31984R2097

Verordening (EEG) nr. 2097/84 van de Commissie van 20 juli 1984 betreffende de betaling van een voorlopige financiële vergoeding voor krenten en rozijnen van de oogst 1981

Publicatieblad Nr. L 193 van 21/07/1984 blz. 0023 - 0024


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2097/84 VAN DE COMMISSIE

van 20 juli 1984

betreffende de betaling van een voorlopige financiële vergoeding voor krenten en rozijnen van de oogst 1981

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 516/77 van de Raad van 14 maart 1977 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector van op basis van groenten en fruit verwerkte produkten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 988/84 (2),

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2194/81 van de Raad van 27 juli 1981 houdende algemene voorschriften voor de produktiesteunregeling voor rozijnen en krenten en gedroogde vijgen (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2057/84 (4), en met name op artikel 14,

Overwegende dat in artikel 10, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2194/81 is bepaald dat voor door de opslagbureaus aangekochte krenten, rozijnen en gedroogde vijgen een financiële vergoeding kan worden verleend; dat in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2425/81 van de Commissie van 20 augustus 1981 houdende uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor rozijnen, krenten en gedroogde vijgen (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3334/83 (6), is bepaald dat voor de verkochte hoeveelheid produkt een financiële vergoeding wordt uitgekeerd;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2194/81, voor de in voorraad blijvende hoeveelheid opslagsteun wordt verleend; dat de opslagsteun de technische opslagkosten en de op grond van de aankoopprijs berekende rentekosten dekt; dat de gedroogde vruchten van de oogst 1981 momenteel alleen voor bijzondere doeleinden kunnen worden verkocht; dat bekend is dat de verkoopprijs van de produkten lager is dan de aankoopprijs; dat door betaling van een voorlopige financiële vergoeding die met dat prijsverschil overeenkomt, de uitgaven voor opslagsteun zouden verminderen; dat het prijsverschil op grond van de tot dusver opgedane ervaring kan worden geraamd;

Overwegende dat de uit te keren voorlopige financiële vergoeding moet worden berekend op basis van de hoeveelheden produkten die daadwerkelijk in voorraad zijn; dat een voorraadopneming moet worden uitgevoerd; dat om administratieve redenen voor produkten die reeds zijn verkocht maar nog niet door de kopers zijn afgehaald, geen voorlopige financiële vergoeding zou mogen worden uitgekeerd;

Overwegende dat dank zij de voorraadopneming de verliezen tijdens de opslag zullen kunnen worden bepaald; dat de financiële vergoeding voor natuurlijke verliezen als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1325/84 van de Commissie van 14 mei 1984 houdende uitvoeringsbepalingen voor de vaststelling van de financiële vergoeding voor krenten, rozijnen en gedroogde vijgen voor een bepaald verkoopseizoen (7) betaalbaar zou moeten worden na de voorraadopneming en dat een aanvraag voor financiële vergoeding van de verliezen ten gevolge van een te lange opslag in behandeling dient te worden genomen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor op basis van groenten en fruit verwerkte produkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De opslagbureaus voeren voor in het kader van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2194/81 in de verkoopseizoenen 1981/1982 en 1982/1983 gekochte krenten, rozijnen en gedroogde vijgen een fysieke voorraadopneming uit van de hoeveelheden die op 31 juli 1984 om 24.00 uur plaatselijke tijd in voorraad zijn.

2. De opslagbureaus delen de bevoegde instanties uiterlijk op 15 augustus 1984 voor de in de verkoopseizoenen 1981/1982 en 1982/1983 gekochte krenten, rozijnen en gedroogde vijgen de volgende gegevens mede:

a) de totale hoeveelheden gedroogde vruchten die zijn gekocht;

b) de in lid 1 bedoelde hoeveelheid, onderverdeeld in

(i) reeds verkochte, maar nog niet door de koper afgehaalde krenten en rozijnen,

(ii) krenten en rozijnen die nog niet zijn verkocht en

(iii) gedroogde vijgen;

c) elke hoeveelheid als bedoeld in artikel 2, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1325/84;

d) de hoeveelheid die tijdens de opslag verloren is gegaan, onderverdeeld zoals aangegeven in artikel 2, leden 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 1325/84.

De gegevens moeten worden onderverdeeld naar klasse en afzonderlijk voor elk verkoopseizoen worden verstrekt.

Artikel 2

1. Voor de in artikel 1, lid 2, sub b, (ii), bedoelde hoeveelheden krenten en rozijnen, die tijdens het verkoopseizoen 1981/1982 zijn gekocht, betalen de bevoegde instanties, na de in artikel 1, lid 2, bedoelde gegevens te hebben geverifieerd, een voorlopige financiële vergoeding van 111 Ecu per 100 kg nettogewicht.

Op dit bedrag zal de coëfficiënt worden toegepast die voor de aan de producent te betalen minimumprijs geldt en het zal in voorkomend geval worden aangepast overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1325/84.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1325/84 mag het opslagbureau in de in artikel 1, lid 2, bedoelde mededeling verzoeken om een financiële vergoeding overeenkomstig artikel 2, leden 2 en 4, van die verordening.

Artikel 3

Voor de in artikel 2, lid 1, bedoelde hoeveelheden wordt

a) de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2194/81 bedoelde opslagsteun met ingang van 1 augustus 1984 vastgesteld op 0,047 Ecu per 100 kg voor sultaninerozijnen van klasse 4 per week dat die zijn opgeslagen;

b) de financiële vergoeding die overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2425/81 en artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1325/84 moet worden betaald, verminderd met het voorlopige bedrag dat uit hoofde van de onderhavige verordening is betaald.

Artikel 4

De Lid-Staten doen uiterlijk op 15 september 1984 aan de Commissie mededeling van de totale hoeveelheid als bedoeld in artikel 1, lid 2, onderverdeeld zoals in dat lid is voorgeschreven.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 20 juli 1984.

Voor de Commissie

Poul DALSAGER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 73 van 21. 3. 1977, blz. 1.

(2) PB nr. L 103 van 16. 4. 1984, blz. 11.

(3) PB nr. L 214 van 1. 8. 1981, blz. 1.

(4) PB nr. L 191 van 19. 7. 1984, blz. 4.

(5) PB nr. L 240 van 24. 8. 1981, blz. 1.

(6) PB nr. L 330 van 26. 11. 1983, blz. 18.

(7) PB nr. L 129 van 15. 5. 1984, blz. 13.