Verordening (EEG) nr. 1143/76 van de Raad van 17 mei 1976 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2727/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen
Publicatieblad Nr. L 130 van 19/05/1976 blz. 0001 - 0005
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 15 blz. 0095
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 10 blz. 0090
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 10 blz. 0090
++++ VERORDENING ( EEG ) Nr . 1143/76 VAN DE RAAD van 17 mei 1976 tot wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 42 en 43 , Gezien het voorstel van de Commissie , Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) , Overwegende dat de gemeenschappelijke marktordening in de sector granen een regeling met uniforme prijzen voor de gehele Gemeenschap omvat ; dat deze regeling met name inhoudt dat voor alle basisgranen een richtprijs en een uniforme interventieprijs moeten worden vastgesteld , behalve voor zachte tarwe waarvoor een basisinterventieprijs en verschillende afgeleide interventieprijzen moeten worden vastgesteld ; Overwegende dat het binnen deze prijsregeling en de uit de toepassing hiervan voortvloeiende prijsverhoudingen thans niet meer mogelijk is de doelstellingen van artikel 39 van het Verdrag optimaal te verwezenlijken ; dat met name de nagestreefde prijsstabiliteit op de markt , die bepalend is voor een redelijke levensstandaard van de betrokken landbouwbevolking , niet volledig is bereikt , zoals uit talrijke abnormale interventies voor bepaalde granen blijkt ; Overwegende dat een herziening van de regeling dan ook noodzakelijk is ; dat in het licht van de met andere granen opgedane ervaring in de eerste plaats de regionalisering voor zachte tarwe moet worden afgeschaft en vervangen door een interventieregeling met een uniform prijspeil voor de gehele Gemeenschap ; Overwegende dat het voorts ten einde de doorstroming op de graanmarkt te verbeteren , dienstig is voor de bepaling van de interventieprijzen voor de belangrijkste granen een nieuwe structuur vast te stellen , die een beter evenwicht tussen de verschillende produkten , gebaseerd op de werkelijke marktbehoeften , waarborgt , zonder evenwel het inkomensniveau van de producenten aan te tasten ; dat te dien einde de interventieprijzen voor hoogproduktieve zachtetarwesoorten met lage bakkwaliteit enerzijds en gerst en maïs anderzijds gelijkgetrokken moeten worden ; dat dit voor alle voedergranen geldende gemeenschappelijke interventiepeil , de minimumgarantie voor de producent vormt , waarboven de marktprijzen voor deze granen zich naar gelang van hun gebruikswaarde als diervoeder moeten ontwikkelen ; Overwegende dat daarentegen de produktie van zachte tarwe met goede bakkwaliteit moet worden aangemoedigd door een referentieprijs vast te stellen waarvan het peil het verschil moet weerspiegelen tussen de opbrengst van de produktie van zachte broodtarwe en van niet voor de broodbereiding geschikte tarwe ; dat zo nodig moet worden bepaald dat de ontwikkeling van de marktprijzen ten opzichte van dit peil moet worden ondersteund ; Overwegende dat tussen de richtprijs , waarvan wordt uitgegaan bij de bepaling van de hoogte van de bescherming van de communautaire markt , en de interventieprijs een zodanig verschil moet bestaan dat de doorstroming op de markt wordt gewaarborgd en dat de overschotten uit de produktiegebieden met overschotten de behoeften in de verbruiksgebieden met een tekort kunnen compenseren ; dat om dit doel te bereiken bij de vaststelling van de richtprijzen niet alleen rekening moet worden gehouden met het element dat representatief is voor de vervoerkosten tussen het gebied met het grootste overschot en het gebied met het grootste tekort , maar ook met een marktelement voor het verschil dat bij een normale rangorde van de prijzen in het produktiegebied met het grootste overschot wordt geconstateerd tussen de marktprijzen en het in de prijzen verwerkte steunniveau , dat in het geval van zachte tarwe door de referentieprijs , en in het geval van de andere granen door de interventieprijzen tot uitdrukking wordt gebracht ; Overwegende dat ook de referentieprijs voor zachte broodtarwe moet worden gerangschikt onder de prijzen waarop in het verkoopseizoen maandelijkse verhogingen worden toegepast ; Overwegende dat bijzondere omstandigheden in bepaalde gebieden van de Gemeenschap tijdelijk tot een andere marktprijsontwikkeling kunnen leiden dan in de rest van de Gemeenschap ; dat om massale interventie in die gebieden te voorkomen de mogelijkheid moet worden overwogen preventief bijzondere interventiemaatregelen toe te passen om de situatie op die markten gedurende een bepaald tijdvak te verlichten ; dat bovendien eveneens speciale interventiemaatregelen moeten kunnen worden vastgesteld voor zachte broodtarwe , wanneer het gevaar bestaat dat de marktprijzen zich niet meer normaal ontwikkelen ten opzichte van de referentieprijs ; Overwegende dat , wegens de homogeniteit die de graanmarkt van de Gemeenschap moet kenmerken , de bovengenoemde bijzondere en speciale interventiemaatregelen vanuit communautair standpunt moeten worden beoordeeld en genomen ; Overwegende dat , gezien het fundamentele karakter van deze hervorming en om de aanpassing van de markt zo goed mogelijk te doen verlopen moet worden voorzien in de mogelijkheid de integrale toepassing ervan , en in het bijzonder de vaststelling van een rangorde van de prijzen , die in alle opzichten beantwoordt aan de nieuwe regeling , op te schorten tot na het verkoopseizoen 1976/1977 ; Overwegende dat , wegens de aanzienlijke toeneming van de produktie van durum tarwe in de Gemeenschap , toekenning van uniforme steun aan alle producenten niet langer verantwoord is ; dat echter , om verhoging van de produktiviteit en verbetering van de kwaliteit van dit produkt te bevorderen , steun daarvoor moet worden gehandhaafd ; dat deze steun evenwel kan worden beperkt tot bepaalde gebieden en tot durum tarwe met bepaalde kwalitatieve en technische kenmerken , waardoor deze tarwe geschikt is voor de vervaardiging van deegwaren ; Overwegende dat om een toevloed bij de interventiebureaus van durum tarwe die de bovenbedoelde kenmerken niet heeft , te voorkomen , voor dit graan aanvullende interventievoorwaarden dienen te worden vastgesteld , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 De artikelen 2 , 3 en 4 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 worden als volgt gelezen : " Artikel 2 Het verkoopseizoen voor alle in artikel 1 genoemde produkten begint op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar . Artikel 3 1 . Voor de Gemeenschap worden jaarlijks voor 1 augustus voor het verkoopseizoen dat het volgende jaar aanvangt , vastgesteld : - een gemeenschappelijke uniforme interventieprijs voor zachte tarwe , gerst en maïs , evenals een uniforme interventieprijs voor rogge en durum tarwe ; - een referentieprijs voor zachte broodtarwe ; - een richtpris voor zachte tarwe , voor durum tarwe en voor rogge , evenals een gemeenschappelijke richtprijs voor gerst en maïs . 2 . Deze prijzen worden voor elk van deze granen vastgesteld voor een bepaalde standaardkwaliteit . 3 . De uniforme interventieprijzen worden vastgesteld voor het interventiecentrum Ormes , het centrum van het gebied van de Gemeenschap met het grootste overschot voor alle granen , en wel in het stadium van de groothandel , geleverd francomagazijn zonder lossing . Deze prijzen gelden voor alle voor elk van de graansoorten vastgestelde interventiecentra in de Gemeenschap . De uniforme interventieprijzen gelden van 1 augustus tot en met 31 mei van het daaropvolgende jaar . Van 1 juni tot en met 31 juli worden de voor de maand augustus van het lopende verkoopseizoen geldende interventieprijzen toegepast . 4 . De referentieprijs voor zachte broodtarwe wordt bepaald door de voor dit produkt vastgestelde gemeenschappelijke uniforme interventieprijs te verhogen met een bedrag dat het verschil vormt tussen de opbrengst van dit produkt en de opbrengst van niet voor broodbereiding geschikte tarwe . 5 . De richtprijzen worden vastgesteld voor Duisburg , het centrum van het gebied van de Gemeenschap met het grootste tekort aan alle granen , en wel in het stadium van de groothandel , geleverd franco-magazijn zonder lossing . Deze prijzen worden vastgesteld door - voor zachte tarwe , de referentieprijs , - voor rogge en durum tarwe , de respectieve uniforme interventieprijzen , - voor gerst en maïs , de gemeenschappelijke uniforme interventieprijs , te verhogen met een marktelement en een element dat representatief is voor de vervoerkosten tussen het gebied Ormes en het gebied Duisburg . Het marktelement voor rogge , durum tarwe en zachte tarwe vertegenwoordigt voor elk van deze produkten het verschil dat moet bestaan tussen : a ) de uniforme interventieprijs voor rogge , de uniforme interventieprijs voor durum tarwe en de referentieprijs voor zachte broodtarwe , enerzijds , en b ) de marktprijzen voor respectievelijk rogge , durum tarwe en zachte broodtarwe , die bij een normale oogst en bij een natuurlijke prijsvorming op de markt van de Gemeenschap mogen worden verwacht in het produktiegebied met het grootste overschot , anderzijds . Het marktelement voor gerst en maïs vertegenwoordigt het verschil dat moet bestaan tussen de marktprijs voor gerst en de gemeenschappelijke uniforme interventieprijs , verhoogd met het verschil tussen de marktprijzen dat de verhouding tussen de gemiddelde relatieve gebruikswaarde als diervoeder van de beide betrokken granen moet weerspiegelen . De in aanmerking te nemen marktprijzen zijn die , welke bij een normale oogst en bij een natuurlijke prijsvorming op de markt van de Gemeenschap mogen worden verwacht in het produktiegebied met het grootste overschot . Bij de vaststelling van het element dit representatief is voor de vervoerkosten wordt uitgegaan van de meest gunstige tak van vervoer , of combinatie van takken van vervoer , en de bestaande tarieven . 6 . De in lid 1 bedoelde prijzen en de in lid 2 bedoelde standaardkwaliteiten worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag . 7 . De voorschriften voor de bepaling van de interventiecentra waarvoor de uniforme interventieprijzen gelden , worden door de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld . 8 . De in lid 7 bedoelde interventiecentra worden , na raadpleging van de betrokken Lid-Staten , jaarlijks voor 1 mei voor het volgende verkoopseizoen vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 . Artikel 4 1 . Om de overgang van de in het verkoopseizoen 1975/1976 toegepaste regeling naar de in artikel 3 bedoelde regeling en met name naar de rangorde van de prijzen die hieruit normaal zal voortvloeien te vergemakkelijken , kan , in afwijking van lid 1 van dat artikel , worden besloten de uniforme interventieprijzen voor zachte tarwe , gerst en maïs voor het verkoopseizoen 1976/1977 niet op een gemeenschappelijk peil vast te stellen . In dat geval geldt de uniforme interventieprijs voor gerst als de gemeenschappelijke uniforme interventieprijs waarvan moet worden uitgegaan voor de bepaling van de gemeenschappelijke richtprijs voor gerst en maïs . 2 . Indien , overeenkomstig de in lid 1 bedoelde afwijking , de uniforme interventieprijs voor zachte tarwe zich bevindt op het peil van de kwaliteit genoemd " voor broodbereiding geschikt " , dan wordt deze prijs , in afwijking van artikel 3 , lid 2 , vastgesteld voor een standaardkwaliteit broodtarwe . Deze standaardkwaliteit is de overeenkomstig artikel 3 , lid 6 , vastgestelde kwaliteit , aangevuld met sommige criteria inzake de minimale eisen gesteld voor de broodbereiding . Voor zachte tarwe die niet aan deze laatste eisen voldoet zal , bij interventie , slechts een prijs gelden die overeenkomt met de gemeenschappelijke uniforme interventieprijs die voor het betrokken verkoopseizoen geacht wordt van toepassing te zijn voor gerst . In het geval bedoeld in dit lid wordt de in artikel 3 , lid 1 , bedoelde referentieprijs niet vastgesteld en wordt de richtprijs van zachte tarwe overeenkomstig artikel 3 , lid 5 , vastgesteld , waarbij de referentieprijs wordt vervangen door de voor deze graansoort gekozen uniforme interventieprijs . 3 . Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de minimale eisen gesteld voor de broodbereiding vast . De methode voor het constateren of de zachte tarwe aan deze eisen voldoet alsmede de wijze waarop dit artikel wordt toegepast , worden volgens de procedure van artikel 26 vastgesteld . " Artikel 2 Artikel 6 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 wordt als volgt gelezen : " 1 . Op de interventieprijzen , de referentieprijs voor zachte broodtarwe , de richtprijzen en de drempelprijzen worden maandelijkse verhogingen toegepast , die over het gehele verkoopseizoen of over een gedeelte daarvan worden gespreid . " Artikel 3 Artikel 7 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 wordt als volgt gelezen : " Artikel 7 1 . Gedurende het gehele verkoopseizoen zijn de door de Lid-Staten aangewezen interventiebureaus verplicht de in de Gemeenschap geoogste , in artikel 3 bedoelde granen die hun worden aangeboden te kopen , in zoverre de aanbiedingen voldoen aan overeenkomstig lid 5 te bepalen voorwaarden , in het bijzonder met betrekking tot kwaliteit en hoeveelheid . 2 . De interventiebureaus verrichten hun aankopen onder de ingevolge de leden 4 en 5 vastgestelde voorwaarden tegen de uniforme interventieprijs , ongeacht het centrum waarvoor het graan wordt aangeboden . Indien de kwaliteit van het graan verschilt van de standaardkwaliteit waarvoor de interventieprijs is vastgesteld , wordt deze aan de hand van in tabellen vastgelegde toeslagen of kortingen aangepast . Deze tabellen kunnen bovendien een bijzondere toeslag bevatten voor broodrogge met bepaalde kwalitatieve kenmerken . 3 . Onder de ingevolge de leden 4 en 5 vastgestelde voorwaarden bieden de interventiebureaus het overeenkomstig lid 1 aangekochte produkt te koop aan - voor uitvoer naar derde landen , - of voor de voorziening van de interne markt . 4 . Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene interventievoorzieningen vast . 5 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel , en met name - de minimumkwaliteit en minimumhoeveelheid waaraan iedere graansoort moet voldoen om voor interventie in aanmerking te komen , alsmede voor durum tarwe , de technische kwaliteiten waaraan deze graansoort moet voldoen , - de bij interventie geldende tabellen met toeslagen en kortingen , - de procedures en voorwaarden voor de overneming door de interventiebureaus , - de procedures en voorwaarden voor het te koop aanbieden door de interventiebureaus , worden volgens de procedure van artikel 26 vastgesteld . " Artikel 4 Artikel 8 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 wordt als volgt gelezen : " Artikel 8 1 . Ten einde te vermijden dat op grond van artikel 7 , lid 1 , in bepaalde gebieden van de Gemeenschap grote aankopen moeten worden gedaan , kan worden besloten dat de interventiebureaus bijzondere interventiemaatregelen nemen . 2 . Wanneer de marktsituatie voor zachte broodtarwe in de Gemeenschap dit vereist , kunnen voor deze graansoort speciale interventiemaatregelen worden genomen ten einde de marktontwikkeling ten opzichte van de in artikel 3 , lid 1 , bedoelde referentieprijs te ondersteunen . 3 . De algemene uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden door de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld . 4 . De aard en de toepassing van de bijzondere en van de speciale interventiemaatregelen , evenals de voorwaarden en procedures die worden vastgesteld voor het te koop aanbieden of voor elke andere bestemming van de produkten , waarvoor deze interventiemaatregelen zijn genomen , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden zo nodig volgens dezelfde procedure vastgesteld . " Artikel 5 Artikel 10 van Verordening ( EEG ) nr . 2727/75 wordt als volgt gelezen : " Artikel 10 1 . Voor de produktie van durum tarwe in de Gemeenschap wordt steun verleend . 2 . De steun wordt vastgesteld per ingezaaide en geoogste hectare durum tarwe en is voor het gehele verkoopseizoen gelijk . De steun kan echter worden gedifferentieerd naar gelang van de produktiegebieden en tot sommige van deze gebieden worden beperkt . De steun wordt slechts verleend voor durum tarwe met nog nader vast te stellen kwalitatieve en technische kenmerken . 3 . De steun wordt voor 1 augustus voor het volgende verkoopseizoen vastgesteld , volgens de procedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag . De in lid 2 bedoelde produktiegebieden worden volgens dezelfde procedure vastgesteld . 4 . Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene uitvoeringsbepalingen van dit artikel vast , en met name de criteria voor de bepaling van de in lid 2 bedoelde kwalitatieve en technische kenmerken . 5 . Volgens de procedure van artikel 26 worden vastgesteld : - de uitvoeringsbepalingen van dit artikel , - de kwalitatieve en technische kenmerken , waaraan de durum tarwe moet voldoen om voor de steun in aanmerking te komen , evenals , eventueel , de lijst van de betrokken variëteiten . " Artikel 6 In de maanden juni en juli van het verkoopseizoen 1975/1976 gelden in de nieuwe Lid-Staten de interventieprijzen die in de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling aan het begin van het verkoopseizoen 1976/1977 worden toegepast , eventueel verminderd met de voor het verkoopseizoen 1975/1976 vastgestelde compenserende bedragen " toetreding . " Artikel 7 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 1976 , met uitzondering van artikel 6 en van de bepalingen inzake de uitvoering van de in de onderhavige verordening omschreven nieuwe regeling , met name de bepalingen inzake de door de Lid-Staten te treffen voorbereidende administratieve maatregelen die van toepassing zijn vanaf de dag waarop de verordening in werking treedt . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel , 17 mei 1976 . Voor de Raad De Voorzitter J . HAMILIUS ( 1 ) PB nr . C 53 van 8 . 3 . 1976 , blz . 24 .