A I,

- op 4,75 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A II,

- op 5,37 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A III.

Indien de distilleerder de steun heeft ontvangen overeenkomstig artikel 11, wordt de in de eerste alinea bedoelde prijs verminderd met het bedrag van die steun.

Indien de distilleerder de in de tweede alinea bedoelde steun niet heeft ontvangen, is artikel 11, lid 2, mutatis mutandis van toepassing.

3. De in lid 2 bedoelde prijzen gelden voor neutrale alcohol die voldoet aan de definitie in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2179/83.

Voor andere alcohol worden de in lid 2 bedoelde prijzen verminderd met 0,11 Ecu per % vol zuivere alcohol en per hl.

4. Het interventiebureau betaalt de prijs aan de distilleerder uiterlijk drie maanden na de dag waarop de alcohol is geleverd.

Het bepaalde in artikel 11, lid 3, tweede, derde en vierde alinea, is mutatis mutandis van toepassing.

Artikel 13

1. In het in artikel 26, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde geval wordt het contract of de leveringsaangifte voor bereiding van distillatiewijn uiterlijk op 30 juni 1985 voor goedkeuring ingediend bij het bevoegde interventiebureau.

Het interventiebureau deelt aan de producent het resultaat van de goedkeuringsprocedure mede binnen vijftien dagen na de datum waarop het contract of de aangifte is ingediend.

2. De bereiding van de distillatiewijn mag niet na 31 augustus 1985 plaatsvinden.

3. De distillatiewijn mag eerst worden gedistilleerd na de goedkeuring van het contract of de aangifte, maar niet later dan 30 september 1985.

4. De bereiders sturen uiterlijk de tiende van elke maand aan het interventiebureau een overzicht toe van de hun in de voorafgaande maand geleverde hoeveelheden wijn.

5. Voor de tot distillatiewijn verwerkte wijn wordt aan de bereider steun toegekend. Deze steun, berekend per hl en per % vol effectief alcoholgehalte van de wijn vóór verwerking tot distillatiewijn, wordt vastgesteld:

- op 1,41 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van de soorten R I en R II,

- op 2,41 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit rode tafelwijn van soort R III,

- op 1,26 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A I,

- op 3,62 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A II,

- op 4,23 Ecu per % vol alcohol en per hl wanneer het is verkregen uit witte tafelwijn van soort A III.

Om de steun te ontvangen dient de bereider uiterlijk op 31 oktober 1985 bij het bevoegde interventiebureau de in artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde aanvraag en bijbehorende documenten in.

De steun wordt uitbetaald uiterlijk drie maanden na de datum waarop het bewijs is geleverd dat de in artikel 26, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2179/83 bedoelde waarborg is gesteld en, in ieder geval, na de datum waarop het contract of de aangifte is goedgekeurd.

6. Behoudens het bepaalde in artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 2179/83 wordt de waarborg slechts vrijgegeven indien uiterlijk op 28 februari 1986 het bewijs wordt geleverd:

- dat de totale in het contract of in de aangifte vermelde hoeveelheid wijn tot distillatiewijn is verwerkt en is gedistilleerd,

- dat de aankoopprijs voor de wijn aan de producent is betaald binnen de in artikel 8, lid 2, vastgestelde termijn.

Indien de in de eerste alinea bedoelde bewijzen niet uiterlijk op 28 februari 1986 worden geleverd, vordert het interventiebureau de steun terug van de bereider van de distillatiewijn.

Indien evenwel deze bewijzen worden geleverd na afloop van de gestelde termijn maar vóór 1 juni 1986, vordert het interventiebureau 20 % van de uitgekeerde steun terug. Indien wordt geconstateerd dat de bereider van distillatiewijn de aankoopprijs voor de wijn niet heeft betaald aan de producent, keert het interventiebureau vóór 1 juli 1986 aan de producent een bedrag uit dat gelijk is aan de steun, eventueel via het interventiebureau van de Lid-Staat van de producent.

Artikel 14

1. De Lid-Staten doen de Commissie uiterlijk de twintigste van elke maand voor de voorafgaande maand een overzicht toekomen waarin de volgende gegevens worden vermeld:

- de hoeveelheden tafelwijn die zijn gedistilleerd in het kader van de distillatie bedoeld in artikel 41 van Verordening (EEG) nr. 337/79,

- de hoeveelheden alcohol die aan de interventiebureaus zijn geleverd,

- de geproduceerde hoeveelheden brandewijn van wijn, alsmede de hoeveelheden alcohol die daarin aanwezig zijn,

- de hoeveelheden andere produkten met een alcoholgehalte van ten minste 52 % vol, waarvoor steun is aangevraagd.

2. Uiterlijk op 31 maart 1986 doen de Lid-Staten aan de Commissie mededeling van de gevallen waarin distilleerders of bereiders van distillatiewijn hun verplichtingen niet zijn nagekomen, alsmede van de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen.

Artikel 15

De in deze verordening bedoelde bedragen worden in nationale valuta omgerekend aan de hand van de representatieve koers die op 1 september 1984 van toepassing was in de wijnsector.

Artikel 16

De in artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde referentieperiode, op basis waarvan de producenten al dan niet voor de interventiemaatregelen in aanmerking komen, loopt, voor wat de in artikel 41 van die verordening bedoelde verplichtingen voor het wijnoogstjaar 1984/1985 betreft, van 1 januari tot en met 31 augustus 1985.

Artikel 17

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 18 januari 1985.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 1.

(2) PB nr. L 115 van 1. 5. 1984, blz. 77.

(3) PB nr. L 212 van 3. 8. 1983, blz. 1.

(4) PB nr. L 255 van 25. 9. 1984, blz. 1.

(5) PB nr. L 194 van 24. 7. 1984, blz. 1.

(6) PB nr. L 231 van 29. 8. 1984, blz. 5.