Verordening (EEG) nr. 2644/80 van de Raad van 14 oktober 1980 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende interventie in de sector schape- en geitevlees
Publicatieblad Nr. L 275 van 18/10/1980 blz. 0008 - 0010
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 12 blz. 0144
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 31 blz. 0061
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 12 blz. 0144
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 19 blz. 0098
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 19 blz. 0098
VERORDENING (EEG) Nr. 2644/80 VAN DE RAAD van 14 oktober 1980 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende interventie in de sector schape- en geitevlees DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1837/80 van de Raad van 27 juni 1980 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (1), inzonderheid op artikel 7, lid 6, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1837/80 voorziet in de mogelijkheid om in de sector schape- en geitevlees interventiemaatregelen te nemen in de vorm van steunverlening aan particuliere opslag; Overwegende dat de werking van deze steunregeling vergemakkelijkt kan worden door het sluiten van contracten met interventiebureaus; Overwegende dat, ter verwezenlijking van de met de steunverlening beoogde doeleinden zoals deze zijn omschreven in Verordening (EEG) nr. 1837/80, bij de vaststelling van het steunbedrag rekening moet worden gehouden met de aan de opslag verbonden kosten ; dat het daartoe dienstig is te voorzien in twee methodes voor de bepaling van dit bedrag ; dat in beide gevallen de steun moet worden verleend zonder discriminatie tussen in de Gemeenschap gevestigde gegadigden; Overwegende dat passende maatregelen dienen te worden vastgesteld voor het geval dat de marktsituatie voor de betrokken produkten een wijziging noodzakelijk maakt van bepalingen in de nog te sluiten contracten of van de opslagtermijn die is vermeld in de reeds gesloten contracten; Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1837/80 voorziet in de mogelijkheid om in de sector schapevlees interventiemaatregelen te nemen in de vorm van aankopen door de interventiebureaus; Overwegende dat algemene criteria voor deze aankopen dienen te worden vastgesteld, rekening houdend met de doelstellingen van de interventieregeling, in het bijzonder het evenwicht tussen de betrokken markt en de markt voor concurrerende dierlijke produkten enerzijds, en met de financiële verantwoordelijkheid van de Gemeenschap ter zake anderzijds; Overwegende dat, ter verwezenlijking van de doeleinden die worden beoogd met de toekenning van de in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde variabele slachtpremie voor schapen, dient te worden bepaald dat in de Lid-Staten die tijdens een bepaald verkoopseizoen deze premie toepassen tijdens dit verkoopseizoen niet tot de in artikel 6, lid 1, sub b) van die verordening bedoelde interventieaankopen kan worden besloten en omgekeerd; Overwegende dat passende maatregelen voor het verrichten van de interventieaankopen dienen te worden genomen om te verzekeren dat deze slechts kwaliteiten geslachte schapen betreffen waarvoor noteringen bestaan die voldoende representatief zijn voor de werkelijke marktsituatie, zulks in afwachting van een harmonisatie van de indelingssystemen voor deze kwaliteiten door middel van een communautair indelingsschema; Overwegende dat dient te worden voorgeschreven dat de aankoopprijzen voor de verschillende kwaliteiten moeten worden bepaald op basis van de waardeverhouding die in iedere Lid-Staat waar de betrokken aankopen worden verricht, gewoonlijk bestaat tussen elk van deze kwaliteiten; Overwegende dat dient te worden bepaald dat, in geval van toepassing van de in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde maatregelen, de aankoopprijzen op dezelfde wijze moeten worden vastgesteld, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: TITEL I Steunverlening aan de particuliere opslag Artikel 1 1. Als particuliere opslag in de zin van artikel 6, lid 1, sub a), van Verordening (EEG) nr. 1837/80 wordt beschouwd : bewaring in een opslagruimte van onder de sector schape- en geitevlees vallende produkten, voor zover dit geschiedt door en voor eigen rekening en eigen risico van in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de in artikel 6, lid 1, sub b), van die verordening bedoelde interventiebureaus. (1) PB nr. L 183 van 16.7.1980, blz. 1. 2. Voor steunverlening aan particuliere opslag komen uitsluitend produkten in aanmerking die afkomstig zijn van dieren, van oorsprong uit de Gemeenschap, die onder nader te bepalen voorwaarden worden bewaard. 3. De steun wordt verleend overeenkomstig met de interventiebureaus gesloten contracten waarin de wederzijdse verplichtingen van de contractanten worden vastgelegd op voorwaarden die voor elk produkt uniform zijn. Artikel 2 Behoudens bijzondere machtiging, kan een aanvraag om steunverlening aan de particuliere opslag slechts worden ingediend in de Lid-Staat waar het produkt zal worden opgeslagen. Artikel 3 Indien de marktsituatie zulks vereist, kan onder nader te bepalen voorwaarden worden besloten de in het contract overeengekomen opslagtermijn te verkorten of te verlengen. Artikel 4 1. Het steunbedrag wordt: - ofwel vastgesteld in het kader van een inschrijvingsprocedure die wordt aangekondigd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, - ofwel vooraf forfaitair vastgesteld. 2. Gegadigden worden, ongeacht hun vestigingsplaats in de Gemeenschap, op voet van gelijkheid behandeld ten aanzien van de vraag of hun aanbieding in aanmerking komt. Tot de inschrijvingsprocedure en tot het sluiten van contracten worden slechts die gegadigden toegelaten die, als garantie dat zij hun verplichtingen zullen nakomen, een waarborg hebben gesteld die geheel of gedeeltelijk wordt verbeurd, indien de contractuele verplichtingen niet of slechts gedeeltelijk worden nagekomen. 3. De termijn voor de inslag van de produkten en de opslagtermijn dienen te worden vastgesteld. 4. Het steunbedrag mag in beginsel niet hoger zijn dan een bedrag dat overeenkomt met de kosten die aan opslag door de interventiebureaus zouden zijn verbonden. Artikel 5 1. Bij de gunning worden in volgorde eerst die aanbiedingen in aanmerking genomen, die voor de Gemeenschap het voordeligst zijn. 2. Bij een inschrijvingsprocedure kan te allen tijde worden besloten niet te gunnen. Artikel 6 Indien het steunbedrag vooraf forfaitair wordt vastgesteld: a) geldt per afzonderlijk produkt één enkel bedrag dat wordt vastgesteld met inachtneming van de opslagkosten, van de normale kwaliteitsvermindering en, voor zover mogelijk, van de voor het betrokken produkt te verwachten prijsstijging; b) wordt aan de steunaanvragen gevolg gegeven onder nader te bepalen voorwaarden, met name wat de tijd betreft die verloopt tussen de indiening van de aanvraag en het sluiten van het contract; c) kan het sluiten van opslagcontracten worden opgeschort of kunnen de bepalingen in de te sluiten contracten worden herzien, wanneer uit een onderzoek naar de marktsituatie, naar de hoeveelheden waarop de contracten betrekking hebben en naar de in behandeling zijnde contractaanvragen blijkt dat één van deze maatregelen noodzakelijk is. TITEL II Aankopen door de interventiebureaus Artikel 7 1. Bij het bepalen van de kwaliteiten en de aanbiedingsvormen van de geslachte schapen die door de interventiebureaus worden aangekocht, dient rekening te worden gehouden met de noodzaak om de markt doeltreffend te ondersteunen enerzijds, en om de afzet van het produkt bij de uitslag te vergemakkelijken anderzijds. 2. In geval van toepassing van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1837/80, dient bij de keuze van de interventiemaatregelen en van de produkten waarop deze maatregelen betrekking zullen hebben, rekening te worden gehouden met de noodzaak om de financiële last voor de Gemeenschap te beperken. Artikel 8 De in artikel 6, lid 1, sub b), van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde interventiemaatregelen kunnen slechts worden toegepast in de Lid-Staten die in de loop van een bepaald verkoopseizoen niet de in artikel 9 van die verordening bedoelde variabele slachtpremie toekennen. Artikel 9 De in artikel 6, lid 1, sub b), van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde interventiemaatregelen kunnen slechts worden toegepast in de Lid-Staten die een nationaal indelingssysteem voor geslachte dieren toepassen dat het mogelijk maakt uit te maken met welke kwaliteiten de markt het best kan worden ondersteund enerzijds, en de voor deze kwaliteiten toegepaste prijzen op representatieve wijze waar te nemen anderzijds. Artikel 10 1. Voor elke Lid-Staat waar tot de in artikel 6, lid 1, sub b), van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde interventiemaatregelen wordt besloten, worden de aankoopprijzen voor de in artikel 7, lid 1, bedoelde kwaliteiten vastgesteld op basis van de waardeverhouding die gewoonlijk tussen elk van deze kwaliteiten bestaat. 2. In geval van toepassing van de in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde maatregelen, worden de aankoopprijzen overeenkomstig lid 1 vastgesteld. Artikel 11 Deze verordening treedt in werking op 20 oktober 1980. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Luxemburg, 14 oktober 1980. Voor de Raad De Voorzitter C. NEY