Verordening (EEG) nr. 3480/84 van de Commissie van 12 december 1984 tot wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2278/84 en (EEG) nr. 1687/76 wat de verkoop van interventieboter betreft bestemd om in de vorm van ,,ghee' ' te worden uitgevoerd
Publicatieblad Nr. L 326 van 13/12/1984 blz. 0013 - 0014
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 33 blz. 0025
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 33 blz. 0025
***** VERORDENING (EEG) Nr. 3480/84 VAN DE COMMISSIE van 12 december 1984 tot wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2278/84 en (EEG) nr. 1687/76 wat de verkoop van interventieboter betreft bestemd om in de vorm van »ghee" te worden uitgevoerd DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1557/84 (2), en met name op artikel 6, lid 7, Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2278/84 van de Commissie van 31 juli 1984 betreffende de verkoop tegen een bepaalde prijs van boter bestemd om in de vorm van »ghee" naar bepaalde bestemmingen te worden uitgevoerd en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1687/76 (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2815/84 (4), voorziet in de uitvoer van »ghee" naar bepaalde bestemmingen opgenomen in bijlage I van genoemde verordening; dat gebleken is dat andere derde landen belangstelling hebben voor de aankoop van »ghee" vervaardigd met inachtneming van de in Verordening (EEG) nr. 2278/84 vastgestelde voorschriften; dat bijlage I van genoemde verordening derhalve dient te vervallen; dat Verordening (EEG) nr. 1687/76 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3457/84 (6), dienovereenkomstig moet worden aangepast; Overwegende dat in bijlage II van Verordening (EEG) nr. 2278/84 produkten zijn opgenomen die moeten worden bijgemengd in het eindprodukt ten einde de »ghee" van andere uit boter vervaardigde produkten te kunnen onderscheiden; dat is gebleken dat »ghee" volgens de wetgeving van de meeste landen van invoer geen andere produkten dan die afgeleid van boter mag bevatten; dat bijgevolg aan de handelaren de zorg moet worden overgelaten om een produkt te leveren dat voldoet aan de wetgeving van het land van bestemming en de verplichting om andere dan van boter afkomstige produkten bij te mengen, moet worden ingetrokken; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 2278/84 wordt als volgt gewijzigd: 1. in artikel 1 worden de woorden »naar een van de in bijlage I vermelde bestemmingen" geschrapt; 2. artikel 8 wordt gelezen: »Artikel 8 De boter wordt in de in artikel 3 bedoelde bedrijven verwerkt tot »ghee" met ten minste 99,6 % botervet en een of meer bestanddelen die aan de »ghee" het aroma geven. Het eindprodukt moet de kenmerkende geur en smaak van »ghee" hebben."; 3. de bijlagen I en II vervallen. Artikel 2 In deel II van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1687/76 »Produkten waarvoor een ander gebruik en/of bestemming is voorgeschreven dan vermeld onder I" worden in punt 24 de woorden »naar bepaalde bestemmingen" geschrapt en wordt voetnoot (24) aangevuld met: »en PB nr. L 326 van 13. 12. 1984, blz. 13". Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 12 december 1984. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. (2) PB nr. L 150 van 6. 6. 1984, blz. 6. (3) PB nr. L 209 van 4. 8. 1984, blz. 8. (4) PB nr. L 264 van 5. 10. 1984, blz. 16. (5) PB nr. L 190 van 19. 7. 1976, blz. 1. (6) PB nr. L 319 van 8. 12. 1984, blz. 9.