31977D0100

77/100/EEG: Beschikking van de Commissie van 21 december 1976 inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag (IV/5715/Junghans) (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

Publicatieblad Nr. L 030 van 02/02/1977 blz. 0010 - 0017


++++

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 21 december 1976

inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag ( IV/5715/Junghans )

( Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek )

( 77/100/EEG )

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , en met name op artikel 85 ,

Gelet op Verordening nr . 17 van de Raad van 6 februari 1962 ( 1 ) , en met name op de artikelen 2 en 4 tot en met 8 ,

Gezien het feit , dat door de onderneming Gebrueder Junghans GmbH , Uurwerkfabrieken te Schramberg de volgende overeenkomsten zijn aangemeld :

- op 29 januari 1963 de verklaring houdende de verplichtingen voor Duitse groothandelaren ,

- op 30 januari 1963 de verklaring houdende de verplichtingen voor Belgische groothandelaren en voor een Luxemburgse groothandelaar ,

- op 4 september 1964 de verklaring houdende de verplichtingen voor Duitse exporteurs ,

- op 9 augustus 1965 de op 15 juni 1948 met de firma W.A.M . Daniels te Rotterdam gesloten alleenverkoopovereenkomst , de op 8 december 1964 met deze firma gesloten wederinvoerprijsbindingsovereenkomst , de op 1 juli 1951 met de firma Silvin , te Parijs , gesloten alleenverkoopovereenkomst en de op 7 februari 1964 met dezelfde onderneming gesloten overeenkomst betreffende de prijsbinding bij wederinvoer ,

- op 18 januari 1971 de op 30 juni 1969 met de firma's W . Van Puyvelde PVBA te Antwerpen , R . Leysen te Antwerpen en W . Rogiers and Co . te Kortrijk gesloten alleenverkoopovereenkomsten ,

- op 12 februari 1973 de op 10 maart 1972 met de firma's R . Leysen en W . Rogiers and Co . , op 15 maart 1972 met de firma Arturo Junghans , SpA , te Venetië , op 19 maart 1972 met de firma R . Wagner te Luxembourg , op 20 maart 1972 met de firma W . Van Puyvelde PVBA en op 7 augustus 1972 met de firma Silvin te Parijs gesloten verkoopbindingsovereenkomsten ( thans standaardverkoopbindingsovereenkomsten voor alleenverkopers en groothandelaren ) ,

- op 7 juni 1973 de op 22 februari 1960 met de firma Henry Spring and Company Ltd . te Dublin gesloten alleenverkoopovereenkomst , de op 26 mei 1964 met deze firma gesloten uitvoerverbodovereenkomst , de op 7 september 1964 met de firma M.J . Bech A.S . te Kopenhagen gesloten uitvoerverbodovereenkomst , de op 20 januari 1969 met deze firma gesloten alleenverkoopovereenkomst en de op 5 april 1968 met de firma R . Wagner gesloten alleenverkoopovereenkomst ,

- op 28 maart 1974 de standaardverkoopbindingsovereenkomsten voor alleenverkopers en groothandelaren alsmede de standaardverkoopbindingsovereenkomst voor detailhandelaren ,

Gezien de bekendmaking van het essentiële gedeelte van de aanmelding overeenkomstig artikel 19 , lid 3 , van Verordening nr . 17 in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr . C 84 van 9 april 1976 , Gezien het advies van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities , uitgebracht overeenkomstig artikel 10 van Verordening nr . 17 op 18 mei 1976 .

De feiten

1 . Overwegende dat de firma Gebrueder Junghans GmbH te Schramberg , een dochteronderneming van de firma Karl Diehl te Neurenberg , kleine en grote uurwerken van het merk Junghans en Diehl fabriceert ; dat zij haar produkten in de Bondsrepubliek Duitsland afzet via groothandelaren en in de andere EEG-landen via alleenverkopers ; dat in België rechtstreeks wordt geleverd aan sleents drie handelaren , aan wie de gehele Belgische markt werd toegekend ; dat in Italie als alleenverkoper de dochteronderneming Arturo Junghans SpA optreedt , die naast de detailhandelaren nog een grossier bevoorraadt ; dat in de detailhandelsfase de verkoop van Junghans - en Diehluurwerken uitsluitend is voorbehouden aan de vakhandel .

2 . Overwegende dat de marktpositie van de Junghans - en Diehl-uurwerken in de Gemeenschap betrekkelijk bescheiden is ; dat nu alleen voor grote uurwerken in vier landen van de Gemeenschap grotere marktaandelen bereikt worden ( in België en Luxemburg , in de Bondsrepubliek Duitsland en in Denemarken van ongeveer 8 tot 13 % ) .

3 . Overwegende dat Junghans om de afzet van haar produkten op de gemeenschappelijke markt te bevorderen voor het gehele gebied van de gemeenschappelijke markt een uniform distributiestelsel heeft ingevoerd .

Overwegende dat de juridische grondslag van dit systeem wordt gevormd door de standaardverkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren en de standaardverkoopbindingsovereenkomst voor detailhandelaren ; dat deze overeenkomsten al naar de functie van de wederverkopers een verschillende inhoud hebben , doch elkaar onderling aanvullen tot een uniform stelsel ; dat zij voor het overige woordelijk gelijkluidende bepalingen bevatten , die voor alle Junghanshandelaren en voor alle distributiefasen verbindend zijn .

Overwegende dat naast deze standaardovereenkomsten de alleenverkoopovereenkomsten gelden die Junghans

- op 15 juni 1948 met de firma W.A.M . Daniels te Rotterdam ,

- op 1 juli 1951 met de firma Silvin te Parijs ,

- op 24 mei 1957 met de firma E.A . Combs Limited te New Barnet , Verenigd Koninkrijk ,

- op 22 februari 1960 met de firma Henry Spring en Company Ltd . te Dublin ,

- op 5 april 1968 met de firma R . Wagner te Luxemburg en

- op 20 januari 1969 met de firma M.J . Bech te Kopenhagen ,

heeft gesloten , alsmede de " alleenverkoopovereenkomsten " , die met de inhoud daarvan overeenstemmen en die Junghans op 30 juni 1969 met

- de firma W . Van Puyvelde PVBA te Antwerpen ,

- de firma R . Leysen te Antwerpen en

- de firma W . Rogiers and Co . te Kortrijk

heeft gesloten .

4 . Overwegende dat de Junghans-groothandelaren en de Junghans-alleenverkopers de standaardverkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren ondertekenen ; dat voor de Junghans-alleenverkopers , met uitzondering van de Italiaanse dochteronderneming Arturo Junghans SpA , bovendien de respectieve alleenverkoopovereenkomsten gelden ; dat alle Junghansberoepsdetailhandelaren binnen de gemeenschappelijke markt de standaardverkoopbindingsovereenkomst voor detailhandelaren ondertekenen .

5 . Overwegende dat essentiële kenmerken van het Junghans-distributiestelsel de toepassing van bijzondere vereisten voor de toelating als Junghans-beroepsdetailhandelaar en de vastlegging van de afzetwegen door Junghans zijn .

6 . Overwegende dat als Junghansberoepsdetailhandelaren in de Gemeenschap alle detailhandelszaken worden toegelaten ,

- die over vakbekwaam personeel beschikken , dat professioneel bij de firma of in de desbetreffende afdeling werkzaam is . Vakkundig is hij die conform de voorschriften in elk betrokken land het door de staat of zijn beroepsorganisatie voorgschreven examen heeft afgelegd of het bewijs kan leveren van een tenminste driejarige werkzaamheid in de verkoopsector van de uurwerkenbranche ,

- die zich zowel naar hun inrichting als naar buiten als vakkundige zaken voor uurwerken aandienen ,

- die voor de verkoop van uurwerken een vakkundige afdeling binnen een winkel of een van de woning gescheiden winkel met etalages aanhouden ,

- die een voor de branche specifiek en representatief aanbod van goederen aanhouden ,

- die wat zaak en personeel betreft zorgen voor een vakkundige klantenservice en met name voor een onberispelijke reparatiedienst ,

- die , voor zover het om een speciale vakkundige afdeling gaat , in de omgeving daarvan goederen aanbieden die aan het karakter van deze afdeling en de etalering van de uurwerken geen schade berokkenen .

7 . Overwegende dat alle Junghans-handelaren , d.w.z . de Junghans-groothandelaren , de Junghans-alleenverkopers en de Jurghans-beroepsdetailhandelaren verplicht zijn binnen de EEG Junghans - en Diehl-uurwerken alleen te leveren aan alleenverkopers of groothandelaren , die zich jegens Junghans verplicht hebben tot het makomen van de verkoopbinding , of aan door Junghans erkende beroepsdetailhandelaren of aan eindverbruikers ( punt 3 van de verkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren alsmede punt 3 van de verkoopbindingsovereenkomst voor detailhandelaren )

8 . Overwegende dat de Junghans-groothandelaren en de Junghans-alleenverkoper , verplicht zijn , de door hun bevoorrade beroepsdetailhandelaren door ondertekening van een desbetreffende schriftelijke verklaring of door opneming van een desbetreffende verplichting in de leveringsvoorwaarden ertoe te verplichten , de afgenomen contractsprodukten alleen te verkopen aan eindverbruikers of aan erkende Junghans-beroepsdetailhandelaren of aan alleenverkopers of groothandelaren , die zich jegens Junghans hebben verplicht om de verkoopbinding in acht te nemen ( punt 8 van de verkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren ) .

9 . Overwegende dat de Junghans-groothandelaren en de Junghans-alleenverkopers behoudens de hieronder vermelde beperking verplicht zijn , in de andere Lid-Staten van de EEG voor Junghans - of Diehluurwerken geen klanten te werven , geen vestigingen in te richten en geen leveringsvoorraden aan te houden ; dat deze verplichting niet geldt voor groothandelaren , die met Junghans - of Diehl-uurwerken in de Bondsrepubliek Duitsland , België , Denemarken , Italië of Luxemburg wensen op te treden ( punt 5 a ) van de verkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren , alsmede § 5 van de met de drie Belgische handelaren gesloten " alleenverkoopovereenkomsten " ) .

10 . Overwegende dat alle Junghans-handelaren gehouden zijn , de contractsprodukten niet naar landen buiten de EEG te exporteren ( punt 5 b ) van de verkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren alsmede punt 3 van de verkoopbindingsovereenkomst voor detailhandelaren ) .

11 . Overwegende dat Junghans gerechtigd is , te allen tijde toe te zien op de nakoming van de door Junghans-handelaren aangegane verplichtingen en alle hiertoe noodzakelijke stappen te nemen , zoals b.v . controle , wanneer en aan wie de bepaalde contractsprodukten werden verkocht ; dat Junghans deze controle alleen kan verlangen bij een ernstige verdenking van contractbreuk door de handelaar of een van zijn afnemers , d.w.z . bij levering aan een handelaar die niet erkend is ; dat Junghans zich in dit geval tot de onmisbaar geachte maatregelen zal beperken ( punt 6 van de verkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren alsmede punt 4 van de verkoopbindingsovereenkomst voor detailhandelaren ) .

12 . Overwegende dat Junghans zonodig alle toelaatbare middelen , met inbegrip van het beroep op gerechtelijke maatregelen zal kunnen toepassen om de naleving van de verkoopbinding af te dwingen ( punt 7 van de verkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren alsmede punt 5 van de verkoopbindingsovereenkomst voor de detailhandelaren ) .

13 . Overwegende dat Junghans bijsinbreuken door de handelaren gerechtigd is , zich uit de lopende leveringscontracten terug te trekken en de handelaar tijdelijk of permanent van bevoorrading uit te sluiten ( punt 9 van de verkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers een groothandelaren alsmede punt 7 van de verkoopbindingsovereenkomst voor detailhandelaren ) .

14 . Overwegende dat de Junghans-alleenverkopers , aan wie Junghans het exclusieve recht verleent , haar produkten in het desbetreffende contractsgebied te verkopen , op grond van de alleenverkoopovereenkomsten verplicht zijn , met uitzondering van bepaalde merken of typen , zonder toestemming van Junghans geen andere concurrerende produkten te verkopen .

15 . Overwegende dat de Belgische en de Deense Junghans-alleenverkopers Junghans bovendien in kennis moeten stellen van alle vraagstukken betreffende de verkoop ( § 11 b ) resp . § 10 b ) van de betrokken alleenverkoopovereenkomsten ) .

16 . Overwegende dat van de zijde van derden bij de Commissie geen bezwaren zijn binnengekomen naar aanleiding van de bekendmaking van het essentiële gedeelte van de aanmeldingen .

17 . Overwegende dat de door Junghans vroeger toegepaste contracten met name de volgende , onder artikel 85 , lid 1 , van het EEG-Verdrag vallende bepalingen bevatten , die Junghans op aandringen van de Commissie heeft opgeheven :

a ) De Duitse en de toenmalige Belgische grootnandelaren alsmede de Luxemburgse resp . Deense en Ierse Junghans-alleenverkopers mochten de contractsprodukten noch rechtstreeks noch indirect naar andere EEG-landen uitvoeren . Het werd de toenmalige Duitse Junghans-exporteurs verboden aan afnemers in Europese landen te leveren . Deze verboden strekten ertoe en hadden ten gevolge dat de nationale markten binnen de Gemeenschap werden afgeschermd .

b ) Deze marktafscherming werd ook beoogd door de volgende verplichtingen :

- De Franse en Nederlandse Junghans-alleenverkopers waren verplicht alleen aan wederverkopers in de Bondsrepubliek te leveren , die zich jegens Junghans verplicht hadden tot naleving van de prijsbinding . Zij moesten deze verplichting ook aan al hun binnen - of buitenlandse afnemers opleggen , die de afgenomen contractsprodukten mogelijkerwijze naar de Bondsrepubliek zouden kunnen weder uitvoeren .

- De Duitse Junghans-beroepsdetailhandelaren mochten ook aan afnemers in de andere EEG-landen alleen tegen de voor de Bondsrepubliek geldende gebonden verkoopprijzen leveren , en moesten de prijsbinding ook naleven bij wederverkoop van contractsprodukten , die zij uit andere Gemeenschapslanden hadden wederingevoerd .

- Het was de Belgische " alleenverkopers " verboden aan andere Junghans-handelaren in dezelfde handelsfase te leveren ( horizontaal leveringsverbod ) , of rechtstreeks aan ambachtelijke eindverbruikers te verkopen .

- Het was de Junghans-beroepsdetailhandelaren in België , Frankrijk , Italië en Luxemburg verboden , aan Junghans-groothandelaren of alleenverkopers te leveren ( terugleveringsverbod ) .

c ) Als Junghans-beroepsdetailhandelaren werden alleen detailhandelszaken erkend , waarvan de eigenaar of verantwoordelijke leider vakkundig was . Daardoor werden overal in de Gemeenschap warenhuizen van allerlei aard alsmede consumentenmarkten en ondernemingen met overeenkomstige verkoopvormen in de regel van levering van Junghans-uurwerken uitgesloten .

18 . Overwegende dat de bovenvermelde contractuele bepalingen ook niet aan de voorwaarden voor een ontheffing ingevolge artikel 85 , lid 3 , van het EEG-Verdrag voldeden ; dat zij niet tot een merkbare objectieve verbetering van de produktie of de verdeling der produkten leidden , waardoor de nadelige gevolgen voor de mededinging en de vrije handel op de gemeenschappelijke markt zouden kunnen worden gecompenseerd , en dat zij bovendien verhinderden dat een billijk aandeel van de voordelen , die alleenverkoopovereenkomsten voor het overige met zich kunnen meebrengen aan de gebruikers ten goede kwam ; dat Junghans-handelaren en verbruikers door de uitvoerverboden en -beperkingen werden belet , contractsprodukten elders op de gemeenschappelijke markt te betrekken ; dat op deze wijze een gebiedsbescherming werd bereikt , waardoor het mogelijk werd in de verschillende Lid-Staten van de Gemeenschap verschillende consumentenprijzen toe te passen ; dat de uitbreiding van de Duitse prijsbinding tot geëxporteerde en wederingevoerde contractsprodukten de Junghans-handelaren belette aan hun afnemers , en met name aan eindverbruikers , tegen gunstiger dan de in de Bondsrepubliek gebonden prijzen te leveren ; dat door de uitsluiting van warenhuizen en consumentenmarkten aan dergelijke ondernemingen , die traditionelerwijze een beleid van lage consumentenprijzen voeren , de toegang tot de distributie van Junghans-produkten werd versperd .

Overwegende dat het thans geldende Junghans-distributiestelsel de Junghans-handelaren de volgende actiemogelijkheden biedt :

a ) De Junghans-groothandelaren en de Junghans-alleenverkoopers zijn gerechtigd , Junghans - en Diehl-uurwerken niet alleen aan alle Junghans-beroepsdetailhandelaren in de gemeenschappelijke markt , doch ook aan andere Junghans-groothandelaren of aan andere Junghans-alleenverkopers alsmede aan alle eindverbruikers in de EEG te leveren .

b ) De Junghans-beroepsdetailhandelaren zijn gerechtigd , Junghans - en Diehl-uurwerken niet alleen aan alle eindverbruikers op de gemeenschappelijke markt , doch ook aan andere Junghans-beroepsdetailhandelaren alsmede aan alle Junghans-groothandelaren of Junghans-alleenverkopers in de EEG te leveren .

c ) Het staat de Junghans-handelaren , d.w.z . de Junghans-groothandelaren , de Junghans-alleeenverkopers en de Junghans-beroepsdetailhandelaren vrij hun verkoopprijzen voor Junghans - en Diehl-uurwerken binnen de gemeenschappelijke markt zelf vast te stellen . In geen Lid-Staat van de EEG bestaat voor deze produkten een prijsbinding .

d ) Tenslotte zijn de Junghans-groothandelaren en de Junghans-beroepsdetailhandelaren gerechtigd , uurwerken te verkopen , die met Junghans - of Diehl-uurwerken concurreren . Ditzelfde geldt in beperkte mate ook voor de Junghans-alleenverkopers .

Overwegende dat het noodzakelijk is om de overeenskomsten , die de grondslag van het Junghans-afzetstelsel vormen , correct te kunnen beoordelen , dat deze overeenkomsten gelijktijdig en in hun geheel worden genomen , omdat zij samen een uniform stelsel uitmaken .

Toepasselijkheid van artikel 85 , lid 1 , van het EEG-Verdrag

Overwegende dat ingevolge artikel 85 , lid 1 , van het EEG-Verdrag met de gemeenschappelijke markt onverenigbaar en verboden zijn alle overeenkomsten tussen ondernemingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd , beperkt of vervalst .

Niet onder artikel 85 , lid 1 , vallende bepalingen

20 . Overwegende dat de overeenkomsten die door Junghans met zijn groothandelaren , alleenverkopers en beroepsdetailhandelaren gesloten worden of nog zullen worden , overeenkomsten tussen ondernemingen zijn , dat zij grotendeels verplichtingen bevatten die ofwel geen door artikel 85 , lid 1 , bestreken mededingingsbeperkingen vormen , dan wel verplichtingen , die hoogstens bij een bepaalde toepassing een mededingingsbeperkende invloed in de zin van dit artikel kunnen uitoefenen .

21 . Overwegende dat uit de verschillende overeenkomsten , die het Junghans-distributiestelsel vormen , voortvloeit dat Junghans zich ertoe verbindt niet aan handelaren te leveren , die niet tot dit distributiestelsel behoren ; dat Junghans-handelaren eveneens niet mogen leveren aan handelaren , die niet door Junghans zijn erkend ;

Dat in dit geval echter door deze verplichtingen noch de economische handelingsvrijheid van Junghans of zijn erkende handelaren , noch de toegang tot het Junghans-distributiestelsel voor derde handelaren op merkbare wijze beperkt wordt ;

Dat in de eerste handelsfase - behalve voor de alleenverkoop - principieel alle groothandelaren als tussenpersoon voor Junghans - en Diehl-uurwerken worden erkend , zonder dat deze daartoe aan enige selectiecriteria dienen te voldoen ;

Dat voor de toegang tot het distributiestelsel in de volgende handelsfase Junghans slechts algemene vakbekwaamheidseisen heeft opgesteld , die objectief in staat , maar tevens noodzakelijk zijn , om de doelmatige verkoop van uurwerken te waarborgen ; dat deze eisen op niet discriminerende wijze worden toegepast ; dat Junghans werkelijk alle handelaren , die aan de genoemde voorwaarden voldoen , als wederverkopers van zijn produkten in de kleinhandelsfase erkent .

22 . Overwegende dat de toepassing van de door Junghans opgestelde voorwaarden met betrekking tot de vakbekwaamheid van Junghans-detailhandelaren en de vakkennis van het met de verkoop belaste personeel , inzake de inrichting van de verkooppunten en inzake de klantenservice ( zie hierboven punt 6 ) slechts ten gevolge hebben , dat van het Junghans-distributiestelsel die handelaren worden uitgesloten die niet in staat zijn uurwerken op voor de verbruikers bevredigende wijze te verkopen en de aan de verkoop verbonden service te geven ; dat de doelmatige verkoop van technisch gecompliceerde artikelen van de uurwerkindustrie immers vereist , dat deze produkten in gespecialiseerde winkels door geschoold personeel en in ruinten worden verkocht , die een correcte opslag , uitstalling en demonstratie mogelijk maken ; dat bovendien de handelaren in staat moeten zijn de garantie en de klantenservice te verzorgen en wel zelf of door derden ;

Dat in een dergelijke eenvendige " binding van de gespecialiseerde handel " geen beperking van de mededinging zoals in artikel 85 , lid 1 , bedoeld , vervat is .

23 . Overwegende dat het voor de controle van de naleving van de verkoopsbinding ( " binding van de gespecialiseerde handel " ) dienstig is , dat Junghans kan nagaan wanneer en aan wie de verschillende contractsprodukten werden verkocht ( zie boven sub 11 ) ; dat Junghans daarmee de mogelijkheid wil blijven behouden , bij levering van contractsprodukten aan een niet bij het distributiestelsel aangesloten handelaar vast te stellen , door welke Junghans-handelaar hij bevoorraad is ; dat aangezien de " binding van de gespecialiseerde handel " zelf niet onder artikel 85 , lid 1 , valt , tegen de controle van deze verplichting evenmin bezwaren ingebracht kunnen worden .

24 . Overwegende dat het aan de Junghans-handelaren opgelegde verbod , contractsprodukten naar landen buiten de EEG te exporteren ( zie boven sub 10 ) thans geen merkbare beperking van de mededinging zoals bedoeld in artikel 85 , lid 1 , oplevert ; dat dit verbod de tot de distributie van Junghans-artikelen toegelaten handelaren uit derde landen tegen concurrentie uit de Gemeenschap beschermt ; dat het verbod derhalve beoogt de mededinging op derde markten te beperken ;

Dat dit verbod geen merkbare invloed op de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt en de handel tussen de Lid-Staten heeft ; dat immers gezien de dubbele douanetarieven ten gevolge van het tweemaal overschrijden van de douanegrens van de Europese Economische Gemeenschap er voor de Junghans-handelaren en de verbruikers in de Gemeenschap geen aanleiding toe bestaat de door een Junghans-handelaar naar een derde land uitgevoerde produkten aldaar te kopen ;

Dat wanneer de Commissie thans geen aanleiding heeft tegen het genoemde exportverbod op te treden , deze vaststelling ten opzichte van de landen , waarmee de EEG een vrijhandelsakkoord heeft afgesloten ( 1 ) , slechts geldt voor de periode tot 1 juli 1977 ; dat na dit tijdstip het goederenverkeer tussen de Gemeenschap en deze landen niet meer met douanerechten wordt belast .

25 . Overwegende dat er voor het overige van moet worden uitgegaan , dat de verplichting voor de Junghans-alleenverkopers in België en Denemarken , Junghans in kennis te stellen van alle vraagstukken betreffende de verkoop ( zie boven sub 15 ) , niet reeds daarom tot een mededingingsbeperking zou leiden , omdat Junghans op grond van deze mededeling inzicht verkrigt in alle mededingingshandelingen van de Junghans-handelaren onderling ; dat zolang Junghans geen aanbevelingen doet , om bepaalde typen verkoop ( b.v . horizontale of terugleveringen of uitvoer ) na te laten of bepaalde prijzen toe te passen , en geen voordelen verleent of nadelen berokkent om deze doeleinden te bereiken , niet kan worden verondersteld , dat dergelijke inlichtingen een mededingingsbeperkende invloed hebben ; dat de Commissie thans geen aanknopingspunten heeft voor een zodanige handelwijze door Junghans .

26 . Overwegende dat , daar de standaardverkoopbindingsovereenkomst voor detailhandelaren alleen de bovengenoemde , niet onder artikel 85 , lid 1 , vallende verplichtingen behelst ( zie boven sub 21 tot 24 ) , de Commissie hiervoor ingevolge artikel 2 van Verordening nr . 17 een negatieve verklaring kan afgeven .

Overwegende dat hetzelfde geldt voor de standaardverkoopbindingsovereenkomst met alleenverkopers en groothandelaren , voor zover deze eveneens de bovengenoemde verplichtingen bevat ; dat een negatieve verklaring echter niet voor het in deze overeenkomst vervatte " klantewervingsverbod " ( zie hieronder sub 29 ) kan worden afgegeven .

Onder artikel 85 , lid 1 , vallende bepalingen

27 . Overwegende dat de overeenkomsten van Junghans met groothandelaren en alleenverkopers ook verplichtingen bevatten , die ertoe strekken en ten gevolge hebben , dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt beperkt en vervalst en die de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden .

28 . Overwegende dat Junghans zich in de alleenverkoopovereenkomsten jegens de contractspartners ertoe heeft verplicht , de contractsprodukten ten behoeve van de wederverkoop binnen een afgebakend gebied van de gemeenschappelijke markt alleen aan de voor dit gebied bevoegde alleenverkoper , respectievelijk alleenverkopers te leveren ; dat de alleenverkoopovereenkomsten bovendien de verplichting voor de Junghans-alleenverkopers bevatten , met uitzondering van bepaalde merken of bepaalde artikelen geen met de contractsprodukten concurrerende produkten te verkopen ( zie boven sub 14 ) ; dat deze verplichtingen onder artikel 85 , lid 1 , vallende mededingingsbeperkingen zijn die de handel tussen de Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden .

29 . Overwegende dat de in de standaardverkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren vervatte verplichting voor Junghans-groothandelaren en Junghans-alleenverkopers alsmede de in de " alleenverkoopovereenkomsten " vervatte verplichting voor de Belgische alleenverkopers om in andere Lid-Staten van de EEG geen klanten voor Junghans - of Diehl-uurwerken te werven , geen vestigingen op te richten en geen leveringsvoorraden aan te houden ( met de voor de Junghans-groothandelaren geldende beperking , zie boven sub 9 ) , deze handelaren verhindert , in andere Lid-Staten actieve verkoopactiviteiten voor Junghans - en Diehluurwerken te ontplooien ; dat daarmee de mededingingsmogelijkheden in de verschillende afzetgebieden op aanzienlijke wijze beknot worden , omdat aanvragers , die de in aanmerking komende produkten van alleenverkopers of groothandelaren in andere landen van de Gemeenschap willen betrekken , zulks op eigen initiatief zullen moeten doen ; dat deze verplichting een mededingingsbeperking zoals bedoeld in artikel 85 , lid 1 , oplevert , die tevens de handel tussen de Lid-Staten ongunstig kan beïnvloeden .

Toepasselijkheid van artikel 85 , lid 3 , van het EEG-Verdrag

Overwegende dat ingevolge artikel 85 , lid 3 , van het EEG-Verdrag de bepalingen van artikel 85 , lid 1 , buiten toepassing kunnen worden verklaard voor overeenkomsten tussen ondernemingen , die bijdragen tot verbetering van de produktie of van de verdeling van de produkten of tot verbetering van de technische of economische vooruitgang , mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt , en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen

a ) beperkingen op te leggen , welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn , of

b ) de mogelijkheid te geven , voor een redelijk deel van de betrokken produkten de mededinging uit te schakelen .

30 . Overwegende dat dient te worden onderzocht of

a ) de verplichting van Junghans in de contractsgebieden uitsluitend aan de aangewezen alleenverkopers te leveren ( zie boven sub 28 ) ,

b ) de verplichting voor de alleenverkopers , geen concurrerende produkten te verkopen ( zie boven sub 28 ) en

c ) de verplichting voor de alleenverkopers en groothandelaren in andere landen van de Gemeenschap geen actieve verkoopwerkzaamheden voor de contractsprodukten te ontplooien ( zie boven sub 29 ) ,

aan de bovengenoemde voorwaarden voor ontheffing voldoen .

31 . Overwegende dat voor zover bovengenoemde verplichtingen tussen Junghans en de alleenverkopers werden overeengekomen , deze aan de voorwaarden voor toepassing van Verordening nr . 67/67/EEG ( 1 ) voldoen en derhalve van het in artikel 85 , lid 1 neergelegde verbod zijn vrijgesteld ; dat de alleenverkopers buiten de in de artikelen 1 en 2 , lid 1 , sub a ) en b ) , van bovengenoemde verordening vermelde concurrentiebeperkingen wel verdere verplichtingen werden opgelegd ( zie boven sub 21 tot 25 ) ; dat deze verdergaande verplichtingen echter in het onderhavige geval de toepasselijkheid van Verordening nr . 67/67/EEG niet raken , omdat het , zoals de Commissie heeft vastgesteld , geen concurrentiebeperkingen zijn .

32 . Overwegende dat de tussen Junghans en de Belgische " alleenverkopers " overeengekomen verplichtingen ( zie hierboven sub 30 a ) - c ) ) niet onder Verordening nr . 67/67/EEG vallen , omdat Junghans in het contractsgebied België niet zoals artikel 1 , lid 1 , sub a ) , van deze verordening vereist slechts aan één handelaar , maar aan drie levert ;

Dat deze verplichtingen echter op grond van dezelfde overwegingen waarop Verordening nr . 67/67/EEG is gebaseerd , van het verbod van artikel 85 , lid 1 , kunnen worden vrijgesteld .

33 . Overwegende dat het voor de Junghans-groothandelaren bestaande " klantenwervingsverbod " ( zie boven sub 30 c ) ) bijdraagt tot de verbetering van de verdeling van de produkten ; dat de beperkingen , waaraan de Junghans-groothandelaren bij de ontplooiing van bepaalde afzetbevorderende activiteiten in de andere Gemeenschapslanden onderworpen zijn , eveneens zullen kunnen bijdragen tot de concentratie van de verkoopactiviteiten , tot de rationalisatie van de distributie en tot de betere bevoorrading van de verbruikers in het werkgebied van deze groothandelaren ; dat hun activiteiten namelijk gericht worden op de potentiële vraag in dit gebied , zonder dat andere Junghans-handelaren of verbruikers in de betrokken Gemeenschapslanden worden gehinderd in de door hen verlangde afname van Junghans - of Diehl-uurwerken .

34 . Overwegende dat de aan de Junghans-groothandelaren opgelegde beperkingen een gunstige invloed hebben op de verkoop van Junghans - en Diehl-uurwerken in de andere Gemeenschapslanden ; dat deze waarborgen , dat de alleenverkopers in Frankrijk , Ierland , Nederland en het Verenigd Koninkrijk zich intensief voor de verkoop van de contractsprodukten inzetten , en daarvoor markten ontsluiten , waarop deze nog niet of slechts in geringe mate aanwezig waren . Dat het namelijk , zolang deze handelaren hun marktpositie voor de contractsprodukten nog niet voldoende stevig hebben gevestigd , een nadelige invloed zou hebben op hun verkoopactiviteiten wanneer de Junghans-groothandelaren in het contractsgebied van de alleenverkopers door klantenwerving , oprichting van vestigingen of aanhouding van leveringsvoorraden een actief verkoopbeleid zouden kunnen voeren .

35 . Overwegende dat in het onderhavige geval kan worden aangenomen , dat een billijk aandeel in de genoemde verbeteringen ( zie boven sub 33 en 34 ) aan de verbruikers in alle Gemeenschapslanden ten goede komt ; dat de voordelen van een betere bevoorrading hunrechtstreeks ten goede komen ; dat er ten aanzien van de voordelen , die uit de rationalisatie van de verkoop en de intensivering van de verkoopactiviteiten van de Junghans-groothandelaren alsmede van de Junghans-alleenverkopers resulteren , van kan worden uitgegaan , dat deze groothandelaren en alleenverkopers door de in de uurwerkensector bestaande sterke concurrentie ertoe worden aangezet deze voordelen aan de verbruikers door te geven ; dat bovendien - wat de intra-brand-concurrentie betreft - de Junghans-beroepsdetailhandelaren en de verbruikers de contractsprodukten van alle Junghans-handelaren in de EEG kunnen betrekken ; dat deze mededinging overigens ook wordt verzekerd door het feit , dat het alle Junghans-handelaren vrij staat , hun verkoopprijzen naar eigen goeddunken vast te stellen .

36 . Overwegende dat de aan de Junghans-groothandelaren ten aanzien van enkele andere Gemeenschapslanden opgelegde beperkingen van de ontplooiing van een actief verkoopbeleid voor de verwezenlijking van de genoemde verbeteringen onmisbaar zijn ; dat deze namelijk de voorwaarde ervoor vormen , dat de Junghans-groothandelaren hun werkzaamheid op hun verkoopgebied concentreren en dat de alleenverkopers , die t.a.v . Junghans - of Diehluurwerken slechts een zwakke marktpositie innemen , zich intensief voor de verkoop van deze produkten inzetten .

37 . Overwegende dat de genoemde beperkingen de betrokken ondernemingen niet de mogelijkheid bieden , voor een wezenlijk deel van de betrokken produkten de mededinging uit schakelen . Dat de concurrentiemogelijkheden voor Junghans-groothandelaren in enkele andere Gemeenschapslanden weliswaar worden beperkt , maar dat door deze handelaren op de Junghans-alleenverkopers en de Junghans-beroepsdetailhandelaren in die andere Gemeenschapslanden via individuele neveninvoer concurrentiedruk kan worden uitgeofend ; dat het hun immers vrij staat , aan de Junghans-beroepsdetailhandelaren en verbruikers aldaar op hun verzoek contractsprodukten te leveren ; dat de beperkingen van de ontplooiing van afzetbevorderende initiatieven in de andere Gemeenschapslanden overigens niet voor Junghans-beroepsdetailhandelaren gelden , zodat deze handelaren in alle landen van de EEG onbeperkt actief kunnen zijn .

Overwegende dat Junghans zich juist op de markten , waarop het " klantenwervingsverbod " voor de Junghans-groothandelaren bestaat , gesteld ziet tegenover een sterke mededinging van talrijke andere uurwerkfabrikanten ; dat de marktpositie voor Junghans - en Diehl-uurwerken op de betrokken markten immers slechts bescheiden is .

38 . Overwegende dat het aan de Junghans-groothandelaren opgelegde beperkte " klantenwervingsverbod " derhalve thans aan alle voorwaarden voor een ontheffing krachtens artikel 85 , lid 3 , van het EEG-Verdrag voldoet .

Toepassing van artikel 6 en artikel 8 van Verordening nr . 17

39 . Overwegende dat Junghans de op 30 juni 1969 met de drie Belgische handelaren gesloten " alleenverkoopovereenkomsten " op 18 januari 1971 heeft aangemeld ; dat de verklaring ingevolge artikel 85 , lid 3 , van het EEG-Verdrag derhalve ten aanzien van deze overeenkomsten krachtens artikel 6 , lid 1 , van Verordening nr . 17 vanaf 18 januari 1971 rechtsgevolgen heeft .

40 . Overwegende dat Junghans de op 28 maart 1974 aangemelde standaardverkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren vanaf 1 juli 1976 heeft toegepast ; dat het dientengevolge passend is , dat de verklaring ingevolge artikel 85 , lid 3 , van het EEG-Verdrag met betrekking tot deze overeenkomst krachtens artikel 6 , lid 1 , van Verordening nr . 17 vanaf 1 juli 1976 rechtsgevolgen heeft .

41 . Overwegende dat het , aangezien de " alleenverkoopovereenkomsten " met de drie Belgische Junghans-handelaren ten aanzien van de toepassing van artikel 85 , lid 3 , kunnen worden gelijkgesteld met de onder Verordening nr . 67/67/EEG vallende alleenverkoopovereenkomsten , gerechtvaardigd , is de geldigheidsduur van de ontheffing voor deze overeenkomst conform de bovengenoemde verordening te laten gelden tot 31 december 1982 .

42 . Overwegende dat voor het aan de Junghans-groothandelaren in de standaardverkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren ten opzichte van de andere Gemeenschapslanden opgelegde " klantenwervingsverbod " slechts zolang ontheffing kan worden verleend als Junghans - en Diehl-uurwerken in de betrokken landen slechts een bescheiden marktpositie innemen ; dat dit in het onderhavige geval althans voor de komende zes jaren kan worden verondersteld , aangezien de contractsprodukten in de betrokken landen met de produkten van talrijke andere ( kleinere en belangrijkere ) fabrikanten in concurrentie staan ; dat het derhalve dienstig is , de verklaring ingevolge artikel 85 , lid 3 , met betrekking tot deze overeenkomst krachtens artikel 8 , lid 1 , van Verordening nr . 17 voorlopig voor een termijn van zes jaar te verlenen .

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :

Artikel 1

Er bestaat voor de Commissie op grond van de haar bekende gegevens geen aanleiding om krachtens artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap op te treden tegen de Junghans-standaardverkoopbindingsovereenkomst voor detailhandelaren en - behoudens de beperking in artikel 2 - tegen de Junghansstandaardverkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren .

Artikel 2

De bepalingen van artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap worden conform artikel 85 , lid 3 , buiten toepassing verklaard voor :

- de Junghans-standaardverkoopbindingsovereenkomst met alleenverkopers en groothandelaren , voor zover deze de verplichting bevat voor Junghans-groothandelaren in de andere Lid-Staten van de EEG voor Junghans - of Diehl-uurwerken geen klanten te werven , geen vestigingen op te richten en geen leveringsvoorraden aan te houden , en

- de " alleenverkoopovereenkomsten " , die Junghans op 30 juni 1969 met de firma's W . Van Puyvelde PVBA te Antwerpen , R . Leysen te Antwerpen en W . Rogiers and Co . te Kortrijk heeft gesloten .

Artikel 3

Artikel 2 is met betrekking tot de Junghans-standaardverkoopbindingsovereenkomst voor alleenverkopers en groothandelaren met ingang van 1 juli 1976 en met betrekking tot de met de firma's W . Van Puyvelde PVBA , R . Leysen en W . Rogiers and Co . gesloten alleenverkoopovereenkomsten met ingang van 18 januari 1971 van kracht . De geldigheidsduur loopt tot en met 31 december 1982 .

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de onderneming Gebrueder Junghans GmbH , Uurwerkenfabrieken te Schramberg .

Gedaan te Brussel , 21 december 1976 .

Voor de Commissie

R . VOUEL

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . 13 van 21 . 2 . 1962 , blz . 204/62 .

( 2 ) De EEG heeft een vrijhandelsovereenkomst afgesloten met Finland , IJsland , Noorwegen , Oostenrijk , Portugal , Zweden en Zwitserland .

( 3 ) PB nr . 57 van 25 . 3 . 1967 , blz . 849/67 .