Verordening (EEG) nr. 192/75 van de Commissie van 17 januari 1975 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten
Publicatieblad Nr. L 025 van 31/01/1975 blz. 0001 - 0009
++++ VERORDENING ( EEG ) Nr . 192/75 VAN DE COMMISSIE van 17 januari 1975 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , Gelet op Verordening nr . 120/67/EEG van de Raad van 13 juni 1967 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 85/75 ( 2 ) , en met name op artikel 16 , lid 6 , en artikel 24 , alsmede op de overeenkomstige bepalingen van de overige verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor landbouwprodukten , Gelet op Verordening nr . 139/67/EEG van de Raad van 21 juni 1967 houdende algemene regels voor de toekenning van restituties bij de uitvoer en criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag in de sector granen ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 87/75 ( 4 ) , en met name op artikel 7 , lid 2 , tweede alinea , en lid 3 , alsmede op de overeenkomstige bepalingen van de Verordeningen nr . 142/67/EEG ( koolzaad , raapzaad en zonnebloemzaad ( 5 ) , nr . 171/67/EEG ( olijfolie ) ( 6 ) , nr . 175/67/EEG ( eieren ) ( 7 ) , nr . 176/67/EEG ( slachtpluimvee ) ( 8 ) , nr . 177/67/EEG ( varkensvlees ) ( 9 ) , nr . 366/67/EEG ( rijst ) ( 10 ) , en ( EEG ) nr . 766/68 ( suiker ) ( 11 ) , nr . 876/68 ( melk en zuivelprodukten ) ( 12 ) , nr . 885/68 ( rundvlees ) ( 13 ) , nr . 968/68 ( mengvoeders op basis van granen ) ( 14 ) , nr . 1052/68 ( op basis van granen en rijst verwerkte produkten ) ( 15 ) , nr . 2518/69 ( groenten en fruit ) ( 16 ) , nr . 957/70 ( wijnen ) ( 17 ) , nr . 165/71 ( visserijprodukten ) ( 18 ) , nr . 326/71 ( ruwe tabak ) ( 19 ) , nr . 1426/71 ( op basis van groenten en fruit verwerkte produkten ) ( 20 ) ; Overwegende dat in Verordening nr . 1041/67/EEG van de Commissie van 21 december 1967 ( 21 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2110/74 ( 22 ) , de uitvoeringsbepalingen zijn vastgesteld inzake de verlening van restituties bij de uitvoer van produkten waarvoor een stelsel van gemeenschappelijke prijzen geldt ; dat evenwel de bepalingen van die verordening herhaaldelijk en soms ingrijpend zijn gewijzigd ; dat het derhalve met het oog op de duidelijkheid en de administratieve doelmatigheid , dienstig is de desbetreffende regeling te codificeren en tevens op bepaalde punten enkele wijzigingen aan te brengen die blijkens de opgedane ervaring wenselijk zijn ; Overwegende dat de datum dient te worden vastgesteld die bij de bepaling van de restitutievoet in aanmerking moet worden genomen ; dat in sommige verordeningen wordt gepreciseerd dat deze datum de dag van uitvoer is ; dat voor de bepaling van deze dag een aan de eisen van het economische leven aangepaste oplossing dient te worden gevonden , die verzekert dat de exporteurs van de Lid-Staten op gelijke voet worden behandeld en die in de lijn ligt van de tendens in de Gemeenschap om de douanecontroles uit te voeren op de plaatsen van de produktie ; dat om deze redenen voor de constatering van de gegevens voor de berekening van de restitutie dient te worden uitgegaan van de dag waarop de douanedienst het document in ontvangst neemt , waarbij de declarant te kennen geeft dat hij de betrokken produkten wil uitvoeren en voor een restitutie in aanmerking wil komen ; Overwegende dat krachtens de door de Raad vastgestelde algemene regels de restitutie wordt uitbetaald wanneer het bewijs is geleverd dat de produkten uit de Gemeenschap zijn uitgevoerd ; dat , om een uniforme interpretatie van het begrip " uitvoer uit de Gemeenschap " te verkrijgen , als maatstaf dient te worden genomen het verlaten door het produkt van het geografisch grondgebied van de Gemeenschap ; Overwegende dat het , gezien de bijzondere situatie van de gemeente Livigno in Italië , dienstig is mede te beschouwen als het geografisch grondgebied van de Gemeenschap verlaten hebbende de produkten die zijn uitgegaan naar deze gemeente ; Overwegende dat in de Lid-Staten de produkten die met het oog op bepaalde bestemmingen worden geleverd , vrij van heffingen of rechten uit derde landen mogen worden ingevoerd ; dat het dienstig is , voor zover deze afzet een zekere omvang heeft , de produkten uit de Gemeenschap op gelijke voet te behandelen als de uit derde landen ingevoerde produkten ; Overwegende dat bepaalde uitvoertransacties tot misbruiken aanleiding kunnen geven ; dat , ten einde dergelijke misbruiken te voorkomen , de uitbetaling van de restitutie bij deze transacties afhankelijk moet worden gesteld niet alleen van de voorwaarde dat het produkt het geografisch grondgebied van de Gemeenschap verlaten heeft , maar ook van de voorwaarde dat het produkt in een derde land is ingevoerd ; Overwegende dat men zich ervan dient te vergewissen dat de produkten die de Gemeenschap verlaten of die met het oog op bepaalde bestemmingen worden geleverd , dezelfde produkten zijn als die waarvoor de douaneformaliteiten bij uitvoer werden vervuld ; dat te dien einde , wanneer een produkt alvorens het geografisch grondgebied van de Gemeenschap te verlaten of een bijzondere bestemming te bereiken wordt vervoerd via het grondgebied van andere Lid-Staten , het controle-exemplaar moet worden gebruikt dat is bedoeld in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 2315/69 van de Commissie van 19 november 1969 betreffende het gebruik van de documenten voor communautair douanevervoer met het oog op de toepassing van communautaire maatregelen welke een controle op het gebruik en/of de bestemming van goederen met zich brengen ( 23 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 690/73 ( 24 ) ; dat het evenwel ter vereenvoudiging van de administratieve werkzaamheden wenselijk lijkt te voorzien in een soepeler procedure dan die van het controle-exemplaar voor die gevallen waarin van toepassing is Verordening ( EEG ) nr . 304/71 van de Commissie van 11 februari 1971 ( 25 ) , gewijzigd bij de Toetredingsakte ( 26 ) , in welke verordening is bepaald dat wanneer een vervoer binnen de Gemeenschap begint en buiten de Gemeenschap moet eindigen , geen enkele formaliteit behoeft te worden vervuld aan het douanekantoor waaronder het grensstation ressorteert ; Overwegende dat het kan voorkomen dat als gevolg van omstandigheden die niet aan de belanghebbende zijn toe te rekenen , het bovenbedoelde controleexemplaar niet kan worden overgelegd , hoewel het produkt het geografisch grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten of een bijzondere bestemming heeft bereikt ; dat een dergelijke situatie een belemmering voor de handel kan vormen ; dat in dergelijke gevallen andere documenten als gelijkwaardig dienen te worden erkend ; Overwegende dat alleen produkten , welke zich in één van de in artikel 9 , lid 2 , van het Verdrag bedoelde situaties bevinden , voor de in deze verordening vervatte regeling in aanmerking kunnen komen ; dat , in het geval van bepaalde samengestelde produkten , de restitutie niet voor de produkten zelf wordt vastgesteld , maar onder verwijzing naar de basisprodukten waaruit zij bestaan ; dat , in de gevallen waarin de restitutie op dergelijke wijze werd geïndividualiseerd voor één of meer bestanddelen , het voldoende is om de toekenning van de restitutie of van het desbetreffende deel van de restitutie te rechtvaardigen , dat dit bestanddeel of deze bestanddelen zelf zich in één van de in artikel 9 , lid 2 , van het Verdrag bedoelde situaties bevinden of zich daarin niet meer bevinden om de enige reden dat zij in andere produkten zijn verwerkt ; Overwegende dat de kwaliteit van de produkten of de goederen in de vorm waarvan zij worden uitgevoerd zodanig dient te zijn dat zij onder normale omstandigheden in de handel kunnen worden gebracht ; Overwegende dat de uitvoer van zeer kleine hoeveelheden produkten van geen enkel economisch belang is en onnodig de taak van de bevoegde diensten extra kan verzwaren ; dat aan de bevoegde instanties van de Lid-Staten de bevoegdheid dient te worden voorbehouden voor dergelijke transacties geen restituties te betalen ; Overwegende dat , wanneer de restitutievoet verschilt naar gelang van de bestemming van de produkten , men zich ervan dient te vergewissen dat het produkt is ingevoerd in het derde land of in één van de derde landen waarvoor de restitutie werd voorzien ; dat een dergelijke maatregel zonder bezwaar kan worden verzacht voor de uitvoertransacties die recht geven op een klein bedrag aan restitutie , zulks voor zover de uitvoertransacties voldoende waarborgen bieden ten aanzien van de aankomst op de plaats van bestemming van de produkten ; Overwegende dat , ten einde de uitvoertransacties waarvoor naar gelang van de bestemming verschillende restituties worden toegekend , op gelijke voet te stellen met de andere uitvoertransacties , dient te worden bepaald dat het gedeelte van de restitutie , berekend op basis van de laagste restitutievoet , wordt uitbetaald zodra de exporteur het bewijs heeft geleverd dat het produkt het geografisch grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten ; Overwegende dat , ten einde voor de exporteurs de financiering van hun uitvoertransacties te vergemakkelijken , de Lid-Staten gemachtigd dienen te worden hun , zodra de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld , het geheel of een gedeelte van de restitutie voor te schieten op voorwaarde dat dan door het stellen van een waarborg of door een als gelijkwaardig erkende garantie de zekerheid wordt verkregen dat dit voorschot zal worden terugbetaald ingeval later mocht blijken dat de restitutie niet had mogen worden betaald ; Overwegende dat , wanneer de hierboven genoemde faciliteiten worden toegepast , de exporteurs ten onrechte van een gratis krediet zouden genieten indien later mocht blijken dat de restitutie niet had mogen worden betaald ; dat onder deze omstandigheden , behalve in geval van overmacht , gepaste maatregelen dienen te worden genomen om dit ongerechtvaardigd voordeel te voorkomen ; Overwegende dat , aangezien de dag waarop de douaneformaliteiten bij uitvoer worden vervuld voor de vaststelling van de restitutievoet als dag van uitvoer wordt aangemerkt , dient te worden voorgeschreven dat de restitutie wordt uitbetaald door de Lid-Staat op wiens grondgebied de douaneformaliteiten werden vervuld ; Overwegende dat met het oog op een goed administratief beheer dient te worden geëist , dat het verzoek en alle andere voor de uitbetaling van de restitutie nodige documenten binnen een redelijke termijn worden ingediend , behalve ingeval van overmacht , met name indien deze termijn niet kan worden in acht genomen ingevolge niet aan belanghebbende te wijten ambtelijke vertraging ; Overwegende dat bij de uitvoer van bepaalde niet in bijlage II van het Verdrag vermelde goederen een restitutie wordt toegekend voor bepaalde in deze goederen verwerkte basislandbouwprodukten , en dat bij de uitvoer van produkten die zijn opgenomen in bijlage II van Verordening ( EEG ) nr . 865/68 een restitutie wordt toegekend voor suiker , glucose en glucosestroop , welke aan deze produkten werden toegevoegd ; dat in deze gevallen een aantal bepalingen van de onderhavige verordening betreffende de restituties voor in ongewijzigde staat uitgevoerde landbouwprodukten moeten worden toegepast ; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met de adviezen van alle betrokken Comités van beheer , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 Onverminderd afwijkende bepalingen van de bijzondere communautaire regelingen voor bepaalde produkten worden in deze verordening gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor het stelsel van restituties bij de uitvoer , hierna te noemen " restituties " , dat werd ingevoerd bij : - de artikelen 18 en 28 van Verordening nr . 136/66/EEG ( oliën en vetten ) , - artikel 16 van Verordening nr . 120/67/EEG ( granen ) , - artikel 15 van Verordening nr . 121/67/EEG ( varkensvlees ) , - artikel 9 van Verordening nr . 122/67/EEG ( eieren ) , - artikel 9 van Verordening nr . 123/67/EEG ( slachtpluimvee ) , - artikel 17 van Verordening nr . 359/67/EEG ( rijst ) , - artikel 17 van Verordening nr . 1009/67/EEG ( suiker ) , - artikel 17 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 ( melk en zuivelprodukten ) , - artikel 18 van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 ( rundvlees ) , - de artikelen 3 en 3 bis van Verordening ( EEG ) nr . 865/68 ( op basis van groenten en fruit verwerkte produkten ) , - artikel 9 van Verordening ( EEG ) nr . 727/70 ( ruwe tabak ) , - artikel 10 van Verordening ( EEG ) nr . 816/70 ( wijnen ) , - artikel 21 van Verordening ( EEG ) nr . 2142/70 ( visserijprodukten ) , - artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 1035/72 ( groenten en fruit ) . Artikel 2 1 . Voor de bepaling van de restitutievoet van toepassing op de produkten die vallen onder de in artikel 1 genoemde verordeningen , ingeval de restitutie niet vooraf werd vastgesteld , en voor de bepaling van de eventueel uit te voeren aanpassingen van de restitutievoet ingeval van vaststelling vooraf hiervan , is de dag van uitvoer waarop de douanedienst het document in ontvangst neemt waarmee de declarant zijn voornemen te kennen geeft de betrokken produkten uit te voeren met toekenning van een restitutie . Op het ogenblik waarop dit document in ontvangst wordt genomen , worden de produkten onder douanecontrole geplaatst tot zij de Gemeenschap verlaten of , wanneer het één van de in artikel 3 bedoelde gevallen betreft , tot zij hun bestemming hebben bereikt . 2 . Het in ontvangst nemen van het in lid 1 bedoelde document wordt , in de zin van deze verordening , aangemerkt als het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer . 3 . Voor de vaststelling van de hoeveelheid , de aard en de eigenschappen van het uitgevoerde produkt is de dag waarop de douaneformaliteiten bij uitvoer worden vervuld , beslissend . Artikel 3 Met uitvoer uit de Gemeenschap worden in de zin van deze verordening gelijkgesteld : - leveranties voor de bevoorrading in de Gemeenschap van zeeschepen of luchtvaartuigen in gebruik voor het verkeer op internationale lijnen , met inbegrip van intracommunautaire lijnen , - leveranties aan in de Gemeenschap gevestigde internationale organisaties , - leveranties aan strijdkrachten die zijn gestationeerd op het grondgebied van een Lid-Staat doch niet tot die Lid-Staat behoren , een en ander voor zover de produkten van dezelfde soort , die met het oog op deze bestemmingen uit derde landen worden ingevoerd , bij invoer in de betrokken Lid-Staat in aanmerking komen voor vrijdom van heffingen of rechten , waarbij artikel 2 van toepassing is . Artikel 4 1 . Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 en 11 mag de restitutie slechts worden uitbetaald , wanneer het bewijs wordt geleverd dat het produkt waarvoor de douaneformaliteiten bij uitvoer werden vervuld , uiterlijk binnen een termijn van 45 dagen te rekenen vanaf de dag van vervulling van deze formaliteiten : - in ongewijzigde staat het geografisch grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten in het in artikel 2 bedoelde geval , of - in ongewijzigde staat zijn bestemming heeft bereikt in de in artikel 3 bedoelde gevallen . Indien de in de vorige alinea bedoelde termijn ten gevolge van overmacht niet in acht kon worden genomen , kan deze termijn op verzoek van de exporteur worden verlengd met een door de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar de douaneformaliteiten bij uitvoer werden vervuld op grond van de aangevoerde omstandigheid nodig geoordeelde termijn . 2 . In de zin van deze verordening : - worden aangemerkt als het geografisch grondgebied van de Gemeenschap verlaten hebbende , de produkten die uitgegaan zijn naar grondgebieden die , hoewel deel uitmakende van het geografisch grondgebied van een Lid-Staat , ingedeeld zijn bij het douanegebied van een derde land ; worden echter niet beschouwd als het geografisch grondgebied van de Gemeenschap verlaten hebbende , de produkten welke verzonden werden naar een grondgebied dat , hoewel deel uitmakend van het geografisch grondgebied van een derde land , ingedeeld is bij het douanegebied van de Gemeenschap , - wordt het grondgebied van de gemeente Livigno beschouwd als geen deel uitmakende van het geografisch grondgebied van de Gemeenschap . Artikel 5 De bepalingen inzake de vaststelling vooraf van de restituties , inzake de uitbetaling vooraf daarvan krachtens de bij Verordening ( EEG ) nr . 441/69 ingevoerde regeling en inzake de uit te voeren aanpassingen van de restitutievoet gelden slechts voor produkten waarvoor een restitutievoet is vastgesteld die is uitgedrukt met een cijfer gelijk aan of hoger dan nul . Artikel 6 1 . Voor betaling van de restitutie geldt niet alleen de voorwaarde dat het produkt het geografisch grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten , maar ook dat het produkt , tenzij het onderweg als gevolg van overmacht verloren is gegaan , is ingevoerd in een derde land en eventueel in een bepaald derde land : a ) wanneer ernstige twijfel bestaat omtrent de werkelijke bestemming van het produkt of b ) wanneer het produkt opnieuw in de Gemeenschap zou kunnen worden ingevoerd als gevolg van het verschil tussen de restitutievoet voor het uitgevoerde produkt en de belasting bij invoer op hetzelfde produkt op de dag waarop de douaneformaliteiten bij uitvoer worden vervuld . In de voorgaande alinea bedoelde gevallen is artikel 11 , lid 1 , tweede , derde en vierde alinea , van toepassing . 2 . Wanneer de belasting bij invoer geheel of gedeeltelijk ad valorem wordt bepaald , stelt de Commissie volgens de procedure bedoeld in artikel 38 van Verordening nr . 136/66/EEG en in de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen betreffende een gemeenschappelijke ordening van de markten de gevallen vast waarin het bepaalde in lid 1 , sub b ) , daadwerkelijk wordt toegepast . 3 . De Lid-Staten stellen de Commissie jaarlijks op 1 maart en 1 september in kennis van de aard van de gevallen waarin lid 1 , sub a ) , is toegepast . Deze mededelingen worden in het Comité van beheer onderzocht . Artikel 7 1 . Indien , alvorens het geografisch grondgebied van de Gemeenschap te verlaten of één van de in artikel 3 bedoelde bestemmingen te bereiken , een produkt , waarvoor de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld , wordt vervoerd via ander communautair grondgebied dan dat van de Lid-Staat , op wiens grondgebied deze formaliteiten werden vervuld , wordt het bewijs dat dit produkt het geografisch grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten of zijn voorziene bestemming heeft bereikt , geleverd door overlegging van het in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 2315/69 bedoelde controle-exemplaar . 2 . Van de onder " bijzondere vermeldingen " op het controle-exemplaar voorkomende vakken moeten die met de nummers 101 , 103 , 104 en eventueel 105 worden ingevuld . Vak 104 wordt ingevuld door doorhaling van hetgeen niet van toepassing is en door , in voorkomend geval , de voorziene bestemming in de zin van artikel 3 aan te geven . 3 . Wanneer het produkt dadelijk bij het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer onder de bij Verordening ( EEG ) nr . 304/71 ingevoerde regeling wordt geplaatst om naar een buiten het geografisch grondgebied van de Gemeenschap gelegen station van bestemming te worden vervoerd , behoeft voor de betaling van de restitutie niet het in lid 1 bedoelde bewijs te worden overgelegd . Voor de toepassing van de voorgaande alinea ziet het kantoor van vertrek waar de douaneformaliteiten bij uitvoer worden vervuld erop toe dat op het met het oog op de betaling van de restitutie afgegeven document de volgende vermelding wordt aangebracht : " Uitgang uit het geografisch grondgebied van de Gemeenschap onder de regeling van Verordening ( EEG ) nr . 304/71 " . Het kantoor van vertrek mag een wijziging van de vervoerovereenkomst die tot gevolg heeft dat het vervoer binnen de Gemeenschap wordt beëindigd , slechts toestaan indien vaststaat : - dat een reeds uitbetaalde restitutie is terugbetaald , of - dat door de betrokken instanties alle maatregelen zijn genomen opdat de restitutie niet wordt uitbetaald . Indien echter de restitutie op grond van het bepaalde in de eerste alinea is uitbetaald en het produkt niet binnen de vastgestelde termijnen het geografisch grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten , stelt het kantoor van vertrek de met de uitbetaling van de restitutie belaste instantie daarvan in kennis en verstrekt het zo spoedig mogelijk alle nodige gegevens . In dit geval wordt de restitutie als onverschuldigd betaald aangemerkt . Artikel 8 1 . Restituties worden ongeacht de juridische status van de verpakking , slechts verleend voor produkten die zich in een van de situaties bevinden als bedoeld in artikel 9 , lid 2 , van het Verdrag . Voor produkten waarin handelsverkeer heeft plaatsgevonden tussen de nieuwe Lid-Staten onderling of tussen laatstgenoemde staten en de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling wordt de restitutie echter slechts verleend indien het compenserende bedrag " toetreding " is geïnd dat eventueel in de Lid-Staat waar de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld op deze produkten van toepassing is . Bij de uitvoer van samengestelde produkten waarvoor een restitutie geldt die is vastgesteld voor een of meer bestanddelen daarvan , wordt de op dit bestanddeel of deze bestanddelen betrekking hebbende restitutie toegekend voor zover het bestanddeel of de bestanddelen waarvoor deze restitutie wordt gevraagd zich bevindt of zich bevinden in een van de in artikel 9 , lid 2 , van het Verdrag bedoelde situaties . Deze bepaling is eveneens van toepassing wanneer het bestanddeel of de bestanddelen waarvoor de restitutie wordt gevraagd , zich in een van de situaties bedoeld in artikel 9 , lid 2 , van het Verdrag bevond of bevonden en zich daarin niet meer bevindt of bevinden uitsluitend als gevolg van zijn of hun verwerking in andere produkten . 2 . Restituties worden niet verleend als de produkten of de goederen in de vorm waarvan zij worden ingevoerd niet van gezonde handelskwaliteit zijn en als de geschiktheid voor menselijke consumptie - voor zover zij daarvoor zijn bestemd - geheel of in aanzienlijke mate is verloren gegaan wegens hun eigenschappen of de toestand waarin zij zich bevinden . Artikel 9 De restitutie behoeft niet te worden betaald als het bedrag daarvan per dossier dat een of meer aangiften ten uitvoer betreft , gelijk is aan of lager is dan tien rekeneenheden . Artikel 10 1 . Wanneer de toekenning van de restitutie afhankelijk wordt gesteld van de communautaire oorsprong van het produkt , is de exporteur verplicht zulks aan te geven overeenkomstig de van kracht zijnde communautaire normen . 2 . Voor de toepassing van artikel 15 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 766/68 , is de exporteur verplicht aan te geven dat het betrokken produkt werd vervaardigd uit in de Gemeenschap geoogste suikerbieten of suikerriet . Voor de toepassing van artikel 5 , lid 1 , sub b ) , van Verordening ( EEG ) nr . 326/71 , is de exporteur verplicht aan te geven dat de tabak afkomstig is van de oogst voor welke de restitutie wordt aangevraagd . 3 . De in lid 1 en lid 2 bedoelde aangiften worden geverifieerd onder dezelfde voorwaarden als de andere elementen van de aangifte ten uitvoer . Artikel 11 1 . Voor naar bestemming gedifferentieerde restituties geldt , behoudens het bepaalde in lid 2 , als voorwaarde voor de betaling van de restitutie voor uitvoer naar derde landen dat het produkt is ingevoerd in het derde land of een van de derde landen waarvoor de restitutie is voorzien . Het produkt wordt als ingevoerd beschouwd , wanneer de douaneformaliteiten om het produkt in het derde land in het vrije verkeer te brengen , zijn vervuld . Het bewijs dat de douaneformaliteiten zijn vervuld , wordt geleverd door overlegging van het douanedocument of van een door de bevoegde instanties voor eensluidend gewaarmerkte kopie of fotocopie daarvan . Indien het bewijs dat de douaneformaliteiten zijn vervuld , door omstandigheden onafhankelijk van de wil van de importeur niet kan worden geleverd of wanneer dit bewijs gezien de bijzondere toestand in het land van bestemming onvoldoende wordt geacht , eisen de bevoegde instanties van de Lid-Staten evenwel dat wordt bewezen dat het produkt is gelost in het betrokken land . Dit bewijs wordt geleverd door een of meer van de volgende documenten : een kopie van het in het land van bestemming opgestelde havendocument , een door de in dat land gevestigde ambtelijke instanties van een van de Lid-Staten afgegeven verklaring , een verklaring die is opgesteld door op internationaal niveau in controle en toezicht gespecialiseerde firma's . De Commissie kan , volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr . 136/66/EEG en de overeenkomstige artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten , vaststellen dat in nader te bepalen specifieke gevallen het bewijs van de invoer als bedoeld in de eerste alinea kan worden geleverd door overlegging van een ander document . Bovendien moet de betrokkene in alle gevallen een kopie van het vervoerdocument overleggen . 2 . Zodra het bewijs wordt geleverd dat het produkt het geografisch grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten wordt echter , onverminderd de toepassing van het bepaalde in artikel 6 , naar gelang van het geval , overgegaan tot betaling van a ) bij uitvoer zonder vaststelling vooraf van de restitutie , het gedeelte van de restitutie dat berekend is op grondslag van de laagste restitutievoet die van toepassing is op de dag waarop de douaneformaliteiten bij uitvoer worden vervuld ; b ) bij uitvoer met vaststelling vooraf van de restitutie en indien opgave van de bestemming niet verplicht is , het gedeelte van de restitutie dat berekend is op grondslag van de laagste restitutievoet van toepassing op de dag van vaststelling vooraf , eventueel aangepast naar de dag waarop de douaneformaliteiten bij uitvoer worden vervuld ; c ) bij uitvoer met vaststelling vooraf van de restitutie en indien opgave van de bestemming verplicht is , het gedeelte van de restitutie dat berekend is : - op grondslag van de restitutievoet die is berekend overeenkomstig het bepaalde sub b ) indien deze lager is dan die berekend overeenkomstig het bepaalde sub a ) ; - op grondslag van de restitutievoet die overeenkomstig het bepaalde sub a ) is berekend , indien deze lager is dan die berekend overeenkomstig het bepaalde sub b ) . Het bepaalde in de vorige alinea geldt slechts , voor zover voor een bepaald produkt voor alle bestemmingen een restitutie is vastgesteld : - op de dag waarop de douaneformaliteiten bij uitvoer worden vervuld , in de sub a ) en c ) bedoelde gevallen ; - op de dag waarop de aanvraag van het uitvoer - of voorfixatiecertificaat is ingediend , in de sub b ) bedoelde gevallen . 3 . Wanneer een uitgevoerd produkt , waarvoor een uitvoer - of voorfixatiecertificaat met verplichte opgave van de bestemming is afgegeven , ten gevolge van overmacht een andere bestemming krijgt dan die waarvoor het certificaat is afgegeven , wordt de restitutie die van toepassing was voor de werkelijke bestemming van het produkt op verzoek van de belanghebbende uitbetaald , indien deze het bewijs levert van de overmacht en van de werkelijke bestemming van het produkt die wordt getoetst overeenkomstig het bepaalde in lid 1 . 4 . De bevoegde instanties van de Lid-Staten mogen de belanghebbende ontslaan van de verplichting de andere in lid 1 vermelde bewijsstukken dan het vervoerdocument over de leggen , indien het een transactie betreft waarvoor een aangifte ten uitvoer is opgemaakt die recht geeft op een restitutie van een bedrag gelijk aan of lager dan 300 rekeneenheden en indien voldoende waarborgen bestaan ten aanzien van de aankomst ter bestemming van de produkten waarop de transactie betrekking heeft . Artikel 12 1 . De Lid-Staten kunnen aan de exporteur het restitutiebedrag geheel of gedeeltelijk uitkeren als voorschot zodra de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld , op voorwaarde dat door het stellen van een waarborg of een als gelijkwaardig erkende garantie de zekerheid wordt verkregen dat : - ingeval het in artikel 4 bedoelde bewijs niet wordt geleverd dat het produkt het geografisch grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten of zijn bestemming heeft bereikt binnen een termijn van 45 dagen na de dag van vervulling van de douaneformaliteiten bij uitvoer , dit voorschot , verhoogd met 5 % , wordt terugbetaald ; - ingeval het in artikel 4 bedoelde bewijs is geleverd , doch het bewijs bedoeld in artikel 6 , voor zover dit artikel wordt toegepast , niet wordt geleverd binnen een termijn van 6 maanden na de dag van vervulling van de douaneformaliteiten bij uitvoer , dit voorschot , verhoogd met 15 % , wordt terugbetaald ; - ingeval het in artikel 4 bedoelde bewijs is geleverd , doch het bewijs bedoeld in artikel 11 , lid 1 , voor zover dit lid van toepassing is op de betrokken transactie , niet wordt geleverd binnen een termijn van 6 maanden na de dag van vervulling van de douaneformaliteiten bij uitvoer , een bedrag gelijk aan het onverschuldigd betaalde voorschot , verhoogd met 15 % , wordt terugbetaald . 2 . Wanneer ten gevolge van overmacht : - de in lid 1 genoemde bewijzen niet kunnen worden geleverd , worden de in dat lid bepaalde verhogingen niet toegepast ; - de in lid 1 genoemde bewijzen niet binnen de voorgeschreven termijnen kunnen worden geleverd , kunnen die termijnen op verzoek van de exporteur worden verlengd met een door de bevoegde instantie op grond van de aangevoerde omstandigheid nodig geoordeelde termijn ; - de produkten een andere bestemming bereiken dan die waarvoor het voorschot is berekend , wordt de terugbetaling van dit voorschot eventueel beperkt tot het onverschuldigd uitgekeerde bedrag . 3 . De in de leden 1 en 2 vermelde terugbetalingen worden slechts verlangd naar evenredigheid van de hoeveelheden waarvoor de in lid 1 genoemde bewijzen niet zijn geleverd . 4 . Het - eventueel verhoogde - voorschot wordt overeenkomstig dit artikel terugbetaald indien de in lid 1 bedoelde bewijzen niet binnen de gestelde termijnen worden geleverd . In dat geval wordt de gestelde waarborg verbeurd , indien het voorschot niet wordt terugbetaald niettegenstaande daartoe strekkende aanmaning . Artikel 13 1 . De restitutie wordt slechts op schriftelijk verzoek van de belanghebbende betaald door de Lid-Staat op wiens grondgebied de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld . De Lid-Staten kunnen daartoe een specifiek formulier invoeren . 2 . Wanneer het in artikel 7 , lid 1 , bedoelde controle-exemplaar , als gevolg van omstandigheden die aan de belanghebbende niet zijn toe te rekenen , niet binnen een termijn van drie maanden na afgifte bij het kantoor van vertrek of bij de centraliserende instantie terug is ontvangen , kan de belanghebbende bij de bevoegde instantie een met redenen omkleed en van bewijsstukken vergezeld verzoek indienen om andere bewijsstukken als gelijkwaardig te erkennen . De bij het verzoek tot deze erkenning over te leggen bewijsstukken moeten , naast het vervoerdocument , een of meer van de in artikel 11 , lid 1 , tweede , derde en vierde alinea , bedoelde documenten omvatten . De Lid-Staten verstrekken de Commissie jaarlijks op 1 maart en op 1 september per sector van de gemeenschappelijke marktordening een overzicht van het aantal gevallen waarin de vorige alinea werd toegepast , de oorzaken voor zover bekend van het ontbreken van het bewuste exemplaar , de betrokken hoeveelheden , het bedrag van de desbetreffende restitutie en de aard der als gelijkwaardig erkende documenten . 3 . Het dossier voor de betaling van de restitutie moet , behalve in geval van overmacht , op straffe van verval van rechten binnen zes maanden na de dag waarop de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld , worden ingediend . Artikel 14 Deze verordening is van toepassing , onverminderd de communautaire bepalingen inzake het stelsel van uitbetaling vooraf van de restituties , ingevoerd bij Verordening ( EEG ) nr . 441/69 . Artikel 15 De bepalingen van de artikelen 2 tot en met 9 en 11 tot en met 14 van deze verordening zijn van toepassing wanneer produkten die onder de Verordeningen nrs . 120/67/EEG , 122/67/EEG , 359/67/EEG , 1009/67/EEG en ( EEG ) nr . 804/68 vallen , worden uitgevoerd in de vorm van goederen die zijn opgenomen in bijlage B van de Verordeningen nrs . 120/67/EEG en 359/67/EEG , alsmede in de bijlage van de Verordeningen nrs . 122/67/EEG , 1009/67/EEG en ( EEG ) nr . 804/68 . De bepalingen van de artikelen 2 tot en met 9 , van artikel 10 , leden 1 en 3 , en van de artikelen 11 tot en met 14 van deze verordening zijn van toepassing wanneer suiker van postonderverdeling nr . 17.01 en glucose en glucosestroop van postonderverdeling nr . 17.02 B II van het gemeenschappelijk douanetarief worden uitgevoerd , ook in de vorm van produkten van postonderverdeling nr . 17.02 B I , verwerkt in de produkten bedoeld in bijlage II van Verordening ( EEG ) nr . 865/68 . Artikel 16 1 . Verordening nr . 1041/67/EEG wordt ingetrokken . 2 . In alle besluiten van de Gemeenschap waarin wordt verwezen naar Verordening nr . 1041/67/EEG of naar bepaalde artikelen van die verordening , moet worden geacht te worden verwezen naar de onderhavige verordening of de overeenkomstige artikelen van de onderhavige verordening . De bijlage bevat de concordantietabel voor de artikelen . Artikel 17 Deze verordening treedt in werking op 1 maart 1975 . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel , 17 januari 1975 . Voor de Commissie De Voorzitter François-Xavier ORTOLI ( 1 ) PB nr . 117 van 19 . 6 . 1967 , blz . 2269/67 . ( 2 ) PB nr . L 11 van 16 . 1 . 1975 , blz . 1 . ( 3 ) PB nr . 125 van 26 . 6 . 1967 , blz . 2453/67 . ( 4 ) PB nr . L 11 van 16 . 1 . 1975 , blz . 3 . ( 5 ) PB nr . 125 van 26 . 6 . 1967 , blz . 2461/67 . ( 6 ) PB nr . 130 van 28 . 6 . 1967 , blz . 2600/67 . ( 7 ) PB nr . 130 van 28 . 6 . 1967 , blz . 2610/67 . ( 8 ) PB nr . 130 van 28 . 6 . 1967 , blz . 2612/67 . ( 9 ) PB nr . 130 van 28 . 6 . 1967 , blz . 2614/67 . ( 10 ) PB nr . 174 van 31 . 7 . 1967 , blz . 34 . ( 11 ) PB nr . L 143 van 25 . 6 . 1968 , blz . 6 . ( 12 ) PB nr . L 155 van 3 . 7 . 1968 , blz . 1 . ( 13 ) PB nr . L 156 van 4 . 7 . 1968 , blz . 2 . ( 14 ) PB nr . L 166 van 17 . 7 . 1968 , blz . 2 . ( 15 ) PB nr . L 179 van 25 . 7 . 1968 , blz . 8 . ( 16 ) PB nr . L 318 van 18 . 12 . 1969 , blz . 17 . ( 17 ) PB nr . L 115 van 28 . 5 . 1970 , blz . 1 . ( 18 ) PB nr . L 23 van 29 . 1 . 1971 , blz . 1 . ( 19 ) PB nr . L 39 van 17 . 2 . 1971 , blz . 1 . ( 20 ) PB nr . L 151 van 7 . 7 . 1971 , blz . 3 . ( 21 ) PB nr . 314 van 23 . 12 . 1967 , blz . 9 . ( 22 ) PB nr . L 220 van 10 . 8 . 1974 , blz . 1 . ( 23 ) PB nr . L 295 van 24 . 11 . 1969 , blz . 14 . ( 24 ) PB nr . L 66 van 13 . 3 . 1973 , blz . 23 . ( 25 ) PB nr . L 35 van 12 . 2 . 1971 , blz . 31 . ( 26 ) PB nr . L 73 van 27 . 3 . 1972 , blz . 14 . BIJLAGE CONCORDANTIETABEL Verordening nr . 1041/67/EEG * Onderhavige verordening * Artikel 1 * Artikel 2 * Artikel 2 * Artikel 3 * Artikel 3 * Artikel 4 * Artikel 3 bis * Artikel 5 * Artikel 4 * Artikel 6 * Artikel 5 * Artikel 7 * Artikel 6 * Artikel 8 * Artikel 6 bis * Artikel 9 * Artikel 7 * Artikel 10 * Artikel 8 * Artikel 11 * Artikel 9 * Artikel 12 * Artikel 10 * Artikel 13 * Artikel 12 * Artikel 14 * Artikel 12 bis * Artikel 15