Verordening (EEG) nr. 1499/82 van de Commissie van 11 juni 1982 tot elfde wijziging van Verordening (EEG) nr. 223/77 houdende uitvoeringsbepalingen alsmede vereenvoudigingsmaatregelen van de regeling voor communautair douanevervoer en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1664/81
Publicatieblad Nr. L 161 van 12/06/1982 blz. 0011 - 0012
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 9 blz. 0085
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 9 blz. 0085
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1499/82 VAN DE COMMISSIE van 11 juni 1982 tot elfde wijziging van Verordening (EEG) nr. 223/77 houdende uitvoeringsbepalingen alsmede vereenvoudigingsmaatregelen van de regeling voor communautair douanevervoer en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1664/81 DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 222/77 van de Raad van 13 december 1976 betreffende communautair douanevervoer (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3813/81 (2), inzonderheid op artikel 57, Overwegende dat er in Verordening (EEG) nr. 223/77 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3220/81 (4), enkele wijzigingen dienen te worden aangebracht om met name rekening te houden met de in artikel 45 van Verordening (EEG) nr. 222/77 aangebrachte wijzigingen en met de intrekking van Beschikking 70/41/EEG van de Commissie van 19 december 1969 betreffende de aanpassing van de voor de toepassing van artikel 9, lid 2, van het EEG-Verdrag ingestelde methoden van administratieve samenwerking aan de nieuwe regeling welke inzake communautair douanevervoer van toepassing is (5); Overwegende dat in artikel 53 van Verordening (EEG) nr. 223/77 wordt bepaald dat in geval voor per spoor vervoerde goederen een T-document wordt opgesteld, de internationale vrachtbrief of het internationaal expresgoedformulier, gebruikt voor hun vervoer, door de douane moet worden geviseerd; dat de ervaring heeft aangetoond dat uit deze formaliteiten bij gemengd rail-wegvervoer bijzonder ernstige problemen voortvloeien, die zonder bezwaar kunnen worden verholpen door het visum van de douane te vervangen door het visum van de Spoorwegen; dat het mogelijk gebleken is, de inklaring van spoorwegwagens die zich in de Gemeenschap in het vrije verkeer bevinden, aanzienlijk te vereenvoudigen door ten aanzien van die soorwagens af te zien van de overlegging van het document dat bestemd is om hun communautair karakter te bewijzen en door daartoe gebruik te maken van het codenummer en het eigendomsteken die op die wagens zijn aangebracht; Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 223/77 dienovereenkomstig gewijzigd dient te worden; Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1664/81 van de Commissie (6) Verordening (EEG) nr. 223/77 zodanig is gewijzigd dat het stelsel van zekerheidstelling voor een vast bedrag op bepaalde punten is aangepast; dat genoemde verordening slechts tot en met 30 juni 1982 van toepassing is; dat die termijn verlengd dient te worden; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Communautair douanevervoer, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 223/77 wordt als volgt gewijzigd: 1. a) de titel voor artikel 26 wordt geschrapt, b) artikel 26 vervalt. 2. Artikel 48 wordt als volgt gelezen: »Artikel 48 Bij vervoer als bedoeld in artikel 46, lid 1, en artikel 47, lid 1, worden de goederen geacht vervoerd te worden met toepassing van de regeling voor extern communautair douanevervoer, tenzij voor deze goederen een ten bewijze van het communautaire karakter van de goederen afgegeven document voor intern communautair douanevervoer T2L wordt overgelegd.". 3. Artikel 50 o wordt als volgt gelezen: »Artikel 50 o Bij vervoer als bedoeld in artikel 50 m, lid 1, of artikel 50 n, lid 1, worden de goederen geacht vervoerd te worden met toepassing van de regeling voor extern communautair douanevervoer, tenzij voor deze goederen een ten bewijze van het communautaire karakter van de goederen afgegeven document voor intern communautair douanevervoer T2L wordt overgelegd.". 4. Artikel 53, lid 2, wordt als volgt gelezen: »2. In dit geval dient bij het invullen van de internationale vrachtbrief of het internationaal expresgoedformulier op een in het oog vallende wijze in respectievelijk vak 32 of vak 20 een verwijzing naar het (de) gebruikte document(en) voor communautair douanevervoer worden aangebracht. Deze verwijzing moet een aanduiding van het soort, het kantoor van afgifte, de datum en het nummer van het (de) gebruikte document(en) bevatten. Bovendien moet het exemplaar nr. 2 van de internationale vrachtbrief of van het internationaal expresgoedformulier voorzien zijn van het visum van de spoorwegadministratie waaronder het laatste station valt dat bij het communautair douanevervoer is betrokken. Deze administratie brengt daarop haar visum aan na zich ervan te hebben vergewist dat het vervoer van de goederen plaatsvindt onder geleide van het (de) document(en) voor communautair douanevervoer waarnaar verwezen wordt.". 5. Na artikel 68 quater wordt volgende tekst ingevoegd: »BEPALINGEN MET BETREKKING TOT SPOORWAGENS Artikel 68 quinquies Onverminderd de bepalingen die van toepassing zijn op het gebied van de tijdelijke invoer van spoorwagens, zijn de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap die betrekking hebben op het vrije verkeer van goederen van toepassing op iedere goederenwagen die aan een spoorwegmaatschappij van een Lid-Staat van de Gemeenschap toebehoort: a) indien het codenummer en het eigendomsmerk (teken) die erop zijn aangebracht, op ondubbelzinnige wijze aantonen dat de wagens een communautair karakter bezitten; b) in de andere gevallen indien een document voor intern communautair douanevervoer wordt overgelegd.". 6. Bijlage XIV vervalt. Artikel 2 In de tweede alinea van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1664/81 wordt voor »30 juni 1982" gelezen: »31 december 1983". Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op 1 juli 1982, met uitzondering van de punten 1 tot en met 3, 5 en 6 van artikel 1 die in werking treden met ingang van 1 januari 1983. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 11 juni 1982. Voor de Commissie Karl-Heinz NARJES Lid van de Commissie (1) PB nr. L 38 van 9. 2. 1977, blz. 1. (2) PB nr. L 383 van 31. 12. 1981, blz. 28. (3) PB nr. L 38 van 9. 2. 1977, blz. 20. (4) PB nr. L 324 van 12. 11. 1981, blz. 9. (5) PB nr. L 13 van 19. 1. 1970, blz. 13. (6) PB nr. L 166 van 24. 6. 1981, blz. 11.