31984R2178

Verordening (EEG) nr. 2178/84 van de Raad van 23 juli 1984 houdende derde wijziging van Verordening (EEG) nr. 171/83 houdende bepaalde technische maatregelen voor het behoud van de visbestanden

Publicatieblad Nr. L 199 van 28/07/1984 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 04 Deel 3 blz. 0062
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 04 Deel 3 blz. 0062


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2178/84 VAN DE RAAD

van 23 juli 1984

houdende derde wijziging van Verordening (EEG) nr. 171/83 houdende bepaalde technische maatregelen voor het behoud van de visbestanden

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 170/83 van de Raad van 25 januari 1983 tot instelling van een communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden (1), inzonderheid op artikel 11,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat het naar luid van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 170/83 aan de Raad is op grond van wetenschappelijke adviezen en met name van het verslag van het Wetenschappelijk en Technisch Comité voor de visserij de instandhoudingsmaatregelen uit te werken die noodzakelijk zijn om de in artikel 1 van die verordening aangegeven doelstellingen te bereiken;

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 171/83 (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1637/84 (3), algemene voorschriften zijn vastgesteld voor de visserij op de levende rijkdommen in de wateren van de Gemeenschap;

Overwegende dat moet worden voorgeschreven hoe krabben en spinkrabben moeten worden gemeten;

Overwegende dat de vereenvoudigde procedure van artikel 19 van Verordening (EEG) nr. 171/83 kan worden toegepast voor de vaststelling van het gesloten seizoen voor de sprot- en haringvisserij in bepaalde wateren van het Verenigd Koninkrijk en dat de specifieke bepaling ter zake kan worden ingetrokken;

Overwegende dat moet worden voorzien in een soepeler regeling voor de invoering van strengere nationale instandhoudingsmaatregelen die in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving en het gemeenschappelijk visserijbeleid en die uitsluitend gelden voor de vissers van de betrokken Lid-Staat,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 171/83 wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 11, lid 4, wordt vervangen door:

»4. De maat van vis wordt gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin.

De maat van langoestines en kreeften wordt uitgedrukt in de lengte van het kopborststuk (cephalothorax), evenwijdig aan de middellijn gemeten, vanaf de achterkant van een oogkas tot aan de verste rand van het kopborststuk en in de totale lengte, gemeten vanaf de punt van het rostrum tot aan het achterste uiteinde van het telson, met uitsluiting van de setae (borstelharen). Een langoestine of kreeft wordt als ondermaats beschouwd indien de lengte van het kopborststuk of de totale lengte minder bedraagt dan de vastgestelde minimumlengte.

De maat van krabben wordt uitgedrukt in de maximumbreedte van het kopborststuk, loodrecht gemeten op de middellijn.

De maat van spinkrabben wordt uitgedrukt in de lengte van het kopborststuk (cephalothorax), langs de middellijn gemeten, te beginnen bij de punt van het rostrum tot aan de verste rand van het kopborststuk.

De maat van weekdieren is gelijk aan de grootste afmetingen van de schelp.

Wanneer uitsluitend staarten van langoestines worden aangevoerd, mag de lengte worden uitgedrukt in de lengte van de staart. In dat geval wordt de lengte van de staart gemeten in millimeters, van de voorkant van het eerste segment van de staart tot aan het achterste uiteinde van het telson, met uitsluiting van de setae (borstelharen). De staart wordt plat gemeten, zonder daarbij de segmenten uit te rekken.";

2. artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 2 vervalt;

b) de leden 3 en 4 worden onderscheidelijk de leden 2 en 3;

3. artikel 20, lid 1, wordt vervangen door:

»1. Deze verordening is van toepassing onverminderd de alleen voor vissers van de betrokken Lid-Staat geldende nationale technische maatregelen die strenger zijn dan de minimumeisen van deze verordening en die hetzij een beter beheer of een betere benutting van de vis, schaal- en weekdieren ten doel hebben zodat de hoeveelheid van de gevangen soorten kan worden beperkt en de kwaliteit ervan worden verbeterd, hetzij betrekking hebben op soorten en gebieden waarvoor geen specifieke maatregelen in deze verordening zijn opgenomen, op voorwaarde dat bedoelde maatregelen verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en stroken met het gemeenschappelijk visserijbeleid.";

4. in bijlage VI wordt de minimummaat van »26 cm (totale lengte)" voor kreeft (Hommarus gammarus) in gebied 2, behalve Skagerrak en Kattegat, vervangen door »24 cm (totale lengte)";

5. bijlage VII vervalt.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 23 juli 1984.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. O'KEEFFE

(1) PB nr. L 24 van 27. 1. 1983, blz. 1.

(2) PB nr. L 24 van 27. 1. 1983, blz. 14.

(3) PB nr. L 156 van 13. 6. 1984, blz. 1.