31976L0631

Richtlijn 76/631/EEG van de Raad van 20 juli 1976 betreffende de communautaire lijst van agrarische probleemgebieden in de zin van Richtlijn 75/268/EEG (Frankrijk - overzeese departementen)

Publicatieblad Nr. L 223 van 16/08/1976 blz. 0007 - 0010


++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 20 juli 1976

betreffende de communautaire lijst van agrarische probleemgebieden in de zin van Richtlijn 75/268/EEG ( Frankrijk - overzeese departementen )

( 76/631/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Richtlijn 75/268/EEG van de Raad van 28 april 1975 betreffende de landbouw in bergstreken en in sommige probleemgebieden ( 1 ) , gewijzigd bij Richtlijn 76/400/EEG ( 2 ) , inzonderheid op artikel 2 , lid 2 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 3 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 4 ) ,

Overwegende dat de Regering van de Franse Republiek , overeenkomstig artikel 2 , lid 1 , van Richtlijn 75/268/EEG , aan de Commissie opgave heeft gedaan van een lijst van in de overzeese departementen Martinique , Guadeloupe , Réunion en Guyana gelegen gebieden , die in aanmerking komen voor opname in de lijst van agrarische probleemgebieden , alsmede van de gegevens betreffende de kenmerken van deze gebieden ;

Overwegende dat als criterium ter kenmerking van de in artikel 3 , lid 3 , eerste streepje , van Richtlijn 75/268/EEG bedoelde zeer ongunstige klimatologische omstandigheden voor elke gemeente een gemiddelde hoogte van meer dan 800 meter werd aangehouden ;

Overwegende dat als criterium ter kenmerking van de in artikel 3 , lid 3 , tweede streepje , van Richtlijn 75/268/EEG , bedoelde sterke hellingen , een hellingspercentage van meer dan 20 werd aangehouden ;

Overwegende dat in geval van combinatie van beide voornoemde factoren , als kenmerken een hoogte van minstens 500 meter met daarbij een helling van gemiddeld 15 % , dan wel een hoogte van minstens 400 meter met daarbij een helling van gemiddeld 16 % , werden aangehouden ;

Overwegende dat als criterium ter kenmerking van de aanwezigheid van weinig produktieve grond , als bedoeld in artikel 3 , lid 4 , sub a ) , van Richtlijn 75/268/EEG , het feit dat de waarde van de landbouwproduktie per hectare niet hoger is dan 77 % van het gemiddelde van Frankrijk ( respectievelijk 1 840 en 2 400 Franse frank ) , of het feit dat de veebezetting per hectare voedergewassen 0,17 grootvee-eenheid ( G.V.E . ) is , werd aangehouden ;

Overwegende dat als criterium voor het aanwezig zijn van resultaten die aanzienlijk beneden het gemiddelde liggen , in de zin van artikel 3 , lid 4 , sub b ) , van Richtlijn 75/268/EEG , werd aangehouden het feit dat het brutobedrijfsinkomen per gezinsarbeidskracht rond 27 % ligt van het nationaal gemiddelde van Frankrijk ( respectievelijk 7 700 en 28 400 Franse frank ) ;

Overwegende dat als criterium ter kenmerking van de in artikel 3 , lid 4 , sub c ) , van Richtlijn 75/268/EEG bedoelde geringe bevolkingsdichtheid het feit werd aangehouden dat de daadwerkelijke dichtheid niet hoger is dan 1 inwoner per vierkante kilometer en dat het aandeel van de landbouwberoepsbevolking in de totale beroepsbevolking minstens 30 % bedraagt ;

Overwegende dat als kenmerken ter bepaling van de door specifieke problemen in de zin van artikel 3 , lid 5 , van Richtlijn 75/268/EEG , gekenmerkte gebieden enerzijds werden aangehouden de ongunstige aard van de natuurlijke produktieomstandigheden - zware en herhaalde klimatologische tegenslagen zoals cyclonen , langdurige droogteperioden en grote onregelmatigheid van de neerslag , een meestal zeer oneffen bodem - , en anderzijds de problemen , die voortvloeien uit de insulaire ligging en de verre afstand tot het moederland ; dat deze kenmerken prijsverhoging tot gevolg hebben van met name de produktiegoederen ; dat bovendien de toale oppervlakte van deze gebieden niet groter is dan 2,5 % van de totale oppervlakte van de betrokken Lid-Staat ( 0,46 % van de oppervlakte van Frankrijk met inbegrip van de overzeese departementen ) ;

Overwegende dat de aldus door de Regering van de Franse Republiek aangehouden criteria voor het bepalen van de drie typen van aan de Commissie opgegeven gebieden in de overzeese departementen respectievelijk beantwoorden aan de kenmerken van de in artikel 3 , de leden 3 , 4 en 5 , van Richtlijn 75/268/EEG bedoelde berggebieden , probleemgebieden en gebieden gekenmerkt door specifieke problemen ;

Overwegende dat de mededeling van de betrokken Lid-Staat geen melding maakt van de huidige toestand in de betrokken gebieden op het stuk van collectieve voorzieningen , zoals bedoeld in artikel 3 , lid 2 , van Richtlijn 75/268/EEG ; dat deze voorzieningen ontoereikend schijnen te zijn ; dat het overigens , wegens het ontbreken van gegevens aangaande lopende of geplande programma's , niet mogelijk is om de termijnen te bepalen waarin deze toestand wezenlijk zal verbeteren ; dat het niettemin wenselijk lijkt om de betreffende gebieden in de communautaire lijst van agrarische probleemgebieden op te nemen , met dien verstande dat de Regering van de Franse Republiek eerlang aan de Commissie een uitvoerige mededeling hieromtrent zal doen toekomen ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

De in de bijlage vermelde gebieden in de overzeese departementen Guadeloupe , Réunion , Martinique en Guyana maken deel uit van de communautaire lijst van agrarische probleemgebieden in de zin van artikel 3 , de leden 3 , 4 en 5 , van Richtlijn 75/268/EEG .

Artikel 2

De betreffende Lid-Staat zendt aan de Commissie , uiterlijk eind 1976 , een detailleerde mededeling met opgave van de termijnen waarbinnen de maatregelen tot wezenlijke verbetering van de collectieve voorzieningen in de in de bijlage opgesomde gebieden in werking treden .

Artikel 3

Deze richtlijn is gericht tot de Franse Republiek .

Gedaan te Brussel , 20 juli 1976 .

Voor de Raad

De Voorzitter

A . P . L . M . M . van der STEE

( 1 ) PB nr . L 128 van 19 . 5 . 1975 , blz . 1 .

( 2 ) PB nr . L 108 van 26 . 4 . 1976 , blz . 21 .

( 3 ) PB nr . C 79 van 5 . 4 . 1976 , blz . 37 .

( 4 ) PB nr . C 131 van 12 . 6 . 1976 , blz . 28 .

ANHANG - BILAG - ANNEX - ANNEXE - ALLEGATO - BIJLAGE

Zones défavorisées au sens de l'article 3 paragraphe 3 de la directive 75/268/CEE

Département de la Guadeloupe

Parties de communes : Deshaies , Pointe-Noire , Bouillante , Vieux-Habitants , Baillif , Saint-Claude , Gourbeyre , Vieux-Fort , Trois-Rivières , Capesterre , Sainte-Anne , Morne-à-l'Eau , Gosier , Abymes .

Département de la Martinique

Communes : Fonds-Saint-Denis , Le Morne-Rouge , Le Morne-Vert .

Parties de communes : L'Ajoupa-Bouillon , Basse-Pointe , Bellefontaine , Le Carbet , Case-Pilote , Fort-de-France , Grand-Rivière , Gros-Morne , Le Lorrain , Macouba , Le Marigot , Le Prêcheur , Saint-Joseph , Sainte-Marie , Saint-Pierre , Schoelcher .

Département de la Réunion

Communes : Cilaos , Plaine-des-Palmistes , Salazie .

Parties de communes : Les Avirons , Bras-Panon , Entre-Deux , L'Etang-Salé , Petite-Ile , La Possession , Saint-André , Saint-Benoît , Saint-Denis , Saint-Leu , Saint-Louis , Saint-Joseph , Sainte-Marie , Saint-Paul , Saint-Philippe , Saint-Pierre , Sainte-Rose , Sainte-Suzanne , Le Tampon , Les Trois Bassins .

Zones défavorisées au sens de l'article 3 paragraphe 4 de la directive 75/268/CEE

Département de la Guyane

Zone des communes côtières entre la côte et la limite de l'ancienne colonie de la Guyane : Saint-Laurent-du-Maroni , Mana , Iracoubo , Sinnamary , Kourou , Macouria-Tonate , Montsinery-Tonnegrande , Cayenne , Matoury , Remire-Montjoly , Roura , Regina , Ouanary , Saint-Georges-de-l'Oyapok .

Zone de l'intérieur : bande de deux kilomètres de largeur le long des fleuves frontières Maroni , à l'Ouest , et Oyapok , à l'Est : Grand-Santi-Papa-Ichton , Maripasoula ( à l'ouest sur le Maroni ) , Saint-Georges-de-l'Oyapok ( à l'est sur l'Oyapok ) .

Zones défavorisées au sens de l'article 3 paragraphe 5 de la directive 75/268/CEE

Département de la Guadeloupe

Grande-Terre

Communes : Anse-Bertrand , Port-Louis , Le Moule , Saint-François , Pointe-à-Pitre , Petit-Canal .

Parties de communes : Sainte-Anne , Morne-à-l'Eau , Le Gosier , Abymes .

Basse-Terre

Communes : Baie-Mahault , Lamentin , Petit-Bourg , Sainte-Rose , Basse-Terre , Goyave .

Parties de communes : Deshaies , Pointe-Noire , Bouillante , Vieux-Habitants , Baillif , Saint-Claude , Gourbeyre , Vieux-Fort , Trois-Rivières , Capesterre .

Dépendances : Les Saintes : Terre-de-Haut , Terre-de-Bas ; La Désirade , Marie-Galante , Saint-Barthélemy , Saint-Martin .

Département de la Martinique

Communes : Les Anses-d'Arlets , Le Diamant , Ducos , Le François , Le Lamentin , Le Marin , Rivière-Pilote , Rivière-Salée , Le Robert , Saint-Esprit , Sainte-Anne , Sainte-Luce , Trinité , Les Trois-Ilets , Le Vauclin .

Parties de communes : L'Ajoupa-Bouillon , Basse-Pointe , Bellefontaine , Le Carbet , Case-Pilote , Fort-de-France , Grand-Rivière , Gros-Morne , Le Lorrain , Macouba , Le Marigot , Le Prêcheur , Saint-Joseph , Sainte-Marie , Saint-Pierre , Schoelcher .

Département de la Réunion

Communes : Le Port

Parties de communes : Les Avirons , Saint-Denis , La Possession , Saint-Paul , Les Trois-Bassins , Saint-Leu , l'Etang-Salé , Saint-Louis , Entre-Deux , Saint-Pierre , Le Tampon , Petit-Ile , Saint-Joseph , Saint-Philippe , Sainte-Rose , Saint-Benoît , Bras-Panon , Saint-André , Sainte-Suzanne , Sainte-Marie .