Verordening (EEG) nr. 2193/83 van de Raad van 29 juli 1983 houdende aanvaarding van een prijsverbintenis, aangegaan in het kader van een nieuw onderzoek in de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van meststoffen van ureum-ammoniumnitraatoplossing van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika en houdende beëindiging van deze procedure
Publicatieblad Nr. L 211 van 03/08/1983 blz. 0001 - 0003
***** VERORDENING (EEG) Nr. 2193/83 VAN DE RAAD van 29 juli 1983 houdende aanvaarding van een prijsverbintenis, aangegaan in het kader van een nieuw onderzoek in de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van meststoffen van ureum-ammoniumnitraatoplossing van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika en houdende beëindiging van deze procedure DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 3017/79 van de Raad van 20 december 1979 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1580/82 (2), inzonderheid op artikel 10, Gezien het voorstel dat de Commissie heeft ingediend na overleg in het bij voornoemde verordening ingestelde Raadgevend Comité, Overwegende het volgende: A. Voorlopige maatregelen (1) Bij Verordening (EEG) nr. 290/83 (3) heeft de Commissie een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld op meststoffen van ureum-ammoniumnitraatoplossing van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika. Op verzoek van de betrokken exporteur is de geldigheid van dit recht bij Verordening (EEG) nr. 1366/83 (4) met ten hoogste twee maanden verlengd. B. Verder verloop van de procedure (2) Na de instelling van het voorlopige anti-dumpingrecht hebben de exporteur en een aantal van de betrokken communautaire producenten gevraagd door de Commissie te worden gehoord, welk verzoek is ingewilligd. De exporteur heeft zijn standpunt over het recht ook schriftelijk toegelicht. De exporteur heeft voorts verzocht op de hoogte te worden gebracht van bepaalde feiten en belangrijke overwegingen die ten grondslag lagen aan het voornemen om een definitieve maatregel aan te bevelen; dit verzoek is ingewilligd. C. Dumping (3) Toen de Commissie met het oog op de instelling van het voorlopige recht diende uit te maken wat het meest geschikte stadium was voor de vergelijking tussen normale waarde en uitvoerprijzen, heeft zij rekening gehouden met het feit dat Agrico aan vrijwel al zijn binnenlandse afnemers af terminal leverde; de betrokken opslagterminals liggen in gebieden met een hoog verbruik en worden meestal bevoorraad via een rechtstreekse pijpleiding vanaf de fabriek en ook wel per lichter of vrachtauto. Bij de voorlopige bepaling heeft de Commissie gesteld dat de exploitatiekosten van deze terminal uit de aard der zaak algemene kosten waren en er voor deze kosten derhalve geen correctie kon worden uitgevoerd. (4) De exporteur, Agrico, bestreed dit en kwam met aanvullend bewijsmateriaal ter onderbouwing van zijn stelling dat sommige van deze kosten door de onderneming als variabele kosten werden behandeld en dat er in ieder geval een rechtstreeks verband in de zin van artikel 2, lid 10, sub c), van Verordening (EEG) nr. 3017/79 bestond tussen alle terminalkosten en de betrokken verkopen. (5) Bij de definitieve bepaling stelde de Commissie zich op het standpunt dat, aangezien die kosten werden gemaakt vóór de verkoop aan binnenlandse afnemers of hoe dan ook zouden zijn gemaakt, ongeacht of een bepaalde verkooptransactie wel of niet had plaatsgevonden, er geen sprake kon zijn van een rechtstreeks verband tussen deze kosten en deze verkopen en er bijgevolg te dien aanzien geen correctie kon worden uitgevoerd. (6) Er is echter wel een correctie toegepast voor de kosten van het vervoer van het produkt naar de terminal, aangezien bij verkoop voor uitvoer ook een dergelijke aftrek plaatsvindt voor de kosten van het vervoer van de fabriek tot een fob-stadium. (7) Daarnaast is ook rekening gehouden met verdere verschillen in de verkoopvoorwaarden, en wel op het punt van de kredietvoorwaarden en de salarissen van de verkopers; voorts is rekening gehouden met verschillen in het stikstofgehalte van het betrokken produkt. Verschillende uitgaven die volgens Agrico verband houden met de salarissen van de verkopers, zijn niet afgetrokken omdat niets is gebleken van een rechtstreeks verband tussen deze uitgaven en de betrokken verkopen. Er werden haast geen correcties toegepast voor verschillen in hoeveelheden waar Agrico aanspraak op maakte aangezien deze geen deel uitmaakten van de categorieën vermeld in artikel 2, lid 10, sub b), van Verordening (EEG) nr. 3017/79. (8) De exporteur heeft ook bewijsmateriaal overgelegd met betrekking tot de kosten van het vervoer tot de grens van de Gemeenschap; dit bewijsmateriaal heeft de Commissie ertoe gebracht de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van de prijs cif grens van de Gemeenschap te wijzigen in 3,9 %. D. Schade (9) Er is geen nieuw bewijsmateriaal overgelegd met betrekking tot de aan de bedrijfstak van de Gemeenschap toegebrachte schade, zodat de Commissie de in Verordening (EEG) nr. 290/83 getrokken conclusies ter zake heeft bevestigd. (10) Volgens de Commissie wijzen de feiten zoals deze definitief zijn geconstateerd, derhalve uit dat de schade die wordt veroorzaakt door gedumpte invoer van meststoffen, van ureum-ammoniumnitraatoplossing van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, bezien los van de door andere factoren veroorzaakte schade, als aanmerkelijk dient te worden beschouwd. E. Belang van de Gemeenschap (11) Hoewel de Commissie geen protesten heeft ontvangen van de gebruikers in de Gemeenschap, is van de zijde van degenen die het betrokken produkt in de Gemeenschap importeren, betoogd dat de invoering van beschermende maatregelen een aanzienlijke kostenstijging voor de landbouw zou meebrengen en daarom niet in het belang van de Gemeenschap zou zijn; de Commissie vindt evenwel dat de belangen van de Gemeenschap op lange termijn niet worden gediend, wanneer een bedrijfstak van de Gemeenschap wordt verzwakt of dient in te krimpen als gevolg van voortdurende dumping, en gelet op de bijzonder ernstige moeilijkheden waarmee de bedrijfstak van de Gemeenschap te kampen heeft en op de vrij geringe invloed van een prijsstijging op de kosten van de betrokken landbouwindustrie, is de Commissie van haar kant tot de conclusie gekomen dat het in het belang van de Gemeenschap is om handelend op te treden. F. Verbintenis (12) De betrokken exporteur werd op de hoogte gebracht van de voornaamste conclusies van het voorafgaande onderzoek en heeft ter zake zijn opmerkingen geformuleerd. Nadien werd door Agrico een prijsverbintenis met betrekking tot zijn uitvoer van meststoffen van ureum-ammoniumnitraatoplossing naar de Gemeenschap aangeboden. Deze verbintenis zal tot gevolg hebben dat de prijzen bij de invoer in de Gemeenschap op het niveau worden gebracht dat noodzakelijk wordt geacht om de schade op te heffen. Deze verhoging zal lager zijn dan de dumpingmarge die tijdens het onderzoek werd vastgesteld. Gedurende het overleg in het Raadgevend Comité met betrekking tot de aanvaardbaarheid van deze verbintenis maakte een delegatie echter bezwaar tegen de beëindiging van de procedure op basis van de aanvaarding van deze verbintenis. De Commissie heeft bijgevolg een voorstel ingediend bij de Raad om de procedure te beëindigen op basis van de aanvaarding van de aangeboden verbintenis. G. Definitief recht van toepassing (13) Dit besluit doet geen afbreuk aan de verdere toepassing van de definitieve anti-dumpingrechten op invoer van meststoffen van ureum-ammoniumnitraatoplossing van oorsprong uit de Verenigde Staten ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 349/81 (1), aangezien de Commissie geen bewijsmateriaal heeft ontvangen dat haar ertoe kan bewegen haar mening, volgens welke de verdere toepassing noodzakelijk is om de schade op te heffen en herhaling ervan te voorkomen, te herzien, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De Raad aanvaardt de verbintenis aangegaan door Agrico Chemical Company in het kader van een nieuw onderzoek in de anti-dumpingprocedure betreffende meststoffen van ureum-ammoniumnitraatop- lossing van post 31.02 ex C van het gemeenschappelijk douanetarief (NIMEXE-code ex 31.02-90) van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika. Artikel 2 De anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van meststoffen van ureum-ammoniumnitraatoplossing van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika is beëindigd. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 29 juli 1983. Voor de Raad De Voorzitter C. SIMITIS (1) PB nr. L 339 van 31. 12. 1979, blz. 1. (2) PB nr. L 178 van 22. 6. 1982, blz. 9. (3) PB nr. L 33 van 4. 2. 1983, blz. 9. (4) PB nr. L 140 van 31. 5. 1983, blz. 21. (1) PB nr. L 39 van 12. 2. 1981, blz. 4.