Verordening (EEG) nr. 232/82 van de Commissie van 29 januari 1982 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1725/79 met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen inzake de toekenning van steun voor tot mengvoeder verwerkte ondermelk en voor magere-melkpoeder met name bestemd voor kalvervoeding
Publicatieblad Nr. L 022 van 30/01/1982 blz. 0053 - 0055
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 24 blz. 0180
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 24 blz. 0180
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 14 blz. 0214
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 14 blz. 0214
***** VERORDENING (EEG) Nr. 232/82 VAN DE COMMISSIE van 29 januari 1982 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1725/79 met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen inzake de toekenning van steun voor tot mengvoeder verwerkte ondermelk en voor magere-melkpoeder met name bestemd voor kalvervoeding DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Griekenland, en met name op artikel 10, lid 3, Overwegende dat bij artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1725/79 van de Commissie (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3474/80 (3), wordt voorzien in steun voor magere-melkpoeder dat tevoren in een mengsel is verwerkt; dat om rekening te houden met de technologische ontwikkeling deze mogelijkheid dient te worden uitgebreid tot ondermelk die tevoren in een mengsel is verwerkt; Overwegende dat bij artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1725/79 de hoeveelheden magere-melkpoeder die overeenkomstig artikel 3 van die verordening moeten worden gedenatureerd en waarvoor steun kan worden verkregen tot een bepaald maximum per maand worden beperkt, hetzij afhankelijk van de hoeveelheid die door de betrokken onderneming in de loop van de overeenkomstige maand van het kalenderjaar 1975 is gedenatureerd, hetzij op basis van het maandgemiddelde over vijf bepaalde maanden; dat het gezien de opgedane ervaring verantwoord is de procedure voor de vaststelling van de maximumhoeveelheid per onderneming te vereenvoudigen; dat het derhalve dienstig is voortaan een maximumhoeveelheid per jaar vast te stellen; Overwegende dat in genoemd artikel is bepaald dat de hoeveelheid die ter aanvulling van de in lid 1 van dat artikel bedoelde hoeveelheid wordt gedenatureerd, uitsluitend bestemd mag zijn voor verwerking tot biggenvoeder; dat om rekening te houden met de behoeften van de pluimveesector dient te worden toegestaan dat deze hoeveelheid ook voor verwerking tot pluimveevoeder wordt bestemd; Overwegende dat duidelijkheidshalve in deze verordening dient te worden verwezen naar de richtlijnen van de Commissie houdende vaststelling van gemeenschappelijke analysemethoden voor de officiële controle van diervoeders; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 1725/79 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 1, lid 3, aanhef, wordt als volgt gelezen: »3. Voor ondermelk of magere-melkpoeder die tevoren in een mengsel is verwerkt, kan de steun echter wel worden toegekend op voorwaarde dat het mengsel is gebruikt voor de vervaardiging van mengvoeder in de zin van artikel 4, lid 1, en dat het mengsel bij de verwerking in het mengvoeder geen andere produkten bevatte dan:". 2. Artikel 2 wordt gelezen: »Artikel 2 1. De steun voor magere-melkpoeder dat is gedenatureerd overeenkomstig artikel 3 wordt met ingang van 1 januari 1982 slechts toegekend voor hoeveelheden die per kalenderjaar niet meer bedragen dan de door de betrokken onderneming in de loop van het kalenderjaar 1975 gedenatureerde hoeveelheden magere-melkpoeder, zoals vastgesteld bij de in artikel 3 bedoelde controle, vermeerderd met 30 %. 2. Op verzoek van een bedrijf kan de bevoegde instantie, ter aanvulling of in de plaats van de maximumhoeveelheid gedenatureerd magere-melkpoeder die voortvloeit uit de toepassing van lid 1, een specifieke maximumhoeveelheid per jaar toekennen die uitsluitend bestemd is voor verwerking tot biggen- en/of pluimveevoeder in een daartoe erkende inrichting op het grondgebied van de Lid-Staat waar de denaturering plaatsvindt. Een dergelijke specifieke jaarlijkse hoeveelheid kan slechts worden toegekend aan een bedrijf dat zich ertoe verbindt: a) een voorraadboekhouding bij te houden waarin de naam en het adres worden vermeld van de kopers van de op grond van dit lid gedenatureerde hoeveelheden magere-melkpoeder die het bedrijf niet zelf tot biggen- en/of pluimveevoeder heeft verwerkt; b) ervoor te zorgen dat bij elke wederverkoop van het gedenatureerde magere-melkpoeder in de verkoopcontracten wordt opgenomen: - de verplichting om dit magere-melkpoeder overeenkomstig de eerste alinea tot biggen- en/of pluimveevoeder te verwerken en - eventueel, de verplichting tot het bijhouden van de sub a) bedoelde voorraadboekhouding. Als inrichting in de zin van de eerste alinea kan slechts worden erkend een inrichting: a) die zich ertoe verbindt permanent registers bij te houden waarin de oorsprong van de gebruikte grondstoffen, de gebruikte hoeveelheden, alsmede de hoeveelheden en de samenstelling van de verkregen produkten worden opgetekend, en b) die verklaart zich te zullen onderwerpen aan de door de betrokken Lid-Staat genomen controlemaatregelen, en met name aan controle op de sub a) bedoelde registers. De erkenning wordt ingetrokken indien een ernstige inbreuk op het bepaalde in dit lid wordt geconstateerd. 3. De Lid-Staten, die lid 2 toepassen, moeten daarbij: a) uitgaan van de in hun nationale voorschriften vastgestelde definitie(s) voor biggen- en/of pluimveevoeder, dan wel bij gebreke daarvan de kenmerken van biggen- en/of pluimveevoeder definiëren; b) voor de toekenning van de specifieke jaarlijkse hoeveelheden de totale maximumhoeveelheden in acht nemen die resulteren uit een onderzoek verricht op grond van artikel 31 van Verordening (EEG) nr. 804/68.". 3. Artikel 4, lid 4, aanhef, wordt als volgt gelezen: »4. Voor de vervaardiging van mengvoeder in de zin van lid 1 mag in een mengsel verwerkte ondermelk of magere-melkpoeder slechts worden gebruikt indien:". 4. Artikel 9, lid 2, tweede alinea, wordt gelezen: »Voor op grond van artikel 2, leden 2 en 3, gedenatureerd magere-melkpoeder wordt aan uitbetaling van de steun tevens de voorwaarde verbonden dat de begunstigde ten genoegen van de bevoegde instantie aantoont dat hij: a) hetzij de betrokken hoeveelheid gedenatureerd magere-melkpoeder overeenkomstig de gestelde voorwaarden tot biggen- en/of pluimveevoeder heeft verwerkt, b) hetzij de betrokken hoeveelheid aan een koper heeft verkocht met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, lid 2, tweede alinea, sub b).". 5. Bijlage II wordt vervangen door de tekst van de bijlage bij deze verordening. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 29 januari 1982. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. (2) PB nr. L 199 van 7. 8. 1979, blz. 1. (3) PB nr. L 363 van 31. 12. 1980, blz. 50. BIJLAGE »BIJLAGE II 1.2 // Naam van de controle-instantie: // Gegevens ter identificatie van de betrokken firma: Controledatum: CONTROLEFORMULIER Mengvoeders overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1725/79 van de Commissie van 26 juli 1979, artikel 4, lid 1, sub a) en d), en artikel 10, lid 2 (1) 1.2 // // // A. Resultaten van de laboratoriumanalyse, aangevuld met frequente, onaangekondigde controles als bedoeld in artikel 10, lid 2, sub b) en c), eventueel vervangen door permanente controle ter plaatse // // Gehalte aan: // // a) magere-melkpoeder // 00,0 % // b) zetmeel (2) // 0,0 % // c) vetten (3) // 0,0 % // d) gras- of luzernemeel // 0,0 % // B. Resultaten van de laboratoriumanalyse // // 1. Kopergehalte (4) // 00 ppm // 2. Korrelverdeling van het gras- of luzernemeel (gecontroleerd vóór bijmenging) // 00 % korrels van minder dan 300 // // (1) Ten aanzien van de monsterneming gelden de bepalingen vastgesteld overeenkomstig Richtlijn 70/373/EEG van de Raad van 20 juli 1970 betreffende de invoering van gemeenschappelijke bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle van veevoeders (PB nr. L 170 van 3. 8. 1970, blz. 2). (2) Voor het bepalen van het zetmeelgehalte gelden de analysemethoden die zijn opgenomen in de derde Richtlijn 72/199/EEG van de Commissie van 27 april 1972 (PB nr. L 123 van 29. 5. 1972, blz. 6) en/of in de vijfde Richtlijn 74/203/EEG van de Commissie van 25 maart 1974 (PB nr. L 108 van 22. 4. 1974, blz. 7) houdende vaststelling van gemeenschappelijke analysemethoden voor de officiële controle van diervoeders. (3) Voor het bepalen van het vetgehalte geldt de analysemethode die is opgenomen in de tweede Richtlijn 71/393/EEG van de Commissie van 18 november 1971 houdende vaststelling van gemeenschappelijke analysemethoden voor de officiële controle van diervoeders (PB nr. L 279 van 20. 12. 1971, blz. 7). (4) Voor het bepalen van het kopergehalte geldt de analysemethode die is opgenomen in hoofdstuk 3 van de bijlage bij de achtste Richtlijn 78/633/EEG van de Commissie van 15 juni 1978 houdende vaststelling van gemeenschappelijke analysemethoden voor de officiële controle van diervoerders (PB nr. L 206 van 29. 7. 1978, blz. 43). Plaats en datum: Handtekening van de verantwoordelijke persoon:"