Verordening (EEG) nr. 1417/78 van de Raad van 19 juni 1978 inzake de steunregeling voor gedroogde voedergewassen
Publicatieblad Nr. L 171 van 28/06/1978 blz. 0001 - 0004
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 10 blz. 0025
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 21 blz. 0204
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 10 blz. 0025
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 14 blz. 0152
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 14 blz. 0152
++++ VERORDENING ( EEG ) Nr . 1417/78 VAN DE RAAD van 19 juni 1978 inzake de steunregeling voor gedroogde voedergewassen DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 van de Raad van 22 mei 1978 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen ( 1 ) , inzonderheid op artikel 6 , lid 2 , Gezien het voorstel van de Commissie , Overwegende dat artikel 6 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 voorziet in de vaststelling van criteria voor het bepalen van de gemiddelde wereldmarktprijs voor gedroogde voedergewassen ; Overwegende dat voor het bepalen van deze prijs moet worden uitgegaan van de gunstigste aankoopmogelijkheden op de wereldmarkt ; Overwegende dat de Commissie daartoe alle op de wereldmarkt gedane aanbiedingen , die te harer kennis zijn gekomen , alsmede alle noteringen van de voor de internationale handel belangrijke beurzen in aanmerking dient te nemen ; dat zij echter met aanbiedingen geen rekening behoeft te houden indien deze naar haar mening niet representatief zijn voor de werkelijke tendens van de markt ; Overwegende dat , bij gebreke van aanbiedingen en noteringen waarvan bij het bepalen van de wereldmarktprijs kan worden uitgegaan , deze prijs dient te worden bepaald met name op basis van de laatst vastgestelde gemiddelde wereldmarktprijs ; Overwegende dat voor de in aanmerking genomen aanbiedingen en noteringen aanpassingen dienen te worden voorgeschreven ter compensatie van onder meer eventuele verschillen in aanbiedingsvorm en in kwaliteit ten opzichte van hetgeen is bepaald voor het vaststellen van de streefprijs ; Overwegende dat de criteria betreffende de minimumkwaliteit van de gedroogde voedergewassen die voor steun in aanmerking komen , dienen te worden vastgesteld en dat daarbij in hoofdzaak van de handelsgebruiken dient te worden uitgegaan ; Overwegende dat de verwerkende ondernemingen moeten voldoen aan de voorschriften die nodig zijn om voor steun in aanmerking te kunnen komen ; dat deze ondernemingen derhalve een vooraadboekhouding dienen te voeren waarin de gegevens zijn vermeld die nodig zijn voor de controle van het recht op steun en dat zij alle andere benodigde bewijsstukken dienen te verstrekken ; Overwegende dat bij ontbreken van contracten tussen de landbouwers en de verwerkende ondernemingen laatstgenoemde voor de controle van het recht op steun andere bewijsstukken moeten overleggen ; Overwegende dat de contracten enerzijds een regelmatige bevoorrading van de verwerkende ondernemingen moeten bevorderen en anderzijds mede moeten bewerkstelligen dat de steun aan de landbouwers ten goede komt ; dat hiertoe bepaald dient te worden dat in de contracten bepaalde gegevens , en met name de prijs , worden vermeld ; Overwegende dat , in geval van tariefwerkcontracten betreffende verwerking van door de landbouwer geleverde voedergewassen , het dienstig is bepalingen te voorzien die in het doorgeven van de steun aan de landbouwer voorzien ; Overwegende dat , in het belang van de stabiliteit bij de afwikkeling van de handelstransacties , voor de belanghebbenden de mogelijkheid dient te worden geschapen om de aanvullende steun vooraf te laten vaststellen ; dat er in het belang van een goede administratie certificaten van vaststelling vooraf dienen te worden ingesteld en dient te worden bepaald dat bij de afgifte van deze certificaten een waarborg wordt gesteld als garantie dat de gedroogde voedergewassen de onderneming gedurende de geldigheidsduur van het certificaat verlaten ; Overwegende dat , ten einde abnormale situaties op de markt van gedroogde voedergewassen van de Gemeenschap te verhelpen , in de mogelijkheid moet worden voorzien , het vooraf vaststellen van de steun te schorsen ; dat daartoe dient te worden bepaald dat de vaststelling vooraf eerst geschiedt na het verstrijken van een korte termijn volgende op de indiening van het verzoek , tijdens welke termijn de marktsituatie wordt onderzocht ; Overwegende dat voor een goede werking van de steunregeling een controle is vereist die waarborgt dat de steun slechts wordt verleend voor produkten waarvoor recht op steun bestaat ; Overwegende dat deze verordening tot doel heeft Verordening ( EEG ) nr . 1192/74 van de Raad van 13 mei 1974 inzake de steun voor kunstmatig gedroogde voedergewassen ( 2 ) te vervangen ; dat laatstgenoemde verordening derhalve dient te worden ingetrokken , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 1 . De Commissie stelt maandelijks de gemiddelde wereldmarktprijs vast door de in artikel 1 , sub b ) , eerste streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde produkten . 2 . Voor de vaststelling van de in lid 1 bedoelde prijs houdt de Commissie rekening met alle op de wereldmarkt gedane aanbiedingen en van de noteringen op de voor de internationale handel belangrijke beurzen . 3 . De Commissie stelt de in lid 1 bedoelde prijs vast op grond van de gunstigste werkelijke aankoopmogelijkheden , met uitzondering van de aanbiedingen en noteringen die niet als representatief voor de werkelijke markttendens kunnen worden beschouwd . Artikel 2 Ingeval geen enkele aanbieding en notering van de in artikel 1 bedoelde produkten in aanmerking kan worden genomen voor de vaststelling van de gemiddelde wereldmarktprijs , stelt de Commissie deze prijs vast op grond van de op de wereldmarkt gedane aanbiedingen en van de op de voor de internationale handel belangrijke beurzen waargenomen noteringen voor de in artikel 1 , sub b ) , tweede streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde produkten . Deze aanbiedingen en noteringen worden aangepast om rekening te houden met het verschil tussen hun waarde en die van de produkten bedoeld in artikel 1 , sub b ) , eerste streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 . Artikel 3 Ingeval geen enkele aanbieding en notering van de in de artikelen 1 en 2 bedoelde produkten in aanmerking kan worden genomen voor de vaststelling van de gemiddelde wereldmarktprijs , stelt de Commissie deze prijs vast op grond van de laatst bepaalde gemiddelde wereldmarktprijs , die wordt aangepast om met de ontwikkeling van de prijzen van dezelfde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap alsmede van de wereldmarktprijzen van concurrerende produkten rekening te houden . Artikel 4 De Commissie stelt de gemiddelde wereldmarktprijs vast voor het onverpakte , in de vorm van pellets te Rotterdam geleverde produkt van de standaardkwaliteit waarvoor de streefprijs is vastgesteld . Voor de aanbiedingen en noteringen en niet aan de in de eerste alinea genoemde voorwaarden voldoen , verricht de Commissie de nodige aanpassingen . Artikel 5 De in de artikelen 3 en 5 van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde steun wordt op verzoek van de belanghebbende toegekend voor gedroogde voedergewassen die de verwerkende onderneming hebben verlaten en aan de volgende voorwaarden voldoen : a ) het maximumvochtgehalte ligt tussen 11 % en 14 % , waarbij een onderscheid kan worden gemaakt naar gelang van de aanbiedingsvormen van het produkt ; b ) het minimumgehalte aan totale ruwe eiwitten in de droge stof is niet lager dan : - 8 % voor de in artikel 1 , sub a ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde produkten ; - 13 % voor de in artikel 1 , sub b ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde produkten ; - 45 % voor de in artikel 1 , sub c ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde produkten . Aanvullende voorwaarden , met name inzake het cellulose - en het caroteengehalte , kunnen evenwel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 12 van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 . Artikel 6 De in de artikelen 3 en 5 van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde steun wordt slechts toegekend aan verwerkende ondernemingen die : a ) een voorraadboekhouding voeren waarin ten minste worden vermeld : - de verwerkte hoeveelheden verse en , in voorkomend geval , zongedroogde voedergewassen ; wanneer de bijzondere situatie van de onderneming zulks vereist , kan evenwel worden toegestaan dat de hoeveelheden worden geraamd aan de hand van de ingezaaide oppervlakten ; - de geproduceerde hoeveelheden gedroogde voedergewassen alsmede de hoeveelheden en de kwaliteit van de gedroogde voedergewassen die de onderneming hebben verlaten ; b ) eventueel de andere bewijsstukken overleggen welke voor de controle van het recht op steun nodig zijn . Artikel 7 1 . Wanneer de in artikel 6 , lid 1 , derde streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde contracten betrekking hebben op de aankoop door de verwerkende ondernemingen van verse en , in voorkomend geval , zongedroogde voedergewassen , wordt in deze contracten ten minste vermeld : a ) de voor deze voedergewassen te betalen prijs ; b ) de oppervlakte waarvan de oogst aan de verwerkende onderneming moet worden geleverd ; c ) de leverings - en betalingsvoorwaarden . 2 . Wanneer in geval van tariefwerkcontracten de in artikel 6 , lid 1 , derde streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde contracten betrekking hebben op het verwerken van door de landbouwer geleverde voedergewassen , wordt in deze contracten een clausule opgenomen waarbij de verwerkende onderneming wordt verplicht om aan de landbouwer de in de artikelen 3 en 5 van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde steun uit te keren die het betrokken bedrijf heeft ontvangen voor de hoeveelheden die ter uitvoering van het betrokken contract zijn verwerkt . Artikel 8 Ondernemingen die hun eigen produktie of die van hun leden verwerken , dienen jaarlijks voor een vast te stellen datum bij de bevoegde instantie van de Lid-Staat een aangifte in betreffende de oppervlakten waarvan de oogst aan voedergewassen voor verwerking is bestemd . Voor de in artikel 1 , sub a ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 bedoelde produkten doet de betrokken onderneming echter , voor het begin van elke maand , bij de bevoegde instantie van de Lid-Staat aangifte van de hoeveelheid aardappelen die deze onderneming in de loop van de betrokken maand overweegt te drogen . Artikel 9 Het bedrag van de aanvullende steun is het bedrag dat geldt tijdens de maand waarin de gedroogde voedergewassen de verwerkende onderneming verlaten . Op verzoek van de belanghebbende evenwel wordt het op de dag van indiening van de aanvraag voor het in artikel 10 bedoelde certificaat geldende bedrag van de aanvullende steun , eventueel aangepast overeenkomstig artikel 11 , toegepast op de in het certificaat aangegeven hoeveelheden gedroogde voedergewassen die de verwerkende onderneming tijdens de geldigheidsduur van het certificaat verlaten . Artikel 10 1 . Ten bewijze van de vaststelling vooraf van de aanvullende steun wordt een certificaat van aanvullende steun ingesteld . Het certificaat wordt door elke Lid-Staat afgegeven aan elke op zijn grondgebied gevestigde verwerkende onderneming , als bedoeld in artikel 6 van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 , die daarom verzoekt . 2 . Het certificaat van aanvullende steun is geldig in de gehele Gemeenschap . In afwachting echter van het opstellen van het gemeenschappelijk formulier , en uiterlijk tot 31 december 1978 , is het certificaat van aanvullende steun slechts geldig op het grondgebied van de Lid-Staat die het heeft afgegeven . De afgifte van het certificaat is afhankelijk van het stellen van een waarborg om te garanderen dat de gedroogde voedergewassen de verwerkende onderneming tijdens de geldigheidsduur van het certificaat verlaten ; deze waarborg wordt , behalve in geval van overmacht , geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de voedergewassen tijdens deze termijn de verwerkende onderneming niet verlaten of slechts een gedeelte van de betrokken hoeveelheid deze onderneming verlaat . De geldigheidsduur van het certificaat mag twaalf maanden niet overschrijden . 3 . De geldigheidsduur van het certificaat van aanvullende steun en de andere uitvoeringsbepalingen van dit artikel , die in het bijzonder een termijn kunnen voorzien voor de afgifte van de certificaten , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 12 van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 . Artikel 11 Ingeval het bedrag van de aanvullende steun vooraf wordt vastgesteld , en ingeval de prijzen op termijn verschillen van de in de maand van indiening van de aanvraag geldende prijzen , wordt het bedrag van de aanvullende steun aangepast aan de hand van een correctiebedrag dat wordt berekend op basis van de ontwikkeling van de prijzen op termijn . Artikel 12 1 . Wanneer zich op de markt voor gedroogde voedergewassen van de Gemeenschap een abnormale situatie voordoet , in het bijzonder wanneer de omvang van de verzoeken om vaststelling vooraf van de steun niet in overeenstemming lijkt met de normale afzet van deze voedergewassen , kan voor de gevallen waarin het betrokken certificaat nog niet is afgegeven , worden besloten om de vaststelling vooraf te schorsen voor de periode die nodig is om het marktevenwicht te herstellen . 2 . Tot schorsing van de vaststelling vooraf wordt besloten volgens de procedure van artikel 12 van Verordening ( EEG ) nr . 1117/78 . In dringende gevallen kan de Commissie echter tot deze schorsing besluiten ; in dat geval mag de schorsing zeven dagen niet overschrijden . Artikel 13 1 . De Lid-Staten voeren een controleregeling in die het mogelijk maakt bij elke verwerkende onderneming na te gaan of - de in de voorafgaande artikelen vermelde voorschriften zijn nagekomen ; - de hoeveelheid waarvoor steun wordt gevraagd overeenstemt met de hoeveelheid gedroogde voedergewassen van de minimumkwaliteit die deze verwerkende onderneming heeft verlaten . 2 . De bepaling van het gewicht van de gedroogde voedergewassen en het trekken van monsters geschiedt op het moment waarop de gedroogde voedergewassen de verwerkende onderneming verlaten . 3 . De Lid-Staten delen aan de Commissie de door hen voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde controle voorgestelde bepalingen mede voor de toepassing daarvan . Artikel 14 De Lid-Staten verlenen elkaar onderling bijstand bij de uitvoering van deze verordening . Artikel 15 Verordening ( EEG ) nr . 1192/74 wordt ingetrokken . Artikel 16 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Zij is van toepassing vanaf 1 juli 1978 ; de artikelen 1 tot en met 4 zijn echter vanaf 1 april 1978 van toepassing . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Luxemburg , 19 juni 1978 . Voor de Raad De Voorzitter P . DALSAGER ( 1 ) PB nr . L 142 van 30 . 5 . 1978 , blz . 1 . ( 2 ) PB nr . L 131 van 14 . 5 . 1974 , blz . 1 .