31976D0627

76/627/EEG: Beschikking van de Commissie van 25 juni 1976 inzake de verzoeken om vergoeding van de in het kader van Richtlijn 75/268/EEG van de Raad door de Lid- Staten verleende steun

Publicatieblad Nr. L 222 van 14/08/1976 blz. 0037 - 0052
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 16 blz. 0070
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 11 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 11 blz. 0003


++++

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 1976

inzake de verzoeken om vergoeding van de in het kader van Richtlijn 75/268/EEG van de Raad door de Lid-Staten verleende steun

( 76/627/EEG )

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Richtlijn 75/268/EEG van de Raad van 28 april 1975 betreffende de landbouw in bergstreken en in sommige probleemgebieden ( 1 ) , en met name op artikel 13 ,

Gelet op Richtlijn 72/159/EEG van de Raad van 17 april 1972 betreffende de modernisering van landbouwbedrijven ( 2 ) , en met name op artikel 21 , lid 4 ,

Overwegende dat de bij de afdeling Oriëntatie van het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw ingediende verzoeken om vergoeding van de steun die door de Lid-Staten ter verbetering van de landbouw in bergstreken en in sommige probleemgebieden is verleend , bepaalde gegevens moeten bevatten die op uniforme wijze door de Lid-Staten moeten worden verstrekt , zodat gemakkelijker kan worden onderzocht of de verzoeken in overeenstemming zijn met het bepaalde in de toepasselijke richtlijn en gemakkelijker beschikkingen ter zake kunnen worden gegeven ;

Overwegende dat de Lid-Staten , om een doeltreffend toezicht op de verzoeken om vergoeding mogelijk te maken , de bewijsstukken waarvan bij de berekening van de steun is uitgegaan , drie jaar ter beschikking van de Commissie dienen te houden ;

Overwegende dat , ten einde de Commissie in staat te stellen tot het uitoefenen van haar bevoegdheid om aan de Lid-Staten voorschotten te verstrekken , nauwkeurig het bedrag en de data van betaling van de voorschotten dienen te worden aangegeven ;

Overwegende dat , aangezien de uitgaven in het kader van titel III van Richtlijn 75/268/EEG in verband staan met Richtlijn 72/159/EEG , de vergoeding van die uitgaven moet geschieden op grond van de bepalingen die daartoe zijn vastgesteld in Beschikking 74/581/EEG van de Commissie van 16 oktober 1974 inzake de verzoeken om vergoeding van de in het kader van de Richtlijn 72/159/EEG , 72/160/EEG en 72/161/EEG door de Lid-Staten verleende steun en ( van ) de voorschotten die toegestaan kunnen worden ( 3 ) ;

Overwegende dat het in Beschikking 74/581/EEG van de Commissie voorgeschreven standaardformulier moet worden gewijzigd om een onderscheid te maken tussen probleemgebieden en normale gebieden die in aanmerking komen voor steun in het kader van Richtlijn 72/159/EEG van de Raad ;

Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van het Fonds ,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :

Artikel 1

De verzoeken om vergoeding van uitgaven betrekking hebbend op een kalenderjaar die door de Lid-Staten zijn opgesteld op grond van artikel 13 van Richtlijn 75/268/EEG en artikel 21 , lid 1 , van Richtlijn 72/159/EEG moeten in de in deze beschikking gestelde vorm worden ingediend voor 1 juli van het daaropvolgende jaar .

Artikel 2

Verzoeken om vergoeding van uitgaven in het kader van de titels II en IV ( artikel 11 ) van Richtlijn 75/268/EEG moeten worden ingediend in de vorm aangegeven in bijlage I bij deze beschikking .

Verzoeken om vergoeding bedoeld in titel III van genoemde richtlijn moeten worden ingediend te zamen met de verzoeken om vergoeding van uitgaven in het kader van Richtlijn 72/159/EEG overeenkomstig het bepaalde in Beschikking 74/581/EEG .

Artikel 3

De bijlagen 1 en 4 van Beschikking 74/581/EEG van 16 oktober 1974 worden gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze beschikking .

Artikel 4

De Lid-Staat houdt gedurende een periode van drie jaar ingaande op de datum waarop de laatste vergoeding plaatsgevonden heeft , alle bewijsstukken ( de originele of voor eensluidend gewaarmerkte afschriften ) op grond waarvan de in Richtlijn 75/268/EEG bedoelde steun berekend is , evenals de volledige dossiers van de begunstigden van de bijstand ter beschikking van de Commissie .

Artikel 5

1 . Uitgaande van de in de verzoeken om vergoeding vervatte gegevens stort de Commissie voor 1 november daaropvolgend een voorschot van 75 % van het bedrag waarom is verzocht met betrekking tot de uitgaven bedoeld in de titels II en IV ( artikel 11 ) , mits het verzoek volledig is en in de vereiste vorm binnen de vastgestelde termijn is ingediend .

2 . Het saldo van het te vergoeden bedrag wordt uiterlijk 31 maart van het daaropvolgende jaar door de Commissie aan de Lid-Staat betaald , mits het verzoek om vergoeding in alle opzichten aan alle vereisten voldoet .

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 25 juni 1976 .

Voor de Commissie

P . J . LARDINOIS

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . L 128 , 19 . 5 . 1975 , blz . 1 .

( 2 ) PB nr . L 96 , 23 . 4 . 1972 , blz . 1 .

( 3 ) PB nr . L 320 , 29 . 11 . 1974 , blz . 1 .

BIJLAGE I

Verzoeken om vergoeding van uitgaven bedoeld in de titels II en IV ( artikel 11 ) van Richtlijn 75/268/EEG van de Raad van 28 april 1975 betreffende de landbouw in bergstreken en in sommige probleemgebieden

BELANGRIJKE OPMERKING

Aangezien alle uitgaven in het kader van titel III van Richtlijn 75/268/EEG in verband staan met Richtlijn 72/159/EEG en worden vergoed overeenkomstig Beschikking 74/581/EEG , dienen zij niet in dit verzoek te worden opgenomen .

Formulier voor de indiening van de verzoeken om vergoeding bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen

Ter attentie van het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw

( In te vullen door de diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen )

Volgnummer ...

Datum van ontvangst ...

Referentie ...

Verzoek om vergoeding van uitgaven met betrekking tot de

STEUN TEN BEHOEVE VAN AGRARISCHE PROBLEEMGEBIEDEN

in het kader van Richtlijn No . 75/268/EEG van de Raad van 28 april 1975

DEEL A : ALGEMENE GEGEVENS

Opmerkingen ( 1 )

1 . * Lid-Staat die het verzoek indient * ... * *

2 . * Jaar waarop dit verzoek om vergoeding betrekking heeft * ... * *

3 . * Totaalbedrag van de door de Lid-Staat betaalde steun * ... * *

4 . * Totaalbedrag van de door de Lid-Staat aangevraagde vergoeding * ... * *

( 1 ) Wanneer in de rubriek " opmerkingen " uitvoerige uitleg nodig is , een toelichting bij het verzoek om vergoeding voegen en het nummer daarvan in deze rubriek vermelden .

DEEL B : GEGEVENS BETREFFENDE DE IN TITEL II VAN DE RICHTLIJN BEDOELDE COMPENSERENDE VERGOEDING

Opmerkingen

5.1 * Algemene gegevens * * *

5.1.1 * Totaal aantal bedrijfshoofden aan wie steun is verleend * ... * *

5.1.2 * Bedrag van de door de Lid-Staat uitgekeerde steun * ... * *

5.1.3 * Bedrag van de door de Lid-Staat aangevraagde vergoeding * ... * *

5.2 * Gegevens betreffende de op basis van het aantal grootvee-eenheden verleende steun * * *

5.2.1 * Aantal begunstigden * ... * *

5.2.2 * Totaal aantal grootvee-eenheden * ... * *

5.2.3 * Totale oppervlakte groenvoedergewassen ( ha ) * ... * *

5.2.4 * Bedrag van de door de Lid-Staat uitgekeerde steun * ... * *

5.2.5 * Bedrag van de door de Lid-Staat aangevraagde vergoeding * ... * *

5.3 * Gegevens betreffende de op basis van de oppervlakte cultuurgrond verleende steun * * *

5.3.1 * Aantal begunstigden * ... * *

5.3.2 * Oppervlakte waarvoor steun is uitgekeerd ( ha ) * ... * *

5.3.3 * Bedrag van de door de Lid-Staat uitgekeerde steun * ... * *

5.3.4 * Bedrag van de door de Lid-Staat aangevraagde vergoeding * ... * *

DEEL C : GEGEVENS BETREFFENDE DE IN TITEL IV ( Artikel 11 ) VAN DE RICHTLIJN BEDOELDE STEUN

Opmerkingen

6.1 * Algemene gegevens * * *

6.1.1 * Totaal aantal steunprogramma's waarvoor steun is verleend * ... * *

6.1.2 * Bedrag van de door de Lid-Staat uitgekeerde steun * ... * *

6.1.3 * Bedrag van de door de Lid-Staat aangevraagde vergoeding * ... * *

6.2 * Gegevens betreffende collectieve investeringen voor voederproduktie * * *

6.2.1 * Collectieve investeringen waarvoor voor de eerste maal steun is verleend * ... * *

* - aantal programma's * * *

* - bedrag van de door de Lid-Staat uitgekeerde steun * * *

* - bedrag van de door de Lid-Staat aangevraagde vergoeding * * *

6.2.2 * Collectieve investeringen waarvoor reeds eerder steun is verleend * ... * *

* - aantal programma's * * *

* - bedrag van de door de Lid-Staat uitgekeerde steun * * *

* - bedrag van de door de Lid-Staat aangevraagde vergoeding * * *

6.3 * Gegevens betreffende de steun die is verleend voor de verbetering van gezamenlijk geëxploiteerde gewone weiden en bergweiden * * *

6.3.1 * Programma's voor verbetering waarvoor voor de eerste maal steun is verleend * ... * *

* - aantal programma's * * *

* - bedrag van de door de Lid-Staat uitgekeerde steun * * *

* - bedrag van de door de Lid-Staat aangevraagde vergoeding * * *

6.3.2 * Programma's voor verbetering waarvoor reeds eerder steun is verleend * ... * *

* - aantal programma's * * *

* - bedrag van door de Lid-Staat uitgekeerde steun * * *

* - bedrag van de door de Lid-Staat aangevraagde vergoeding * * *

BIJLAGE I 1

GEGEVENS BETREFFENDE DE IN TITEL II VAN DE RICHTLIJN BEDOELDE COMPENSERENDE VERGOEDING

Door de Lid-Staat tijdens het Kalenderjaar ... uitgekeerde steun

De in deze bijlage gevraagde gegevens moeten worden verstrekt voor :

- elke provincie in België en Nederland ,

- elk " Land " in Duitsland ,

- elk departement in Frankrijk ,

- elk " divisional county and area office " in het Verenigd Koninkrijk ,

- elke " county " in Ierland ,

- elk " amt " in Denemarken ,

- elk gewest in Italië .

Door de Lid-Staat tijdens het kalenderjaar ... uitgekeerde steun

BIJLAGE I 1 A

GEGEVENS BETREFFENDE DE IN TITEL II VAN DE RICHTLIJN BEDOELDE COMPENSERENDE VERGOEDING

Administratieve eenheid * Steun op basis van het aantal grootvee-eenheden ( artikel 7 , lid 1 , sub a ) ) * Steun op basis van de oppervlakte cultuurgrond ( artikel 7 , lid 1 , sub b ) ) * Bedrag van de in totaal uitgekeerde steun * Bedrag van de aan het E.O.G.F.L . aangevraagde vergoeding *

* Aantal begunstigden * Oppervlakte groenvoedergewassen ( ha ) * Totaal aantal grootvee-eenheden * Totaalbedrag van de steun * Aantal begunstigden * Betrokken oppervlakte ( ha ) * Totaalbedrag van de steun * * *

1 * 2 * 3 * 4 * 5 * 6 * 7 * 8 * 9 * 10 *

Totaal * * * * * * * * * *

BIJLAGE I 1 B

Verklaring die moet worden gevoegd bij de verzoeken om vergoeding op grond van titel II van Richtlijn 75/268/EEG

HIERBIJ WORDT BEVESTIGD DAT

a ) het voor de landbouw in gebruik zijnde gebied van de begunstigden waarop dit verzoek om vergoeding betrekking heeft , gevestigd is in de in artikel 3 van Richtlijn 75/268/EEG omschreven agrarische probleemgebieden ;

b ) de bedrijven van de begunstigden een oppervlakte cultuurgrond van ten minste 3 ha beslaan in de agrarische probleemgebieden ;

c ) de begunstigden de verbintenis zijn aangegaan om gedurende ten minste 5 jaar een landbouwactiviteit te blijven uitoefenen die beantwoordt aan de doelstellingen van Richtlijn 75/268/EEG ;

d ) geen vergoeding wordt gevraagd voor steun die is uitgekeerd aan bedrijfshoofden die een algemeen ouderdomspensioen ontvangen ;

e ) de compenserende vergoeding ten minste 15 rekeneenheden per grootvee-eenheid of per ha bedraagt ( 1 ) ;

f ) voor de runder - , schapen - en geitenteelt de compenserende vergoeding niet meer bedraagt dan 50 rekeneenheden per grootvee-eenheid en dat geen enkel bedrijf een totale vergoeding heeft ontvangen die meer bedraagt dan 50 rekeneenheden per ha van de totale oppervlakte groenvoedergewassen ( 1 ) ;

g ) koeien waarvan de melk voor verkoop bestemd is , slechts voor de berekening van het aantal grootvee-eenheden in aanmerking werden genomen in de in artikel 3 , lid 3 , van Richtlijn 75/268/EEG omschreven gebieden , alsmede in de in artikel 3 , leden 4 en 5 , van die richtlijn omschreven gebieden waarin de zuivelproduktie een belangrijk deel uitmaakt van de bedrijfsactiviteiten ; dat in de gebieden omschreven in artikel 3 , leden 4 en 5 , de compenserende vergoeding niet meer bedroeg dan 80 % van het eenheidsbedrag van de compenserende vergoeding die voor andere grootvee-eenheden in het gebied wordt toegekend , en dat voor de berekening van de vergoeding het aantal in aanmerking genomen melkkoeien niet hoger was dan 10 grootvee-eenheden ;

h ) voor andere teelten dan de runder - , schapen - en geitenteelt , in de in artikel 3 , lid 3 , van Richtlijn 75/268/EEG omschreven gebieden de vergoeding , die niet meer bedroeg dan 50 rekeneenheden per ha ( 1 ) , werd berekend op basis van de oppervlakte cultuurgrond , met uitzondering van de oppervlakte die bestemd is voor veevoer , de oppervlakte beteeld met tarwe , en die van aaneengesloten aanplantingen van appel - , pere - en perzikbomen groter dan 50 are per bedrijf ;

i ) een effectieve controle is toegepast op de elementen die werden gebruikt bij de berekening van de aan de begunstigden uitgekeerde bedragen ;

j ) de voor financiering in aanmerking komende uitgaven waarvoor een verzoek om vergoeding wordt ingediend , betrekking hebben op steun die is toegekend in 1975 of later .

Gedaan te ... , op ...

... ( Handtekening en stempel van de bevoegde instantie van de Lid-Staat )

( 1 ) Zoals laststelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 571/76 van de Commissie ( PB nr . L 68 van 15 . 3 . 1976 , blz . 1 ) .

BIJLAGE I 2

GEGEVENS BETREFFENDE DE OP GROND VAN TITEL IV ( ARTIKEL 11 ) VAN DE RICHTLIJN VERLEENDE STEUN .

Door de Lid-Staat tijdens het kalenderjaar ... uitgekeerde steun

De in deze bijlage gevraagde gegevens moeten worden verstrekt voor

- elke provincie in België en Nederland ,

- elk " Land " in Duitsland ,

- elk departement in Frankrijk ,

- elk " divisional county and area office " in het Verenigd Koninkrijk ,

- elke " county " in Ierland ,

- elk " amt " in Denemarken ,

- elk gewest in Italië .

Door de Lid-Staat tijdens het kalenderjaar ... uitgekeerde steun

BIJLAGE I 2 A

GEGEVENS BETREFFENDE DE STEUN DIE OP GROND VAN TITEL IV ( artikel 11 ) VAN RICHTLIJN 75/268/EEG IS VERLEEND VOOR COLLECTIEVE INVESTERINGEN VOOR DE GROENVOEDERPRODUKTIE

Administratieve eenheid * Aantal steunprogramma's ( 1 ) * Totaalbedrag van de investeringen * Totaalbedrag van de door de Lid-Staat uitgekeerde steun * Bedrag van de aan het E.O.G.E.L . gevraagde vergoeding *

* Nieuwe ( 2 ) * Oude * Nieuwe * Oude * Nieuwe * Oude * Nieuwe * Oude *

1 * 2 * 3 * 4 * 5 * 6 * 7 * 8 * 9 *

Totaal * * * * * * * * *

( 1 ) Als bijlage de lijst bijvoegen van de codenummers van de steunprogramma's , ingedeeld per administratieve eenheid ; voor de navolgende jaren is het voldoende de codenummers van de nieuwe projecten aan te geven .

( 2 ) " Nieuwe " heeft betrekking op een programma waar voor het eerst steun ontvangen wordt .

BIJLAGE 1 2 B

Verklaring die moet worden gevoegd bij het verzoek om vergoeding voor steun die op grond van titel IV , artikel 11 , van Richtlijn 75/268/EEG is verleend voor collectieve investeringen

HIERBIJ WORDT BEVESTIGD DAT

a ) het door de landbouw in gebruik zijnde gebied van de begunstigden waarop dit verzoek om vergoeding betrekking heeft , gevestigd is in de in artikel 3 van Richtlijn 75/268/EEG omschreven agrarische probleemgebieden ;

b ) dat het verzoek om vergoeding van de voor financiering in aanmerking komende uitgave niet meer behelst dan 20 000 rekeneenheden per programma voor collectieve investeringen ;

c ) de voor financiering in aanmerking komende uitgaven waarvoor een verzoek om vergoeding wordt ingediend , betrekking hebben op steun die is toegekend in 1975 of later .

Gedaan te ... , op ...

... ( Handtekening en stempel van de bevoegde Instantie van de Lid-Staat )

Door de Lid-Staat in het kalenderjaar ... uitgekeerde steun

BIJLAGE I 2 C

GEGEVENS BETREFFENDE DE OP GROND VAN TITEL IV ( artikel 11 ) VAN RICHTLIJN 75/268/EEG UITGEVOERDE VERBETERING EN UITRUSTING VAN GEZAMENLIJK GEEXPLOITEERDE GEWONE WEIDEN EN BERGWEIDEN

Administratieve eenheid * Aantal programma's ( 1 ) * Totale kosten van de verbetering of uitrusting van de weiden * Totaalbedrag van de door de Lid-Staat uitgekeerde steun * Bedrag van de aan het E.O.G.E.L . gevraagde vergoeding *

* Nieuwe ( 2 ) * Oude * Nieuwe * Oude * Nieuwe * Oude * Nieuwe * Oude *

1 * 2 * 3 * 4 * 5 * 6 * 7 * 8 * 9 *

Totaal * * * * * * * * *

( 1 ) Als bijlage de lijst bijvoegen van de codenummers van de steunprogramma's , ingedeeld per administratieve eenheid ; voor de navolgende jaren is het voldoende de codenummers van de nieuwe projecten aan te geven .

( 2 ) " Nieuwe " heeft betrekking op een programma waarvoor het eerst steun ontvangen wordt .

BIJLAGE I 2 D

Verklaring die moet worden gevoegd bij de verzoeken om vergoeding van de op grond van titel IV artikel 11 , van Richtlijn 75/268/EEG uitgevoerde verbetering en uitrusting van gewone weiden en bergweiden

HIERBIJ WORDT BEVESTIGD DAT

a ) het door de landbouw in gebruik zijnde gebied van de begunstigden waarop dit verzoek om vergoeding betrekking heeft , gevestigd is in een agrarisch probleemgebied in de zin van artikel 3 van Richtlijn 75/268/EEG ;

b ) dat het verzoek om vergoeding van de voor financiering in aanmerking komende uitgaven niet meer behelst dan 100 rekeneenheden per ha verbeterde of van uitrusting voorziene gewone weide of bergweide ;

c ) de voor financiering in aanmerking komende uitgaven waarvoor een verzoek om vergoeding wordt ingediend , betrekking hebben op steun die is toegekend in 1975 of later .

Gedaan te ... , op ...

... ( Handtekening en stempel van de bevoegde Instantie van de Lid-Staat )

BIJLAGE II

Wijzigingen van Beschikking 74/581/EEG van de Commissie van 16 oktober 1974

De tabellen van de bijlagen IA , IB , IC , ID en IE en van bijlage 4 van Beschikking 74/581/EEG van de Commissie van 16 oktober 1974 worden zodanig gewijzigd dat de tabel van elk van deze bijlagen horizontaal wordt onderverdeeld in twee gedeelten , namelijk voor :

a ) normale gebieden ,

b ) agrarische probleemgebieden ;

voor beide gedeelten moeten de subtotalen worden opgegeven . De voetnoot van elke bijlage moet worden aangevuld met " ... met een lijst van codenummers van projecten onderverdeeld naar administratieve eenheden , waarbij onderscheid gemaakt dient te worden tussen normale gebieden en agrarische probleemgebieden " .

Voor de navolgende jaren is het voldoende de codenummers van de nieuwe projecten aan te geven .

In het " Individuele inlichtingenformulier betreffende steun voor de uitvoering van een ontwikkelingsplan " ( Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen , nr . L 320 van 29 . november 1974 , blz . 16 ) moet het volgende worden toegevoegd aan :

- punt 2 ,

" Agrarisch probleemgebied : Ja/Neen ( 1 )

Zo ja , welk soort gebied :

- gebied omschreven in artikel 3 , lid 3 ( 1 ) ,

- gebied omschreven in artikel 3 , lid 4 ( 1 ) ,

- gebied omschreven in artikel 3 , lid 5 ( 1 ) ,

van Richtlijn 75/268/EEG " .

- punt 4 ,

" - geef elke investering van toeristische en/of ambachtelijke aard aan van investeringen op grond van Richtlijn 72/159/EEG "

- voetnoot die moet worden opgenomen :

" ( 1 ) Doorhalen wat niet van toepassing is " .

- punt 7 ( blz . 18 ) ,

" - inkomsten uit de niet-agrarische werkzaamheden ... ,

- bedrag van de eventueel ontvangen compenserende vergoeding ... " .

- punt 9 ( blz . 19 ) ,

" - indien de premie is verhoogd op grond van het bepaalde in artikel 9 , lid 2 , van Richtlijn 75/268/EEG moeten gegevens worden verstrekt over de verhoging en moet het aantal grootvee-eenheden per ha groenvoedergewassen worden vermeld ... "

De verklaring die moet worden gevoegd bij het verzoek om vergoeding op grond van bijlage 1 van Beschikking 74/581/EEG van de Commissie ( PB nr . L 320 van 29 . 11 . 1974 , blz . 20 ) dient als volgt te luiden :

HIERBIJ WORDT BEVESTIGD DAT

a ) de begunstigden de landbouw als hoofdberoep uitoefenen in de zin van artikel 3 , lid 1 , van Richtlijn 72/159/EEG ;

b ) de begunstigden de nodige vakbekwaamheid bezitten als bedoeld in artikel 3 , lid 2 , van Richtlijn 72/159/EEG ;

c ) de begunstigden zich ertoe verbonden hebben vanaf het begin van de uitvoering van het ontwikkelingsplan een boekhouding te voeren als bedoeld in artikel 11 van Richtlijn 72/159/EEG ;

d ) het arbeidsinkomen van de begunstigde aan de in artikel 2 , lid 2 , van Richtlijn 72/159/EEG gestelde voorwaarden beantwoordt ;

e ) uit de ontwikkelingsplannen waarvoor steun us verleend , blijkt dat de te moderniseren landbouwbedrijven bij de afsluiting ervan in staat zullen zijn om , voor ten minste één of twee volwaardige arbeidskrachten , een arbeidsinkomen te bereiken dat vergelijkbaar is met het arbeidsinkomen dat wordt verkregen in de niet-agrarische sectoren in het betrokken gebied of dat vergelijkbaar is met dat van referentiebedrijven waarvoor het arbeidsinkomen op het tijdstip van de aanvraag gelijkwaardig is aan het in artikel 4 , lid 2 , van Richtlijn 72/159/EEG omschreven vergelijkbare inkomen ; dat in de in artikel 3 , lid 3 , van Richtlijn 75/268/EEG omschreven gebieden het arbeidsinkomen uit het landbouwbedrijf echter ten minste 70 % bedraagt van het in artikel 4 , lid 2 , van Richtlijn 72/159/EEG omschreven vergelijkbare inkomen ;

f ) in voorkomend geval het percentage van het bij de afsluiting van het ontwikkelingsplan te bereiken arbeidsinkomen dat bestaat uit inkomsten uit niet-agrarische werkzaamheden , niet meer bedraagt dan 20 % van het totale arbeidsinkomen , met dien verstande dat het arbeidsinkomen uit het landbouwbedrijf ten minste overeenkomt met het vergelijkbare arbeidsinkomen voor één volwaardige arbeidskracht ; dat echter in de in Richtlijn 75/268/EEG omschreven gebieden de inkomsten uit niet-agrarische werkzaamheden niet meer bedragen dan 50 % van het totale arbeidsinkomen ; en dat het arbeidsinkomen uit het landbouwbedrijf ten minste 70 % bedraagt van het vergelijkbare arbeidsinkomen voor een volwaardige arbeidskracht in de in artikel 3 , lid 3 , van bovengenoemde richtlijn bedoelde gebieden ;

g ) het vergelijkbare arbeidsinkomen bij de afsluiting van de ontwikkelingsplannen kan worden bereikt zonder dat de jaarlijkse arbeidstijd 2 300 uren overschrijdt ;

h ) behoudens volgens de procedure van artikel 18 van Richtlijn 72/159/EEG toegestane afwijkingen voor bepaalde gebieden , de doeleinden van de ontwikkelingsplannen in ten hoogste zes jaar worden bereikt ;

i ) de ter goedkeuring bij de met de behandeling der aanvragen belaste instanties ingediende ontwikkelingsplannen alle gegevens bevatten die nodig zijn om te beoordelen of het bedrijf voldoet aan de in de artikelen 2 en 4 van Richtlijn 72/159/EEG gestelde voorwaarden , en dat de ontwikkelingsplannen met betrekking tot de in Richtlijn 75/268/EEG omschreven gebieden voldoen aan de bij artikel 10 van laatstgenoemde richtlijn gewijzigde voorwaarden ;

j ) de ontwikkelingsplannen zijn bestudeerd en goedgekeurd door de bevoegde instanties die de Lid-Staat heeft aangewezen ;

k ) in het kader van de ontwikkelingsplannen geen vergoeding van steun voor de aankoop van grond levende varkens , levend pluimvee en mestkalveren wordt aangevraagd ;

l ) bij het verlenen van steun voor de aankoop van levend vee alleen de eerste aankoop waarin het ontwikkelingsplan voorziet in aanmerking is genomen ;

m ) indien het ontwikkelingsplan voorziet in de aankoop van rundvee of schapen , de in artikel 8 , lid 1 , b ) en c ) , van Richtlijn 72/159/EEG bedoelde steun slechts verleend is op voorwaarde dat bij de afsluiting van het ontwikkelingsplan het aandeel van de verkopen uit rundvee - of schapenhouderij in de totale verkoop van het bedrijf groter is dan 60 % ;

n ) indien het ontwikkelingsplan voorziet in een investering in de varkenshouderijsector , de in artikel 8 , lid 1 , b ) en c ) , van Richtlijn 72/159/EEG bedoelde steun slechts verleend is op voorwaarde dat de investering niet minder dan 10 000 ( 1 ) rekeneenheden en niet meer dan 40 000 ( 1 ) rekeneenheden bedraagt en dat bij de afsluiting van het plan ten minste het equivalent van 35 % van het voederverbruik van de varkens kan worden voortgebracht op het bedrijf of , indien de produktie door een aantal bedrijven gezamenlijk wordt uitgevoerd , op één of meer van de samenwerkende bedrijven ;

o ) indien ontwikkelingsplannen zijn opgesteld voor bedrijven die gevestigd zijn in de in Richtlijn 75/268/EEG omschreven gebieden en geschikt zijn voor de ontwikkeling van een toeristische of ambachtelijke activiteit en indien voorzien is in investeringen in deze bedrijven voor een toeristische of ambachtelijke activiteit , de in artikel 8 , lid 1 , b ) en c ) , van Richtlijn 72/159/EEG bedoelde steun slechts is verleend op voorwaarde dat de investeringen niet meer bedragen dan 10 000 ( 1 ) rekeneenheden per bedrijf ;

p ) de voor financiering in aanmerking komende uitgaven waarvoor een verzoek om vergoeding wordt ingediend , betrekking hebben op steun die is toegekend bij een na de datum van inwerkingtreding van Richtlijn 72/159/EEG genomen besluit ; voor ontwikkelingsplannen waarvoor de in Richtlijn 75/268/EEG gestelde gunstigere voorwaarden gelden , moeten de voor financiering in aanmerking komende uitgaven evenwel betrekking hebben op steun die is toegekend in 1975 of later .

Gedaan te ... , op ...

... ( Handtekening en stempel van de bevoegde Instantie van de Lid-Staat )

In de verklaring die moet worden gevoegd bij het verzoek om vergoeding op grond van bijlage 4 van Beschikking 74/581/EEG van de Commissie ( PB nr . L 320 van 29 . 11 . 1974 , blz . 31 ) moet sub b ) worden geschrapt en moeten de volgende twee punten worden opgenomen - :

b ) de bedrijven die op grond van artikel 9 , lid 2 , van Richtlijn 75/268/EEG een hogere premie hebben ontvangen , gevestigd zijn in een gebied dat is omschreven in artikel 3 van de richtlijn en dat het ging om bedrijven met meer dan 0,5 grootvee-eenheid per hectare groenvoedergewassen ,

c ) dat de voor financiering in aanmerking komende uitgaven waarvoor een verzoek om vergoeding wordt ingediend , betrekking hebben op steun die is toegekend bij een na de datum van inwerkingtreding van Richtlijn 72/159/EEG genomen besluit en dat zij , indien de premie op grond van artikel 9 , lid 2 , van Richtlijn 75/268/EEG is verhoogd , betrekking hebben op steun die is toegekend bij een na de datum van inwerkingtreding van Richtlijn 75/268/EEG genomen besluit .

( 1 ) Zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) Nr . 571/76 van de Commissie ( PB nr . L 68 van 15 . 3 . 1976 , blz . 1 ) .