Verordening (EEG) nr. 3177/84 van de Raad van 13 november 1984 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1207/84 houdende bepalingen ter ondersteuning van de inkomens van kleine melkproducenten gedurende de melkprijsjaren 1984/1985 en 1985/1986
Publicatieblad Nr. L 298 van 16/11/1984 blz. 0006 - 0007
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 32 blz. 0193
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 32 blz. 0193
***** VERORDENING (EEG) Nr. 3177/84 VAN DE RAAD van 13 november 1984 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1207/84 houdende bepalingen ter ondersteuning van de inkomens van kleine melkproducenten gedurende de melkprijsjaren 1984/1985 en 1985/1986 DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1079/77 van de Raad van 17 mei 1977 inzake een medeverantwoordelijkheidsheffing en maatregelen ter verruiming van de markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1206/84 (2), inzonderheid op artikel 2 bis, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat in artikel 2 bis van Verordening (EEG) nr. 1079/77 is bepaald dat de Raad voor het melkprijsjaar 1984/1985 maatregelen vaststelt om de inkomens van de kleine melkproducenten te ondersteunen; Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1207/84 (3) de criteria voor de verlening van steun aan de kleine melkproducenten zijn vastgesteld; dat in artikel 2, lid 1, ervan is bepaald dat de steun wordt verleend aan elke producent die in het kalenderjaar 1983 minder melk heeft geleverd dan de gemiddelde hoeveelheid melk of melkequivalent die dat jaar per bedrijf in de Lid-Staat in de handel is gebracht; dat moet worden bepaald dat de steun ook wordt verleend aan kleine producenten die melk zijn beginnen te leveren na het begin van het kalenderjaar 1983; Overwegende dat bepaalde melkproducenten zijn vrijgesteld van de betaling van de medeverantwoordelijkheidsheffing; dat, gelet op, enerzijds, het doel van de steun ten behoeve van de kleine producenten, waarmee met name wordt beoogd de last van de extra medeverantwoordelijkheidsheffing voor de kleine melkproducenten te verlichten, en anderzijds, de moeilijkheden om de producenten te identificeren die aan de in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1207/84 bedoelde voorwaarde voldoen, de Lid-Staten dienen te worden gemachtigd geen steun te verlenen aan producenten die niet onderworpen zijn aan de medeverantwoordelijkheidsheffing; dat de gevallen van vrijstelling van de heffing, in het bijzonder voor de berggebieden overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Richtlijn 75/268/EEG (4), namelijk betrekking hebben op een relatieve verscheidenheid van structuren op het gebied van de melkproduktie; dat de Lid-Staten, door de mogelijkheid om geen steun te verlenen aan kleine producenten die niet onderworpen zijn aan die heffing, rekening moeten kunnen houden met de werkelijke produktiegegevens van de betrokken gebieden ten einde de steun voor te behouden voor bedrijfshoofden voor wie de melkproduktie een onontbeerlijke bron van inkomen vormt, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1207/84 wordt als volgt gewijzigd: 1. lid 4 wordt vervangen door: »4. De Lid-Staten mogen besluiten geen steun te verlenen: - aan producenten die in 1983, of bij toepassing van lid 6, tijdens het eerste produktiejaar, minder dan 15 000 kg melk of melkequivalent hebben geleverd, - aan producenten die niet aan de in artikel 2, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 1079/77 bedoelde medeverantwoordelijkheidsheffing zijn onderworpen."; 2. het volgende lid wordt toegevoegd: »6. De steun wordt ook verleend aan elke producent die met de levering is begonnen of opnieuw is begonnen na het begin van het kalenderjaar 1983, vóór een door de betrokken Lid-Staat bepaalde datum voor elk van de twee in artikel 1 bedoelde melkprijsjaren, en die gedurende het eerste produktiejaar een geconstateerde, of eventueel geraamde, hoeveelheid heeft geleverd die lager is dan de gemiddelde hoeveelheid melk of melkequivalent die in het kalenderjaar 1983 per bedrijf in de Lid-Staat is geleverd. Lid 2 en lid 3 zijn in het kader van dit lid van toepassing.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 13 november 1984. Voor de Raad De Voorzitter A. DEASY (1) PB nr. L 131 van 26. 5. 1977, blz. 6. (2) PB nr. L 115 van 1. 5. 1984, blz. 73. (3) PB nr. L 115 van 1. 5. 1984, blz. 74. (4) PB nr. L 128 van 19. 5. 1975, blz. 1.