Verordening (EEG) nr. 810/83 van de Commissie van 5 april 1983 betreffende de indeling van goederen onder bepaalde posten van het gemeenschappelijk douanetarief
Publicatieblad Nr. L 090 van 08/04/1983 blz. 0011 - 0013
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 3 blz. 0143
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 9 blz. 0271
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 3 blz. 0143
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 9 blz. 0271
***** VERORDENING (EEG) Nr. 810/83 VAN DE COMMISSIE van 5 april 1983 betreffende de indeling van goederen onder bepaalde posten van het gemeenschappelijk douanetarief DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 97/69 van de Raad van 16 januari 1969 betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen voor de uniforme toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (1), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Griekenland, inzonderheid op artikel 3, Overwegende dat er, ten einde de uniforme toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief te waarborgen, bepalingen dienen te worden vastgesteld met betrekking tot de indeling van de volgende goederen: 1. spaarpotten in de vorm van een varken, van ceramische stof, ongeveer 15 cm lang en 9 cm hoog, versierd met een bloemenmotief, voorzien van een gleuf in de rug voor het inwerpen van munten en van een ronde opening in de bodem, met een afdichting van zachte rubber, voor het ledigen van de spaarpot; 2. spaarpotten in de vorm van een beeldje, een oude man (bedelaar) voorstellend, van ceramische stof, ongeveer 18 cm hoog, waarop het gezicht en de kleding zijn geschilderd, voorzien van een gleuf voor het inwerpen van munten en van een ronde opening in de bodem, met een afdichting van zachte rubber, voor het ledigen van de spaarpot; 3. spaarpotten van ceramische stof, in de vorm van een pinguïn, ongeveer 30 cm hoog, voorzien van een gleuf in de rug voor het inwerpen van munten en in de bodem van een slot met sleutel; 4. spaarpotten, van kunststof, in de vorm van een pinguïn, ongeveer 16 cm hoog, voorzien van een rode sjaal en van een gleuf in de rug voor het inwerpen van munten; 5. spaarpotten in de vorm van een gestileerd kinderfiguurtje, van geverfd hout, ongeveer 16 cm hoog, bestaande uit een cilindervormige recipiënt met een gleuf voor het inwerpen van munten en aan de bovenzijde voorzien van een pin, die kan worden verwijderd om de munten uit de recipiënt te halen, waarop drie kogeltjes zijn aangebracht, voorstellende de armen en het hoofd dat kan knikken; 6. spaarpotten in de vorm van een metalen miniatuur brievenbus (ongeveer 12 cm hoog, de bodemplaat ongeveer 5 × 6 cm), rood, aan de achterkant voorzien van een gaatje om aan de muur te worden opgehangen, aan de voorkant voorzien van een gleuf voor het inwerpen van munten en van een luikje waarin een slot met sleutel; Overwegende dat in het gemeenschappelijk douanetarief, dat als bijlage is gevoegd bij Verordening (EEG) nr. 950/68 van de Raad (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 604/83 (3), post 69.13 onder meer betrekking heeft op fancy-artikelen en versieringsvoorwerpen, post 97.02 op poppen, post 97.03 onder meer op ander speelgoed, post 39.07 op werken van de stoffen bedoeld bij de posten 39.01 tot en met 39.06, post 44.27 onder meer op siervoorwerpen en etagèreartikelen van hout, post 73.40 op andere werken van gietijzer, van ijzer of van staal en post 83.06 onder meer op siervoorwerpen van onedel metaal; dat deze posten in aanmerking kunnen komen voor de indeling van voornoemde artikelen; Overwegende dat deze goederen naar vorm en gebruik noch de wezenlijke kenmerken van speelgoed noch, voor wat betreft de artikelen opgenomen onder punt 2 en onder punt 5, die van een pop vertonen; dat de artikelen opgenomen onder de punten 1, 2 en 3, punt 4, punt 5 en punt 6, respectievelijk niet zijn uitgezonderd van de hoofdstukken 69, 39 en 44 of van afdeling XV krachtens de aantekeningen 2 f) op hoofdstuk 69, 1 q) op hoofdstuk 39, 1 o) op hoofdstuk 44 of 1 m) op afdeling XV; dat het in punt 6 bedoelde artikel evenmin de kenmerken vertoont van een voorwerp voor binnenhuisversiering in de aard van de snuisterijen of muurversieringen, genoemd in onderdeel A van de toelichting op post 83.06 van de Nomenclatuur van de Internationale Douaneraad; Overwegende dat hun uitvoering en hun vorm aan de eerste vijf artikelen het karakter verlenen van siervoorwerpen; dat noch hun afmetingen, noch het feit dat ze als spaarpot gebruikt kunnen worden, van invloed zijn op het karakter van siervoorwerp; dat bijgevolg de drie eerstgenoemde artikelen onder post 69.13, het vierde onder postonderverdeling 39.07 B V d) en het vijfde onder postonderverdeling 44.27 B dienen te worden ingedeeld; dat het zesde, daar het overeenkomst vertoont met de dozen, kokers, bonbondoosjes en andere houders bedoeld bij punt 3, onderdeel B, van de toelichting op post 73.40 van de Nomenclatuur van de Internationale Douaneraad, onder onderverdeling B van die post dient te worden ingedeeld; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De hierna vermelde goederen dienen in het gemeenschappelijk douanetarief te worden ingedeeld onder de post die voor elk daarvan is aangegeven: 1.2 // 1. Spaarpotten in de vorm van een varken, van ceramische stof, ongeveer 15 cm lang en 9 cm hoog, versierd met een bloemenmotief, voorzien van een gleuf in de rug voor het inwerpen van munten en van een ronde opening in de bodem, met een afdichting van zachte rubber, voor het ledigen van de spaarpot: // 69.13 Beeldjes, fancy-artikelen, meubilerings- en versieringsvoorwerpen, lijfsieraden // 2. Spaarpotten in de vorm van een beeldje, een oude man (bedelaar) voorstellend, van ceramische stof, ongeveer 18 cm hoog, waarop het gezicht en de kleding zijn geschilderd, voorzien van een gleuf voor het inwerpen van munten en van een ronde opening in de bodem, met een afdichting van zachte rubber, voor het ledigen van de spaarpot: // 69.13 Beeldjes, fancy-artikelen, meubilerings- en versieringsvoorwerpen, lijfsieraden // 3. Spaarpotten van ceramische stof, in de vorm van een pinguïn, ongeveer 30 cm hoog, voorzien van een gleuf in de rug voor het inwerpen van munten en in de bodem van een slot met sleutel: // 69.13 Beeldjes, fancy-artikelen, meubilerings- en versieringsvoorwerpen, lijfsieraden // 4. Spaarpotten, van kunststof, in de vorm van een pinguïn, ongeveer 16 cm hoog, voorzien van een rode sjaal en van een gleuf in de rug voor het inwerpen van munten: // 39.07 Werken van de stoffen bedoeld bij de posten 39.01 tot en met 39.06: B. andere: V. van andere stoffen: d) andere // 5. Spaarpotten in de vorm van een gestileerd kinderfiguurtje, van geverfd hout, ongeveer 16 cm hoog, bestaande uit een cilindervormige recipiënt met een gleuf voor het inwerpen van munten en aan de bovenzijde voorzien van een pin, die kan worden verwijderd om de munten uit de recipiënt te halen, waarop drie kogeltjes zijn aangebracht, voorstellende de armen en het hoofd dat kan knikken: // 44.27 Kleine artikelen van hout, zijnde produkten van de kunstschrijnnijverheid en klein meubelmakerswerk (dozen, koffertjes, etuis, juwelenkistjes, pennedozen, kapstokken, staande lampen, schemerlampjes en andere verlichtingstoestellen, enz.), siervoorwerpen, etagèreartikelen en lijfsieraden, van hout; houten delen van deze artikelen: B. andere // 6. Spaarpotten in de vorm van een metalen miniatuur brievenbus (ongeveer 12 cm hoog, de bodemplaat ongeveer 5 × 6 cm), rood, aan de achterkant voorzien van een gaatje om aan de muur te worden opgehangen, aan de voorkant voorzien van een gleuf voor het inwerpen van munten en van een luikje waarin een slot met sleutel: // 73.40 Andere werken van gietijzer, van ijzer of van staal: B. andere. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de eenentwintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 5 april 1983. Voor de Commissie Karl-Heinz NARJES Lid van de Commissie (1) PB nr. L 14 van 21. 1. 1969, blz. 1. (2) PB nr. L 172 van 22. 7. 1968, blz. 1. (3) PB nr. L 72 van 18. 3. 1983, blz. 3.