Verordening (EEG) nr. 3432/83 van de Commissie van 2 december 1983 inzake de verkoop van in het bezit van de interventiebureaus zijnde zachte tarwe met het oog op gebruik als diervoeder en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1687/76
Publicatieblad Nr. L 338 van 03/12/1983 blz. 0020 - 0022
***** VERORDENING (EEG) Nr. 3432/83 VAN DE COMMISSIE van 2 december 1983 inzake de verkoop van in het bezit van de interventiebureaus zijnde zachte tarwe met het oog op gebruik als diervoeder en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1687/76 DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1451/82 (2), en met name op artikel 8, lid 4, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1055/77 van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de opslag en het verkeer van door interventiebureaus aangekochte produkten (3), en met name op artikel 4, Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1146/76 van de Raad van 17 mei 1976 inzake bijzondere en speciale interventiemaatregelen in de sector granen (4) de ter zake geldende algemene voorschriften zijn vastgesteld; Overwegende dat de markt voor zachte tarwe thans wordt gekenmerkt door een steeds groter wordend gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod, dat heeft bijgedragen tot de aankoop in interventie van bijzonder grote hoeveelheden in het verkoopseizoen 1982/1983; dat het nog voortdurende effect van dit gebrek aan evenwicht en de vrij grote oogst aan zachte tarwe in het verkoopseizoen 1983/1984 ertoe leiden dat in de Gemeenschap de omvang van de interventievoorraden in deze graansoort aanzienlijk toeneemt; Overwegende dat de toeneming van de voorraden zachte tarwe in samenhang met de begrotingsproblemen tot ernstige verstoringen in de werking van de gemeenschappelijke marktordening zou kunnen leiden, met name bij de interventie; Overwegende dat het in verband met dit vooruitzicht nodig is voor de bij de interventiebureaus aanwezige voorraden zachte tarwe op de markt van de Gemeenschap afzetmogelijkheden te vinden; dat die mogelijkheden in de sector diervoeding bestaan, vooral gezien de voorzieningssituatie voor grondstoffen; Overwegende dat de beoogde maatregel vóór het begin van het verkoopseizoen 1984/1985 zijn volledige uitwerking moet hebben; Overwegende dat de beschikbaarstelling van de interventievoorraden vaststelling van de betrokken hoeveelheden en Lid-Staten vereist; dat deze vaststelling forfaitair moet geschieden, rekening houdend met de bestaande voorraden; dat de in Ierland en Italië bestaande voorraden reeds in het kader van onderscheidenlijk Verordening (EEG) nr. 1658/83 (5) en Verordening (EEG) nr. 2794/83 (6) van de Commissie voor afzet in de sector diervoeding zijn bestemd; Overwegende dat het dienstig is dat deze verkoop plaatsvindt overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1836/82 van de Commissie van 7 juli 1982 tot vaststelling van de procedure en de voorwaarden voor de verkoop van graan door de interventiebureaus (7), met inachtneming evenwel van enige bijzondere bepalingen om een en ander in overeenstemming met het beoogde doel te doen verlopen; Overwegende dat er, in het bijzonder met het oog op het voorgeschreven gebruik van de betrokken tarwe, bijzondere prijsvoorwaarden moeten worden vastgesteld; dat daardoor de spanning op de graanmarkt moet kunnen afnemen, terwijl tevens verslechtering van deze markt wordt voorkomen; dat het voorts met het oog op de bijzondere prijsvoorwaarden dienstig lijkt te voorzien in het stellen van een waarborg ten einde zeker ervan te zijn dat de kopers die van die voorwaarden genieten, het voorgeschreven gebruik in acht nemen; Overwegende dat, ter vergemakkelijking van de controle op het gebruik van het door de interventiebureaus te koop aan te bieden graan, de minimumhoeveelheid waarop moet worden geboden, op 100 ton dient te worden gesteld; Overwegende dat voorts voor de controle de bij Verordening (EEG) nr. 1687/76 van de Commissie van 30 juni 1976 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van de produkten uit interventie (8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2794/83, vastgestelde bepalingen gelden; dat het echter wenselijk is die bepalingen stringenter te maken; dat daartoe dient te worden voorzien in een systematische controle van de boekhouding en in een controle ter plaatse die eventueel steekproefsgewijs wordt uitgevoerd; dat voorts dient te worden bepaald dat de betrokken granen een behandeling moeten ondergaan die identificatie ervan mogelijk maakt; Overwegende dat de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1687/76 in verband met het bij de onderhavige verordening voorgeschreven bijzondere gebruik moet worden gewijzigd; Overwegende dat het Comité van beheer voor granen geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. De interventiebureaus van de in lid 2 genoemde Lid-Staten houden inschrijvingen voor de verkoop op de interne markt van zachte tarwe van bakkwaliteit met het oog op het gebruik ervan in diervoeder. 2. De hoeveelheden waarvoor inschrijvingen worden gehouden zijn binnen de hierna genoemde grenzen uit interventievoorraden beschikbaar in de volgende Lid-Staten: - België: 180 000 ton - Denemarken: 200 000 ton - Duitsland: 460 000 ton - Frankrijk: 700 000 ton - Griekenland: 190 000 ton - Nederland: 120 000 ton - Verenigd Koninkrijk: 150 000 ton. 3. Onverminderd de bijzondere bepalingen van deze verordening zijn de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1836/82 op de in lid 1 bedoelde verkoop van toepassing. 4. In de in lid 2 voor België vermelde hoeveelheid is 150 000 ton begrepen die door het Franse interventiebureau in Gent is opgeslagen. Deze hoeveelheden worden door genoemd interventiebureau verkocht. Artikel 2 De verkoop van de in artikel 1 bedoelde zachte tarwe vindt plaats volgens de procedure van de permanente inschrijving. Inschrijving staat open in de periode van december 1983 tot en met eind februari 1984. De interventiebureaus houden ten minste eenmaal per week deelinschrijvingen. Artikel 3 1. In afwijking van artikel 5, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 1836/82 moet het aanvaarde bod in december 1983 ten minste overeenkomen met 205,39 Ecu per ton; deze prijs wordt in elk van de volgende maanden vermeerderd met het bedrag van een voor de referentieprijs vastgestelde maandelijkse verhoging. 2. Een bod kan slechts in aanmerking worden genomen, indien het op ten minste 100 ton betrekking heeft. Artikel 4 Onverminderd het bepaalde in artikel 13, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1836/82 is, ingeval de prijs van de offerte lager is dan de in de maand van de toewijzing van de inschrijving geldende, met 11,62 Ecu/ton verlaagde en met 1 % vermeerderde referentieprijs, de offerte slechts geldig, indien zij vergezeld gaat van de schriftelijke verbintenis van de inschrijver om: - uiterlijk twee werkdagen na de dag van ontvangst van de verklaring van toewijzing een waarborg te stellen die met het verschil tussen deze beide prijzen overeenkomt; - een voorraadboekhouding bij te houden, waarin de aangekochte hoeveelheden en het gebruik ervan worden vermeld alsmede, in geval van verkoop, naam en adres van de koper en de verkochte hoeveelheden. Deze waarborg wordt slechts vrijgegeven voor de hoeveelheden waarvoor degene aan wie is gegund, het bewijs levert dat zij vóór 1 augustus 1984 in diervoeding zijn gebruikt. Dit bewijs moet uiterlijk 31 december 1984 worden geleverd. Artikel 5 De in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1687/76 bedoelde controle moet een systematische controle van de boekhouding en een controle ter plaatse omvatten, welke laatste steekproefsgewijs kan worden uitgevoerd. Het betrokken interventiebureau kleurt de tarwe, zodat het produkt kan worden geïdentificeerd. De kleuring moet zo goedkoop mogelijk worden uitgevoerd. Artikel 6 Verordening (EEG) nr. 1687/76 wordt als volgt gewijzigd: In de bijlage, deel II »Produkten waarvoor een ander gebruik en/of bestemming is voorgeschreven dan vermeld onder I", wordt het volgende punt 21 met bijbehorende voetnoot toegevoegd: »21. Verordening (EEG) nr. 3432/83 van de Commissie van 2 december 1983 inzake de verkoop van in het bezit van de interventiebureaus zijnde zachte tarwe met het oog op gebruik als diervoeder (21): Bij verzending van zachte tarwe bestemd voor verwerking: - vak 104: bestemd voor verwerking (artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3432/83) - vak 106: datum waarop de zachte tarwe uit de interventievoorraden is genomen. (21) PB nr. L 338 van 3. 12. 1983, blz. 20.". Artikel 7 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 2 december 1983. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 281 van 9. 11. 1975, blz. 1. (2) PB nr. L 164 van 14. 6. 1982, blz. 1. (3) PB nr. L 128 van 24. 5. 1977, blz. 1. (4) PB nr. L 130 van 19. 5. 1976, blz. 9. (5) PB nr. L 162 van 22. 6. 1983, blz. 12. (6) PB nr. L 274 van 7. 10. 1983, blz. 18. (7) PB nr. L 202 van 9. 7. 1982, blz. 23. (8) PB nr. L 190 van 14. 7. 1976, blz. 1.