31982R0019

Verordening (EEG) nr. 19/82 van de Commissie van 6 januari 1982 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2641/80 met betrekking tot de invoer van produkten uit de sector schape- en geitevlees van oorsprong uit bepaalde derde landen

Publicatieblad Nr. L 003 van 07/01/1982 blz. 0018 - 0025
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 14 blz. 0182
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 24 blz. 0135
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 14 blz. 0182
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 24 blz. 0135


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 19/82 VAN DE COMMISSIE

van 6 januari 1982

houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2641/80 met betrekking tot de invoer van produkten uit de sector schape- en geitevlees van oorsprong uit bepaalde derde landen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1837/80 van de Raad van 27 juni 1980 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 899/81 (2), en met name op artikel 16, lid 2,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2641/80 van de Raad van 14 oktober 1980 houdende afwijking van enige invoerbepalingen die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 1837/80 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (3), en met name op artikel 1, lid 2,

Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 2641/80 is bepaald dat invoercertificaten voor de produkten van de posten 01.04 B en 02.01 A IV van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit bepaalde derde landen, slechts worden afgegeven als een door het exporterende derde land afgegeven certificaat voor uitvoer naar de Europese Economische Gemeenschap wordt overgelegd; dat de uitvoeringsbepalingen van deze regeling moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat de exporterende derde landen zich ertoe hebben verbonden voor de betrokken produkten certificaten voor uitvoer af te geven; dat het model van deze certificaten moet worden vastgesteld en dat het gebruik van de certificaten moet worden geregeld;

Overwegende dat het certificaat voor uitvoer naar de Europese Economische Gemeenschap moet worden afgegeven door een instantie in een derde land; dat deze instantie alle garanties moet bieden voor de goede werking van de regeling;

Overwegende dat de betrokken invoer moet worden beperkt tot de in de overeenkomsten inzake vrijwillige beperking genoemde hoeveelheden, dat bijgevolg moet worden afgeweken van Verordening (EEG) nr. 3183/80 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2646/81 (5), ten aanzien van de hoeveelheden die boven de in het certificaat vermelde hoeveelheden mogen worden ingevoerd;

Overwegende dat dient te worden voorgeschreven dat de Lid-Staten de nodige gegevens over de betrokken invoer moeten mededelen;

Overwegende dat in deze verordening de bepalingen worden overgenomen van de Verordeningen (EEG) nr. 2663/80 (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3463/80 (7), (EEG) nr. 3379/80 (8), (EEG) nr. 3380/80 (9), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1063/81 (10), EEG nr. 1102/81 (11); dat genoemde verordeningen derhalve moeten worden ingetrokken;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer »schapen en geiten",

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Het in artikel 1, lid 1, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 2641/80 bedoelde invoercertificaat wordt slechts afgegeven als het in hetzelfde lid, tweede streepje, bedoelde certificaat voor uitvoer naar de Europese Economische Gemeenschap, hierna »certificaat voor uitvoer" genoemd, wordt overgelegd.

Artikel 2

1. Van het certificaat voor uitvoer wordt een origineel en ten minste één kopie opgesteld op een formulier dat overeenstemt met het model in bijlage I of II.

Het formaat van dit formulier is circa 210 × 297 mm. Het papier moet ten minste 40 gram per m2 wegen en wit zijn.

2. De formulieren worden gedrukt en ingevuld in één van de officiële talen van de Gemeenschap; bovendien kunnen zij worden gedrukt en ingevuld in de officiële taal of één van de officiële talen van het exporterende land.

3. Het origineel en de kopieën worden met de schrijfmachine of met de hand ingevuld. In het laatste geval moeten zij met inkt worden ingevuld en moeten drukletters worden gebruikt.

4. Elk certificaat voor uitvoer wordt geïndividualiseerd door middel van een volgnummer dat wordt toegekend door de in artikel 4 bedoelde instantie van afgifte. Het origineel en de kopieën hebben hetzelfde volgnummer.

Artikel 3

1. Het certificaat voor uitvoer is drie maanden geldig vanaf de datum van afgifte.

Het origineel van dit certificaat en een kopie worden aan de bevoegde instanties overgelegd bij de indiening van de aanvraag voor het overeenkomstige invoercertificaat.

2. Het origineel wordt bewaard door de instantie die het invoercertificaat afgeeft. Indien evenwel het invoercertificaat slechts wordt aangevraagd voor een deel van de hoeveelheid die in het certificaat voor uitvoer is aangegeven, vermeldt de instantie van afgifte op het certificaat voor uitvoer de hoeveelheid waarvoor het is gebruikt, voorziet het certificaat van zijn stempel en bezorgt het terug aan de belanghebbende.

Artikel 4

1. Een certificaat voor uitvoer is slechts geldig indien het overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en de aanwijzingen in bijlage II naar behoren is ingevuld en geviseerd door een instantie van afgifte die vermeld is in de lijst van bijlage III.

2. Een certificaat voor uitvoer is naar behoren geviseerd wanneer daarop de plaats en datum van afgifte en de laatste dag van de geldigheidsduur zijn vermeld en wanneer het is voorzien van het stempel van de instantie van afgifte en de handtekening van de persoon of de personen die het mogen ondertekenen.

Artikel 5

1. De instanties van afgifte die vermeld zijn in de lijst van bijlage III:

a) moeten als zodanig zijn erkend door het exporterende derde land;

b) moeten zich ertoe verbinden de op de certificaten voor uitvoer aangebrachte vermeldingen te verifiëren;

c) moeten zich ertoe verbinden de Commissie periodiek mede te delen voor welke hoeveelheden certificaten voor uitvoer zijn afgegeven, gespecificeerd volgens bestemming;

d) moeten zich ertoe verbinden de Commissie en de Lid-Staten desgevraagd alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn om de juistheid van de op de certificaten voor uitvoer aangebrachte vermeldingen te kunnen nagaan.

2. De lijst wordt herzien wanneer niet meer is voldaan aan de in lid 1, sub a), bedoelde voorwaarde of wanneer een instantie van afgifte een van haar verplichtingen niet nakomt.

Artikel 6

1. Het in artikel 1, lid 1, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 2641/80 bedoelde invoercertificaat wordt uiterlijk de eerste werkdag na de dag van indiening van de aanvraag afgegeven en is geldig tot en met de laatste dag van de geldigheidsduur van het overeenkomstig artikel 1 van de onderhavige verordening overgelegde certificaat voor uitvoer.

2. Overeenkomstig artikel 1, lid 1, vierde streepje, van Verordening (EEG) nr. 2641/80 is voor de afgifte van het in lid 1 bedoelde invoercertificaat geen waarborg vereist.

3. Dit certificaat moet onverwijld en uiterlijk bij het verstrijken van de geldigheidsduur aan de instantie van afgifte worden teruggezonden.

Artikel 7

1. Op de certificaataanvraag en op het invoercertificaat moet in vak 14 het derde land van oorsprong worden vermeld.

Het certificaat brengt de verplichting mee in te voeren uit het aangeduide land.

2. Op het certificaat moet in vak 20 a) één van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

- Heffing beperkt tot 10 % ad valorem (toepassing van Verordening (EEG) nr. 19/82),

- Importafgiften begraenses til 10 % af vaerdien (jf. forordning (EOEF) nr. 19/82),

- Beschraenkung der Abschoepfung auf 10 % des Zollwerts (Anwendung der Verordnung (EWG) Nr. 19/82),

- Eisforá periorizómeni sto 10 % kat' oeaxía (efarmogí toy kanonismoý (EOK) arith. 19/82),

- Levy limited to 10 % ad valorem (application of Regulation (EEC) No 19/82),

- Prélèvement limité à 10 % ad valorem (application du règlement (CEE) no 19/82),

- Prelievo limitato al 10 % ad valorem (applicazione del regolamento (CEE) n. 19/82).

In afwijking van artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3183/80 mag de hoeveelheid die in het vrije verkeer wordt gebracht, de in de vakken 10 en 11 van het invoercertificaat vermelde hoeveelheden niet overschrijden; daartoe wordt in vak 22 van genoemd certificaat het cijfer 0 ingevuld. Artikel 8

1. De Lid-Staten delen vóór de vijfde werkdag van iedere maand per telexbericht aan de Commissie de hoeveelheden mede, gespecificeerd per produkt en per oorsprong, waarvoor tijdens de vorige maand

- de in artikel 1 bedoelde invoercertificaten zijn afgegeven,

- de overeenkomstig artikel 6, lid 3, naar de instantie van afgifte teruggezonden invoercertificaten zijn gebruikt.

2. De Lid-Staten delen aan de Commissie vóór 15 juli, 15 september en 15 november van ieder jaar mede welke hoeveelheid, cumulatief, invoercertificaten achtereenvolgens voor de tijdvakken januari-juli, januari-augustus en januari-oktober van het lopende jaar werd afgegeven; zij delen eveneens vóór 31 januari van elk jaar mede welke hoeveelheid invoercertificaten, cumulatief en definitief, werd afgegeven in de loop van het voorafgaande jaar.

Artikel 9

Verordeningen (EEG) nr. 2663/80, (EEG) nr. 3379/80, (EEG) nr. 3380/80 en (EEG) nr. 1102/81 worden ingetrokken.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1982.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 6 januari 1982.

Voor de Commissie

Poul DALSAGER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 183 van 16. 7. 1980, blz. 1.

(2) PB nr. L 90 van 4. 4. 1981, blz. 26.

(3) PB nr. L 275 van 18. 10. 1980, blz. 2.

(4) PB nr. L 338 van 13. 12. 1980, blz. 1.

(5) PB nr. L 259 van 12. 9. 1981, blz. 10.

(6) PB nr. L 276 van 20. 10. 1980, blz. 24.

(7) PB nr. L 363 van 31. 12. 1980, blz. 10.

(8) PB nr. L 355 van 30. 12. 1980, blz. 27.

(9) PB nr. L 355 van 30. 12. 1980, blz. 32.

(10) PB nr. L 111 van 23. 4. 1981, blz. 21.

(11) PB nr. L 116 van 28. 4. 1981, blz. 14.

BIJLAGE III

Lijst van de instanties van de exporterende landen die certificaten voor uitvoer mogen afgeven

1.2.3 // I. // Argentinië: // Junta nacional de carnes. // II. // Australië: // Australian Meat and Livestock Corporation. // III. // Oostenrijk: // Bundesministerium fuer Land- und Forstwirtschaft. // IV. // Bulgarije: // RODOPAIMPEX. // V. // Hongarije: // TERIMPEX. // VI. // IJsland: // Ministerie van Handel. // VII. // Nieuw-Zeeland: // New Zealand Meat Producers Board. // VIII. // Polen: // ANIMEX. // IX. // Roemenië: // PRODEXPORT. // X. // Uruguay: // Instituto nacional de carnes (INAC). // XI. // Joegoslavië: // Samoupravni fond za unapredenje proizvodnje plasmana stoke i stocnih proivoda.