Verordening (EEG) nr. 1090/76 van de Commissie van 11 mei 1976 houdende vaststelling van de rooipremie voor appelbomen en perebomen van bepaalde variëteiten alsmede van de voorwaarden voor de toekenning van deze premie
Publicatieblad Nr. L 124 van 12/05/1976 blz. 0008 - 0009
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 15 blz. 0087
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 10 blz. 0088
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 10 blz. 0088
++++ VERORDENING ( EEG ) Nr . 1090/76 VAN DE COMMISSIE van 11 mei 1976 houdende vaststelling van de rooipremie voor appelbomen en perebomen van bepaalde variëteiten alsmede van de voorwaarden voor de toekenning van deze premie DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 794/76 van de Raad van 6 april 1976 tot vaststelling van nieuwe maatregelen ter sanering van de fruitproduktie in de Gemeenschap ( 1 ) , en met name op de artikelen 1 en 3 , Overwegende dat , overeenkomstig de doelstelling van Verordening ( EEG ) nr . 794/76 , de voorwaarden voor de toekenning van de in die verordening bedoelde premie moeten worden vastgesteld ; dat daartoe dient te worden bepaald welke fruitbomen voor het rooiprogramma in aanmerking kunnen komen en dat naar gelang van de boomvorm de minimum oppervlakte of het minimum aantal bomen voor dit programma moet worden vastgesteld ; Overwegende dat , om te voorkomen dat de gerooide bomen opnieuw worden geplant , moet worden voorgeschreven dat de bomen daartoe ongeschikt moeten worden gemaakt ; Overwegende dat , ten einde de doelmatigheid van de regeling te garanderen , de gegevens moeten worden bepaald die in het verzoek om toekenning van de premie moeten worden vermeld en dat de juistheid van deze gegevens moet worden gecontroleerd ; Overwegende dat , alvorens de in artikel 3 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 794/76 bedoelde premie wordt uitbetaald , dient te worden geconstateerd dat de rooiing werkelijk heeft plaatsgevonden ; dat deze constatering officieel moet worden bevestigd ten einde aan de aanvrager een bewijs te bezorgen dat hij werkelijk tot de rooiing is overgegaan ; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor groenten en fruit , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 In de zin van Verordening ( EEG ) nr . 794/76 worden beschouwd : - als appelbomen van de variëteiten " Golden Delicious " , " Starking Delicious " en " Imperatore " en als perebomen van de variëteit " Passe Crassane " , de gezonde bomen die een normale produktie van tafelfruit van deze variëteiten kunnen opleveren en die uiterlijk in de winter 1970/1971 zijn geplant ; - als bomen van andere variëteiten , de appelbomen en perebomen die , afwisselend met de onder het het , eerste streepje genoemde bomen , op hetzelfde perceel als deze zijn geplant om de bevruchting ervan te bevorderen , met dien verstande evenwel dat de bomen van de variëteiten " Golden Delicious " , " Starking Delicious " , " Imperatore " of " Passe Crassane " ten minste twee derde moeten uitmaken van de op het betrokken perceel geplante bomen . Artikel 2 1 . Voor aaneengesloten aanplantingen wordt de premie slechts verleend indien de rooiing voor dezelfde soort betrekking heeft op een minimum oppervlakte van : - 25 are hoogstammen , - 15 are halfstammen , - 15 are laagstammen . Als aaneengesloten aanplantingen in de zin van deze verordening worden beschouwd , de aanplantingen met een dichtheid van ten minste : - voor de hoogstammen : 100 eenheden per hectare , - voor de halfstammen : 170 eenheden per hectare , - voor de laagstammen : 340 eenheden per hectare . 2 . Voor verspreide aanplantingen op hetzelfde bedrijf of voor gemengde teelt wordt de premie slechts verleend voor het rooien van ten minste 50 laagstammen of 25 hoogstammen of halfstammen . Voor de berekening van de premie wordt de door de bomen ingenomen oppervlakte als volgt bepaald : - 100 m2 per hoogstam , - 60 m2 per halfstam , - 30 m2 per laagstam . 3 . Het bedrag van de rooipremie wordt vastgesteld op basis van 1 100 rekeneenheden per hectare . Artikel 3 De gerooide bomen moeten ongeschikt worden gemaakt voor wederaanplant . Artikel 4 Het verzoek om toekenning van de premie wordt ingediend bij de daartoe door iedere Lid-Staat aangewezen bevoegde instantie . Het verzoek bevat met name , voor elk van de soorten waarvoor de premie wordt aangevraagd : a ) opgave van : - de ingenomen oppervlakte voor aaneengesloten aanplantingen , het aantal bomen voor verspreide aanplantingen of gemengde teelt , - de ouderdom bij benadering en de boomvorm van de betrokken bomen ; b ) opgave van : - de door de te rooien bomen ingenomen oppervlakte voor aaneengesloten beplantingen , het aantal te rooien bomen voor verspreide aanplantingen of gemengde teelt , - de ouderdom bij benadering en de boomvorm van de te rooien bomen , - de variëteiten waarop de maatregel betrekking heeft , eventueel gespecificeerd naar hoofdvarieteiten ( Golden Delicious , Starking Delicious , Imperatore , Passe Crassane ) en minder belangrijke variëteiten , - de in de laatste drie jaar door de te rooien bomen voortgebrachte hoeveelheden , - de datum waarop zal worden gerooid . Artikel 5 Na ontvangst van het verzoek gaat de door de bevoegde instantie aangewezen beambte over tot controle van de in artikel 4 , sub a ) en sub b ) , eerste , tweede en derde streepje , bedoelde gegevens . Na deze controle en na registratie van de door de exploitant ondertekende schriftelijke verbintenis om voor een periode van 5 jaar , te rekenen vanaf de rooiing , in het kader van zijn bedrijf geen nieuwe aanplantingen te verrichten van andere appelbomen , perebomen of perzikbomen dan bedoeld in artikel 2 , lid 2 , sub b ) , van Verordening ( EEG ) nr . 794/76 constateert de bevoegde instantie dat het verzoek ontvankelijk is . Artikel 6 Op verzoek van de betrokkene constateert de door de bevoegde instantie aangewezen beambte dat de rooiing heeft plaatsgevonden en geeft hij een verklaring af waaruit blijkt wanneer dit is geschied . Artikel 7 Het in artikel 3 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 794/76 bedoelde bewijs wordt door de exploitant geleverd door overlegging aan de bevoegde instantie van de in artikel 6 bedoelde verklaring . Artikel 8 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel , 11 mei 1976 . Voor de Commissie P . J . LARDINOIS Lid van de Commissie ( 1 ) PB nr . L 93 van 8 . 4 . 1976 , blz . 3 .