Verordening (EEG) nr. 84/83 van de Commissie van 14 januari 1983 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1391/78 houdende gewijzigde bepalingen ter uitvoering van het stelsel van premies voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand
Publicatieblad Nr. L 013 van 15/01/1983 blz. 0005 - 0006
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 26 blz. 0244
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 26 blz. 0244
***** VERORDENING (EEG) Nr. 84/83 VAN DE COMMISSIE van 14 januari 1983 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1391/78 houdende gewijzigde bepalingen ter uitvoering van het stelsel van premies voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1078/77 van de Raad van 17 mei 1977 tot invoering van een stelsel van premies voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1365/80 (2), en met name op artikel 7, Overwegende dat in artikel 12, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1391/78 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2735/80 (4), is voorzien in een verlaging van de premie ingeval de in artikel 3, lid 2, sub c), van Verordening (EEG) nr. 1078/77 bedoelde verplichting niet wordt nagekomen in het vierde jaar van de omschakelingsperiode; dat is gebleken dat deze bepaling moet worden uitgebreid tot de gehele omschakelingsperiode; Overwegende dat bovendien moet worden bepaald welke de bevoegdheden zijn van de bevoegde instanties wanneer mededelingen helemaal niet of te laat worden gedaan; Overwegende dat bij de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1307/77 van de Commissie (5) en van Verordening (EEG) nr. 1391/78 is gebleken dat de bepalingen betreffende de overlegging van het originele exemplaar van de registratiekaart bij verzending van een rund naar een andere Lid-Staat, moeten worden versoepeld; Overwegende dat het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 1391/78 wordt als volgt gewijzigd: 1. Aan artikel 5, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd: »Indien de in de eerste alinea bedoelde mededeling niet of te laat is gedaan, gaat de bevoegde instantie na of de producent de in artikel 2, lid 2, laatste alinea, en in artikel 3, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1078/77 vastgestelde voorwaarde in acht heeft genomen.". 2. Aan artikel 8 wordt het volgende lid 6 toegevoegd: »6. Indien binnen drie maanden na de overname de registratiekaart, zelfs indien zij slechts gedeeltelijk is ingevuld, niet kan worden overgelegd, kan de Lid-Staat, in afwijking van lid 4, ieder ander document dat gelijkwaardige waarborgen biedt, als bewijs dat het dier is geslacht, gestorven of uitgevoerd aanvaarden.". 3. In artikel 9, lid 4, wordt de volgende alinea ingevoegd na de eerste alinea: »Indien de mededeling niet of te laat is gedaan, gaat de bevoegde instantie na of de rechtverkrijgende de uit de premieregeling voortvloeiende verplichtingen overneemt.". 4. Artikel 12, lid 4, wordt gelezen: »4. In afwijking van artikel 9, lid 1, is in een geval dat niet als een geval van overmacht kan worden beschouwd en waarin de ontvanger van de omschakelingspremie tijdens de omschakelingsperiode de in artikel 3, lid 2, sub c), van Verordening (EEG) nr. 1078/77 bedoelde verplichting niet nakomt, het terug te vorderen premiebedrag of, indien het saldo nog niet aan hem is uitgekeerd, het voor ieder jaar waarin bovengenoemde verplichting niet is nagekomen in te houden bedrag gelijk aan 25 % van de totale premie waarop hij recht zou hebben gehad; dit percentage wordt voor ieder betrokken jaar verlaagd naar evenredigheid van het verschil tussen het aantal gehouden grootvee-eenheden en het vereiste aantal grootvee-eenheden.". Artikel 2 Artikel 1, punten 1 en 3, en, op verzoek van de belanghebbende, artikel 1, punten 2 en 4, zijn van toepassing op steunaanvragen die op of na 1 juli 1977 zijn ingediend op grond van artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1307/77, dan wel op grond van artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1391/78. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 14 januari 1983. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 131 van 26. 5. 1977, blz. 1. (2) PB nr. L 140 van 5. 6. 1980, blz. 18. (3) PB nr. L 167 van 24. 6. 1978, blz. 45. (4) PB nr. L 283 van 28. 10. 1980, blz. 5. (5) PB nr. L 150 van 18. 6. 1977, blz. 24.