Verordening (EEG) nr. 3676/83 van de Commissie van 23 december 1983 betreffende het openen van de mogelijkheid tot het sluiten van langlopende contracten voor de particuliere opslag van bepaalde soorten tafelwijn voor het wijnoogstjaar 1983/1984
Publicatieblad Nr. L 366 van 28/12/1983 blz. 0047 - 0050
***** VERORDENING (EEG) Nr. 3676/83 VAN DE COMMISSIE van 23 december 1983 betreffende het openen van de mogelijkheid tot het sluiten van langlopende contracten voor de particuliere opslag van bepaalde soorten tafelwijn voor het wijnoogstjaar 1983/1984 DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1595/83 (2), en met name op artikel 7, lid 6, artikel 9, lid 5, en artikel 65, Overwegende dat overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 337/79 vóór 10 december van elk jaar een produktie- en behoeftenraming moet worden opgesteld; dat op grond van de produktie- en behoeftenraming moet kunnen worden uitgemaakt welke de beschikbare hoeveelheden en de behoeften van de Gemeenschap zijn voor tafelwijn en v. q. p. r. d.; dat de gegevens niet tijdig konden worden verzameld om de produktie- en behoeftenraming vóór de vastgestelde datum formeel op te stellen; dat uit de beschikbare gegevens evenwel blijkt dat de aan het begin van het wijnoogstjaar beschikbare hoeveelheden tafelwijn het normale gebruik met meer dan vier maanden overschrijden; dat derhalve, om te voorkomen dat de maatregelen inzake opslag op lange termijn hun doeltreffendheid verliezen in verband met een vertraging bij het openen van de mogelijkheid tot het sluiten van de desbetreffende contracten, moet worden bepaald dat deze mogelijkheid kan worden geopend zelfs voordat de produktie- en behoeftenraming formeel is opgesteld; Overwegende dat uit de beschikbare gegevens blijkt dat er voor alle soorten tafelwijn, alsmede voor tafelwijn die in nauw economisch verband staat met deze soorten tafelwijn, overschotten bestaan; dat moet worden bepaald dat voor deze soorten tafelwijn langlopende contracten kunnen worden gesloten; Overwegende dat in artikel 9, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 337/79 is bepaald dat voor langlopende contracten het steunbedrag met ten hoogste 20 % kan worden verhoogd; dat, gelet op de omstandigheden in dit wijnoogstjaar en met name op de beschikbare hoeveelheden waardoor het sluiten van langlopende opslagcontracten mogelijk wordt gemaakt, de steunbedragen bedoeld in artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 1059/83 van de Commissie van 29 april 1983 betreffende de opslagcontracten voor tafelwijn, druivemost, geconcentreerde druivemost en gerectificeerde geconcentreerde druivemost (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2405/83 (4), met 10 % dienen te worden verhoogd; dat het evenwel wenselijk is het steunbedrag met 20 % te verhogen voor tafelwijnen waarvan de kwaliteit beter is dan de gemiddelde kwaliteit van de tafelwijnen waarvoor langlopende opslagcontracten kunnen worden gesloten en waarvan de prijs bijgevolg hoger is; Overwegende dat, ten einde de markt gedurende langere tijd te kunnen ontlasten en nieuwe moeilijkheden na het aflopen van de reeds gesloten kortlopende contracten te voorkomen, dient te worden toegestaan dat een langlopend opslagcontract wordt gesloten voor wijn waarvoor een kortlopend opslagcontract werd gesloten voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening; Overwegende dat het voor de toepassing van artikel 12 bis van Verordening (EEG) nr. 337/79 nodig is de maximumhoeveelheid tafelwijn te kennen waarvoor een opslagcontract is gesloten en die in aanmerking komt voor de in dat artikel bedoelde distillatie; dat dientengevolge moet worden bepaald dat de producenten de interventiebureaus de nodige gegevens moeten doen toekomen; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor wijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Er kunnen voor de periode van 16 december 1983 tot en met 15 februari 1984 langlopende opslagcontracten worden gesloten voor alle soorten tafelwijn, alsmede voor tafelwijn die in nauw economisch verband staat met deze soorten tafelwijn, mits de wijn aan de volgende voorwaarden voldoet: 1.2 // I. Witte wijn // // a) effectief alcoholgehalte: // ten minste 10 % vol // b) totaal gehalte aan zuren (uitgedrukt in wijnsteenzuur): // ten minste 4,5 g/l // c) gehalte aan vluchtige zuren: // ten hoogste 9 milli-equivalenten/l // d) gehalte aan zwaveldioxyde: // ten hoogste 155 mg/l // e) totaal gehalte aan residusuiker: // ten hoogste 2,5 g/l // f gedrag bij contact met de lucht: // goed gedurende 24 uur // g) geen slechte smaak. // // II. Rode wijn // // a) Effectief alcoholgehalte: // ten minste 10 % vol // b) totaal gehalte aan zuren (uitgedrukt in wijnsteenzuur): // // - voor wijn met een effectief alcoholgehalte van minder dan 11 % vol: // ten minste 5 g/l // - voor wijn met een effectief alcoholgehalte van 11 % vol of meer: // ten minste 4,5 g/l // c) gehalte aan vluchtige zuren: // // - wijn met een alcoholgehalte van minder dan 12,5 % vol: // ten hoogste 12 milli-equivalenten/l // - wijn met een alcoholgehalte gelijk aan of hoger dan 12,5 % vol: // ten hoogste 14 milli-equivalenten/l // d) gehalte aan zwaveldioxyde: // ten hoogste 120 mg/l // e) gehalte aan residusuiker: // ten hoogste 2,5 g/l // f) gedrag bij contact met de lucht: // goed gedurende 24 uur // g) geen slechte smaak // // h) geen hybriden. // Rosé wijnen moeten beantwoorden aan de voorwaarden zoals hierboven voorgeschreven voor rode wijnen, behalve, wat het zwaveldioxyde betreft, waarvoor het maximumgehalte hetzelfde is als het maximumgehalte dat voor witte wijnen is vastgesteld. De sub a), d) en e) bedoelde voorwaarden gelden echter niet voor tafelwijn van de soorten R III, A II en A III. Artikel 2 Het in artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 1059/83 bedoelde steunbedrag wordt voor de in artikel 1 bedoelde opslagcontracten met 10 % verhoogd. Het steunbedrag wordt echter met 20 % verhoogd voor tafelwijn die aan de volgende voorwaarden voldoet: 1.2 // I. Witte wijn // // a) effectief alcoholgehalte: // ten minste 11 % vol // b) totaal gehalte aan zuren uitgedrukt in wijnsteenzuur: // ten minste 4,5 g/l // c) gehalte aan vluchtige zuren: // ten hoogste 8 milli-equivalenten/l // d) gehalte aan zwaveldioxyde: // ten hoogste 135 mg/l // e) gehalte aan residusuiker: // ten hoogste 2 g/l // f) gedrag bij contact met de lucht: // goed gedurende 24 uur // g) geen slechte smaak. // // II. Rode wijn // // a) effectief alcoholgehalte: // ten minste 11 % vol // b) totaal gehalte aan zuren (uitgedrukt in wijnsteenzuur): // ten minste 4,5 g/l // c) gehalte aan vluchtige zuren: // ten hoogste 11 milli-equivalenten/l // d) totaal gehalte aan zwaveldioxyde; // ten hoogste 95 mg/l // e) gehalte aan residusuiker: // ten hoogste 2 g/l // f) gedrag bij contact met de lucht: // goed gedurende 24 uur // g) geen slechte smaak // // h) geen hybriden. // Rosé wijnen moeten beantwoorden aan de voorwaarden zoals hierboven voorgeschreven voor rode wijnen, behalve wat het zwaveldioxyde betreft, waarvoor het maximumgehalte hetzelfde is als het maximumgehalte dat voor de witte wijnen is vastgesteld. De sub a), d) en e) bedoelde voorwaarden gelden evenwel niet voor tafelwijn van de soorten R III, A II en A III. Artikel 3 De voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening afgesloten kortlopende opslagcontracten die na 15 februari 1984 aflopen, worden op verzoek van de betrokkene geannuleerd voor de hoeveelheid waarvoor de betrokkene tegelijkertijd een langlopend opslagcontract afsluit. In dat geval blijft voor de op deze wijze onder een langlopend contract opgeslagen hoeveelheid het recht op steun voor de opslag op korte termijn bestaan voor de periode tijdens welke die hoeveelheid onder een dergelijk contract was opgeslagen. Artikel 4 1. De producenten die, binnen de grenzen bedoeld in artikel 5, lid 1, eerste alinea, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 1059/83, een langlopend opslagcontract wensen te sluiten voor tafelwijn stellen het interventiebureau, bij de indiening van de aanvraag tot sluiting van het contract, in kennis van de totale hoeveelheid tafelwijn die zij voor het lopende wijnnoogstjaar hebben geproduceerd. Te dien einde legt de producent over: - voor de door verwerking van verse druiven verkregen wijn: een afschrift van de overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2408/83 van de Commissie (1) opgestelde oogstopgave(n) of produktieopgave(n) of een door de bevoegde instantie afgegeven gelijkwaardige verklaring; - voor de door de verwerking van druivemost of gedeeltelijk gegiste druivemost verkregen wijn: een afschrift van de produktieopgave(n) of, bij gebreke daarvan, een afschrift van het geleidedocument of de geleidedocumenten die zijn opgemaakt voor het vervoer, tot de wijnbereidingsinstallaties, van de produkten die hij heeft gekocht. Voor tafelwijn van de soorten A II, A III en R III mogen de in de vorige alinea, eerste streepje, genoemde documenten worden vervangen door een door de bevoegde instantie geviseerd uittreksel uit de boekhouding. 2. De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk 10 mei 1984 de maximumhoeveelheid wijn mede waarvoor langlopende opslagcontracten zijn gesloten en die in aanmerking komt voor de distillatie bedoeld in artikel 12 bis, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 337/79. Artikel 5 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 16 december 1983. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 23 december 1983. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 1. (2) PB nr. L 163 van 22. 6. 1983, blz. 48. (3) PB nr. L 116 van 30. 4. 1983, blz. 77. (4) PB nr. L 236 van 26. 8. 1983, blz. 12. (1) PB nr. L 236 van 26. 8. 1983, blz. 21.