31984R3398

Verordening (EEG) nr. 3398/84 van de Commissie van 3 december 1984 houdende afwijking van Verordening (EEG) nr. 2213/83 wat de kwaliteitsnormen voor uien betreft

Publicatieblad Nr. L 314 van 04/12/1984 blz. 0014 - 0014
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 32 blz. 0216
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 32 blz. 0216


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3398/84 VAN DE COMMISSIE

van 3 december 1984

houdende afwijking van Verordening (EEG) nr. 2213/83 wat de kwaliteitsnormen voor uien betreft

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1332/84 (2), en met name op artikel 2, lid 2, tweede alinea,

Overwegende dat de kwaliteitsnormen voor uien zijn vastgesteld in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2213/83 van de Commissie (3);

Overwegende dat zich bij de interpretatie van bepaalde kwaliteitsvoorschriften moeilijkheden voordoen en dat de ontwikkeling van de oogst- en de verpakkingstechnieken het niet mogelijk maakt om de vastgestelde criteria inzake de gaafheid van de laatste beschermende vliezen van de bollen in acht te nemen; dat bij de bepaling van de kwaliteitsnormen met deze situaties rekening moet worden gehouden; dat evenwel op de betrokken punten voldoende ervaring moet worden opgedaan vooraleer de normen definitief te wijzigen; dat het derhalve dienstig is om tijdelijk van de kwaliteitsnormen voor uien af te wijken zonder aan de kwaliteit van het produkt afbreuk te doen;

Overwegende dat de in deze verordening vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2213/83 worden in titel II »Kwaliteitsvoorschriften" de onderstaande afwijkende bepalingen opgenomen:

1. sub A »Minimumeisen": wordt het eerste streepje gelezen:

»- intact zijn;".

2. sub B »Indeling in klassen":

a) sub (i) »Klasse I": wordt de laatste alinea gelezen:

»Zijn evenwel toegestaan:

- lichte vlekken die het laatste perkamentachtige vlies dat het vruchtvlees beschermt op generlei wijze aantasten, op voorwaarde dat deze vlekken niet meer dan 1 / 5 van de oppervlakte van de bol bestrijken;

- oppervlakkige scheuren van de buitenste vliezen en gedeeltelijk ontbrekende buitenste vliezen, op voorwaarde dat het vruchtvlees beschermd is.";

b) sub (ii) »Klasse II": wordt de tweede zin van de laatste alinea gelezen:

»Zijn eveneens toegestaan:

- vlekken die het laatste perkamentachtige vlies dat het vruchtvlees beschermt op generlei wijze aantasten, op voorwaarde dat deze vlekken niet meer dan de helft van de oppervlakte van de bol bestrijken;

- scheuren in de buitenste vliezen en gedeeltelijk ontbrekende buitenste vliezen op maximaal 1 / 3 van de oppervlakte van de bol, op voorwaarde dat het vruchtvlees niet beschadigd is.";

c) sub (iii) »Klasse III": wordt het volgende streepje toegevoegd:

»- vlekken die het laatste perkamentachtige vlies dat het vruchtvlees beschermt op generlei wijze aantasten.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing tot en met 30 juni 1985.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 3 december 1984.

Voor de Commissie

Poul DALSAGER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 118 van 20. 5. 1972, blz. 1.

(2) PB nr. L 130 van 16. 5. 1984, blz. 1.

(3) PB nr. L 213 van 4. 8. 1983, blz. 13.