Verordening (EEG) nr. 2800/83 van de Commissie van 6 oktober 1983 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2742/82 houdende beschermende maatregelen inzake de invoer van gedroogde druiven
Publicatieblad Nr. L 274 van 07/10/1983 blz. 0025 - 0026
***** VERORDENING (EEG) Nr. 2800/83 VAN DE COMMISSIE van 6 oktober 1983 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2742/82 houdende beschermende maatregelen inzake de invoer van gedroogde druiven DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 516/77 van de Raad van 14 maart 1977 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector van op basis van groenten en fruit verwerkte produkten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1088/83 (2), en met name op artikel 14, lid 2, Gelet op Verordening nr. 129 van de Raad inzake de waarde van de rekeneenheid en de wisselkoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2543/73 (4), en met name op artikel 3, Overwegende dat in artikel 2, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2742/82 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2186/83 (6), is bepaald dat de minimumprijs en de compenserende heffing, na te zijn omgerekend in de nationale munteenheid, worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt; Overwegende dat met deze vermenigvuldiging wordt beoogd te voorkomen dat de in de nationale munteenheid uitgedrukte minimumprijs tot verlegging van het handelsverkeer leidt; Overwegende dat de omrekeningskoers van sommige munteenheden van Lid-Staten, en met name die van de drachme, is gewijzigd; Overwegende dat zulks tot verlegging van het handelsverkeer kan leiden; dat dit gevaar moet worden afgewend door de geldende coëfficiënten aan te passen; Overwegende dat in artikel 5, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2742/82 is bepaald dat invoervergunningen vijfenzeventig dagen na hun afgifte geldig zijn; dat de ervaring uitwijst dat een langere geldigheidsduur beter zou aansluiten bij de gebruiken in de handel; dat verlenging mogelijk is zonder afbreuk te doen aan het doel dat met het stelsel van invoervergunningen wordt beoogd; dat de geldigheidsduur derhalve dient te worden verlengd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 2742/82 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, lid 3, wordt gelezen: »3. Nadat de minimumprijs en de compenserende heffing aan de hand van de representatieve koers in de nationale munteenheid zijn omgerekend, wordt dit verkregen bedrag vermenigvuldigd met de volgende coëfficiënt: DM: 0,892 Fl.: 0,932 dr.: 1,023 Bfr./Lfr.: 1,000 Ffr.: 1,059 lire: 1,016 Dkr.: 0,980 £: 0,925 Iers pond: 1,000". 2. Artikel 5, lid 4, wordt gelezen: »4. De invoervergunningen zijn geldig gedurende drie maanden vanaf de datum van afgifte.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 1, punt 2, is van toepassing vanaf 15 oktober 1983. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 6 oktober 1983. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 73 van 21. 3. 1977, blz. 1. (2) PB nr. L 118 van 5. 5. 1983, blz. 16. (3) PB nr. 106 van 30. 10. 1962, blz. 2553/62. (4) PB nr. L 263 van 19. 9. 1973, blz. 1. (5) PB nr. L 290 van 14. 10. 1982, blz. 28. (6) PB nr. L 210 van 2. 8. 1983, blz. 11.