Richtlijn 75/716/EEG van de Raad van 24 november 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen
Publicatieblad Nr. L 307 van 27/11/1975 blz. 0022 - 0024
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 1 blz. 0241
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 15 Deel 1 blz. 0089
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 1 blz. 0241
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 13 Deel 4 blz. 0171
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 13 Deel 4 blz. 0171
++++ RICHTLIJN VAN DE RAAD van 24 november 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen ( 75/716/EEG ) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 100 , Gelet op het voorstel van de Commissie , Gelet op het advies van het Europese Parlement ( 1 ) , Gelet op het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) , Overwegende dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die in de Lid-Staten van kracht zijn , maximumwaarden voorschrijven voor het zwavelgehalte van vloeibare brandstoffen ; dat deze bepalingen van Lid-Staat tot Lid-Staat verschillen ; Overwegende dat de verschillen tussen deze wetgevingen de aardoliemaatschappijen in de Gemeenschap dwingen hun produktie wat betreft het maximale zwavelgehalte te doen variëren naar gelang van de Lid-Staat van bestemming ; dat de verschillen derhalve het handelsverkeer in de betrokken produkten belemmeren en dus een rechtstreekse invloed uitoefenen op de totstandkoming en de werking van de gemeenschappelijke markt ; Overwegende dat bepaalde Lid-Staten de Commissie in kennis hebben gesteld van ontwerpen die onder meer betrekking hebben op de vaststelling en de geleidelijke beperking van het zwavelgehalte van brandstoffen , ten einde te komen tot een beperking van de emissies van zwaveldioxyde ; Overwegende dat wegens de aanzienlijke invloed van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen op de volksgezondheid en op het milieu en gezien de hierboven bedoelde ontwerpen , op communautair niveau het zwavelgehalte van gasoliën geleidelijk en in aanzienlijke mate moet worden beperkt ; Overwegende dat deze richtlijn een eerste stap vormt tot beperking van het zwavelgehalte in vloeibare brandstoffen en uitsluitend op de gasoliën betrekking heeft ; Overwegende dat het , om rekening te houden met de technische en economische gevolgen van de vermindering en beperking van het zwavelgehalte in gasoliën en de in de Lid-Staten bestaande plaatselijke omstandigheden , noodzakelijk is met ingang van 1 oktober 1976 twee typen gasoliën te bepalen , het ene type voor algemeen gebruik , terwijl het gebruik van het andere type beperkt is tot zones die door de Lid-Staten kunnen worden aangewezen ; Overwegende dat , ten einde rekening te houden met een mogelijke belangrijke ontwikkeling in de komende jaren van de eisen in verband met het milieu en van de technische vooruitgang op het gebied van de ontzwaveling , of met aanmerkelijke wijzigingen van de economische situatie in de Gemeenschap in verband met de bevoorrading met ruwe aardolie , voorzien dient te worden in een vereenvoudigde procedure ter herziening van de gehaltes die voor de beide typen gasolie zullen gelden vanaf 1980 ; dat een dergelijke herziening evenwel alleen voor 1 oktober 1977 kan plaatsvinden , aangezien de industrie een aantal jaren van tevoren ingelicht moet worden over de geldende zwavelgehaltes in verband met de planning betreffende haar ontzwavelingsinstallaties ; Overwegende dat een verandering in de herkomst van ruwe aardolie die tot een verhoging van het gemiddelde zwavelgehalte leidt , de bevoorrading van de verbruikers in een Lid-Staat gezien de beschikbare ontzwavelingscapaciteit in gevaar kan brengen ; dat het derhalve wenselijk lijkt deze Lid-Staat onder bepaalde voorwaarden toe te staan van de voor zijn eigen markt vastgestelde maximumzwavelgehaltes af te wijken ; Overwegende dat de tweede etappe van het programma tot beperking van het zwavelgehalte van gasoliën in Ierland specifieke technische en economische problemen stelt ; dat een dit land toegestane afwijking van beperkte duur vermoedelijk geen negatieve invloed op het handelsverkeer in gasoliën heeft daar momenteel , gezien de huidige situatie , de Ierse raffinaderijen slechts een deel van de interne behoefte dekken en in de toekomst alle uit dit land naar een andere Lid-Staat geëxporteerde gasolie aan de in die Lid-Staat van toepassing zijnde bepalingen van de richtlijn zal moeten voldoen ; dat in deze omstandigheden een afwijking van 5 jaar voor de overgang naar de twee etappe in Ierland dient te worden vastgesteld ; Overwegende dat door middel van steekproeven het zwavelgehalte van in de handel gebrachte gasoliën moet worden gecontroleerd ; dat dit gehalte moet worden vastgesteld aan de hand van een uniforme methode , HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD : Artikel 1 1 . In deze richtlijn wordt verstaan onder : a ) Gasolie Elk aardolieprodukt dat omschreven is in onderverdeling 27.10 C I van het gemeenschappelijk douanetarief in de versie van 1 januari 1974 of dat op grond van zijn distillatiegrenzen behoort tot de middeldistillaten die bestemd zijn om als brandstof of motorbrandstof te worden gebruikt en welke , distillatieverliezen inbegrepen , voor ten minste 85 % van hun volume overdistilleren bij 350 * C . b ) Gasolie type A Elke gasolie met een laag zwavelgehalte waarvan het gebruik in de Lid-Staten niet aan beperkingen is onderworpen . c ) Gasolie type B Elke gasolie die bestemd is om te worden gebruikt in zones : - waar de niveaus van de verontreiniging van de atmosfeer met zwaveldioxyde , gemeten op de begane grond , voldoende laag zijn , of - waar de bijdrage van de gasolie tot de verontreiniging van de atmosfeer met zwaveldioxyde van weinig betekenis is . 2 . Lid 1 is niet van toepassing op gasoliën die : - worden gebruikt in elektriciteitscentrales , - worden gebruikt voor zeeschepen , - opgeslagen zijn in de brandstoftanks van binnenschepen of motorvoertuigen wanneer zij van de ene zone in de andere komen of wanneer zij een grens tussen een derde land en een Lid-Staat overschrijden . Artikel 2 1 . De Lid-Staten nemen alle nodige maatregelen opdat : - gasoliën van type A binnen de Gemeenschap uitsluitend op de markt kunnen worden gebracht indien hun gehalte aan zwavelverbindingen , in zwavel uitgedrukt , niet meer bedraagt dan 0,5 gewichtsprocent vanaf 1 oktober 1976 en 0,3 gewichtsprocent vanaf 1 oktober 1980 ; - gasoliën van type B binnen de Gemeenschap uitsluitend op de markt kunnen worden gebracht indien hun gehalte aan zwavelverbindingen , in zwavel uitgedrukt , niet meer bedraagt dan 0,8 gewichtsprocent vanaf 1 oktober 1976 en 0,5 gewichtsprocent vanaf 1 oktober 1980 . 2 . Als de eisen in verband met het milieu , of de technische vooruitgang op het gebied van de ontzwaveling zich belangrijk hebben ontwikkeld of als de economische situatie in de Gemeenschap gezien de bevoorrading met ruwe aardolie een aanmerkelijke verandering heeft ondergaan , kan de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van een Lid-Staat een wijziging voorstellen van de in lid 1 bedoelde zwavelgehaltes die gelden voor het tijdvak dat op 1 oktober 1980 begint . De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid en uiterlijk tot 1 oktober 1977 over dergelijke wijzigingen een besluit nemen . 3 . Indien ten gevolge van een plotselinge verandering in de herkomst van ruwe aardolie wijzigingen in het zwavelgehalte van deze aardolie optreden , waardoor , rekening houdend met het feit dat de beschikbare ontzwavelingscapaciteit ontoereikend is , de bevoorrading van de verbruikers in gevaar dreigt te komen , mag een Lid-Staat gasoliën tot zijn grondgebied toelaten die niet voldoen aan lid 1 . De betrokken Lid-Staat geeft hiervan onverwijld kennis aan de Commissie , die , na raadpleging van de andere Lid-Staten , binnen 3 maanden een beslissing neemt over de duur van deze afwijking en de eraan verbonden voorwaarden . 4 . De Ierse Regering mag de toepassing van lid 1 ten aanzien van de tweede etappe van het programma voor de beperking van het zwavelgehalte in gasoliën uitstellen tot 1 oktober 1985 . Artikel 3 De Lid-Staten kunnen artikel 2 , lid 1 , in een sneller tempo ten uitvoer leggen dan aldaar is vastgesteld . Artikel 4 De Lid-Staten mogen het op de markt brengen van gasoliën vanaf de datum van toepassing , bedoeld in artikel 2 in samenhang met artikel 3 , niet verbieden , beperken of belemmeren op grond van het zwavelgehalte , indien deze gasoliën aan de voorschriften van deze richtlijn voldoen . Artikel 5 De Lid-Staten stellen de zones vast waar het gebruik van gasolie type B toegelaten is . Zij stellen de andere Lid-Staten en de Commissie in kennis van hun besluiten alsmede van de bij hun keuze gehanteerde criteria . Artikel 6 De Commissie houdt toezicht op de uitwerking van de toepassing van deze richtlijn , met name van de artikelen 2 en 5 , en dient zo nodig , in het licht van nieuwe beschikbare gegevens over de gemeten niveaus van de atmosferische verontreiniging door zwaveldioxyde , alsmede van de vooruitgang die in de Gemeenschap is geboekt bij de vaststelling van kwaliteitsdoelstellingen voor de lucht , uiterlijk 1 oktober 1980 passende voorstellen in . Artikel 7 1 . De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om door middel van steekproeven het zwavelgehalte van op de markt gebrachte gasolie te controleren . 2 . De referentiemethode voor het bepalen van het zwavelgehalte van de in de handel gebrachte gasolie is die welke is beschreven in de Europese norm EN 41 , eerste editie , november 1975 . Tot het van kracht worden van de Europese norm EN 41 , geschieden de controles en de statistische interpretatie van de resultaten ervan volgens de norm die gangbaar is in het land waar de gasolie in de handel wordt gebracht . De statistische interpretatie van de resultaten van de controles ter bepaling van het zwavelgehalte van in de handel gebrachte gasolie dient , bij ontbreken van een nationale norm ter zake , te geschieden volgens de norm BS 4306/1968 , " Application of precision data to specifications for petroleum products " . Artikel 8 1 . Binnen 9 maanden na kennisgeving van deze richtlijn doen de Lid-Staten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden die noodzakelijk zijn om zich te richten naar deze richtlijn . Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis . 2 . De Lid-Staten zorgen ervoor dat de tekst van de bepalingen van intern recht die zij op het door deze richtlijn bestreken gebied aannemen , aan de Commissie wordt medegedeeld . Artikel 9 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten . Gedaan te Brussel , 24 november 1975 . Voor de Raad De Voorzitter B . VISENTINI ( 1 ) PB nr . C 76 van 3 . 7 . 1974 , blz . 46 . ( 2 ) PB nr . C 16 van 23 . 1 . 1975 , blz . 6 .