31983R0550

Verordening (EEG) nr. 550/83 van de Raad van 8 maart 1983 houdende instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van een bepaald soort natriumcarbonaat van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika

Publicatieblad Nr. L 064 van 10/03/1983 blz. 0023 - 0024


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 550/83 VAN DE RAAD

van 8 maart 1983

houdende instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van een bepaald soort natriumcarbonaat van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3017/79 van de Raad van 20 december 1979 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1580/82 (2), inzonderheid op artikel 12,

Gezien het voorstel van de Commissie, ingediend na raadpleging van het bij genoemde verordening ingestelde Raadgevend Comité,

Overwegende dat de Commissie bij Verordening (EEG) nr. 3018/82 (3) een voorlopig anti-dumpingrecht heeft ingesteld op de invoer van zwaar natriumcarbonaat van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika dat 24,63 Ecu per ton bedroeg, behalve voor de uitvoer van Texasgulf Chemicals Company waarvoor het recht op 22,24 Ecu per ton werd vastgesteld; dat de Commissie bij deze verordening eveneens de door Allied Corporation en FMC aangeboden verbintenissen heeft aanvaard en de procedure ten aanzien van deze exporteurs heeft beëindigd;

Overwegende dat de Commissie na het instellen van het voorlopige recht haar onderzoek heeft voortgezet;

Overwegende dat een exporteur, twee mogelijke exporteurs en een verbruikersorganisatie, de Glass Manufacturers Federation of the United Kingdom, hebben verzocht in de gelegenheid te worden gesteld hun standpunt mondeling bij de Commissie toe te lichten, welk verzoek werd ingewilligd; dat een andere exporteur zijn standpunt schriftelijk kenbaar heeft gemaakt;

Overwegende dat Texasgulf Chemicals Company nieuw bewijsmateriaal betreffende haar exportkosten heeft ingediend, dat geverifieerd werd en aanvaardbaar bevonden; dat op grond van dit nieuwe bewijsmateriaal de dumpingmarges, uitgedrukt in een percentage van de prijs franco-grens Gemeenschap, voor de uitvoer van Texasgulf Chemicals variëren tussen 10,52 % en 20,58 %, terwijl de gewogen gemiddelde marge 14,59 % bedraagt;

Overwegende dat de Commissie na de instelling van het voorlopige recht geen ander nieuw bewijsmateriaal voor het bestaan van dumping heeft ontvangen; dat derhalve de gewogen gemiddelde dumpingmarge voor alle onderzochte exportzendingen uit de Verenigde Staten definitief is vastgesteld op 16,50 %;

Overwegende dat sedert de instelling van het voorlopige recht geen verder bewijsmateriaal betreffende aan de bedrijfstak van de Gemeenschap en in het bijzonder de betrokken bedrijfstak in het Verenigd Koninkrijk toegebrachte schade bij de Commissie werd ingediend;

Overwegende dat de verbruikers in het Verenigd Koninkrijk hebben aangevoerd dat indien de door de Commissie genomen beschermende maatregelen gehandhaafd blijven, deze niet de belangen van de Gemeenschap en het Verenigd Koninkrijk zullen dienen, omdat daardoor het mededingingsvermogen nadelig zou worden beïnvloed; dat niettemin, gezien de economische en sociale betekenis van de communautaire bedrijfstak en in het bijzonder de bedrijfstak in het Verenigd Koninkrijk, welke het meest betrokken is, en de relatieve werking van een naar verhouding geringe prijsverhoging op de kosten van de verwerkende industrie, de Commissie van oordeel is dat het in het belang van de Gemeenschap is definitieve maatregelen te nemen;

Overwegende dat Stauffer Chemical Company en Texasgulf Chemicals Company prijsverbintenissen hebben aangeboden met betrekking tot hun toekomstige export naar de Gemeenschap;

Overwegende dat deze verbintenissen na overleg aanvaardbaar worden geacht en het niet noodzakelijk is maatregelen te treffen tegen de invoer van het door deze firma's geëxporteerde produkt;

Overwegende dat onder deze omstandigheden de bescherming van de belangen van de Gemeenschap de instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van zwaar natriumcarbonaat van oorsprong uit de Verenigde Staten vereist, dat gezien de toegebrachte schade gelijk dient te zijn aan de vastgestelde gemiddelde gewogen dumpingmarge; dat deze marge 16,50 % bedraagt;

Overwegende dat het wenselijk is het anti-dumpingrecht uit te drukken in een vast Ecu-bedrag per ton; dat dit bedrag 23,15 Ecu per ton is voor invoer van zwaar natriumcarbonaat uit de Verenigde Staten; dat dit recht 20,07 Ecu per ton zou hebben bedragen voor de uitvoer door Texasgulf Chemicals Company;

Overwegende dat de bedragen die tot zekerheid zijn gesteld voor het voorlopige anti-dumpingrecht geïnd moeten worden tot een bedrag van 20,07 Ecu per ton voor de uitvoer van Texasgulf Chemicals Company en 23,15 Ecu per ton voor alle andere uitvoer,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Er wordt een definitief anti-dumpingrecht ingesteld op zwaar natriumcarbonaat van post 28.42 A ex II van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomend met NIMEXE-code ex 28.42-31, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika.

2. Het recht is niet van toepassing op zwaar natriumcarbonaat uitgevoerd door Allied Corporation, FMC, Stauffer Chemicals Company en Texasgulf Chemicals Company.

3. Het recht wordt vastgesteld op 23,15 Ecu per ton.

4. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder zwaar natriumcarbonaat verstaan natriumcarbonaat met een soortelijk gewicht van meer dan 0,700 kg/dm3 en bestaande uit korrels met een diameter tussen 0,25 en 0,6 mm.

5. De inzake douanerechten geldende bepalingen zijn op dit recht van toepassing.

Artikel 2

De bedragen die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3018/82 tot zekerheid zijn gesteld voor het voorlopige recht worden definitief geïnd voor een bedrag van 20,07 Ecu per ton voor de uitvoer van Texasgulf Chemicals Company en 23,15 Ecu per ton voor alle andere uitvoer.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 8 maart 1983.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. ERTL

(1) PB nr. L 339 van 31. 12. 1979, blz. 1.

(2) PB nr. L 178 van 22. 6. 1982, blz. 9.

(3) PB nr. L 317 van 13. 11. 1982, blz. 5.