31985D0008

85/8/EEG: Besluit van de Raad van 19 december 1984 betreffende een specifieke communautaire actie ter bestrijding van de armoede

Publicatieblad Nr. L 002 van 03/01/1985 blz. 0024 - 0025
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 1 Deel 2 blz. 0039
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 05 Deel 4 blz. 0129
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 1 Deel 2 blz. 0039
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 05 Deel 4 blz. 0129


*****

BESLUIT VAN DE RAAD

van 19 december 1984

betreffende een specifieke communautaire actie ter bestrijding van de armoede

(85/8/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat de Gemeenschap krachtens artikel 2 van het Verdrag tot taak heeft de harmonische ontwikkeling van de economische activiteit binnen de gehele Gemeenschap, een gestadige en evenwichtige expansie, een grotere stabiliteit, een toenemende verbetering van de levensstandaard en nauwere betrekkingen tussen de in de Gemeenschap verenigde staten te bevorderen;

Overwegende dat het nog steeds voorkomen van armoede in de Gemeenschap onverenigbaar is met voornoemde doelstelling;

Overwegende dat de sinds enkele jaren toenemende onzekerheid op het gebied van de werkgelegenheid, eveneens onverenigbaar is met die doelstelling;

Overwegende dat een economisch en sociaal beleid op nationaal niveau en communautaire maatregelen op werkgelegenheidsgebied een doeltreffende bijdrage tot de bestrijding van de armoede kunnen leveren door de strcuturele oorzaken ervan aan te pakken;

Overwegende dat, afgezien van de middelen ter bestrijding van de armoede waarvan bij de vaststelling van de verschillende communautaire beleidsvormen sprake kan zijn, een meer specifiek optreden van de Gemeenschap noodzakelijk is om voornoemde doelstelling te verwezenlijken;

Overwegende dat het Verdrag niet in de voor de aanneming van dit besluit vereiste bevoegdheden voorziet,

BESLUIT:

Artikel 1

1. De Commissie is gemachtigd een programma ter bestrijding van de armoede toe te passen ten einde deze bestrijding doeltreffender te maken en concrete acties ten uitvoer te leggen om kansarme personen te helpen en vast te stellen hoe de oorzaken van de armoede het best kunnen worden aangepakt en hoe de gevolgen in de Gemeenschap het best kunnen worden verlicht. Daartoe kan de Commissie:

a) verschillende soorten actie-onderzoekprojecten:

- die beogen nieuwe methoden uit te proberen en te ontwikkelen om personen in de Gemeenschap, die in armoede verkeren of dreigen te geraken, te helpen,

- die, voor zover mogelijk, met deelneming van de betrokkenen zijn uitgewerkt en verwezenlijkt, en

- die van bijzonder belang zijn voor de Gemeenschap, in die zin dat zij een oplossing bieden voor problemen die verscheidene Lid-Staten gemeen hebben,

stimuleren of financieel steunen;

b) de verspreiding en de uitwisseling van kennis, de cooerdinatie en de evaluatie van acties ter bestrijding van de armoede alsmede de overdracht van vernieuwende methoden tussen de Lid-Staten stimuleren of financieel steunen;

c) de regelmatige verspreiding en uitwisseling van vergelijkbare gegevens over armoede in de Gemeenschap stimuleren of financieel steunen.

2. Voor de toepassing van dit besluit worden onder personen die in armoede verkeren verstaan: mensen, gezinnen of groepen mensen wier middelen (materieel, cultureel en sociaal) zo beperkt zijn dat zij uitgesloten zijn van de minimaal aanvaardbare levenspatronen in de Lid-Staten waarin zij leven.

Artikel 2

Het bedrag dat voor de uitvoering van de in artikel 1 bedoelde maatregelen noodzakelijk wordt geacht beloopt 25 miljoen Ecu voor vier jaar (1985-1988).

In het kader van de elk jaar daartoe in de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen opgenomen kredieten kan financiële steun worden toegekend:

a) voor actie-onderzoekprojecten tot een maximum van 50 % van de werkelijke kosten binnen de grenzen van de gevraagde en goedgekeurde bijstand. In uitzonderlijke gevallen, en met name in uitzonderlijke gevallen in gebieden met ernstige problemen, kan dit plafond evenwel tot 55 % worden verhoogd;

b) voor de overige soorten activiteiten, indien deze van bijzonder belang zijn voor de gehele of een deel van de Gemeenschap, voor meer dan 50 % van de werkelijke kosten, binnen de grenzen van de gevraagde en goedgekeurde steun.

Artikel 3

1. De verzoeken om financiële bijstand van de Gemeenschap worden door de Lid-Staat of Lid-Staten op het grondgebied waarvan de projecten zullen worden uitgevoerd, goedgekeurd en bij de Commissie ingediend.

2. De Commissie stelt de Lid-Staten op de hoogte van haar besluit tot toekenning of weigering van de gevraagde financiële bijstand.

3. De financiële bijstand kan zowel aan overheids- als aan particuliere instellingen worden toegekend.

4. Indien de Commissie het initiatief neemt tot een actie-onderzoekproject of een studieproject, vraagt zij de instemming van de Lid-Staat of de Lid-Staten op het grondgebied waarvan het project zal worden uitgevoerd.

Artikel 4

1. De Commissie raadpleegt de vertegenwoordigers van de Regeringen van de Lid-Staten en, eventueel, hen die in het kader van de projecten met de cooerdinatie, de evaluatie en de verpreiding van kennis zijn belast, alsmede onafhankelijke deskundigen, over elk belangrijk vraagstuk met betrekking tot de toepassing van dit besluit.

2. De Commissie ziet erop toe dat de voor elk soort project verantwoordelijke instantie haar regelmatig verslag uitbrengt over de stand van zaken met betrekking tot het project en haar alle andere relevante informatie doet toekomen.

Artikel 5

De Commissie legt de Raad en het Europese Parlement eind 1987 een tussentijds verslag voor over de eerste beschikbare resultaten van de verschillende met financiële bijstand van de Gemeenschap verwezenlijkte projecten.

De Commissie dient bovendien zo spoedig mogelijk na de beëindiging van het programma een eindverslag in.

Artikel 6

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Het wordt van kracht op de vijfde dag volgende op die van zijn bekendmaking.

Gedaan te Brussel, 19 december 1984.

Voor de Raad

De Voorzitter

P. O'TOOLE

(1) PB nr. C 208 van 8. 8. 1984, blz. 10.

(2) PB nr. C 315 van 26. 11. 1984, blz. 88.

(3) Advies uitgebracht op 21/22 november 1984 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).