Verordening (EEG) nr. 1224/81 van de Commissie van 7 mei 1981 betreffende een bijzondere maatregel in het kader van de inschrijvingen voor de levering van zuivelprodukten bij wijze van voedselhulp, in verband met de wijziging van de representatieve koers van de Duitse mark
Publicatieblad Nr. L 124 van 08/05/1981 blz. 0011 - 0012
Verordening (EEG) nr. 1224/81 Van de Commissie van 7 mei 1981 betreffende een bijzondere maatregel in het kader van de inschrijvingen voor de levering van zuivelprodukten bij wijze van voedselhulp, in verband met de wijziging van de representatieve koers van de Duitse mark DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 878/77 van de Raad van 26 april 1977 inzake de in de landbouwsector toe te passen wisselkoersen [1], laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 850/81 [2], en met name op artikel 5, Overwegende dat bij artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 878/77 de bepalingen van toepassing zijn verklaard van Verordening (EEG) nr. 1134/68 van de Raad van 30 juli 1968 houdende vaststelling van de regels voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 653/68 betreffende de voorwaarden voor wijziging van de waarde van de voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid gebruikte rekeneenheid [3]; dat in Verordening (EEG) nr. 1134/68 met name is bepaald dat in een aantal gevallen elke particulier die voor een bepaalde transactie een overeenkomst heeft gesloten met een interventiebureau, op zijn verzoek annulering van zijn verbintenis verkrijgt; dat evenwel in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 878/77 is bepaald dat artikel 4, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1134/68 slechts geldt indien de toepassing van de nieuwe representatieve koersen nadeel berokkent; dat daarin bovendien is bepaald dat het nadeel door een passende maatregel kan worden gecompenseerd ; Overwegende dat de toepassing van deze bepalingen op de nog te leveren voedselhulp in het kader van Verordening (EEG) nr. 303/77 van de Commissie [4], laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3474/80 [5], waarvoor de toewijzing vóór 6 april 1981 heeft plaatsgevonden, meebrengt dat de personen aan wie is toegewezen en die hun offertes bij het Duitse interventiebureau hebben ingediend, hun verbintenissen kunnen laten annuleren; dat, indien massaal van deze mogelijkheid gebruik zou worden gemaakt, de nakoming door de Gemeenschap van de verbintenissen die deze ten aanzien van de begunstigden van de betrokken voedselhulp heeft aangegaan in gevaar zou kunnen komen; dat toepassing van deze mogelijkheid op zichzelf de personen aan wie is toegewezen niet altijd beschermt tegen alle nadeel ten gevolge van de annulering van hun verbintenissen ten opzichte van de Gemeenschap, met name wanneer zij reeds andere verbintenissen hebben aangegaan om de overeengekomen levering uit te voeren ; Overwegende dat de meest adequate maatregel om in deze situatie elk nadeel te voorkomen erin bestaat, te bepalen dat de wijziging van de representatieve koers van de Duitse mark niet van invloed is op de oorspronkelijk tussen de betrokkenen en het Duitse interventiebureau overeengekomen en in Duitse mark uitgedrukte bedragen ; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Onverminderd de mogelijkheid tot annulering als bedoeld in artikel 4, lid 1, laatste alinea, van Verordening (EEG) nr. 1134/68 geldt op verzoek van de belanghebbende de vóór 6 april 1981 geldende representatieve koers van de Duitse mark voor leveringen van voedselhulp die op of na die datum in het kader van Verordening (EEG) nr. 303/77 zijn gedaan wanneer betrokkene geen gebruik heeft gemaakt van deze mogelijkheid tot annulering en vóór 6 april 1981 door het Duitse interventiebureau aan hem is toegewezen. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 7 mei 1981. Voor de Commissie Poul Dalsager Lid van de Commissie [1] PB nr. L 106 van 29. 4. 1977, blz. 27. [2] PB nr. L 90 van 4. 4. 1981, blz. 1. [3] PB nr. L 188 van 1. 8. 1968, blz. 1. [4] PB nr. L 43 van 15. 2. 1977, blz. 1. [5] PB nr. L 363 van 31. 12. 1980, blz. 50. --------------------------------------------------