Verordening (EEG) nr. 1842/83 van de Raad van 30 juni 1983 tot vaststelling van de algemene voorschriften inzake de verstrekking van melk en bepaalde zuivelprodukten aan leerlingen in onderwijsinstellingen
Publicatieblad Nr. L 183 van 07/07/1983 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 28 blz. 0103
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 28 blz. 0103
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 16 blz. 0139
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 16 blz. 0139
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1842/83 VAN DE RAAD van 30 juni 1983 tot vaststelling van de algemene voorschriften inzake de verstrekking van melk en bepaalde zuivelprodukten aan leerlingen in onderwijsinstellingen DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1600/83 (2), inzonderheid op artikel 26, lid 3, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat de Raad krachtens artikel 26, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 804/68 de algemene voorschriften vaststelt inzake de steunregeling voor de verstrekking, aan leerlingen van onderwijsinstellingen, van melk en bepaalde zuivelprodukten van de posten 04.01, 04.04 of 22.02 B of van yoghurt van de posten 04.02 B, 18.06 D en 21.07 D van het gemeenschappelijk douanetarief; Overwegende dat de begunstigden van de communautaire steun, de maximumhoeveelheden per dag en de kenmerken van de verstrekte produkten moeten worden omschreven voor de gehele Gemeenschap; Overwegende dat de onderhavige maatregel, voor wat de financiering ervan betreft, gelijkgesteld kan worden met de maatregelen bedoeld in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 1079/77 van de Raad van 17 mei 1977 inzake een medeverantwoordelijkheidsheffing en maatregelen ter verruiming van de markten in de sector melk en zuivelprodukten (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1209/83 (4); Overwegende dat, ingevolge de wijziging van artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 804/68, Verordening (EEG) nr. 1080/77 van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de verstrekking van melk en bepaalde zuivelprodukten tegen verlaagde prijs aan leerlingen van onderwijsinstellingen (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1188/82 (6), moet worden ingetrokken, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. De in artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde steun wordt met ingang van het melkprijsjaar 1983/1984 verleend voor een periode van ten minste 5 jaar. 2. De begunstigden van de communautaire steun zijn leerlingen en studenten die onderwijsinstellingen bezoeken die zullen worden omschreven in de uitvoeringsbepalingen. 3. Voor volle melk is de communautaire steun gelijk aan 125 % van de voor het betrokken melkprijsjaar geldende richtprijs voor melk. Voor de andere in artikel 2, lid 1, bedoelde zuivelprodukten, wordt de steun vastgesteld met inachtneming van de melkbestanddelen van de betrokken produkten. Artikel 2 1. De in artikel 1 bedoelde steun van de Gemeenschap heeft betrekking op: a) volle melk, gepasteuriseerd of behandeld volgens het UHT-procédé; b) volle melk, met chocolade of gearomatiseerd, gepasteuriseerd of gesteriliseerd, of behandeld volgens het UHT-procédé; c) yoghurt van volle melk van post 04.01 van het gemeenschappelijk douanetarief. De volgende produkten kunnen volgens de procedure van artikel 30 van Verordening (EEG) nr. 804/68 in de lijst van te subsidiëren produkten worden opgenomen: a) rauwe volle melk; b) halfvolle melk; c) halfvolle melk, met chocolade of gearomatiseerd, gepasteuriseerd of gesteriliseerd, of behandeld volgens het UHT-procédé; d) magere melk; e) magere melk, met chocolade of gearomatiseerd, gepasteuriseerd of gesteriliseerd, of behandeld volgens het UHT-procédé; f) karnemelk; g) yoghurt met toegevoegde suiker, met cacao of met vruchten, een nader te bepalen maximumpercentage van deze produkten bevattend; h) bepaalde soorten kaas, nader te omschrijven in de uitvoeringsbepalingen. In de uitvoeringsbepalingen kan de Commissie bijzondere eisen vaststellen, met name ten aanzien van de kwaliteit, en afwijkingen toestaan met betrekking tot de behandeling van de melk. 2. Van de in lid 1 bedoelde produkten wordt aan de onderwijsinstelling ten hoogste een hoeveelheid overeenkomend met 0,25 liter melk, per leerling en per schooldag geleverd. Deze maximumhoeveelheid kan evenwel worden verhoogd volgens de procedure van artikel 30 van Verordening (EEG) nr. 804/68, indien de aard van de onderwijsinstelling het mogelijk maakt te vermijden dat de betrokken produkten aan hun bestemming worden onttrokken. Artikel 3 Deze maatregel is, voor een overeenkomstig de procedure van artikel 30 van Verordening (EEG) nr. 804/68 vast te stellen gedeelte, één van de in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 1079/77 bedoelde maatregelen. Artikel 4 Verordening (EEG) nr. 1080/77 wordt ingetrokken. Artikel 5 Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 1983. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 30 juni 1983. Voor de Raad De Voorzitter H.-J. ROHR (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. (2) PB nr. L 163 van 22. 6. 1983, blz. 56. (3) PB nr. L 131 van 26. 5. 1977, blz. 6. (4) PB nr. L 132 van 21. 5. 1983, blz. 6. (5) PB nr. L 131 van 26. 5. 1977, blz. 8. (6) PB nr. L 140 van 20. 5. 1982, blz. 7.