Verordening (EEG) nr. 1522/83 van de Commissie van 10 juni 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de steun voor de opslag van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen op grond van Verordening (EEG) nr. 1356/83
Publicatieblad Nr. L 153 van 11/06/1983 blz. 0030 - 0033
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 28 blz. 0044
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 28 blz. 0044
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1522/83 VAN DE COMMISSIE van 10 juni 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de steun voor de opslag van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen op grond van Verordening (EEG) nr. 1356/83 DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3082/82 (2), inzonderheid op artikel 57, lid 3, en op artikel 65, Overwegende dat in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1356/83 van de Raad (3) is bepaald dat steun voor de opslag van bepaalde v. q. p. r. d. wordt toegekend op voorwaarde dat daarvoor opslagcontracten worden gesloten; dat uitvoeringsbepalingen dienen te worden vastgesteld met betrekking tot de data van sluiting, de inhoud, de geldigheidsduur en de gevolgen van deze contracten; Overwegende dat in vorengenoemd artikel is bepaald dat de contracten worden gesloten tussen de interventiebureaus en de producenten; dat een definitie van het begrip producent moet worden gegeven en dat, gezien de door de producenten na te komen verplichtingen, moet worden geëist dat de produkten die worden opgeslagen hun eigendom zijn; Overwegende dat een doeltreffende controle moet worden ingesteld op de produkten waarvoor opslagcontracten worden gesloten; dat met het oog daarop met name moet worden bepaald dat een interventiebureau van een Lid-Staat slechts contracten mag sluiten voor hoeveelheden die op het grondgebied van die Lid-Staat zijn opgeslagen, en dat het van elke wijziging in verband met het produkt of de plaats van opslag op de hoogte moet worden gebracht; Overwegende dat voor iedere producent de hoeveelheid witte wijn moet worden bepaald die met zijn totale produktie overeenkomt; dat voor producenten die geen oogstaangifte behoeven in te dienen, kan worden uitgegaan van de registers als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1153/75 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3203/80 (5); Overwegende dat het met het oog op de uniformiteit noodzakelijk is de contracten te sluiten volgens een identiek model dat voldoende nauwkeurig is om identificatie van het betrokken produkt mogelijk te maken; Overwegende dat moet worden voorgeschreven dat de contracten slechts voor aanzienlijke hoeveelheden mogen worden gesloten om te waarborgen dat het sluiten van contracten van invloed is op de marktsituatie; Overwegende dat het contract moet kunnen worden beëindigd, indien de gehele opgeslagen hoeveelheid waarvoor het contract is gesloten, of een deel ervan, wegens aanzienlijk kwaliteitsverlies onmiddellijk moet worden afgezet of voor consumptie in ongewijzigde staat ongeschikt wordt; Overwegende dat de afzet van de produkten waarvoor het contract is gesloten, alsmede bepaalde aan de afzet voorafgaande voorbereidende handelingen, tijdens de geldigheidsduur van het contract moeten worden verboden om te voorkomen dat de marktsituatie daardoor ongunstig wordt beïnvloed; dat evenwel niet mag worden belet dat tijdens de geldigheidsduur van het contract de voor de goede bewaring van de wijn noodzakelijke oenologische procédés en behandelingen worden toegepast; Overwegende dat de termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden in het raam van deze regeling inzake opslagcontracten nauwkeurig moeten worden bepaald; Overwegende dat, om de doeltreffendheid van de opslagsteun te waarborgen en tegelijkertijd rekening te houden met de administratieve behoeften van de interventiebureaus, termijnen voor de uitkering van de steun moeten worden vastgesteld; Overwegende dat in artikel 1, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1356/83 is bepaald dat voor sommige wijnen het bedrag van de steun als voorschot kan worden uitgekeerd op voorwaarde dat een waarborg wordt gesteld; dat derhalve de termijnen voor de betaling van het voorschot, alsmede de termijnen en de voorschriften voor het stellen en het vrijgeven van de waarborg dienen te worden bepaald; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor wijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1356/83 bedoelde opslagcontracten kunnen met het bevoegde interventiebureau worden gesloten vanaf de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening tot en met 31 juli 1983. Artikel 2 In deze verordening wordt onder producent verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon of groepering van personen die het in artikel 2, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1356/83 bedoelde produkt heeft bereid of onder zijn verantwoordelijkheid heeft laten bereiden en die daarvan nog steeds eigenaar is. Artikel 3 1. Het in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1356/83 bedoelde interventiebureau is het interventiebureau van de Lid-Staat op wiens grondgebied de wijn is geproduceerd waarop het opslagcontract betrekking heeft. 2. Het interventiebureau van een Lid-Staat kan slechts contracten sluiten voor wijn die op het grondgebied van de Lid-Staat is opgeslagen. Artikel 4 De totale hoeveelheid witte wijn waarvoor het in artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1356/83 bedoelde percentage geldt, is: - voor producenten voor wie de in artikel 2, lid 1, van Verordening nr. 134 (1) bedoelde verplichting geldt, de hoeveelheid, die wordt verkregen door optelling van de hoeveelheden witte wijn die in hun oogstaangifte zijn vermeld en de hoeveelheden die in de in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1153/75 bedoelde registers zijn opgenomen en die zij zelf na de datum van indiening van de oogstaangifte uit de in die aangifte vermelde produkten hebben verkregen, - voor producenten voor wie de bij het eerste streepje bedoelde verplichting niet geldt, de hoeveelheid witte wijn die in de in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1153/75 bedoelde registers is vermeld en die zij zelf hebben verkregen uit de bereiding van aangekochte produkten. De in de vorige alinea bedoelde oogstaangiften en registers mogen worden vervangen door een door de bevoegde instantie geviseerd uittreksel uit de boekhouding. Artikel 5 1. Het contract wordt opgemaakt in ten minste twee exemplaren. Eén exemplaar is bestemd voor de producent, een tweede wordt bewaard door het interventiebureau. 2. In het contract worden ten minste de volgende gegevens vermeld: a) de naam en het adres van de betrokken producent of producenten, b) de naam en het adres van het interventiebureau, c) de plaats of plaatsen van opslag, d) aanduidingen aan de hand waarvan de recipiënten waarin het produkt is opgeslagen, kunnen worden geïdentificeerd, e) de hoeveelheid, f) het produktiegebied van de druiven waaruit de wijn is verkregen, g) het wijnstokras waaruit de wijn is verkregen, h) het totale gehalte aan zwaveldioxyde, uitgedrukt in milligram per liter, i) het totale alcohol-volumegehalte, j) het effectieve alcohol-volumegehalte, k) het totale zuurgehalte, uitgedrukt in gram per liter of in milli-equivalenten, l) de eerste en de laatste dag van de opslagperiode, onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 en 11. 3. Bij de aanvraag voor het sluiten van het contract worden gevoegd: a) in voorkomend geval een volgens de voorschriften van de betrokken Lid-Staat afgegeven bewijs dat: - de betrokken wijn door de bevoegde instanties van de Lid-Staat als v. q. p. r. d. is erkend, of - een aanvraag is ingediend om voor de betrokken wijn de in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 338/79 van de Raad (2) bedoelde onderzoekingen te verrichten. b) een analyseverslag dat niet meer dan één maand vóór de dag van ontvangst van de aanvraag dateert en waarin ten minste de in lid 2 bedoelde gegevens zijn vermeld, met uitzondering van die bedoeld sub b), g) en l); c) een verklaring dat de eerste aftapping heeft plaatsgevonden; d) eventueel de in artikel 1, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1356/83 bedoelde verbintenis. 4. De contracten kunnen niet worden gesloten vóór de datum waarop de betrokken wijn voor het eerst wordt afgetapt. 5. De contracten moeten betrekking hebben op een hoeveelheid van ten minste 25 hectoliter. Artikel 6 1. De Lid-Staten nemen alle passende maatregelen met het oog op de nodige controles. Zij verifiëren met name de identiteit en de hoeveelheid van het produkt waarvoor het contract is gesloten en de inachtneming van de bepalingen van artikel 8. 2. De producenten zijn ertoe gehouden te allen tijde de in lid 1 bedoelde controles toe te staan. Artikel 7 1. Wanneer wijn waarvoor een contract is gesloten, gedurende de geldigheidsduur van dit contract een aanmerkelijk kwaliteitsverlies ondergaat, brengt de producent het interventiebureau daarvan onverwijld op de hoogte. Deze mededeling gaat vergezeld van een als bewijs dienend analyseverslag. 2. Ingeval bij controle door het interventiebureau of door enige andere controle-instantie wordt geconstateerd dat wijn waarvoor een contract is gesloten, gedurende de geldigheidsduur van het contract een aanmerkelijk kwaliteitsverlies heeft ondergaan, brengt het interventiebureau dit onverwijld ter kennis van de producent. Deze mededeling gaat vergezeld van een als bewijs dienend analyseverslag. 3. Het interventiebureau kan naar aanleiding van de in lid 1 en lid 2 bedoelde omstandigheden besluiten het contract voor de hoeveelheid wijn waarvoor het kwaliteitsverlies zich heeft voorgedaan, op een datum die het zelf bepaalt, vervroegd te beëindigen. Daartoe kan het interventiebureau de nodige verificaties doen uitvoeren. Artikel 8 Gedurende de geldigheidsduur van het contract: a) mag de producent de wijn waarvoor het contract is gesloten, niet te koop aanbieden, verkopen of op enige andere wijze in de handel brengen; b) mogen op de wijn waarvoor het contract is gesloten, alleen de behandelingen of oenologische procédés worden toegepast die noodzakelijk zijn voor de goede bewaring ervan; c) mag de wijn waarvoor een contract is gesloten, niet in recipiënten met een inhoud van minder dan 50 liter worden verpakt. Artikel 9 1. De producent doet aan het interventiebrueau vooraf binnen een door de Lid-Staat te bepalen termijn mededeling van elke gedurende de geldigheidsduur van het contract optredende wijziging ten aanzien van: a) de plaats van opslag of b) de verpakking van de wijn, indien deze wijziging tot gevolg heeft dat het aantal recipiënten waarin de wijn is opgeslagen, verandert. 2. Wanneer de producent voornemens is de wijn waarvoor het contract is gesloten, te vervoeren naar een opslagplaats in een andere plaats of in een ruimte die hem niet toebehoort, mag het vervoer eerst plaatsvinden nadat het overeenkomstig lid 1 op de hoogte gebrachte interventiebureau daarmee heeft ingestemd. Artikel 10 1. De in deze verordening vermelde termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden worden berekend overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad (1). Artikel 3 en artikel 4 van die verordening gelden echter niet voor de berekening van de duur van de opslagperiode. 2. De eerste dag van de opslagperiode is de dag die volgt op de dag waarop het contract wordt gesloten. 3. Indien evenwel een contract wordt gesloten voor een opslagperiode die ingaat na de dag die volgt op de dag waarop het contract wordt gesloten, mag de eerste dag van de opslagperiode niet later zijn dan de achtste dag die volgt op de dag waarop het contract wordt gesloten, en in ieder geval niet later dan 1 augustus 1983. Artikel 11 1. Voor de hoeveelheden wijn waarop een contract betrekking heeft en die vóór het verstrijken van het contract als v. q. p. r. d. worden erkend, keert het interventiebureau uiterlijk drie maanden na de dag waarop het contract verstrijkt, de in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1356/83 bedoelde steun uit. Voor de hoeveelheden wijn waarop een contract betrekking heeft en die na het verstrijken van het contract erkenning vóór 1 maart 1986 als v. q. p. r. d. of v. m. p. q. r. d. worden erkend, keert het interventiebureau de steun uit naarmate de betrokken hoeveelheden wijn als v. q. p. r. d. of v. m. p. q. r. d. worden erkend en uiterlijk drie maanden nadat het bewijs van deze erkenning is ingediend. De steun is verschuldigd voor wijn die binnen de voorgeschreven termijn als v. q. p. r. d. of v. m. p. q. r. d. zijn erkend en waarvoor het bewijs van deze erkenning vóór 1 juli 1986 is ingediend. Indien het bewijs na die datum maar vóór 1 januari 1987 wordt geleverd, wordt het steunbedrag met 20 % verminderd. 2. In het in artikel 7, lid 3, bedoelde geval is de steun verschuldigd naar evenredigheid van de effectieve duur van het contract. De steun wordt uitgekeerd binnen de in lid 1 vastgestelde termijnen. Artikel 12 1. Behoudens overmacht, a) is de steun niet verschuldigd, indien de producent de verplichtingen niet nakomt waartoe hij krachtens de bepalingen van artikel 6, lid 2, artikel 8 en artikel 9 is gehouden; b) wordt, indien de producent een van de andere dan sub a) bedoelde verplichtingen waartoe hij krachtens deze verordening of krachtens het contract is gehouden, niet nakomt, de uit te keren steun verminderd met een bedrag dat door de bevoegde instantie volgens de ernst van de inbreuk wordt vastgesteld. 2. In geval van erkende overmacht neemt het interventiebureau de maatregelen die het naar omstandigheden noodzakelijk acht. 3. De Lid-Staten delen de Commissie mede welk gevolg aan de aanvragen om toepassing van de overmachtclausule is gegeven. Artikel 13 1. Het interventiebureau keert aan de producent uiterlijk drie maanden na de dag waarop het bewijs is geleverd dat de waarborg is gesteld, het in artikel 1, lid 2, tweede alinea van Verordening (EEG) nr. 1356/83, bedoelde voorschot uit. 2. De waarborg wordt door de producent ten name van het interventiebureau gesteld in de vorm van een garantie die verstrekt is door een instelling, welke beantwoordt aan de door de Lid-Staat waaronder het interventiebureau ressorteert, vastgestelde criteria. 3. De waarborg wordt uiterlijk drie maanden na de datum waarop het in artikel 11, lid 1, tweede alinea, bedoelde bewijs is geleverd, vrijgegeven naar evenredigheid van de hoeveelheid waarvoor dat bewijs geldt. Het bewijs moet uiterlijk op 30 juni 1986 worden geleverd. Indien evenwel het bewijs wordt geleverd na deze datum maar vóór 1 januari 1987, wordt 80 % van de waarborg vrijgegeven, terwijl het resterende deel verbeurd is. Voor de hoeveelheden wijn waarvoor het in artikel 11, lid 1, tweede alinea, bedoelde bewijs niet vóór 1 januari 1987 wordt geleverd, is de waarborg verbeurd. 4. Ingeval overeenkomstig artikel 12, lid 1, sub a), de steun niet verschuldigd is, is de waarborg volledig verbeurd. Ingeval de steun als gevolg van de toepassing van de in artikel 7, lid 3, en artikel 12, lid 1, sub b), bedoelde maatregelen verlaagd wordt tot een bedrag dat lager is dan het reeds uitgekeerde bedrag, wordt de waarborg verminderd met 110 % van het reeds boven de verschuldigde steun uitgekeerde bedrag. De aldus verminderde waarborg wordt vrijgegeven binnen de in lid 3 vastgestelde termijnen en het resterende verschil is verbeurd. Artikel 14 De representatieve koers die moet worden toegepast om het in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1356/83 genoemde bedrag in nationale valuta om te rekenen, is voor elke dag van de contractuele opslag de representatieve koers die op die dag in de wijnsector van toepassing is. Artikel 15 De Lid-Staten delen vóór 1 september 1983 aan de Commissie mede voor welke hoeveelheden v. q. p. r. d. opslagcontracten zijn gesloten en vermelden daarbij de produktiegebieden van de druiven waaruit de betrokken wijnen zijn verkregen. Artikel 16 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 10 juni 1983. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 1. (2) PB nr. L 326 van 23. 11. 1982, blz. 1. (3) PB nr. L 140 van 31. 5. 1983, blz. 1. (4) PB nr. L 113 van 1. 5. 1975, blz. 1. (5) PB nr. L 333 van 11. 12. 1980, blz. 18. (1) PB nr. 111 van 6. 11. 1962, blz. 2604/62. (2) PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 48. (1) PB nr. L 124 van 8. 6. 1971, blz. 1.