31979R1094

Verordening (EEG) nr. 1094/79 van de Commissie van 1 juni 1979 houdende wederinstelling van de heffing van de invoerrechten voor handschoenen en wanten, werkhandschoenen, van post 42.03 B I, van oorsprong uit de ontwikkelingslanden, ten behoeve waarvan bij Verordening (EEG) nr. 3156/78 van de Raad tariefpreferenties werden geopend

Publicatieblad Nr. L 136 van 02/06/1979 blz. 0015 - 0015


++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 1094/79 VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 1979

houdende wederinstelling van de heffing van de invoerrechten voor handschoenen en wanten , werkhandschoenen , van post 42.03 B I , van oorsprong uit de ontwikkelingslanden , ten behoeve waarvan bij Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 van de Raad tariefpreferenties werden geopend

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 van de Raad van 29 december 1978 betreffende de opening van tariefpreferenties voor bepaalde produkten van oorsprong uit ontwikkelingslanden ( 1 ) , met name op artikel 4 , lid 2 ,

Overwegende dat de schorsing van de invoerrechten krachtens artikel 1 , lid 3 , van genoemde verordening voor elke categorie van produkten , met uitzondering van bepaalde produkten waarvan het plafond op de in bijlage A van de betrokken verordening aangegeven waarden is vastgesteld , wordt toegestaan tot een communautair plafond , uitgedrukt in Europese rekeneenheden , dat gelijk is aan het bedrag voortvloeiende uit de som van , enerzijds , de waarde van de cif-invoer in de Gemeenschap , in 1974 , van de betrokken produkten uit de door deze regeling begunstigde landen en gebieden , met uitzondering van die waarvoor reeds andere door de Gemeenschap toegekende preferentiƫle tariefstelsels gelden , en , anderzijds , 5 % van de waarde van de cif-invoer in 1976 uit andere landen , alsmede uit die landen en gebieden waarvoor genoemde stelsels reeds gelden ; dat in geen geval het bedrag voortvloeiende uit het bedrag van deze som evenwel hoger mag zijn dan 150 % van het plafond dat vastgesteld was voor het jaar 1978 ; dat overeenkomstig artikel 2 , leden 1 en 3 , van genoemde verordening de heffing van de invoerrechten op elk moment weer kan worden ingesteld bij de invoer van de betrokken produkten van oorsprong uit alle landen en gebieden , met uitzondering van de landen die in bijlage C van dezelfde verordening zijn opgenomen , zodra het bovenvermelde plafond op het vlak van de Gemeenschap wordt bereikt ;

Overwegende dat voor handschoenen en wanten , werkhandschoenen , van post 42.03 B I , het plafond volgens de op bovenaangehaalde basis uitgevoerde berekeningen 17 369 000 Europese rekeneenheden bedraagt ; dat op 25 mei 1979 de invoer in de Gemeenschap van genoemde produkten van oorsprong uit de landen en gebieden , waarvoor de tariefpreferenties gelden , door afboeking het bovenvermelde plafond heeft bereikt ; dat derhalve , gezien de doelstelling van genoemde Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 die het in acht nemen van een plafond voorschrijft , wederinstelling van de invoerrechten voor de betrokken produkten geboden is ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Met ingang van 5 juni 1979 wordt de heffing van de invoerrechen , geschorst krachtens Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 van de Raad , wederingesteld voor de invoer in de Gemeenschap van de hierna vermelde produkten van oorsprong uit alle begunstigde landen en gebieden , met uitzondering van de landen , die in bijlage C van genoemde Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 zijn opgenomen :

Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving *

42.03 * Kleding en kledingtoebehoren , van leder of van kunstleder : *

* B . Handschoenen en wanten : *

* I . Werkhandschoenen en -wanten *

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaing in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 1 juni 1979 .

Voor de Commissie

Christopher TUGENDHAT

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . L 375 van 30 . 12 . 1978 , blz . 26 .