31979R1725

Verordening (EEG) nr. 1725/79 van de Commissie van 26 juli 1979 met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen inzake de toekenning van steun voor tot mengvoeder verwerkte ondermelk en voor magere-melkpoeder bestemd voor kalvervoeding

Publicatieblad Nr. L 199 van 07/08/1979 blz. 0001 - 0009
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 26 blz. 0012
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 16 blz. 0181
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 16 blz. 0181
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 11 blz. 0044
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 11 blz. 0044


++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 1725/79 VAN DE COMMISSIE

van 26 juli 1979

met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen inzake de toekenning van steun voor tot mengvoeder verwerkte ondermelk en voor magere-melkpoeder bestemd voor kalvervoeding

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1761/78 ( 2 ) , en met name op artikel 10 , lid 3 , en artikel 28 ,

Overwegende dat ter uitvoering van Verordening ( EEG ) nr . 986/68 van de Raad van 15 juli 1968 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van steun voor ondermelk en mageremelkpoeder bestemd voor voederdoeleinden ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1273/79 ( 4 ) , de voorwaarden voor de betaling van de steun zijn vastgesteld bij Verordening ( EEG ) nr . 990/72 van de Commissie van 15 mei 1972 met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen inzake de toekenning van steun voor tot mengvoeder verwerkte ondermelk en voor mageremelkpoeder , bestemd voor veevoeder ( 5 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 270/78 ( 6 ) ;

Overwegende dat het noodzakelijk blijkt bepaalde wijzigingen aan te brengen in de bestaande regeling ; dat , gezien de ervaring , op bepaalde punten stringentere technische voorschriften inzake de denaturering en het gebruik van het magere-melkpoeder moeten worden vastgesteld en ook de controlemaatregelen moeten worden verbeterd , zulks om de doelmatigheid te verhogen van de voorschriften die moeten waarborgen dat de ondermelk en het magere-melkpoeder voor hun specifieke bestemming worden gebruikt ; dat het duidelijkheidshalve aanbeveling verdient alle thans geldende voorschriften in een nieuwe verordening op te nemen ;

Overwegende dat ervoor dient te worden gezorgd dat de ondermelk en het magere-melkpoeder waarvoor steun wordt toegekend werkelijk voor voederdoeleinden worden gebruikt ; dat daartoe de voorwaarden moeten worden vastgesteld , waaraan de genoemde produkten moeten beantwoorden ; dat derhalve de steunverlening moet worden beperkt tot ondermelk en magere-melkpoeder die zijn verwerkt in mengvoeder overeenkomstig bepaalde eisen of tot magere-melkpoeder dat wordt gebruikt na denaturering ; dat bovendien passende maatregelen moeten worden getroffen om te voorkomen dat voor hetzelfde produkt meermaals steun wordt verleend ;

Overwegende dat bij denaturering van het mageremelkpoeder de door de gebruikers toe te passen denatureringsmethodes moeten worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat het gedenatureerde magere-melkpoeder duidelijk herkenbaar is ; dat het van belang is voor een efficiënte controle zorg te dragen , ten einde het goede verloop van deze bewerking te verzekeren ; dat controle ter plaatse bij de denatureringsbedrijven hiervoor een geschikt middel is ;

Overwegende dat , wanneer het magere-melkpoeder of de ondermelk wordt gebruikt voor de vervaardiging van mengvoeders , het aanbeveling verdient de steun slechts toe te kennen indien het voeder voldoet aan bepaalde in de industrie gebruikelijke normen voor de samenstelling van mengvoeder en indien het voeder het laatste stadium van de industriële fabricage heeft bereikt ; dat bovendien met het oog op de controle moet worden voorgeschreven dat de produkten zodanig moeten worden verpakt dat zij geïdentificeerd kunnen worden ; dat de Lid-Staten de mogelijkheid moeten hebben nader te bepalen hoe aan de bovengemoemde eisen moet worden voldaan ;

Overwegende dat een speciale verpakking niet noodzakelijk is voor de controle op het uiteindelijke gebruik van het mengvoeder wanneer daaraan de voor de denaturering van magere-melkpoeder voorgeschreven produkten zijn toegevoegd ; dat zulks niet geldt voor het transport met tankwagens of containers , zoals door bepaalde gebruikers wordt verricht ; dat het derhalve dienstig is deze wijze van transport aan speciale controlemaatregelen te onderwerpen en voor te schrijven dat de steun eerst wordt betaald nadat de controle heeft plaatsgevonden ;

Overwegende dat een efficiënte controle op het gebruik van de ondermelk en het magere-melkpoeder waarvoor de prijs wordt verlaagd in geval van verwerking tot mengvoeder , slechts mogelijk is indien de bedrijven die steun ontvangen , voldoende garanties bieden ; dat het bestaan van deze waarborgen dient te worden bekrachtigd door een erkenning van het verwerkende bedrijf door de bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat en dat een op de bijzondere vereisten voor de toekenning van de steun afgestemde boekhonding dient te worden voorgeschreven ;

Overwegende dat het dienstig is de bedrijven de mogelijkheid te bieden zich aan de nieuwe voorwaarden aan te passen zonder de steun te verliezen en derhalve een termijn voor de inwerkingtreding van deze voorschriften te bepalen ;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Onverminderd de bepalingen inzake de bijzondere steun op grond van artikel 2 bis , lid 4 , van Verordening ( EEG ) nr . 986/68 ,

a ) wordt voor magere-melkpoeder slechts steun verleend nadat het ofwel is gedenatureerd overeenkomstig artikel 3 , ofwel voor de vervaardiging van mengvoeder is gebruikt overeenkomstig artikel 4 ;

b ) wordt voor ondermelk , gebruikt voor de vervaardiging van mengvoeder , slechts steun verleend als het mengvoeder voldoet aan de in artikel 4 vermelde voorwaarden .

2 . De steun kan slechts worden toegekend indien de ondermelk en het magere-melkpoeder , op het ogenblik waarop zij worden aangewend overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ,

a ) aan de in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 986/68 vastgestelde definities beantwoorden zonder dat er vooraf enige stof aan de betrokken produkten is toegevoegd , en

b ) niet in aanmerking zijn gekomen of niet in aanmerking kunnen komen voor steun of prijsverlaging op grond van andere communautaire bepalingen .

3 . Voor magere-melkpoeder dat tevoren in een mengsel is verwerkt , kan de steun echter wel worden toegekend op voorwaarde dat het mengsel is gebruikt voor de vervaardiging van mengvoeder in de zin van artikel 4 , lid 1 , en dat het mengsel bij de verwerking in het mengvoeder geen andere produkten bevatte dan :

a ) magere-melkpoeder dat voldoet aan de voorwaarden van lid 2 en , al naar het geval ,

b ) vetten ,

c ) vitamines ,

d ) minerale zouten ,

e ) saccharose ,

f ) ten hoogste 0,2 % anti-agglomererende stoffen ,

g ) andere in vet oplosbare hulpstoffen , met name antioxydantia , emulgatoren en vloeibaarmakende stoffen .

4 . Het in artikel 1 , sub d ) , van Verordening ( EEG ) nr . 986/68 bedoelde maximumwatergehalte van het magere-melkpoeder wordt vastgesteld op 5 % .

Dit maximumwatergehalte geldt in het stadium en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 10 , lid 1 .

Betreft het een mengsel als bedoeld in lid 3 , dan wordt het watergehalte berekend over de vetvrije massa van het mengsel .

Voor de hoeveelheid magere-melkpoeder met een watergehalte van meer dan 5 % wordt het steunbedrag verlaagd met 1 % per 0,2 % wategehalte boven 5 % .

Artikel 2

1 . De steun voor magere-melkpoeder dat is gedenatureerd overeenkomstig artikel 3 , wordt slechts toegekend voor hoeveelheden die , zoals vastgesteld bij de in artikel 3 bedoelde controle , per maand niet meer bedragen dan de door de betrokken ondernemingen in de loop van de overeenkomstige maand van het kalenderjaar 1975 gedenatureerde hoeveelheden mageremelkpoeder , vermeerderd met 30 % .

2 . De Lid-Staten worden gemachtigd , in plaats van de gedurende de overeenkomstige maand van het kalenderjaar 1975 gedenatureerde hoeveelheid , een referentiehoeveelheid te kiezen die gelijk is aan een vijfde van de hoeveelheid die is gedenatureerd gedurende de overeenkomstige maand van het kalenderjaar 1975 , de twee aan die maand voorafgaande maanden en de twee op die maand volgende maanden .

Artikel 3

1 . Het magere-melkpoeder word gedenatureerd door per 100 kg magere-melkpoeder 2,5 kg luzernemeel of grasmeel toe te voegen dat ten minste 70 % korrels met een grootte van maximaal 300 mm bevat , op gelijkmatige wijze in het mengsel verdeeld .

2 . De denaturering wordt ter plaatse gecontroleerd .

Iedere Lid-Staat wijst een voor de uitoefening van deze controle bevoegde instantie aan .

3 . Het denaturerende bedrijf deelt aan de in lid 2 bedoelde instantie tijdig genoeg voor de denaturering schriftelijk de volgende gegevens mede :

a ) de firmanaam en het adres van het bedrijf ,

b ) de hoeveelheid magere-melkpoeder die gedenatureerd moet worden ,

c ) de plaats van denaturering ,

d ) de periode waarin de denaturering zal plaatsvinden .

De bevoegde instantie kan aanvullende gegevens verlangen .

Artikel 4

1 . Als mengvoeders in de zin van artikel 2 , lid 1 , sub d ) , van Verordening ( EEG ) nr . 986/68 worden beschouwd , produkten

a ) die per 100 kg eindprodukt bevatten :

- ten minste 60 kg en ten hoogste 70 kg mageremelkpoeder

en

- ten minste 5 kg melkvreemde vetten en ten minste 2 kg zetmeel of zetmeelgel

of

- ten minste 2,5 kg melkvreemde vetten en ten minste 2 kg zetmeel of zetmeelgel indien per 100 kg magere-melkpoeder 2,5 kg luzernemeel of grasmeel met ten minste 70 % korrels van maximaal 300 mm is toegevoegd ;

b ) die een voor voeder typische samenstelling hebben ,

c ) die rechtstreeks als veevoeder kunnen worden gebruikt en voor het bereiken van het landbouwbedrijf of de veefokkerij of -mesterij niet zullen worden verwerkt of vermengd , en

d ) die , in de uiteindelijke samenstelling , ten hoogste 25 ppm koper bevatten .

De sub a ) aangegeven maximumhoeveelheid van 70 kg magere-melkpoeder mag worden verhoogd tot 80 kg in Lid-Staten waar in het melkprijsjaar 1975/1976 met toekenning van steun mengvoeder met meer dan 70 gewichtspercenten magere-melkpoeder is vervaardigd .

2 . Onverminderd het bepaalde in artikel 5 en in Richtlijn 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende de handel in mengvoeders ( 7 ) , wordt het in deze verordening bedoelde mengvoeder verpakt in zakken met een maximuminhoud van 50 kg , waarop in duidelijk leesbare letters wordt gedrukt :

a ) een aanduiding dat het mengvoeder betreft ,

b ) een vermelding aan de hand waarvan het bedrijf dat de steun ontvangt kan worden geïdentificeerd . Deze vermelding mag in code worden opgesteld en moet in dit geval de eerste letter van de naam van het land van oorsprong bevatten ,

c ) de maand en het jaar van vervaardiging ,

d ) het gehalte aan magere-melkpoeder van het eindprodukt .

3 . De Lid-Staten kunnen nader bepalen :

- welke samenstelling zij kenmerkend achten voor mengvoeder ,

- hoe de verpakkingen overeenkomstig lid 2 worden gemerkt en welke aanvullende gegevens op een etiket mogen voorkomen .

De Lid-Staten delen de Commissie de maatregelen mee die zij nemen ter uitvoering van de bovenstaande voorschriften .

4 . Voor de vervaardiging van mengvoeder in de zin van lid 1 mag in een mengsel verwerkt magere-melkpoeder slechts worden gebruikt indien :

a ) het mengsel voldoet aan de eisen van artikel 1 , lid 3 , en

b ) op de verpakking van het mengsel duidelijk leesbaar

- een van de volgende vermeldingen is aangebracht :

" Mengsel dat bestemd is voor de vervaardiging van mengvoeder - Verordening ( EEG ) nr . 1725/79 " ,

" Blanding bestemt til fremstilling af foderblandinger - forordning ( EOEF ) nr . 1725/79 " ,

" Mischung zur Herstellung von Mischfutter - Verordnung ( EWG ) Nr . 1725/79 " ,

" Mixture intended for the manufacture of compound feedingstuffs - Regulation ( EEC ) No 1725/79 " ,

" Mélange destinée à la fabrication d'aliments composés - règlement ( CEE ) n * 1725/79 " ,

" Miscela destinata alla fabbricazione di alimenti composti - regolamento ( CEE ) n . 1725/79 " ,

- het gehalte is vermeld aan magere-melkpoeder , aan toegevoegde minerale zouten en saccharose en aan vetstoffen , inclusief in vet oplosbare hulpstoffen .

Artikel 5

De bepalingen van artikel 4 , lid 2 , worden niet toegepast :

a ) voor mengvoeder waaraan overeenkomstig artikel 3 , lid 1 , per 100 kg magere-melkpoeder 2,5 kg luzernemeel of grasmeel is toegevoegd ,

b ) voor mengvoeder dat overeenkomstig de artikelen 6 en 7 , met tankwagens of containers geleverd wordt aan landbouwbedrijven , veefokkerijen of -mesterijen die dit mengvoeder gebruiken .

Artikel 6

1 . Voor de levering van mengvoeder met tankwagens of containers gelden de volgende voorschriften :

a ) het bedrijf dat steun ontvangt wordt op zijn verzoek door de bevoegde instantie van de Lid-Staat op het grondgebeid waarvan het is gevestigd , gemachtigd deze vorm van transport te gebruiken ,

b ) de levering heeft plaats onder administratieve controle , waardoor met name wordt gewaarborgd dat het voeder wordt geleverd aan een landbouwbedrijf , een veefokkerij of een -mesterij die mengvoeder gebruikt .

2 . In dit geval wordt de steun slechts uitbetaald wanneer het bedrijf aan de bevoegde instantie de bewijsstukken overlegt , waaruit blijkt dat bij de levering het bepaalde in lid 1 , sub b ) , in acht is genomen .

Artikel 7

1 . Ingeval de in artikel 5 , sub b ) , bedoelde levering met tankwagens of containers plaatsvindt in een andere Lid-Staat dan de verkopende Lid-Staat , kan het bewijs van levering onder de in artikel 6 , lid 1 , sub b ) , bedoelde voorwaarden slechts worden geleverd door overlegging van het in artikel 10 van Verordening ( EEG ) nr . 223/77 bedoelde controle-exemplaar .

2 . De vakken nrs . 101 , 103 en 104 van het controle-exemplaar worden ingevuld . In vak nr . 104 wordt het overbodige doorgehaald en wordt bij het tweede streepje een van de volgende vermeldingen aangebracht :

- " Toepassing Verordening ( EEG ) nr . 1725/79 - voor gebruik in landbouwbedrijven of veefokkerijen of -mesterijen bestemd mengvoeder " ,

- " Anvendelse af forordning ( EOEF ) nr . 1725/79 - foderblandinger til anvendelse i en landbrugsbedrift , en opdraetnings - eller opfedningsvirksomhed " ,

- " Anwendung Verordnung ( EWG ) Nr . 1725/79 - fuer landwirtschaftlichen Betrieb bzw . Aufzuchtoder Mastbetrieb bestimtes Mischfutter " ,

- " Pursuant to Regulation ( EEC ) No 1725/79 - compound feedingstuffs intended for a farm or breeding of fattening concern using compound feedingstuffs " ,

- " Application règlement ( CEE ) n * 1725/79 - aliments composés pour animaux destinés à l'exploitation agricole ou exploitation d'élevage ou d'engraissement utilisatrices " ,

- " Applicazione regolamento ( CEE ) n . 1725/79 - alimenti composti per animali destinati ad azienda agricola oppure ad azienda di allevamento o di ingrasso utilizzatrici " .

3 . De Lid-Staat van bestemming gaat na of de geadresseerde voldoet aan de in artikel 6 , lid 1 , sub b ) , bedoelde voorwaarden .

Artikel 8

1 . Aan een bedrijf dat mengvoeder vervaardigt , wordt slechts steun verleend :

a ) indien het daartoe is erkend door de bevoegde instantie van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de vervaardiging plaatsvindt ,

b ) indien het de in lid 3 bedoelde maandelijkse voorraadboekhouding voert alsmede de in lid 5 bedoelde boekhouding .

2 . De erkenning wordt verleend aan bedrijven die beschikken over de nodige technische installaties en over de nodige administratie en boekhouding om de toepassing mogelijk te maken van de bepalingen van deze verordening en van de ter uitvoering van artikel 4 , lid 3 , vastgestelde aanvullende voorschriften .

Zodra deze waarborgen niet meer bestaan , wordt de erkenning ingetrokken ; zij kan worden ingetrokken wanneer is geconstateerd dat het betrokken bedrijf een uit deze verordening voortvloeiende verplichting niet is nagekomen .

3 . De maandelijkse voorraadboekhouding moet ten minste de volgende gegevens bevatten :

a ) de van de producenten ontvangen hoeveelheden melk en room ,

b ) de van de zuivelfabrieken ontvangen hoeveelheden melk , ondermelk en room ,

c ) de datum van vervaardiging en de vervaardigde hoeveelheden ondermelk en magere-melkpoeder ,

d ) de geproduceerde hoeveelheden andere zuivelprodukten ,

e ) de datum van levering en de geleverde hoeveelheden ondermelk en magere-melkpoeder , als zodanig of in de vorm van een mengsel gebruikt voor de vervaardiging van mengvoeder , alsmede de naam en het adres van de leverancier ,

f ) de datum van vervaardiging en de vervaardigde hoeveelheid mengvoeder , alsmede de samenstelling van het produkt met opgave van het procentuele aandeel van de bestanddelen ,

g ) de datum van verkoop en de verkochte hoeveelheden ondermelk , magere-melkpoeder en mengvoeder , alsmede de naam en het adres van de afnemer ,

h ) verliezen , monsters , retourzendingen en omruiling van ondermelk , magere-melkpoeder en mengvoeder .

4 . De in lid 3 genoemde gegevens worden met name door leveringsbewijzen en facturen gestaafd .

5 . Het in lid 1 bedoelde bedrijf houdt permanent de door de bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat voorgeschreven boekhouding bij , waarin met name worden vermeld :

a ) de oorsprong van de gebruikte grondstoffen ,

b ) de gebruikte hoeveelheden :

- magere-melkpoeder als zodanig of in een mengsel verwerkt ,

- ondermelk als zodanig of in een mengsel verwerkt ,

c ) de hoeveelheden en de samenstelling van de verkregen produkten met opgave van het procentuele aandeel van de bestanddelen ,

d ) de datum waarop deze produkten het bedrijf hebben verlaten en de namen en adressen van de kopers .

Artikel 9

1 . Het toe te passen steunbedrag is het bedrag dat geldt op de datum van denaturering van de ondermelk of het magere-melkpoeder , respectievelijk op de datum van verwerking van deze produkten tot mengvoeder .

2 . Onverminderd de gevallen waarin de bewijsstukken beschikbaar zijn voor de periode waarvoor de steun wordt aangevraagd , wordt de steun slechts uitbetaald op voorwaarde dat :

a ) de begunstigde ten genoegen van de bevoegde instantie aantoont dat de overeenkomstige hoeveelheid ondermelk of magere-melkpoeder is gedenatureerd of verwerkt tot mengvoeder tijdens de maand waarvoor de steun wordt aangevraagd ,

en

b ) uit het analyseformulier en het controleformulier als bedoeld in artikel 10 , lid 3 , afgegeven op grond van de overeenkomstig artikel 10 , lid 1 en lid 2 , van de overeenkomstig artikel 10 , lid 1 en lid 2 , sub a ) , b ) en c ) , uitgevoerde controles in de loop van de maand voorafgaande aan die waarvoor de steun wordt aangevraagd , niet blijkt dat de bepalingen van deze verordening niet in acht zijn genomen .

3 . Ingeval uit de in lid 2 , sub b ) , bedoelde formulieren blijkt dat de betrokkene de bepalingen van deze verordening niet in acht heeft genomen in de loop van de betrokken voorafgaande maand :

a ) wordt de betaling van de steun geschorst voor de maand waarop de steunaanvraag betrekking heeft , in afwachting van de ontvangst van de analyse - en controleformulieren die zijn afgegeven op grond van de controles die zijn uitgevoerd in de loop van diezelfde maand , en

b ) wordt de voor de betrokken voorafgaande maand ten onrechte uitgekeerde steun binnen vier werken teruggevorderd .

4 . Voor het bepalen van het ten onrechte uitgekeerde steunbedrag wordt ervan uitgegaan dat de overtreding van de voorschriften van deze verordening betrekking heeft op de totale hoeveelheid ondermelk of magere-melkpoeder die door de betrokkene is gebruikt in de periode tussen de datum waarop de meest recente controle heeft plaatsgehad op grond waarvan geen opmerkingen zijn gemaakt en de datum van de controle waaruit blijkt dat de betrokkene opnieuw aan de voorschriften van deze verordening voldoet .

Indien de betrokkene daarom verzoekt , stelt de met de controle belaste instantie echter binnen de kortst mogelijke termijn een speciaal onderzoek in waarvan de kosten ten laste komen van de betrokkene . Indien het bewijs wordt gleverd dat de voorschriften van deze verordening zijn overtreden voor een geringere hoeveelheid dan die welke voortvloeit uit de toepassing van voorgaande alinea , wordt het terug te vorderen bedrag dienovereenkomstig verlaagd .

5 . Ingeval bij de in artikel 10 , lid 2 , sub d ) , bedoelde controle blijkt dat de bepalingen van deze verordening niet in acht zijn genomen , wordt het ten onrechte uitgekeerde steunbedrag door de betrokkene terugbetaald .

Het terugbetaalde bedrag wordt in mindering gebracht op de interventieuitgaven in de sector melk en zuivelprodukten , waarbij de betrokken bedragen en hoeveelheden afzonderlijk in de boekhouding worden opgevoerd .

6 . De Lid-Staten die van de in artikel 10 , lid 2 , sub f ) , bedoelde machtiging gebruik maken , mogen voorschotten betalen op voorwaarde dat de betrokkene een waarborg stelt waarvan het bedrag gelijk is aan dat van de voorschotten .

Artikel 10

Om ervoor te zorgen dat de bepalingen van deze verordening in acht worden genomen , nemen de Lid-Staten met name de volgende controlemaatregelen :

1 . Ten aanzien van het in artikel 1 , lid 4 , bedoelde maximumwatergehalte geschiedt de controle bij de denaturering van het magere-melkpoeder als zodanig of bij het gebruik van het magere-melkpoeder als zodanig of van het in een mengsel verwerkte magere-melkpoeder voor de vervaardiging van meengvoeder .

Indien evenwel het gebruikte magere-melkpoeder , als zodanig of in de vorm van een mengsel , rechtstreeks komt uit het bedrijf waar het is vervaardigd , dan mag de in de vorige alinea bedoelde controle worden verricht voor het magere-melkpoeder dat bedrijf verlaat .

In dit geval :

a ) zorgt de controle-instantie ervoor dat al het gecontroleerde magere-melkpoeder wordt gedenatureerd of in mengvoeder verwerkt , waarbij voor de betaling van de steun geen rekening wordt gehouden met eventuele gewichtsveranderingen als gevolg van een toeneming van het watergehalte ;

b ) moeten op de zakken , verpakkingen of recipiënten waarin het magere-melkpoeder zich bevindt de nodige gegevens voorkomen voor de identificatie van het magere-melkpoeder en van het bedrijf waar het is geproduceerd ; bovendien moet daarop de datum van vervaardiging en het nettogewicht van het magere-melkpoeder zijn vermeld ;

c ) moeten de door de controle-instantie opgestelde controledocumenten :

- ten minste de hoeveelheid magere-melkpoeder , gegevens ter identificatie van het poeder , de datum van vervaardiging en het geconstateerde watergehalte vermelden ,

- het magere-melkpoeder vergezellen tot de denaturering of de verwerking in mengvoeder ,

- bij de in artikel 8 , lid 5 , bedoelde boekhouding worden gevoegd .

2 . De door de betrokken Lid-Staat vastgestelde controlemaatregelen met betrekking tot het gebruik van ondermelk en magere-melkpoeder , als zodanig of verwerkt in een mengsel , voor de vervaardiging van mengvoeder in de zin van artikel 4 , lid 1 , moeten ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen :

a ) De controle op de betrokken bedrijven heeft met name betrekking op :

- de samenstelling van de gebruikte ondermelk en het gebruikte magere-melkpoeder als zodanig , om na te gaan of aan de voorschriften van artikel 1 , lid 2 en lid 4 , is voldaan ,

- de samenstelling van de gebruikte mengsels , om na te gaan of aan het bepaalde in artikel 1 , lid 3 en lid 4 , is voldaan ,

- de samenstelling van het vervaardigde mengvoeder , om na te gaan of aan het bepaalde in artikel 4 is voldaan .

Bij de controle moet blijken dat in het gebruikte magere-melkpoeder , als zodanig of verwerkt in een mengsel , met name niet aanwezig zijn :

- luzernemeel of grasmeel ,

- gebroken granen ,

- zetmeel of zetmeelgel ,

- gemalen perskoeken of schroot ,

- vismeel ,

- niet reukloos gemaakte visolie .

b ) De controles vinden plaats in de bedrijven zelf en hebben met name betrekking op de produktieomstandigheden , die worden nagegaan door :

- onderzoek van de verwerkte grondstof ,

- controle van de aangevoerde en afgeleverde hoeveelheden ,

- monsterneming ,

- verificatie van de in artikel 8 , lid 3 en lid 5 , bedoelde boekhouding .

c ) Deze controles worden niet aangekondigd en vinden regelmatig plaats . Zij worden ten minste om de veertien produktiedragen verricht . De frequentie van de controles wordt met name bepaald op grond van de omvang van de hoeveelheden magere-melkpoeder die door de betrokken bedrijven worden verwerkt en op grond van de frequentie van de grondige controle van de boekhouding overeenkomstig het bepaalde sub d ) . Bedrijven die niet permanent ondermelk of magere-melkpoeder gebruiken , moeten hun produktieprogramma meedelen aan de controleinstantie van de betrokken Lid-Staat , zodat deze instantie kan zorgen voor de nodige controles .

d ) Ter aanvulling van de sub c ) bedoelde controles wordt een onaangekondigde , grondige controle van de handelsdocumenten en van de in artikel 8 , lid 3 en lid 5 , bedoelde specifieke voorraadboekhouding verricht .

Deze aanvullende controle mot ten minste om de twaalf maanden worden verricht .

e ) Indien de sub d ) bedoelde controle ten minste om de drie maanden wordt verricht , mag de frequentie van de sub c ) bedoelde controles worden verminderd van één controle om de veertien produktiedagen tot één controle om de 28 produktiedagen .

f ) De Lid-Staten zijn gemachtigd om tot en met 31 december 1980 van de sub c ) , d ) en e ) vermelde controlefrequenties af te wijken , indien zij bijomende controlemaatregelen treffen , waarover alle nadere gegevens aan de Commissie moeten worden medegedeel voor 1 april 1980 .

g ) De sub c ) vermelde controlefrequentie geldt niet wanneer de vervaardiging van het in artikel 4 , lid 1 , bedoelde mengvoeder geschiedt onder permanente controle ter plaatse overeenkomstig het bepaalde sub b ) ; in dit geval hoeft ook niet te worden gecontroleerd of aan de in artikel 4 , lid 1 , sub d ) , bedoelde eis is voldaan .

3 . De resultaten van de in lid 2 van artikel 3 en in lid 2 , sub a ) , b ) en c ) , van dit artikel bedoelde controles worden door de controle-instantie opgetekend aan de hand van het analyseformulier en het controleformulier waarvan de modellen in de bijlage I en II zijn opgenomen .

De controle-instantie :

- stuurt een kopie van de controledocumenten en met name van de in de vorige alinea bedoelde formulieren , naar de dienst of het orgaan als bedoeld in artikel 4 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 , belast met de betaling van de steun ;

- stelt de betrokkene een andere kopie van deze documenten ter hand , met name voor het in lid 1 , sub c ) , derde streepje , van dit artikel vermelde doel .

Artikel 11

Verordening ( EEG ) nr . 990/72 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 1980 .

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1980 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 26 juli 1979 .

Voor de Commissie

Finn GUNDELACH

Vice-Voorzitter

( 1 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 13 .

( 2 ) PB nr . L 204 van 28 . 7 . 1978 , blz . 6 .

( 3 ) PB nr . L 169 van 18 . 7 . 1968 , blz . 4 .

( 4 ) PB nr . L 161 van 29 . 6 . 1979 , blz . 14 .

( 5 ) PB nr . L 115 van 17 . 5 . 1972 , blz . 1 .

( 6 ) PB nr . L 40 van 10 . 2 . 1978 , blz . 8 .

( 7 ) PB nr . L 86 van 6 . 4 . 1979 , blz . 30 .

BIJLAGE I

Naam van de controle-instantie :

Gegevens ter identificatie van de betrokken firma :

Controledatum :

ANALYSEFORMULIER

Magere-melkpoeder overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 1725/79 van de Commissie van 26 juli 1979 , artikel 1 , leden 2 , 3 en 4 , en artikel 10 ( 1 )

A . Magere-melkpoeder in ongewijzigde staat ( artikel 1 , lid 2 en lid 4 ) * *

1 . Gehalte : * *

a ) aan water ( 2 ) * 0,0 % *

b ) aan andere bestanddelen voor zover de nationale autoriteiten de bepaling van het gehalte verlangen * 0,0 % of 00,0 % *

2 . Aanwezigheid van vreemde bestanddelen , volgens de door de nationale autoriteiten vastgestelde bepalingen : * postief ( 3 ) * negatief ( 3 ) *

a ) zetmeel * * *

b ) gebroken granen * * *

c ) luzernemeel of grasmeel * * *

d ) niet reukloos gemaakte visolie * * *

e ) vismeel * * *

f ) gemalen perskoeken of schroot * * *

g ) andere stoffen en met name weipoeder voor zover het onderzoek wordt verlangd door de nationale autoriteiten * * *

B . In een mengsel verwerkt magere-melkpoeder ( artikel 1 , lid 3 ) * *

Naast de sub A bedoelde analyses uit te voeren controles : * *

1 . Gehalte : * *

a ) aan magere-melkpoeder ( door bepaling van het verschil en bepaling van ten minste één component ) ( 4 ) * 00,0 % ( 5 ) *

b ) aan vetten , inclusief in vet oplosbare hulpstoffen ( 4 ) * 00,0 % *

2 . Andere controles , voor zover verlangd door de nationale autoriteiten * *

C . Gedenatureerd magere-melkpoeder ( artikel 3 , lid 1 ) * *

Naast de sub A bedoelde analyse uit te voeren controles : * *

Controle op denaturering met gras - of luzernemeel : * *

1 . Percentage ( 6 ) * 0,0 % *

2 . Korrelverdeling ( controle voor de bijmenging ) * 0,0 % korrel van ten hoogste 300 mm *

Plaats en datum : ...

Handtekening van de verantwoordelijke persoon : ...

( 1 ) Een anzien van de monsterneming gelden de bepalingen vastgesteld overeenkomstig Richtlijn 70/373/EEG van de Raad van 20 juli 1970 bestreffende de invoering van gemeenschappelijke bemonsterings - en analysemethoden voor de officiële controle van vervoeiders ( PB nr . L 170 van 3 . 8 . 1970 , blz . 2 ) .

( 2 ) De referentiecniethook is dit welke voorkomt in internationale norm * 26 1964 .

( 3 ) Een kruis zetten in het bestrokken vak .

( 4 ) Dit gehalte kan worden bepaald hetzij door laboratoriumanalsie hietzij door controle ter plaats bij het vervaardigen van het mengsel .

( 5 ) Maximumverschil tussen twee controles 0,5 % in alsolute waark .

( 6 ) Dit percentage kan worden vastgesteld hetzij door laboratoriumanalyse , hetzij door controle ter plaatse , zoals bedoeld in artikel 3 , lid 2 , van de onderhavige verordening .

BIJLAGE II

Naam van de controle-instantie :

Gegevens ter identificatie van de betrokken firma :

Controledatum :

CONTROLEFORMULIER

Mengvoeders overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 1725/79 van de Commissie van 26 juli 1979 , artikel 4 , lid 1 , sub a ) en d ) , en artikel 10 , lid 2 ( 1 )

A . Resultaten van de laboratoriumanalyse , eventueel te vervangen door de resultaten van de permanente controle ter plaatse of aan te vullen met de uitkomsten van de frequente , onaangekondigde controles als bedoeld in artikel 10 , lid 2 , sub b ) en c ) * *

Gehalte aan : * *

a ) magere-melkpoeder * 00 % ( 2 ) *

b ) zetmeel * 0,0 % *

c ) vetten * 0,0 % *

d ) gras - of luzernemeel * 0,0 % *

B . Resultaten van de laboratoriumanalyse * *

1 . Kopergehalte ( 3 ) * 00 ppm *

2 . Korrelverdeling van het gras - of luzernemeel ( gecontroleerd voor bijmenging ) * 00 % korrels van minder dan 300 mm *

Plaats en datum : ...

Handtekening van de verantwoordelijke persoon : ...

( 1 ) Ten aanzien van de monsterneming gelden de bepalingen vastgesteld overeenkomstig Richtlijn 70/373/EEG van de Raad van 20 juli 1970 betreffende de invoering van gemeenschappelijke bermonsterings - en analysemethoden voor de officiële controle van veevoerders ( PB nr . L 170 van 3 . 8 . 1970 , blz . 2 ) .

( 2 ) Maximumverschil tussen twee controles 2 % in absolute waarde .

( 3 ) De referentiemethode is die van hoofdstuk 3 van de bijlage bij de Achtste Richtlijn 78/633/EEG van de Commissie van 15 juni 1978 houdende vaststelling van gemeenschappelijke analysemethoden voor de officiële controle van diervorders ( PB nr . L 206 van 29 . 7 . 1978 , blz . 43 ) .