31982R0065

Verordening (EEG) nr. 65/82 van de Commissie van 13 januari 1982 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor het overbrengen van suiker naar het volgende verkoopseizoen voor suiker

Publicatieblad Nr. L 009 van 14/01/1982 blz. 0014 - 0016
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 14 blz. 0206
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 14 blz. 0206
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 24 blz. 0168
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 24 blz. 0168


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 65/82 VAN DE COMMISSIE

van 13 januari 1982

houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor het overbrengen van suiker naar het volgende verkoopseizoen voor suiker

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 27, lid 3, artikel 32, lid 3, en artikel 48,

Overwegende dat krachtens artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 iedere onderneming kan besluiten de produktie van suiker boven het A-quotum geheel of gedeeltelijk over te brengen naar het volgende verkoopseizoen voor rekening van de produktie van dat verkoopseizoen; dat een suikerfabriek in voorkomend geval de gehele boven het A-quotum geproduceerde hoeveelheid slechts naar het volgende verkoopseizoen kan overbrengen, wanneer de betrokken bietentelers bij de beslissing tot overdracht nauw betrokken worden door middel van een overeenkomst van het betrokken bedrijfsleven in de zin van Verordening (EEG) nr. 206/68 van de Raad van 20 februari 1968 houdende vaststelling van raamvoorschriften voor de contracten en overeenkomsten van het betrokken bedrijfsleven betreffende de aankoop van suikerbieten (2), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Griekenland; dat de betrekkingen tussen de rietsuikerfabrikanten en de suikerrietproducenten in de Franse overzeese departementen worden geregeld in het raam van de gemengde commissie van de betrokken fabriek; dat derhalve de goedkeuring van deze commissie als voorafgaande voorwaarde voor de overdracht van rietsuiker moet worden gesteld;

Overwegende dat de overdracht uiteraard slechts betrekking kan hebben op werkelijk geproduceerde suiker; dat derhalve moet worden voorgeschreven dat de onderneming slechts mag beslissen boven het A-quotum geproduceerde suiker naar het volgende seizoen over te brengen waarvan de produktie door de betrokken Lid-Staat geconstateerd is, en dat de geëigende voorschriften voor zulk een constatering en meer in het bijzonder de daartoe door de onderneming mede te delen gegevens moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat op grond van artikel 27, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 een bedrag wordt geheven op de overgedragen hoeveelheid suiker die gedurende twaalf achtereenvolgende maanden opgeslagen zou moeten blijven, doch die in de loop van die periode wordt afgezet; dat de afzet van bedoelde suiker in deze periode evenals bij alle andere afgezette suiker een extra heffing rechtvaardigt die gelijk is aan de opslagbijdrage als bedoeld in artikel 8, lid 2, derde alinea, sub a), van Verordening (EEG) nr. 1785/81;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 103/69 van de Commissie van 20 januari 1969 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor het overbrengen van een deel van de suikerproduktie naar het volgende verkoopseizoen voor suiker (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 144/69 (4), wordt vervangen door deze verordening;

Overwegende dat de suikerbietentelers in Griekenland nog geen eigen representatieve vakorganisaties hebben; dat daarom voor overdrachten van het verkoopseizoen 1981/1982 een overgangsmaatregel te dien aanzien moet worden vastgesteld;

Overwegende dat het Comité van beheer voor suiker geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Een bedrijf kan een hoeveelheid bietsuiker slechts overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 naar het volgende verkoopseizoen voor suiker overbrengen, voor zover in de mogelijkheid daartoe is voorzien in een overeenkomst van het betrokken bedrijfsleven in de zin van artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 206/68.

Met het oog op de overdracht van een hoeveelheid bietsuiker naar het volgende verkoopseizoen voor suiker bevat de in de eerste alinea bedoelde overeenkomst bepalingen betreffende de berekening van de hoeveelheid suikerbieten welke overeenkomt met de over te brengen hoeveelheid suiker en de verdeling van de suikerbieten tussen de producenten ervan.

2. Een bedrijf kan een hoeveelheid rietsuiker slechts overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 naar het volgende verkoopseizoen voor suiker overbrengen, voor zover de mogelijkheid daartoe is goedgekeurd door de gemengde commissie van de betrokken fabriek.

Artikel 2

1. Een bedrijf kan alleen suiker waarvan de betrokken Lid-Staat heeft geconstateerd dat hij boven het A-quotum is geproduceerd, naar het volgende verkoopseizoen overbrengen.

2. Voor de in lid 1 bedoelde constatering

a) berekent de Lid-Staat het totaal van de hoeveelheden suiker die reeds van het voorafgaande verkoopseizoen zijn overgebracht en de hoeveelheden suiker die tijdens het lopende verkoopseizoen zijn geproduceerd tot de datum waarop tot de betrokken overdracht wordt besloten,

en

b) trekt de Lid-Staat van het sub a) bedoelde totaal af de hoeveelheden C-suiker, die eventueel vóór de datum van het laatste besluit tot overdracht zijn uitgevoerd, alsmede de hoeveelheden waarvoor tijdens het lopende verkoopseizoen eventueel tot overdracht is beslist.

De hoeveelheid suiker die door het betrokken bedrijf kan worden overgebracht, mag niet groter zijn dan het verschil tussen het resultaat van de in de eerste alinea bedoelde berekening en zijn A-quotum.

3. De hoeveelheden suiker die naar een bepaald verkoopseizoen worden overgebracht, worden geacht als eerste hoeveelheden in dat verkoopseizoen te zijn geproduceerd.

Artikel 3

1. Wanneer een bedrijf dat tot overdracht heeft besloten voor de tot overgebrachte suiker verwerkte hoeveelheid suikerbieten, geen voorlopige betaling heeft gedaan overeenkomend met de voor A-suikerbieten geldende minimumprijs tijdens het verkoopseizoen waarin zij werden geproduceerd, dient het de producent van de suikerbieten te laten delen in de terugbetaling van de opslagkosten voor de in artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde periode.

Voor de bepaling van het aandeel in deze terugbetaling wordt rekening gehouden met:

a) het gedeelte van de financieringskosten dat in aanmerking is genomen voor de bepaling van het bedrag van de terugbetaling der betrokken opslagkosten als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1785/81;

b) het in artikel 29, lid 2, van die verordening genoemde percentage;

c) het in artikel 4, lid 2, van die verordening bedoelde rendement.

2. Bij toepassing van artikel 30, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 kan bij overeenkomst van het betrokken bedrijfsleven worden afgeweken van artikel 32, lid 2, tweede streepje, van genoemde verordening.

De toepassing van dit lid mag niet tot gevolg hebben dat de totale ontvangsten van iedere suikerbietenteler lager zouden zijn dan bij toepassing van de artikelen 6 en 32 van voornoemde verordening.

Artikel 4

De in artikel 27, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde mededeling omvat:

a) de over te brengen hoeveelheid, uitgedrukt in witte suiker;

b) de nodige gegevens voor de in artikel 2 bedoelde constatering.

De Lid-Staten kunnen evenwel aanvullende gegevens eisen.

Artikel 5

1. Behalve in geval van door de betrokken Lid-Staat erkende overmacht en onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 3, innen de Lid-Staten een bedrag van 20,00 Ecu per 100 kg suiker voor de overgebrachte hoeveelheid suiker waarvoor het bedrijf de in artikel 27, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde verplichting tot opslag niet is nagekomen.

Voor de in de eerste alinea bedoelde hoeveelheid suiker innen de betrokken Lid-Staten bovendien een bedrag dat gelijk is aan de in artikel 8, lid 2, derde alinea, sub a), van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde opslagbijdrage, zoals deze geldt bij de afzet.

2. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen voor de uitvoering van dit artikel, met name in geval van door het betrokken bedrijf ingeroepen overmacht.

Artikel 6

Verordening (EEG) nr. 103/69 wordt ingetrokken.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Het bepaalde in artikel 1, lid 1, geldt in Griekenland niet voor overdrachten van suiker van het verkoopseizoen 1981/1982 naar het verkoopseizoen Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 13 januari 1982.

Voor de Commissie

Poul DALSAGER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 177 van 1. 7. 1981, blz. 4.

(2) PB nr. L 47 van 23. 2. 1968, blz. 1.

(3) PB nr. L 14 van 21. 1. 1969, blz. 9.

(4) PB nr. L 20 van 27. 1. 1969, blz. 6.