31983R2883

Verordening (EEG) nr. 2883/83 van de Commissie van 14 oktober 1983 tot tweede wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/81 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de monetaire compenserende bedragen

Publicatieblad Nr. L 283 van 15/10/1983 blz. 0014 - 0015
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 29 blz. 0071
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 29 blz. 0071


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2883/83 VAN DE COMMISSIE

van 14 oktober 1983

tot tweede wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/81 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de monetaire compenserende bedragen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 974/71 van de Raad van 12 mei 1971 betreffende bepaalde conjunctuurpolitieke maatregelen welke naar aanleiding van de tijdelijke verruiming van de fluctuatiemarges van de valuta's van sommige Lid-Staten dienen te worden genomen in de landbouwsector (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2025/83 (2), en met name op artikel 6,

Overwegende dat artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1371/81 van de Commissie (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2898/81 (4), de regels bepaalt welke van toepassing zijn op de onder de regeling actieve veredeling verkregen produkten;

Overwegende dat de voorschriften moeten worden gepreciseerd met betrekking tot de berekening van het monetaire compenserende bedrag:

- ingeval lid 4 van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1371/81 van toepassing is,

- ingeval produkten van de posten 17.02 of 21.07 F van het gemeenschappelijk douanetarief onder de regeling actieve veredeling worden verkregen uit granen of verwerkte granen en vervolgens worden gebruikt bij de vervaardiging van produkten die onder Verordening (EEG) nr. 3033/80 van de Raad (5) vallen,

- ingeval produkten die onder Verordening (EEG) nr. 3033/80 vallen worden gebruikt bij de vervaardiging van goederen die onder dezelfde verordening vallen;

Overwegende dat in artikel 19 van Verordening (EEG) nr. 1371/81 is bepaald dat geen monetaire compenserende bedragen worden geheven voor bepaalde leveringen van proviand voor bevoorrading; dat voorschriften moeten worden vastgesteld ten aanzien van de over te leggen bewijsstukken om aan te tonen dat de produkten de vastgestelde bestemming ook hebben bereikt;

Overwegende dat artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 1371/81 de Lid-Staten machtigt om geen monetaire compenserende bedragen toe te kennen of te heffen over produkten die tegelijkertijd ten invoer en ten wederuitvoer worden aangegeven; dat een ondoordachte toepassing van deze bepaling onterechte gevolgen kan hebben, vooral wanneer het monetaire compenserende bedrag vooraf is vastgesteld; dat een dergelijke toepassing van de betrokken bepaling dient te worden voorkomen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met de adviezen van alle betrokken Comités van beheer,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 1371/81 wordt gewijzigd als volgt:

1. In artikel 8:

a) wordt de volgende zin toegevoegd aan de eerste alinea van lid 4:

»Wanneer bij de berekening van het monetaire compenserende bedrag voor het verkregen produkt rekening is gehouden met een restitutie bij de produktie betreffende een in het verkregen produkt verwerkt basisprodukt wordt daarmee eveneens rekening gehouden bij de berekening van het in mindering te brengen bedrag.";

b) wordt lid 6 vervangen door de volgende leden 6, 7 en 8:

»6. Met betrekking tot verkregen goederen die onder Verordening (EEG) nr. 3033/80 vallen en die produkten bevatten van de posten 17.02 of 21.07 F van het gemeenschappelijk douanetarief, verkregen uit granen of verwerkte granen, worden, in afwijking van het bepaalde in lid 4, tweede alinea, de werkelijk gebruikte hoeveelheden basisprodukt en de in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 3034/80 vermelde theoretische hoeveelheden ingedeeld in de volgende twee categorieën:

- granen en verwerkte granen; lactose, suiker en suikerstroop;

- melk en zuivelprodukten, andere dan lactose.

7. Wanneer goederen als bedoeld in lid 5, tweede alinea, worden gebruikt bij de veredeling, worden met betrekking tot de in lid 4, tweede alinea, bedoelde vergelijking, de in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 3034/80 vermelde theoretische hoeveelheden beschouwd als de werkelijk gebruikte hoeveelheden basisprodukt.

8. De in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 3035/80 bedoelde certificaten inzake de vaststelling vooraf van de restitutie die betrekking hebben op basisprodukten mogen niet worden gebruikt, wanneer daarin het monetaire compenserende bedrag vooraf is vastgesteld.".

2. In artikel 15, lid 5, eerste alinea, wordt de laatste zin gelezen: »De bewijsstukken moeten een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte kopie of fotokopie van de invoeraangifte in de Lid-Staat van bestemming omvatten.".

3. Aan artikel 19 worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd:

»3. Met betrekking tot lid 1 moet, indien een produkt waarvoor de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld, voordat het de aangegeven bestemming bereikt, wordt vervoerd over het grondgebied van andere Lid-Staten dan die waar deze formaliteiten zijn vervuld, het bewijs dat het produkt zijn bestemming heeft bereikt worden geleverd door overlegging van het controle-exemplaar T nr. 5, afgegeven en gebruikt overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 223/77 en het bepaalde in deze verordening.

De vakken 101 en 103 van voornoemd exemplaar moeten worden ingevuld; vak 104 van dit exemplaar wordt ingevuld door de vermelding bij het eerste streepje te schrappen en bij het tweede streepje een van de volgende vermeldingen toe te voegen:

- »Levering voor bevoorrading - Verordening (EEG) nr. 1371/81",

- »Levering til proviantering - forordning (EOEF) nr. 1371/81",

- »Lieferung zur Bevorratung - Verordnung (EWG) Nr. 1371/81",

- »Promítheia gia trofodosía - Kanonismós (EOK) arith. 1371/81"

- »Supply for victualling - Regulation (EEC) No 1371/81",

- »Livraison pour l'avitaillement - règlement (CEE) no 1371/81",

- »Fornitura per approvvigionamento di bordo - regolamento (CEE) n. 1371/81".

4. Indien het controle-exemplaar, als gevolg van omstandigheden die niet aan de betrokkene zijn toe te rekenen, niet binnen drie maanden na afgifte is ontvangen bij het kantoor van vertrek of bij de centrale instantie, kan de exporteur bij de bevoegde dienst een met redenen omkleed en van bewijsstukken vergezeld verzoek indienen om andere bewijsstukken als gelijkwaardig te erkennen. Deze bewijsstukken omvatten een verklaring van het douanekantoor dat bevoegd is voor de controle op de betrokken bestemming waaruit blijkt dat de goederen de genoemde bestemming hebben bereikt.".

4. Artikel 20 wordt gelezen:

»Artikel 20

De Lid-Staten worden gemachtigd om geen monetaire compenserende bedragen toe te kennen of te heffen voor produkten die gelijktijdig ten invoer en ten wederuitvoer worden aangegeven, voor zover zulks niet leidt tot een ongerechtvaardigd voordeel of nadeel in verband met de toepassing van het systeem van de monetaire compenserende bedragen. In geval van gebruik van deze machtiging vergewissen de Lid-Staten zich ervan dat geen enkel monetair compenserend bedrag wordt toegepast.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 december 1983.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 14 oktober 1983.

Voor de Commissie

Poul DALSAGER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 106 van 12. 5. 1971, blz. 1.

(2) PB nr. L 199 van 22. 7. 1983, blz. 11.

(3) PB nr. L 138 van 25. 5. 1981, blz. 1.

(4) PB nr. L 287 van 8. 10. 1981, blz. 1.

(5) PB nr. L 323 van 29. 11. 1980, blz. 1.