74/293/EEG: Advies van de Commissie van 16 mei 1974 aan de Ierse Regering over twee ontwerp-verordeningen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 543/69 van de Raad van 25 maart 1969 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer
Publicatieblad Nr. L 160 van 17/06/1974 blz. 0018 - 0019
++++ ADVIES VAN DE COMMISSIE van 16 mei 1974 aan de Ierse Regering over twee ontwerp-verordeningen ter uitvoering van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 van de Raad van 25 maart 1969 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer ( 74/293/EEG ) 1 . Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 18 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 van de Raad van 25 maart 1969 ( 1 ) heeft de Ierse Regering de Commissie bij schrijven van 28 maart en 3 april 1973 de tekst doen toekomen van twee ontwerp-verordeningen ter uitvoering van voornoemde verordening alsook een exemplaar van het persoonlijke controleboekje , dat zij voornemens is te gebruiken . Bij een onderhoud met de diensten van de Commissie op 17 augustus te Dublin werd bovendien een exemplaar van rondschrijven van het Department of Local Government aan de chauffeurs met betrekking tot de minimumleeftijden en andere vereisten voor chauffeurs die internationaal vervoer verrichten ter fine van advies aan de Commissie voorgelegd . De door het Department of Labour opgestelde en bij schrijven van 28 maart 1973 aan de Commissie voorgelegde ontwerp-verordening , die de naam draagt " European Communities ( Road Transport ) ( No 2 ) Regulations , 1973 " , voorziet in de controle en de sancties die nodig zijn voor de toepassing van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 . De onderscheiden artikelen hebben betrekking op de volgende punten : - in artikel 1 wordt de datum van inwerkingtreding bepaald ; - artikel 2 bevat de definities ; - in artikel 3 worden de sancties vastgesteld ; - artikel 4 heeft betrekking op de legitimatiebewijzen , waarvan het controlerend personeel moet zijn voorzien ; - artikel 5 gaat over de bevoegdheden van het controlerend personeel en voorziet in een geldboete voor degenen , die zich verzetten tegen de uitvoering van de controle door dit personeel ; - in artikel 6 wordt bepaald , dat overtredingen door de minister kunnen worden vervolgd . 2 . De door het Department of Local Government opgestelde en bij schrijven van 3 april 1973 aan de Commissie voorgelegde ontwerp-verordening , die de naam draagt " European Communities ( Road Traffic ) Regulations , 1973 " , voorziet in de bij overtreding van het bepaalde in artikel 5 , leden 1 en 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 toepasselijke sancties . 3 . In het rondschrijven van het Department of Local Government wordt melding gemaakt van het feit dat in Verordening ( EEG ) nr . 543/69 minimumleeftijden en andere vereisten worden voorgeschreven voor bepaalde chauffeurs die internationaal vervoer verrichten . Tevens wordt vastgesteld dat deze voorwaarden voor houders van een Iers rijbewijs slechts gelden , wanneer deze buiten Ierland in een andere Lid-Staat van de Gemeenschap rijden . Bij het onderhoud op 17 augustus te Dublin hebben de Ierse vertegenwoordigers bovendien met nadruk onderstreept dat " internationaal vervoer " voor hun het buitenlandse parcours betekent . 4 . De Commissie constateert dat de ontwerp-verordeningen en het rondschrijven voor een deel beantwoorden aan de eisen van de E.E.G.-verordening . Zij meent de volgende opmerkingen te moeten maken : A . De Commissie constateert dat de maximale geldboete voor overtredingen 100 Pond bedraagt . Zij vestigt de aandacht van de Ierse Regering op de noodzaak van een harmonisatie van de sancties tussen de Lid-Staten . In dit verband is zij van oordeel , dat de maximale geldboete aanzienlijk zou moeten worden verhoogd . B . Terwijl in andere Lid-Staten ernstige overtredingen de vervoervergunning kan worden ingetrokken , voorzien de Ierse ontwerpen niet in een dergelijke sanctie . De Ierse Regering wordt dan ook verzocht de invoering van een dergelijke sanctie in overweging te nemen . C . De Ierse Regering heeft de aandacht van de Commissie gevestigd op het feit dat intrekking van het rijbewijs als sanctie is aangehouden in de Road Traffic Act 1961 . Het is echter niet duidelijk of deze sanctie bij overtreding van de " European Communities ( Road Traffic ) Regulations , 1973 " en/of de " European Communities ( Road Transport ) ( No 2 ) Regulations , 1973 " kan worden toegepast . De Ierse Regering wordt derhalve verzocht de Commissie hieromtrent inlichtingen te verstrekken en in de mogelijkheid van intrekking van het rijbewijs te voorzien , indien deze mogelijkheid nog niet bestaat . D . Evenmin kan worden gezegd , of en in hoeverre andere Ierse wetten dan beide ontwerp-verordeningen de controle-instanties in staat stellen een chauffeur met zijn wagen een zekere tijd op te houden , als hij geen persoonlijk controleboekje bij zich heeft of dit boekje niet heeft ingevuld . De Ierse Regering wordt verzocht de Commissie ook hieromtrent inlichtingen te verstrekken en eventueel deze mogelijkheid te scheppen . E . De ontwerp-verordeningen bevatten geen enkele bepaling betreffende compensatie van afwijkingen van de rusttijd , als bedoeld in artikel 11 , lid 6 , van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 . De Commissie verzoekt de Ierse Regering in de daarvoor nodige bepalingen te voorzien . F . Ofschoon de Commissie begrip heeft voor de overwegingen inzake interne competentie , die voor de Ierse Regering aanleiding zijn geweest om twee afzonderlijke ontwerp-verordeningen voor te leggen , meent de Commissie dat het terwille van de eenvoud en de duidelijkheid aanbeveling zou verdienen , indien mogelijk , beide verordeningen in één enkele tekst samen te voegen . G . De interpretatie die de Ierse Regering van het begrip " internationaal vervoer " geeft , kan niet worden aanvaard . Weliswaar wordt de uitdrukking " grensoverschrijdend vervoer " , die gebruikt is in artikel 19 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 543/69 , in die verordening niet nader omschreven , doch dit komt omdat algemeen wordt aangenomen dat het begrip geen nadere toelichting behoeft . Voor de Gemeenschap heeft grensoverschrijdend vervoer steeds betekend het gehele transport tussen het begin van de reis en de bestemming . Wat in het vervoerbedrijf in het algemeen onder internationaal vervoer wordt verstaan , blijkt duidelijk uit onderstaande definities , die zijn ontleend aan enkele bekende internationale overeenkomsten : 1 . Algemene overeenkomst houdende economische voorschriften nopens het internationale wegvervoer van 17 maart 1954 : - " Onder internationaal vervoer van personen wordt verstaan elk vervoer , dat wordt verricht door middel van voertuigen , bestemd voor het personenvervoer en meer dan acht zitplaatsen tellende , buiten die van de bestuurder , mits het traject ten minste één grens tussen twee landen overschrijdt . - Internationaal vervoer van goederen is het vervoer , dat wordt verricht door middel van een voertuig , bestemd voor het vervoer van goederen , waarbij het punt van vertrek en de bestemming in twee verschillende landen zijn gelegen " . 2 . Europese overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg ( AETR ) van 1 juli 1970 : " In deze overeenkomst betekent " internationaal wegvervoer " elk wegvervoer waarbij ten minste één grens wordt overschreden " . Er dient te worden opgemerkt , dat de AETR en de communautaire verordening aan elkaar zijn aangepast en dat alle oorspronkelijke Lid-Staten door het ondertekenen van de AETR hun instemming hebben betuigd met deze definitie , die zij overigens sedert 1 oktober 1969 toepasten . Elk internationaal transport vormt immers een geheel . Iedere verdeling van een dergelijk transport in een parcours in het land waar het voertuig is ingeschreven en een parcours in andere landen is kunstmatig en moet bijgevolg worden afgewezen . Verordening ( EEG ) nr . 543/69 geldt voor het gehele parcours van een internationaal transport en er kan bijgevolg geen sprake van zijn de toepassing van de verordening te beperken tot een gedeelte van het parcours zoals door de Ierse interpretatie wordt gedaan . Een dergelijke interpretatie zou het overigens praktisch onmogelijk maken de verordening toe te passen , aangezien de voorschriften inzake rij - en rusttijden en de aan de chauffeurs gestelde eisen in dat geval aan de grens zouden veranderen . Om al deze redenen wijst de Commissie de Ierse interpretatie van de hand . Zij is van oordeel dat de Ierse Regering het rondschrijven van het Department of Local Government in deze zin moet herzien en zij wijst met nadruk op de verplichting de voorgenomen verordeningen op het gehele internationale parcours toe te passen . 5 . Tot besluit en mits rekening gehouden wordt met de opmerkingen sub 4 en met name voldaan wordt aan de eis sub 4 G brengt de Commissie een gunstig advies uit over de voorgelegde ontwerp-verordeningen . Gedaan te Brussel , 16 mei 1974 . Voor de Commissie De Voorzitter François-Xavier ORTOLI ( 1 ) PB nr . L 77 van 29 . 3 . 1969 , blz . 49 .