31974D0441

74/441/EEG: Besluit van de Commissie van 25 juli 1974 betreffende de oprichting van een paritair Comité voor de sociale vraagstukken in de zeevisserij

Publicatieblad Nr. L 243 van 05/09/1974 blz. 0019 - 0021
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 4 Deel 1 blz. 0009
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 04 Deel 1 blz. 0037
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 4 Deel 1 blz. 0009
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 04 Deel 1 blz. 0013
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 04 Deel 1 blz. 0013


++++

BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 25 juli 1974

betreffende de oprichting van een Paritair Comité voor de sociale vraagstukken in de zeevisserij

( 74/441/EEG )

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 118 ,

Overwegende dat de staatshoofden en regeringsleiders in hun verklaring van 21 oktober 1972 hebben verklaard dat de economische expansie bij voorrang de mogelijkheid moet scheppen om de verschillen in levensomstandigheden te verminderen en dat deze tot uitdruikking moet komen door een verbetering zowel van de kwaliteit van het bestaan als van de levensstandaard ;

Overwegende dat zij het in dit verband onontbeerlijk hebben geacht zowel werkgevers als werknemers in toenemende mate te betrekken bij de economische en sociale beslissingen van de Gemeenschap ;

Overwegende dat de Commissie in het kader van de in het " sociale actieprogramma " van de Gemeenschap genoemde prioriteiten heeft aanbevolen de dialoog en het overleg tussen werkgevers en werknemers op communautair niveau te bevorderen ;

Overwegende dat het Europese Parlement in zijn resolutie van 13 juni 1972 ( 1 ) heeft verklaard dat de actieve inschakeling van de sociale partners bij de verwezenlijking van het gemeenschappelijk sociaal beleid tijdens de eerste etappe van de Economische en Monetaire Unie moet worden bereikt ;

Overwegende dat het Economisch en Sociaal Comité zich in zijn advies van 24 november 1971 in dezelfde zin heeft uitgelaten ;

Overwegende dat uit de situatie in de Lid-Staten duidelijk blijkt dat het noodzakelijk is dat de tot de sector zeevisserij behorende sociale partners actief bijdragen tot de verbetering en harmonisering van de arbeidsvoorwaarden en levensomstandigheden in de zeevisserij , en dat een onder de Commissie ressorterend paritair comité het meest aangewezen middel is om deze bijdrage tot stand te brengen doordat daarmede op communautair niveau een forum wordt geschapen voor de betrokken kringen uit het sociale en economische leven vertegenwoordigende gesprekspartners ,

BESLUIT :

Artikel 1

Hierbij richt de Commissie een Paritair Comité voor de sociale vraagstukken in de zeevisserij op ( hierna te noemen " Comité " ) .

Artikel 2

Het Comité heeft tot taak de Commissie bij te staan bij het uitstippelen en uitvoeren van het communautair sociaal beleid voor zover dat gericht is op het verbeteren en harmoniseren van de levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden in de zeevisserij

Artikel 3

1 . Ter verwezenlijking van de in artikel 2 genoemde doelen voert het Comité de volgende taken uit :

a ) het uitbrengen van adviezen en verslagen aan de Commissie , hetzij op verzoek van de Commissie , hetzij op eigen initiatief ;

b ) in verband met aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de in artikel 4 genoemde werkgevers en werknemersorganisaties vallen

- bevordeit het de dialoog en het overleg en vergemakkelijkt het de onderhandelingen tussen deze organisaties ,

- doet het studies uitvoeren ,

- neemt het deel aan colloquia en studiebijeenkomsten .

2 . Het Comité draagt zorg dat alle betrokken partijen op de hoogte worden gesteld van zijn activiteiten .

3 . Wanneer de Commissie het Comité om een advies of verslag verzoekt kan zij een tijdslimiet vaststellen waarbinnen dit advies of verslag moet worden uitgebracht .

Artikel 4

1 . Het Comité telt 42 leden .

2 . De leden van het Comité worden benoemd door de Commissie op voordracht van de volgende organisaties van vertegenwoordigers in de zeevisserij en organisaties van werknemers in de zeevisserij :

Werkgeversorganisaties :

De Vereniging van de nationale Organisaties van Visserijbedrijven in de E.E.G . ( EUROPECHE ) ;

Het gespecialiseerd Comité van de Visserijcooperatieven in de landen van de E.E.G . ( COGECA ) ;

Werknemersorganisaties :

Het Vakbondscomité voor het Vervoer in de Gemeenschap ( ITF ) ;

Het Europees Comité voor het Vervoer ( E.C.V . - WVA ) ;

Het Europees Coordinatiebureau voor de Visserijvakbonden ( CGT - CGIL ) .

3 . De zetels worden als volgt toegewezen :

a ) 21 aan vertegenwoordigers van de werkgevers , organisaties ,

b ) 21 aan vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties .

Artikel 5

1 . Voor elk van de leden van het Comité wordt onder dezelfde voorwaarden als die welke in artikel 4 zijn bepaald een plaatsvervanger aangewezen .

2 . Onverminderd het bepaalde in artikel 10 mag een plaatsvervanger geen vergaderingen van het Comité of van een werkgroep als bedoeld in artikel 10 bijwonen , noch deelnemen aan de werkzaamheden daarvan , tenzij het lid voor wie hij plaatsvervanger is verhinderd is zulks zelf te doen .

Artikel 6

Een lijst van de leden en hun plaatsvervangers wordt door de Commissie bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Artikel 7

1 . De leden van het Comité en hun plaatsvervangers worden benoemd voor vier jaar ; deze benoemingen kunnen worden hernieuwd .

2 . De leden en hun plaatsvervangers wier mandaat is verstreken blijven in functie tot zij zijn vervangen of tot hun mandaat is verlengd .

3 . Het mandaat van een lid of een plaatsvervanger eindigt voor het verstrijken van het tijdvak van vier jaar indien hij aftreedt of overlijdt of indien de organisatie die hem had voorgedragen om zijn vervanging verzoekt . De opvolger wordt benoemd voor het resterende deel van het mandaat , overeenkomstig de in artikel 4 voorziene procedure .

4 . De werkzaamheden worden niet bezoldigd .

Artikel 8

1 . Het Comité kiest met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden uit zijn midden een voorzitter en een vice-voorzitter , wier ambtstermijn twee jaar bedraagt . De voorzitter en vice-voorzitter worden beurtelings en in tegengestelde volgorde gekozen uit de twee in artikel 4 genoemde groepen van organisaties . De voorzitter of vice-voorzitter wiens mandaat is verstreken blijft in functie tot hij is vervangen .

2 . Ingeval het mandaat van een voorzitter of vicevoorzitter voortijdig wordt beëindigd wordt deze op voorstel van de groep waartoe zijn organisatie behoort voor de rest van zijn ambtstermijn vervangen door een overeenkomstig de in lid 1 van dit artikel voorziene procedure aangewezen persoon .

Artikel 9

Het Comité kan ter planning en coordinatie van zijn werkzaamheden een uit de voorzitter , vice-voorzitter en rapporteurs van de in onderstaand artikel 10 bedoelde werkgroepen samengesteld bureau oprichten .

Artikel 10

Het Comité kan :

a ) ad hoc of permanente werkgroepen oprichten om zijn werk te verlichten . Het kan een lid machtigen zich in een werkgroep te laten vervangen door een met name te noemen andere vertegenwoordiger van zijn organisatie ; de aldus gedelegeerde geniet op vergaderingen van de werkgroep dezelfde rechten als het lid dat hij vervangt ;

b ) de Commissie verzoeken deskundigen aan te wijzen om het in bepaalde werkzaamheden bij te staan . Het is hiertoe verplicht indien een van de in artikel 4 genoemde organisaties daarom verzoekt ;

c ) personen die bijzondere kennis bezitten ten aanzien van bepaalde punten op de agenda verzoeken als deskundige vergaderingen van het Comité bij te wonen . Deze deskundige dient alleen aanwezig te zijn tijdens de bespreking van het bijzondere onderwerp waarvoor zijn aanwezigheid gewenst is .

Artikel 11

Het Comité wordt bijeengeroepen door de secretaris en wel op verzoek van de Commissie , het bureau , of een derde van de leden van het Comité . In het laatste geval komt het Comité binnen dertig dagen bijeen .

Artikel 12

1 . Het quorum van het Comité is bereikt wanneer twee derde van de leden of hun plaatsvervangers aanwezig zijn .

2 . Het Comité brengt zijn adviezen of verslagen uit aan de Commissie . Indien een advies of verslag niet eenstemmig tot stand is gekomen legt het Comité de afwijkende meningen eveneens aan de Commissie voor .

Artikel 13

1 . De Commissie zal een secretariaat voor het Comité , het bureau en de werkgroepen beschikbaar stellen .

2 . Vertegenwoordigers van de diensten van de Commissie wonen de vergaderingen van het Comité , het bureau en de werkgroepen bij .

3 . Een vertegenwoordiger van het secretariaat van elk van de in artikel 4 genoemde organisaties woont de vergaderingen van het Comité als waarnemer bij .

Artikel 14

Indien de Commissie het Comité heeft medegedeeld dat een gevraagd advies betrekking heeft op een materie van vertrouwelijke aard zijn de leden van het Comité , onverminderd het bepaalde in artikel 214 van het Verdrag , verplicht tot geheimhouding ten aanzien van de gegevens waarvan zij kennis hebben gekregen op vergaderingen van het Comité of de werkgroepen . In dat geval zijn alleen de leder van het Comité en de vertegenwoordigers van de diensten van de Commissie aanwezig op de vergaderingen .

Artikel 15

Dit besluit treedt in werking op 25 juli 1974 .

Gedaan te Brussel , 25 juli 1974 .

Voor de Commissie

De Voorzitter

François-Xavier ORTOLI

( 1 ) PB nr . C 70 van 1 . 7 . 1972 , blz . 11 .