31983R0546

Verordening (EEG) nr. 546/83 van de Commissie van 9 maart 1983 tot vaststelling van de bepalingen inzake distillatie van tafelwijn op grond van artikel 15, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 337/79

Publicatieblad Nr. L 064 van 10/03/1983 blz. 0012 - 0019


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 546/83 VAN DE COMMISSIE

van 9 maart 1983

tot vaststelling van de bepalingen inzake distillatie van tafelwijn op grond van artikel 15, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 337/79

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3082/82 (2), en met name op artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 6, artikel 9, lid 5, artikel 15, lid 9, en artikel 65,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2144/82 van de Raad van 27 juli 1982 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 337/79 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (3), en met name op artikel 2,

Overwegende dat de nieuwe regeling voor de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, en met name de maatregelen als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 337/79, voor het eerst van toepassing zijn in het wijnoogstjaar 1982/1983; dat de Raad de algemene voorschriften voor de toepassing van dat artikel bij gebrek aan tijd nog niet heeft kunnen vaststellen; dat onder deze omstandigheden en met het oog op de tijdige tenuitvoerlegging van de nieuwe maatregel, de Commissie alle bepalingen inzake de in artikel 15, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde distillatie voor het wijnoogstjaar 1982/1983 dient vast te stellen;

Overwegende dat in vorengenoemd artikel 15, lid 2, is bepaald dat tot alle passende maatregelen, en met name tot distillatie, kan worden besloten indien de situatie op de tafelwijnmarkt zulks vereist;

Overwegende dat zich voor alle tafelwijn, behalve voor de soorten A III en R III, afzetmoeilijkheden voordoen en dat ondanks de reeds getroffen maatregelen de prijzen zich nog niet hebben hersteld; dat het in deze omstandigheden nodig blijkt over te gaan tot distillatie als bedoeld in artikel 15, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 337/79;

Overwegende dat het voor een werkelijke sanering van de markt noodzakelijk is de mogelijkheid tot distillatie eveneens te openen voor wijn die in nauw economisch verband staat met de betrokken soorten tafelwijn; dat de minimumaankoopprijzen van voor distillatie geleverde wijn worden vastgesteld in procenten van de oriëntatieprijzen van de verschillende soorten tafelwijn, zodat moet worden bepaald welke tafelwijn in nauw economisch verband staat met elke soort tafelwijn;

Overwegende dat duidelijkheidshalve en bij gebreke van een communautaire definitie van rosé wijn dient te worden gepreciseerd dat rosé tafelwijn wordt gelijkgesteld met rode tafelwijn wegens het nauwe economische verband tussen beide soorten;

Overwegende dat in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 337/79 is bepaald dat alleen de producenten die gedurende een nader vast te stellen referentieperiode aan bepaalde verplichtingen hebben voldaan, voor de interventiemaatregelen in aanmerking komen; dat in artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 2457/82 van de Commissie van 8 september 1982 tot vaststelling van de bepalingen inzake de distillatie van de bijprodukten van de wijnbereiding voor het wijnoogstjaar 1982/1983 (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 36/83 (5), is bepaald dat de referentieperiode voor de interventiemaatregelen van het wijnoogstjaar 1982/1983 loopt van 1 september 1981 tot en met 31 augustus 1982;

Overwegende dat sanering van de markt noodzakelijk is, maar dat de in artikel 15, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 337/79 vastgestelde hoeveelheden niet mogen worden overschreden; dat met het oog daarop de maximumhoeveelheid tafelwijn die door iedere producent mag worden gedistilleerd, dient te worden beperkt en dat moet worden voorzien in de mogelijkheid om de hoeveelheid wijn die kan worden gedistilleerd eventueel te verminderen; dat om rekening te houden met de nationale bepalingen inzake de erkenning van vqprd in sommige Lid-Staten, het maximumpercentage tafelwijn van soort A II dat voor distillatie in aanmerking komt, niet dient te worden gerelateerd aan de tafelwijnproduktie maar aan de totale wijnproduktie van iedere betrokken producent;

Overwegende dat voor iedere producent de hoeveelheid tafelwijn moet worden bepaald die met zijn totale produktie overeenkomt; dat voor producenten die geen oogstaangifte behoeven in te dienen, kan worden uitgegaan van de registers als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1153/75 van de Commissie (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3203/80 (7);

Overwegende dat in sommige Lid-Staten, waar de wijn rechtstreeks door de druiventelers wordt geproduceerd, van de geëxploiteerde oppervlakte kan worden uitgegaan voor het bepalen van de hoeveelheden die kunnen worden gedistilleerd; dat op deze wijze de voordelen van de maatregel billijker kunnen worden verdeeld, terwijl hetzelfde economische effect gewaarborgd is;

Overwegende dat, om alle producenten op gelijke wijze te kunnen behandelen wanneer wordt besloten tot verlaging van de in de leveringscontracten en de verklaringen vermelde hoeveelheden te distilleren wijn, moet worden bepaald dat de distillatie eerst mag beginnen wanneer alle contracten en verklaringen bij de interventiebureaus zijn ingediend en de totale aangeboden hoeveelheden bekend zijn;

Overwegende dat, om het beoogde doel volledig te bereiken, de distillatiemaatregel voor alle producenten moet openstaan; dat de houders van kortlopende opslagcontracten die vóór de inwerkingtreding van de distillatiemaatregel zijn gesloten, geen volledig gebruik dreigen te kunnen maken van de mogelijkheid om hun wijn te laten distilleren; dat het derhalve wenselijk is deze producenten toe te staan de reeds gesloten kortlopende opslagcontracten op te zeggen, wanneer zij een contract inzake levering voor distillatie aangaan;

Overwegende dat dient te worden bepaald dat de producenten met de distilleerders leveringscontracten sluiten die door het interventiebureau moeten worden goedgekeurd, om toezicht mogelijk te maken op het verloop van de werkzaamheden en op de inachtneming van de door beide partijen aangegane verplichtingen; dat voorts door deze regeling het kwantitatieve effect van de distillatie op het marktaanbod beter kan worden gevolgd;

Overwegende dat evenwel een aanpassing van het contractsysteem noodzakelijk is om rekening te houden met de omstandigheid dat er enerzijds producenten bestaan die voornemens zijn tot loondistillatie over te gaan en anderzijds producenten die zelf over distillatie-installaties beschikken; dat in het geval van laatstgenoemde producenten het ontbreken van een contractuele verplichting noopt tot een officiële analyse van bepaalde elementen van de te distilleren wijn;

Overwegende dat dient te worden gepreciseerd dat de contracten en de verklaringen inzake levering ter distillatie onder andere de nodige gegevens moeten bevatten voor de identificatie van de tafelwijn waarop zij betrekking hebben;

Overwegende dat de contracten en de leveringsverklaringen eerst effect kunnen sorteren nadat zij door het interventiebureau zijn goedgekeurd; dat derhalve het resultaat van de goedkeuringsprocedure tijdig aan de betrokkenen moet worden medegedeeld;

Overwegende dat voor de producenten en voor de distilleerders termijnen voor de uitvoering van de werkzaamheden moeten worden vastgesteld om een maximale doeltreffendheid van de maatregel te waarborgen;

Overwegende dat de prijs van de te distilleren wijn het normaliter niet mogelijk maakt de door de distillatie verkregen produkten tegen marktvoorwaarden af te zetten; dat derhalve steun dient te worden verleend, waarvan het bedrag wordt vastgesteld met inachtneming van de marktprijzen voor de verschillende produkten die door de distillatie kunnen worden verkregen;

Overwegende dat dient te worden bepaald dat de gewaarborgde minimumprijs over het algemeen binnen zodanige termijnen moet worden betaald aan de producenten dat deze een winst maken die vergelijkbaar is met die welke zij bij een normale verkoop zouden maken; dat het daarom nodig is de betaling van de voor de distillatie verschuldigde steun zo vroeg mogelijk te doen plaatsvinden en daarbij het goede verloop van de distillatieverrichtingen door een waarborgregeling te garanderen; dat er, om de maatregel volledig effect te laten sorteren in de Lid-Staten, voor de uitkering van de steun en van de voorschotten voorschriften dienen te worden vastgesteld die zijn afgestemd op de administratieve stelsels van de verschillende Lid-Staten;

Overwegende dat de ervaring heeft geleerd dat een bepaalde tolerantie moet worden toegestaan ten aanzien van de hoeveelheid wijn en het effectief alcohol-volumegehalte die in de leveringscontracten zijn vermeld; dat voorts dient te worden voorzien in de mogelijkheid om de steun uit te keren voor de werkelijk gedistilleerde hoeveelheid wijn, wanneer zulks in verband met toevallige omstandigheden of overmacht verantwoord is;

Overwegende dat het, om de distillatiemaatregel volledig effect te laten sorteren en om rekening te houden met de realiteit van de markt van wijn die voor distillatie is bestemd, dienstig lijkt toe te staan dat die wijn zowel door de distilleerders als door de bereiders tot distillatiewijn kan worden verwerkt;

Overwegende dat de bereiding van distillatiewijn plaatsvindt in de nabijheid van de plaats waar de tafelwijn is opgeslagen, zulks om de kosten van het vervoer naar de distilleerderij te beperken; dat toestemming tot bereiding van distillatiewijn in een andere Lid-Staat dan die waar het wijnpakhuis van de producent zich bevindt, economisch gezien niet verantwoord is en zou kunnen leiden tot ernstige problemen voor de controle; dat derhalve moet worden bepaald dat de bereiding van distillatiewijn slechts mag plaatsvinden in het land waar de tafelwijn is geproduceerd; dat het voorts wenselijk is dat de Lid-Staten met het oog op een optimale controle beperkingen kunnen opleggen ten aanzien van de plaatsen waar de bereiding van distillatiewijn mag plaatsvinden;

Overwegende dat, om een efficiënte controle op de distillatieverrichtingen te waarborgen, een regeling voor de erkenning van de distilleerders en de bereiders van distillatiewijn dient te worden ingesteld; Overwegende dat de interventiebureaus en de Commissie van het verloop van de distillatie op de hoogte moeten worden gehouden en met name moeten weten welke hoeveelheden wijn zijn gedistilleerd en welke hoeveelheden produkten daarbij zijn verkregen;

Overwegende dat de toevoeging van een indicator aan de voor distillatie bestemde wijn een doeltreffend controlemiddel vormt; dat dient te worden bepaald dat de aanwezigheid van een dergelijke indicator het verkeer van deze wijn en van de daaruit verkregen produkten niet mag beletten;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor wijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De mogelijkheid tot distillatie op grond van artikel 15, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 337/79 wordt geopend voor tafelwijn van de soorten A I, R I en R II en voor tafelwijn die daarmee in nauw economisch verband staat, alsmede voor tafelwijn van soort A II.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt geacht in nauw economisch verband te staan met tafelwijn van soort:

- A I, witte tafelwijn met een effectief alcoholgehalte van meer dan 9,5 % vol die niet behoort tot de soorten A I, A II of A III;

- R I, rode tafelwijn met een effectief alcoholgehalte van meer dan 9,5 % vol en niet meer dan 12,5 % vol die niet behoort tot de soorten R I of R III;

- R II, rode tafelwijn met een effectief alcoholgehalte van meer dan 12,5 % vol die niet behoort tot soort R III.

3. De bepalingen van deze verordening met betrekking tot rode wijn gelden eveneens voor rosé wijn.

4. De in artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 337/79 bedoelde producenten komen voor distillatie in het kader van deze verordening slechts in aanmerking indien zij gedurende de in artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 2457/82 bepaalde referentieperiode aan hun verplichtingen hebben voldaan.

Artikel 2

1. Producenten die door hen geproduceerde tafelwijn willen laten distilleren op grond van deze verordening, sluiten met een erkend distilleerder contracten voor de levering van tafelwijn - hierna »contracten" te noemen - en dienen deze contracten vóór 1 april 1983 bij het bevoegde interventiebureau in.

2. De totale hoeveelheid tafelwijn waarvoor iedere producent een of meer contracten kan sluiten, mag niet meer bedragen dan:

- voor tafelwijn van soort A II: 1,5 % van de hoeveelheid wijn die door de betrokken producent in het wijnoogstjaar 1982/1983 is geproduceerd;

- voor tafelwijn van de soorten A I, R I, R II en voor tafelwijn die met deze soorten tafelwijn in nauw economisch verband staat: 10 % van de hoeveelheid tafelwijn die door de betrokken producent in het wijnoogstjaar 1982/1983 is geproduceerd.

De Lid-Staten kunnen evenwel bepalen dat de totale hoeveelheid, waarvoor iedere producent een of meer contracten kan sluiten, niet meer mag bedragen dan 9 hl per hectare wijngaard die door de betrokken producent voor de produktie van tafelwijn wordt geëxploiteerd. In dat geval kan dit voorschrift hetzij van toepassing worden verklaard voor het gehele grondgebied van de Lid-Staat, hetzij worden beperkt tot een op het grondgebied van die Lid-Staat gelegen volledige wijnbouwzone of deel van een wijnbouwzone.

Iedere betrokken producent moet ten minste 10 hl tafelwijn leveren.

3. De geproduceerde hoeveelheid wijn of tafelwijn waarvoor het in lid 2, eerste alinea, bedoelde percentage geldt, is:

- voor producenten voor wie de in artikel 2, lid 1, van Verordening nr. 134 van de Commissie (1) bedoelde verplichting geldt, de hoeveelheid die wordt verkregen door optelling van de hoeveelheden die voorkomen in hun oogstaangiften en de hoeveelheden die voorkomen in de in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1153/75 bedoelde registers en die zij zelf na de datum van indiening van de oogstaangifte hebben verkregen uit de in die aangifte vermelde produkten;

- voor producenten voor wie de bij het eerste streepje bedoelde verplichting niet geldt, de hoeveelheid die voorkomt in de in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1153/75 bedoelde registers en die zij zelf hebben verkregen uit aangekochte most.

4. De kortlopende opslagcontracten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gesloten overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 337/79, worden op verzoek van de betrokken producenten ontbonden, indien deze leveringscontracten sluiten met het oog op de in deze verordening bedoelde distillatie.

In dat geval blijft het recht op de steun voor opslag in het kader van een kortlopend contract bestaan voor de periode die loopt van de eerste geldigheidsdag van het contract tot de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

5. De Lid-Staten doen vóór 8 april 1983 aan de Commissie mededeling van de gegevens inzake de hoeveelheden tafelwijn die zijn vermeld in de bij het interventiebureau ingediende contracten.

6. Ingeval uit de in lid 5 bedoelde mededelingen blijkt dat de totale hoeveelheid tafelwijn die in de bij de interventiebureaus ingediende contracten is vermeld, meer dan 4 miljoen hl bedraagt, wordt de in elk contract vermelde hoeveelheid naar verhouding verlaagd, evenwel niet beneden de in lid 2, derde alinea, vermelde minimumhoeveelheid.

Artikel 3

1. In de in artikel 2, lid 1, bedoelde contracten moeten ten minste de volgende gegevens worden vermeld:

a) de hoeveelheid, de kleur en het effectief alcohol-volumegehalte van de te distilleren tafelwijn;

b) de naam en het adres van de producent;

c) de plaats waar de wijn is opgeslagen;

d) de naam van de distilleerder of de firma van de distilleerderij;

e) het adres van de distilleerderij.

2. De in artikel 2, lid 1, bedoelde contracten zijn voor de toepassing van deze verordening slechts geldig indien zij zijn goedgekeurd door het interventiebureau van de Lid-Staat waar de wijn zich bevindt op het moment dat het contract wordt gesloten.

3. Wanneer de distillatie plaatsvindt in een andere Lid-Staat dan die waar het contract is goedgekeurd, doet het interventiebureau dat het contract heeft goedgekeurd, een afschrift daarvan toekomen aan het interventiebureau van eerstgenoemde Lid-Staat.

Artikel 4

1. Producenten

- die zelf over distillatie-installaties beschikken en voornemens zijn over te gaan tot distillatie als bedoeld in artikel 1, of

- die voornemens zijn in de installaties van een erkend distilleerder loondistillatie te laten verrichten,

stellen het interventiebureau van de Lid-Staat op wiens grondgebied hun wijnpakhuis is gelegen, daarvan op de hoogte door middel van een verklaring inzake de levering ter distillatie. Indien de distillatie-installaties zich in een andere Lid-Staat bevinden, stellen zij ook het interventiebureau van deze tweede Lid-Staat op de hoogte door toezending van een kopie van de verklaring.

De in lid 1 bedoelde verklaring wordt bij de bevoegde interventiebureaus ingediend binnen de in artikel 2, lid 1, bedoelde termijnen.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt het in artikel 2, lid 1, bedoelde contract:

- in het in lid 1, eerste alinea, eerste streepje, bedoelde geval vervangen door de verklaring;

- in het in lid 1, eerste alinea, tweede streepje, bedoelde geval vervangen door de verklaring, vergezeld van een tussen de producent en de distilleerder gesloten leveringscontract voor loondistillatie.

3. In de in lid 1 bedoelde verklaring en het in lid 2, tweede streepje, bedoelde contract moeten ten minste de volgende gegevens worden vermeld:

a) de hoeveelheid, de kleur en het effectieve alcoholvolumegehalte van de te distilleren wijn;

b) de naam en het adres van de producent;

c) de plaats waar de wijn is opgeslagen;

d) het adres van de distilleerderij.

4. De in lid 1 bedoelde verklaring is voor de toepassing van deze verordening slechts geldig, indien zij binnen de in artikel 3, lid 2, bedoelde termijn is goedgekeurd door het interventiebureau van de Lid-Staat op wiens grondgebied het wijnpakhuis van de producent zich bevindt.

5. In het in lid 1, eerste alinea, eerste streepje, bedoelde geval wordt van de voor distillatie bestemde wijn, onder toezicht van een officiële instantie van de Lid-Staat op wiens grondgebied het wijnpakhuis van de producent zich bevindt, een monster genomen voor de analytische bepaling, door een officieel laboratorium, van het effectieve alcohol-volumegehalte, het totale gehalte aan zuren, het gehalte aan vluchtige zuren en de hoeveelheid zwaveldioxyde.

Het resultaat van deze analyse wordt, voorzien van het visum van een officiële instantie, door de producent toegezonden aan het interventiebureau van de Lid-Staat waar de distillatie plaatsvindt.

6. Een vertegenwoordiger van een officiële instantie verifieert de gedistilleerde hoeveelheid wijn en de datum van distillatie.

Artikel 5

1. Het met de goedkeuring van de contracten en verklaringen belaste interventiebureau moet de belanghebbenden uiterlijk een maand na de datum van de ontvangst van het contract of de verklaring het resultaat van de goedkeuringsprocedure mededelen.

2. De wijn mag eerst worden gedistilleerd na goedkeuring van het contract of de verklaring.

3. De distillatie mag niet beginnen vóór 1 mei 1983 en niet plaatsvinden na 30 september 1983.

4. Het door de in artikel 1 bedoelde distillatie verkregen produkt moet een alcoholgehalte hebben van 86 % vol of meer of van 85 % vol of minder. Artikel 6

1. De minimumaankoopprijs van de voor distillatie bestemde wijn wordt vastgesteld op:

- 2,68 Ecu per % vol per hectoliter voor tafelwijn van de soorten R I en R II en voor tafelwijn die daarmee in nauw economisch verband staat;

- 2,48 Ecu per % vol per hectoliter voor tafelwijn van soort A I en voor tafelwijn die daarmee in nauw economisch verband staat;

- 5,58 Ecu per % vol per hectoliter voor tafelwijn van soort A II.

2. De in lid 1 bedoelde prijzen gelden voor onverpakte produkten, af-bedrijf van de producent.

Artikel 7

Voor de gedistilleerde wijn keert het interventiebureau steun uit.

Indien het door de distillatie verkregen produkt een alcoholgehalte heeft van 85 % vol of minder, wordt het bedrag van de steun vastgesteld op:

- 2,07 Ecu per % vol per hectoliter voor tafelwijn van de soorten R I en R II en voor tafelwijn die daarmee in nauw economisch verband staat;

- 1,87 Ecu per % vol per hectoliter voor tafelwijn van soort A I en voor tafelwijn die daarmee in nauw economisch verband staat;

- 4,97 Ecu per % vol per hectoliter voor tafelwijn van soort A II.

Indien het door de distillatie verkregen produkt een alcoholgehalte heeft van 86 % vol of meer, wordt het bedrag van de steun vastgesteld op:

- 2,09 Ecu per % vol per hectoliter voor tafelwijn van de soorten R I en R II en voor tafelwijn die daarmee in nauw economisch verband staat;

- 1,89 Ecu per % vol per hectoliter voor tafelwijn van soort A I en voor tafelwijn die daarmee in nauw economisch verband staat;

- 4,99 Ecu per % vol per hectoliter voor tafelwijn van soort A II.

Artikel 8

Voor de betaling van de minimumaankoopprijs van de wijn en voor de uitkering van de steun door het interventiebureau hebben de Lid-Staten de keuze tussen de procedure van artikel 9 en de procedure van artikel 10.

Artikel 9

1. De in artikel 6, lid 1, bedoelde minimumaankoopprijs wordt door de distilleerder aan de producent betaald uiterlijk drie maanden na de datum van het binnenbrengen in de distilleerderij van:

- de totale in het contract vermelde hoeveelheid wijn, indien deze in één keer wordt geleverd;

- iedere partij wijn, indien de levering van de in het contract vermelde wijn in gedeelten geschiedt.

2. Uiterlijk drie maanden na de datum waarop het bewijs is geleverd dat de totale in het contract vermelde hoeveelheid wijn is gedistilleerd, keert het interventiebureau aan de distilleerder de in artikel 7, eerste alinea, bedoelde steun uit.

De distilleerder moet aan het interventiebureau het bewijs leveren dat hij de minimumaankoopprijs voor de wijn binnen de in lid 1 bedoelde termijn heeft betaald. Indien dat bewijs niet wordt geleverd binnen vier maanden na de datum van het overleggen van het in de eerste alinea bedoelde bewijs, wordt de uitgekeerde steun door het interventiebureau teruggevorderd.

Indien de distilleerder dat bewijs evenwel levert binnen twee maanden na afloop van de gestelde termijn, wordt 20 % van de uitgekeerde steun teruggevorderd.

Artikel 10

1. Uiterlijk één maand na de datum van het binnenbrengen in de distilleerderij van:

- de totale in het contract vermelde hoeveelheid wijn, indien deze in één keer wordt geleverd;

- iedere partij wijn, indien de levering van de in het contract vermelde wijn in gedeelten geschiedt,

keert de distilleerder aan de producent ten minste het verschil uit tussen de in artikel 6, lid 1, bedoelde minimumaankoopprijs en de in artikel 7, eerste alinea, bedoelde steun.

2. Uiterlijk één maand na de datum waarop het bewijs is geleverd dat de totale in het contract vermelde hoeveelheid wijn is gedistilleerd, keert het interventiebureau aan de producent de in artikel 7, eerste alinea, bedoelde steun uit.

Artikel 11

1. De distilleerder in het in artikel 9 bedoelde geval of de producent in het in artikel 10 bedoelde geval, kan vragen dat hem als voorschot een bedrag wordt uitbetaald dat gelijk is aan de in artikel 7, tweede alinea, bedoelde steun, mits hij ten name van het interventiebureau een waarborg heeft gesteld die gelijk is aan 110 % van het bedoelde bedrag. 2. Deze waarborg wordt gesteld in de vorm van een garantie gegeven door een instelling die voldoet aan de criteria welke zijn vastgesteld door de Lid-Staat waaronder het interventiebureau ressorteert.

3. Het voorschot wordt uitgekeerd uiterlijk drie maanden na de datum waarop het bewijs is geleverd dat de waarborg is gesteld en in ieder geval na de datum waarop het contract of de verklaring is goedgekeurd.

4. Behoudens artikel 13 wordt de in lid 1 bedoelde waarborg slechts vrijgegeven, wanneer uiterlijk op 29 februari 1984 het bewijs wordt geleverd:

- dat de totale in het contract vermelde hoeveelheid wijn is gedistilleerd,

- en indien het voorschot is uitgekeerd aan de distilleerder, dat deze de in artikel 6, lid 1, bedoelde minimumaankoopprijs binnen de gestelde termijnen aan de producent heeft betaald.

Indien evenwel de in de eerste alinea bedoelde bewijzen worden geleverd na de in die alinea bedoelde datum, maar vóór 1 juli 1984, wordt 80 % van de waarborg vrijgegeven en wordt het resterende deel verbeurd.

Indien de vorenbedoelde bewijzen niet vóór juli 1984 worden geleverd, wordt de waarborg volledig verbeurd.

5. Bij de vrijgave van de waarborg betaalt het interventiebureau het saldo van de uit te keren bedragen en verricht het de nodige aanpassingen om rekening te houden met de in artikel 12 bedoelde toleranties.

Artikel 12

1. Voor de aan de distilleerderij geleverde wijn wordt een tolerantie van 1 % vol toegestaan ten opzichte van het in het contract of in de verklaring vermelde effectieve alcoholgehalte, voor zover de wijn een effectief alcoholgehalte heeft van meer dan 9,5 % vol.

Voor de werkelijk aan de distilleerderij geleverde hoeveelheid wijn wordt een tolerantie toegestaan van 10 % naar beneden en 5 % naar boven ten opzichte van de hoeveelheid wijn die in het contract of in de verklaring is vermeld, voor zover de werkelijk geleverde hoeveelheid niet kleiner is dan de hoeveelheid bedoeld in artikel 2, lid 2, derde alinea.

2. Het interventiebureau keert de in artikel 7 bedoelde steun uit voor de hoeveelheid wijn die werkelijk is gedistilleerd, binnen de grens van de in lid 1 genoemde toleranties.

Artikel 13

Indien door toevallige omstandigheden of door overmacht de wijn of een gedeelte van de wijn waarop een contract of een verklaring betrekking heeft, niet kan worden gedistilleerd, brengt de distilleerder of de producent zulks onverwijld ter kennis van:

- het interventiebureau van de Lid-Staat op wiens grondgebied de distillatie-installaties zich bevinden,

- en, indien het wijnpakhuis van de producent in een andere Lid-Staat is gelegen, het interventiebureau van deze tweede Lid-Staat.

In deze gevallen keert het interventiebureau de in artikel 7 bedoelde steun uit voor de werkelijk gedistilleerde hoeveelheid wijn.

Artikel 14

De wijn die bestemd is voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde distillatie, kan tot distillatiewijn worden verwerkt, ofwel door een distilleerder, ofwel door een erkend bereider die niet de producent is.

Wanneer de wijn wordt verwerkt door een bereider, zijn artikel 1 en de artikelen 5 tot en met 13 van toepassing, behoudens het bepaalde in de volgende artikelen.

Artikel 15

1. In het in artikel 14, tweede alinea, bedoelde geval worden de in artikel 2 bedoelde contracten gesloten tussen producent en bereider.

2. Deze contracten brengen voor de bereider de verplichting mede:

a) de in de contracten vermelde hoeveelheid wijn aan te kopen en te verwerken tot distillatiewijn;

b) de verkregen distillatiewijn te leveren aan een erkend distilleerder;

c) aan de producent ten minste de in artikel 6, lid 1, bedoelde prijs te betalen.

De in artikel 3, lid 1, sub d) en e), bedoelde gegevens moeten dan worden verstrekt voor de bereider van distillatiewijn en voor de installaties waar de bereiding plaatsvindt.

Artikel 16

1. In het in artikel 14, tweede alinea, bedoelde geval moet de bereiding van distillatiewijn vóór 1 september 1983 plaatsvinden op het grondgebied van de Lid-Staat waar het wijnpakhuis van de producent is gelegen.

2. De bereiding van de in lid 1 bedoelde distillatiewijn geschiedt onder officiële controle. Daartoe:

- wordt in de documenten en de registers als bedoeld in artikel 53 van Verordening (EEG) nr. 337/79 de verhoging van het effectieve alcohol-volumegehalte, uitgedrukt in % vol, genoteerd, onder vermelding van het overeenkomstige gehalte vóór en na de toevoeging van het distillaat aan de wijn; - wordt vóór de verwerking tot distillatiewijn, onder toezicht van een officiële instantie, een monster van de wijn genomen voor de analytische bepaling van het effectieve alcohol-volumegehalte door een officieel laboratorium of een laboratorium dat onder officiële controle werkt. Twee verslagen van deze analyse worden toegezonden aan de bereider van de distillatiewijn, die één exemplaar doet toekomen aan het interventiebureau van de Lid-Staat waar de distillatiewijn wordt bereid.

3. Voor zover zulks nodig, met het oog op een optimale controle, kunnen de Lid-Staten bepalen op welke plaatsen de bereiding van distillatiewijn mag plaatsvinden.

Artikel 17

In het in artikel 14, tweede alinea, bedoelde geval wordt de in artikel 6, lid 1, bedoelde prijs door de bereider betaald uiterlijk drie maanden na de datum waarop de totale in het contract vermelde hoeveelheid wijn in zijn installaties is binnengebracht.

Artikel 18

In het in artikel 14, tweede alinea, bedoelde geval heeft de distillatie van de distillatiewijn plaats vóór 1 november 1983. Het door de distillatie van distillatiewijn verkregen produkt moet een alcoholgehalte hebben van 85 % vol of minder.

Artikel 19

1. Het interventiebureau van de Lid-Staat waar de distillatiewijn is bereid, keert aan de bereider het in artikel 7, tweede alinea, bedoelde bedrag uit op de wijze die is vastgesteld in artikel 9, lid 2, of in artikel 11.

2. De steun wordt berekend per hectoliter en per % vol effectief alcoholgehalte van de wijn vóór de verwerking tot distillatiewijn.

3. De in artikel 12 bedoelde toleranties gelden voor de hoeveelheden wijn die aan de distillaties van de bereider worden geleverd.

4. De steun wordt betaald voor de hoeveelheid wijn die, na verwerking tot distillatiewijn, werkelijk is gedistilleerd.

Artikel 20

In deze verordening wordt onder »erkende distilleerder" verstaan een distilleerder die is opgenomen in een door de bevoegde instanties van de Lid-Staten vastgestelde lijst.

Met de in de eerste alinea bedoelde distilleerder wordt gelijkgesteld degene voor wiens rekening de distillatie wordt verricht. In dat geval moet de distillatie worden uitgevoerd door een erkende distilleerder.

In deze verordening wordt onder »erkende bereider" verstaan een bereider die is opgenomen in een door de bevoegde instanties van de Lid-Staten vastgestelde lijst.

De erkenning wordt ingetrokken indien de distilleerder of de bereider aan de producent niet de in artikel 6 bedoelde minimumaankoopprijs betaalt. De erkenning kan worden ingetrokken wanneer de distilleerder of de bereider de krachtens de communautaire bepalingen op hem rustende andere verplichtingen, met name ten aanzien van de voorgeschreven mededelingen, niet nakomt.

Artikel 21

1. De distilleerders sturen uiterlijk de tiende van elke maand aan het interventiebureau een overzicht toe van de in de voorafgaande maand gedistilleerde hoeveelheden wijn, onder vermelding van de in zuivere alcohol uitgedrukte hoeveelheden verkregen produkten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de produkten met een alcoholgehalte van 86 % vol of meer en de produkten met een alcoholgehalte van 85 % vol of minder.

2. De Lid-Staten doen uiterlijk de twintigste van elke maand, voor de voorafgaande maand, per telexbericht aan de Commissie mededeling van de gedistilleerde hoeveelheden wijn en de in zuivere alcohol uitgedrukte hoeveelheden verkregen produkten, waarbij onderscheid wordt gemaakt overeenkomstig lid 1.

3. De Lid-Staten melden uiterlijk op 1 juli 1984 de gevallen waarin distilleerders of bereiders hun verplichtingen niet zijn nagekomen en welke maatregelen naar aanleiding daarvan zijn genomen.

Artikel 22

1. De met de toepassing van deze verordening belaste interventiebureaus zijn die welke door de Lid-Staten zijn aangewezen overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 343/79 van de Raad (1).

2. Onverminderd artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 4, en artikel 19, lid 1, is het bevoegde interventiebureau het interventiebureau van de Lid-Staat op wiens grondgebied de distillatie heeft plaatsgevonden.

Artikel 23

De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen voor de toepassing van deze verordening, en met name de controlemaatregelen waardoor wordt voorkomen dat voor distillatie bestemde wijn voor andere doeleinden wordt gebruikt. De Lid-Staten kunnen hiertoe het gebruik van een indicator voorschrijven.

De Lid-Staten mogen op hun grondgebied het verkeer van voor distillatie bestemde wijn of van daaruit verkregen gedistilleerde produkten niet belemmeren op grond van de aanwezigheid van een indicator.

Artikel 24

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 9 maart 1983.

Voor de Commissie

Poul DALSAGER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 1.

(2) PB nr. L 326 van 23. 11. 1982, blz. 1.

(3) PB nr. L 227 van 3. 8. 1982, blz. 1.

(4) PB nr. L 262 van 10. 9. 1982, blz. 18.

(5) PB nr. L 5 van 7. 1. 1983, blz. 14.

(6) PB nr. L 113 van 1. 5. 1975, blz. 1.

(7) PB nr. L 333 van 11. 12. 1980, blz. 18.

(1) PB nr. 111 van 6. 11. 1962, blz. 2604/62.

(1) PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 64.