Richtlijn 73/183/EEG van de Raad van 28 juni 1973 betreffende de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van banken en andere financiële instellingen
Publicatieblad Nr. L 194 van 16/07/1973 blz. 0001 - 0010
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 6 Deel 1 blz. 0138
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 06 Deel 1 blz. 0147
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 6 Deel 1 blz. 0138
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 06 Deel 1 blz. 0135
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 06 Deel 1 blz. 0135
++++ RICHTLIJN VAN DE RAAD van 28 juni 1973 betreffende de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van banken en andere financiële instellingen ( 73/183/EEG ) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 54 , leden 2 en 3 , artikel 61 , lid 2 , en artikel 63 , leden 2 en 3 , Gelet op het Algemeen Programma voor de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging ( 1 ) , inzonderheid op titel IV A , Gelet op het Algemeen Programma voor de opheffing van de beperkingen van het vrij verrichten van diensten ( 2 ) , inzonderheid op titel V C 2 sub b ) , Gezien het voorstel van de Commissie , Gezien het advies van het Europese Parlement , ( 3 ) Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 4 ) Gezien het advies van het Monetair Comité , Overwegende dat de Algemene Programma's ten aanzien van banken en andere financiële instellingen voorschrijven dat de beperkingen van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten waarmede geen kapitaalverplaatsingen gepaard gaan , voor het einde van het tweede jaar van de tweede etappe dienen te worden opgeheven en dat de beperkingen van de door banken verleende diensten waarmede wel kapitaalverplaatsingen gepaard gaan , in hetzelfde tempo als de vrijmaking van het kapitaalverkeer dienen te worden opgeheven ; Overwegende dat er , voor wat de diensten betreft die verband houden met kapitaalbewegingen , in een eerste fase een reeks nauwkeurig aangeduide werkzaamheden moeten worden geliberaliseerd , zulks met inachtneming van het advies van het Monetair Comité ; dat de lijst van deze werkzaamheden nog zal worden aangevuld , met name naargelang van de vorderingen die worden gemaakt bij het vrijmaken van het kapitaalverkeer ; Overwegende dat degene die diensten verricht , daartoe zijn werkzaamheden tijdelijk kan uitoefenen in het land waar de dienst wordt verricht , onder dezelfde voorwaarden als die welke dat land aan zijn eigen onderdanen oplegt ; Overwegende dat de werkzaamheid van effectenmakelaars en commissionairs bijzondere problemen meebrengt in verband met de reglementering van de toegang daartoe en de uitoefening daarvan in de diverse landen ; dat de vrijmaking van deze werkzaamheid haar beslag moet krijgen in een latere richtlijn ; Overwegende dat de werkzaamheden van niet in loondienst werkende tussenpersonen in de sector banken en andere financiële instellingen niet vallen onder richtlijn van de Raad van 25 februari 1964 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en van het vrij verrichten van diensten voor de werkzaamheden van tussenpersonen in handel , industrie en ambacht ( 5 ) ; dat deze werkzaamheden derhalve in deze richtlijn dienen te worden opgenomen ; Overwegende echter dat bij de huidige stand der verschillende wetgevingen de werkzaamheden voor tussenpersonen die zich naar een andere Lid-Staat begeven voor het verrichten van diensten , moeilijk op te lossen vraagstukken meebrengen ; dat daarom in een latere richtlijn tevens de vrijmaking van de dienstverrichtingen van deze tussenpersonen geregeld dient te worden ; Overwegende dat deze richtlijn , in afwachting van coordinatie , geen verandering brengt in de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten waarbij aan natuurlijke personen of vennootschappen die onder een bepaalde rechtsvorm zijn opgericht , ongeacht hun nationaliteit , het uitoefenen van één van de in deze richtlijn bedoelde werkzaamheden wordt verboden ; Overwegende dat , overeenkomstig de bepalingen van het Algemeen Programma voor de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging , de beperkingen inzake de bevoegdheid zich aan te sluiten bij beroeps - en bedrijfsorganisaties moeten worden opgeheven , voor zover de beroepswerkzaamheden van de betrokkene de uitoefening van deze bevoegheid medebrengen ; Overwegende dat coordinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de in deze richtlijn bedoelde werkzaamheden op zo kort mogelijke termijn moet plaatsvinden , doch dat de beperkingen kunnen worden opgeheven zonder dat vooraf of gelijktijdig wordt overgegaan tot deze coordinatie ; Overwegende dat ervoor gezorgd moet worden dat de problemen die zich voor de in de Gemeenschap en de Lid-Staten met de toepassing van de bankvoorschriften belaste autoriteiten zullen voordoen bij de controle op de in de richtlijn bedoelde activiteiten , in onderling overleg worden bestudeerd , en dat te dien einde op dit gebied een nauwe samenwerking tot stand dient te worden gebracht tussen de Commissie en de Lid-Staten enerzijds en tussen de Lid-Staten onderling anderzijds ; Overwegende dat de maatregelen die een Lid-Staat zou kunnen nemen ter uitvoering van in het kader van de monetaire samenwerking tussen de Lid-Staten in onderling overleg genomen besluiten , geen beperkingen in de zin van deze richtlijn vormen , HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD : Artikel 1 De Lid-Staten heffen ten behoeve van de in titel I van de Algemene Programma's voor de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten genoemde natuurlijke personen en vennootschappen , hierna begunstigden genoemd , de in titel III van die programma's beoogde beperkingen op ten aanzien van de toegang tot en de uitoefening van de in artikel 2 genoemde werkzaamheden . Wat betreft dienstverrichtingen die verband houden met kapitaalbewegingen , is deze richtlijn slechts van toepassing op die welke voorkomen op de lijst welke is opgenomen in bijlage I , met uitzondering van die welke door organen voor beheer en deposito van gemeenschappelijke beleggingsfondsen worden verleend . Ter zake van de diensten inzake effecten , waarbij degene die de dienst verricht zich naar het land van de begunstigde begeeft , worden de navolgende diensten niet geliberaliseerd : - het in ontvangst nemen van aan - of verkooporders , - deelneming als tussenpersoon , aan overdrachten buiten de beurs om en het constateren van deze overdrachten , - ingevolge een openbaar aanbod verstrekte inlichtingen of adviezen , - uitbetaling van coupons . Artikel 2 Deze richtlijn is van toepassing op de anders dan in loondienst verrichte werzaamheden welke ressorteren onder groep 620 , vermeld in bijlage I van het Algemeen Programma voor de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging , zoals deze groep is weergegeven in bijlage II van deze richtlijn , met uitzondering van de werkzaamheden van effectenmakelaars ( categorie 4 van laatstgenoemde bijlage ) . Deze richtlijn is niet van toepassing op het verrichten van diensten door anders dan in loondienst werkzame tussenpersonen in de sector banken en andere financiële instellingen , die zich begeven * dere Lid-Staat dan die waar zij gevestigd * Artikel 3 1 . De Lid-Staten heffen de beper * met name : a ) de begunstigden verhinderen zich in het ontvangende land te vestigen of daar diensten te verrichten onder dezelfde voorwaarden en met gelijke rechten als de eigen onderdanen ; b ) voortvloeien uit een administratieve handelwijze die ten gevolge heeft dat op de begunstigden , in vergelijking met de eigen onderdanen , een discriminerende behandeling wordt toegepast . 2 . Tot de op te heffen beperkingen behoren in het bijzonder die welke vervat zijn in de bepalingen die voor de begunstigden op de volgende wijze een verbod of een beperking inhouden van de vestiging of het verrichten van diensten : a ) in België : - de verplichting ingevolge artikel 10 van het Koninklijk Besluit nr . 185 van 9 juli 1935 , opgelegd aan buitenlandse banken die aan een particulier toebehoren of die in de rechtsvorm van vennootschap onder firma of van commanditaire vennootschap zijn opgericht , om voor hun verrichtingen in België een eigen kapitaal van ten minste 10 miljoen frank te bestemmen , terwijl voor soortgelijke Belgische banken slechts een kapitaal van 2 miljoen frank wordt geëist , - de wederkerigheid , bedoeld in artikel 8 van de bepalingen betreffende particuliere spaarkassen die gecoordineerd zijn bij de wet van 23 juni 1967 , en in artikel 8 van Koninklijk Besluit nr . 43 van 15 december 1934 , wat betreft respectievelijk particuliere spaarkassen en kapitalisatiemaatschappijen , alsmede in de artikelen 38 en 44 van Koninklijk Besluit nr . 225 van 7 januari 1936 , wat betreft de instellingen voor het verstrekken van hypothecaire kredieten , b ) in Denemarken : - de verplichting van een speciale vergunning voor buitenlandse banken , ingevolge wet nr . 122 van 15 april 1930 , gewijzigd bij de wetten nr . 163 en nr . 134 van 13 april 1938 en 29 mie 1956 , - het bezit van de Deense nationaliteit , dat ingevolge artikel 8 , lid 2 , van bovengenoemde wet wordt geëist voor leden van de Raad van Beheer , bankdirecteuren en directeuren van in Denemarken gevestigde bijkantoren , - het bezit van de Deense nationaliteit , dat ingevolge artikel 8 , lid 3 , van bovengenoemde wet wordt geëist voor leden van de Raad van Toezicht , - het bezit van de Deense nationaliteit dat wordt geëist voor leden van de Raad van Toezicht , directeuren en directeuren van een bijkantoor van spaarbanken , en zulks ingevolge artikel 7 , lid 6 , van wet nr . 159 van 18 mei 1937 , in samenhang met wet nr . 327 , van 3 juli 1950 , beide gewijzigd bij artikel 18 van wet nr . 286 van 18 juni 1951 en bij wet nr . 343 van 23 december 1959 ; c ) in Frankrijk : - het bezit van een legitimatiebewijs als buitenlands handelaar ( carte d'identité d'étranger commerçant ) dat ingevolge het wetsbesluit van 12 november 1938 en het besluit van 2 februari 1939 , gewijzigd bij de wet van 8 oktober 1940 , voor buitenlandse handelaren is voorgeschreven , - het bezit van de Franse nationaliteit , dat ingevolge artikel 7 van de wet van 13 juni 1941 , gewijzigd bij artikel 49 van de wet nr . 51-592 van 24 mei 1951 en bij artikel 2 van het besluit van 28 mei 1946 , wordt geëist voor personen die bankzaken doen , die een vennootschap , of het agentschap van een vennootschap die dergelijke zaken doet , leiden , besturen of beheren , of die voor een bank krachtens een volmacht de op deze zaken betrekking hebbende stukken tekenen , - het bezit van de Franse nationaliteit , dat voor de ondernemingen bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de wet van 14 juni 1941 wordt geëist ingevolge de artikelen 7 en 11 van deze wet , die verwijzen naar de ten aanzien van het bankwezen gestelde voorwaarden , - het bezit van de Franse nationaliteit , zoals bedoeld in artikel 13 van de wet van 14 juni 1941 , gewijzigd bij de beschikking van 16 oktober 1958 , dat wordt geëist voor personen die diensten verlenen in met het bankwezen verbonden groepen , - het bezit van de Franse nationaliteit , dat ingevolge artikel 8 van de wet nr . 72-6 van 3 januari 1972 wordt geëist voor in de effectenhandel werkzame acquisiteurs , - het bezit van de Franse nationaliteit , zoals bedoeld in artikel 5 van de wet nr . 72-1128 van 21 december 1972 dat wordt geëist van personen die diensten verlenen in met het beurswezen verbonden beroepen , - het bezit van de Franse nationaliteit , dat ingevolge artikel 11 van beschikking nr . 45-2710 van 2 november 1945 is voorgeschreven voor de voorzitter van de Raad van Beheer van een beleggingsmaatschappij , voor de hoofddirecteur en voor ten minste twee derden van de directeuren van een dergelijke maatschappij , - de in artikel 15 van de wet van 13 juni 1941 bedoelde inschrijving van buitenlandse banken op een bijzondere lijst ; d ) in Ierland : - de verplichting , in Ierland te zijn opgericht , welke geldt voor iedere vennootschap die om goedkeuring verzoekt voor de toegang tot de werkzaamheid van de bank ; deze verplichting vloeit voort uit de instructies van de Centrale Bank in het kader van de bevoegheden die zij bezit krachtens artikel 9 van wet nr . 24 van 28 juli 1971 , bekendgemaakt in het najaarsnummer 1972 van het " Quarterly Bulletin " van genoemde Bank , - het bezit van de Ierse nationaliteit , dat , ingevolge de hierboven bedoelde instructies , wordt geëist voor leden van de Raad van Beheer , - het bezit van de Ierse nationaliteit en , voor vennootschappen , de verplichting in Ierland te zijn opgericht , welke worden geëist voor degenen die een beroepsactiviteit wensen uit te oefenen als onderneming die leningen verstrekt , en zulks ingevolge artikel 6 , lid 3 , van wet nr . 36 van 2 oktober 1933 , - de verplichting , in Ierland te zijn opgericht , welke geldt voor iedere vennootschap die een activiteit wenst uit te oefenen als beheerder en bewaarder van een gemeenschappelijk beleggingsfonds , en zulks ingevolge artikel 3 , lid 1 , sub b ) en c ) , van wet nr . 23 van 18 juli 1972 ; e ) in Italië : - de in artikel 2 van het R.D . van 4 september 1919 , nr . 1620 , inzake het bankwezen , bedoelde wederkerigheid , alsmede de discriminerende voorwaarden ten opzichte van buitenlanders die bij de toepassing van genoemd artikel afzongerlijk bij ministerieel besluit worden vastgesteld ; f ) in het Groothertogdom Luxemburg : - de in artikel 21 van de wet van 2 juni 1962 bedoelde beperkte duur van de aan buitenlanders verleende machtigingen ; g ) in Nederland : - het bezit van de Nederlandse nationaliteit , dat ingevolge de door de departementale instanties goedgekeurde statuten wordt geëist voor de leden van de Vereniging voor de Effectenhandel te Amsterdam , de Vereniging van Effectenhandelaren te Rotterdam en de Bond voor de Geld - en Effectenhandel in de Provincie te 's-Gravenhage ; h ) in het Verenigd Koninkrijk : - de verplichting , te zijn opgericht in het Verenigd Koninkrijk welke geldt voor iedere vennootschap die een activiteit wenst uit te oefenen als beheerder en bewaarder van een gemeenschappelijk beleggingsfonds , en zulks ingevolge artikel 17 , sub 1 a ) , van titel 45 van de wet van 23 juli 1958 , genaamd de " Prevention of Fraud ( Investments ) Act " en ingevolge artikel 15 , sub 1 a ) , van titel 9 van de wet van 28 mei 1940 , genaamd de " Prevention of Fraud ( Investments ) ( Northern Ireland ) Act " . Artikel 4 1 . De Lid-Staten zien erop toe dat de begunstigden het recht hebben zich bij beroeps - en bedrijfsorganisaties aan te sluiten , onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechten en verplichtingen als de eigen onderdanen . 2 . In geval van vestiging brengt het recht van aansluiting mede het recht , binnen de beroeps - en bedrijfsorganisatie verkiesbaar te zijn of in een bestuursfunctie te worden benoemd . Deze bestuursfuncties kunnen echter aan de nationale onderdanen worden voorbehouden , wanneer de betrokken organisatie uit hoofde van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling deelneemt aan de uitoefening van het openbaar gezag . 3 . In het Groothertogdom Luxemburg houdt het lidmaatschap van de Kamer van Koophandel voor de begunstigden niet het recht in deel te nemen aan de verkiezing van de bestuursorganen . Artikel 5 1 . Indien een Lid-Staat van zijn onderdanen die één van de in artikel 2 omschreven werkzaamheden wensen te verrichten , een uittreksel uit het strafregister , of overlegging van een bepaald document eist , neemt deze Lid-Staat ten aanzien van de onderdanen der overige Lid-Staten genoegen met een document dat voor dit doel in de Lid-Staat van oorsprong of herkomst van de betrokkene wordt geëist of , bij het ontbreken daarvan , met een door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst afgegeven gelijkwaardig document . 2 . Indien een Lid-Staat ten aanzien van zijn eigen onderdanen nog andere beoordelingsmaatstaven aanlegt , kan eveneens rekening worden gehouden met andere feiten dan die welke kunnen worden vermeld in de in lid 1 bedoelde documenten , indien deze feiten kunnen worden bewezen en indien zij aantonen dat de betrokkene niet voldoet aan alle voor de uitoefening van deze werkzaamheid te stellen eisen van betrouwbaarheid . De Lid-Staten kennen aan de verklaringen van de bevoegde gerechtelijke of overheidsinstanties van het land van oorsprong of herkomst betreffende het al dan niet voorhanden zijn van bepaalde feiten , dezelde waarde toe als aan de verklaringen van hun eigen overheden . 3 . Indien een Lid-Staat van zijn onderdanen voor de toegang tot één van de in artikel 2 omschreven werkzaamheden , of voor de uitvoering van deze werkzaamheden , het bewijs eist dat zij voorheen niet failliet zijn verklaard , neemt deze Lid-Staat ten aanzien van de onderdanen der andere Lid-Staten genoegen met het overleggen van de verklaring die gewoonlijk tot dat doel wordt afgegeven door de overheidsinstanties van het land van oorsprong of van herkomst . 4 . Wanneer geen van de in de leden 1 en 3 bedoelde documenten wordt afgegeven door het land van oorsprong of van herkomst , kan dit worden vervangen door een verklaring onder ede - of , in de Staten waar niet in een eed is voorzien , door een plechtige verklaring - welke door de betrokkene wordt afgelegd ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of overheidsinstantie , of , in voorkomend geval , van een notaris van het land van oorsprong of van herkomst , welke een attest afgeven dat deze eed of deze plechtige verklaring bewijskracht geeft . De verklaring betreffende het feit dat er geen faillisement heeft plaatsgehad , mag ook worden afgelegd ten overstaan van een bevoegde beroeps - of bedrijfsorganisatie van dat land . 5 . De overeenkomstig de leden 1 , 2 en 3 afgegeven documenten mogen bij overlegging niet ouder zijn dan drie maanden . 6 . De Lid-Staten wijzen binnen de in artikel 8 gestelde termijn de voor de afgifte van bovenbedoelde documenten bevoegde instanties en organisaties aan en stellen de overige Lid-Staten en de Commissie daarvan onverwijld in kennis . Artikel 6 In afwachting van de coordinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de wettelijke bescherming van de benaming " bank " , " bankier " , " spaarbank " of enig ander equivalent , mogen niet-gevestigde buitenlandse ondernemingen diensten verrichten onder een benaming waarin een van deze termen is vervat , voor zover dit hun oorspronkelijke benaming is en deze ondernemingen geen twijfel laten bestaan omtrent het nationale statuut waaraan zij zijn onderworpen . Daartoe kunnen de Lid-Staten eisen dat niet-gevestigde buitenlandse dienstverrichters vooraf op een bijzondere lijst worden ingeschreven . Deze inschrijving kan afhankelijk worden gesteld van het overleggen van een door de instantie van het land van oorsprong afgegeven certificaat , waarin het statuut van de betrokken onderneming ten opzichte van de toepasselijke nationale wetgeving is omschreven . Met het oog op de voorlichting van het publiek kan de bevoegde instantie deze lijst bekend laten maken en aan de buitenlandse dienstverrichters de verplichting opleggen om de personen tot wie zij zich richten , in kennis te stellen van hun wettelijke status alsmede van de aard en de belangrijkste elementen van hun werkzaamheid en van hun financiële positie . Artikel 7 De Commissie en de vertegenwoordigers van de instanties die in de Lid-Staten belast zijn met het toezicht op banken en andere financiële instellingen , komen regelmatig bijeen zodat , met het oog op de tenuitvoerlegging van deze richtlijn , gemakkelijker een oplossing wordt gevonden voor de problemen die zich voor de autoriteiten kunnen voordoen bij de controle op de in de richtlijn bedoelde werkzaamheden . Zij verlenen elkaar binnen de grenzen van hun onderscheiden bevoegdheden alle dienstige medewerking . Artikel 8 Binnen een termijn van achttien maanden volgende op de kennisgeving van deze richtlijn treffen de Lid-Staten de nodige maatregelen voor het volgen van deze richtlijn ; zij stellen de Commissie onverwijld daarvan in kennis . Voor de opheffing van de in artikel 3 , lid 2 , sub g ) , bedoelde beperking , beschikt Nederland evenwel over een termijn van vier jaar , volgende op de vorengenoemde kennisgeving . Artikel 9 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten . Gedaan te Luxemburg , 28 juni 1973 . Voor de Raad De Voorzitter W . DE CLERCQ ( 1 ) PB nr . 2 van 15 . 1 . 1962 , blz . 36/62 . ( 2 ) PB nr . 2 van 15 . 1 . 1962 , blz . 32/62 . ( 3 ) PB nr . 201 van 5 . 11 . 1966 , blz . 3472/66 . ( 4 ) PB nr . 224 van 5 . 12 . 1966 , blz . 3799/66 . ( 5 ) PB nr . 56 van 4 . 4 . 1964 , blz . 869/64 . BIJLAGE I Bankdiensten die verband houden met het kapitaalverkeer genoemd in de lijsten A en B van bijlage I van de eerste richtlijn van 11 mei 1960 , aangevuld en gewijzigd door de tweede richtlijn van 18 december 1962 ( 1 ) LIJST A Directe investeringen - Commerciële en financiële inlichtingen ( commercieel onderzoek , inlichtingen over de solvabiliteit van de cliënt , statistische gegevens , toezending van boekhoudkundige gegevens ) - Bijstand en vertegenwoordiging bij de ( bestuurlijke en gerechtelijke ) overheden en andere bevoegde instanties - Advies en bijstand aan de ondernemingen met het oog op hun eventuele fusie ( het zoeken naar partners in het buitenland , expertisen , enz . ) - Steun bij de aankoop van aandelen op grote schaal ( met name bij een openbaar aanbod tot aankoop ) met het oog op het verkrijgen van de zeggenschap over een onderneming ( beursformaliteiten , vermogenstaxaties en financiële beoordeling , enz . ) - Feitelijke verhandeling van effecten - Bewaring van effecten - Afgifte van de aan de aandeelhouders van een vennootschap toegewezen effecten Liquidatie van directe investeringen - Commerciële en financiële inlichtingen ( commercieel onderzoek , enz . ) - Bijstand en vertegenwoordiging bij de ( bestuurlijke en gerechtelijke ) overheden en andere bevoegde instanties - Adviezen en bijstand aan de ondernemingen ten einde de liquidatietransacties te vergemakkelijken - Steun bij de verkoop van aandelen op grote schaal - Feitelijke verhandeling van effecten - Bewaring van effecten Beleggingen in onroerende goederen en de liquidatie daarvan - Commerciële en financiële inlichtingen - Bijstand en vertegenwoordiging bij de ( bestuurlijke en gerechtelijke ) overheden en andere bevoegde instanties - Adviezen en bijstand bij beleggingen en de liquidatie daarvan - Vermogensbeheer ( bijstand en vertegenwoordiging bij het onderhoud , de verhuur , enz . ) - Bijstand bij de vorming en het eventueel mobiliseren van allerlei niet door een bank verstrekte waarborgen en garanties Kapitaalverkeer van persoonlijke aard - Vermogensbeheer bij nalatenschappen belastingbetaling , het opsporen van personen , enz . Verstrekking en aflossing van kredieten op korte en middellange termijn betrekking hebbende op handelstransacties of op het verrichten van diensten waaraan een ingezetene deelneemt - Commerciële en financiële inlichtingen ( commercieel onderzoek , enz . ) - Bijstand en vertegenwoordiging bij de ( bestuurlijke en gerechtelijke overheden en andere bevoegde instanties ) - Adviezen voor het financiële beheer van de onderneming - Invordering van de schuldvorderingen - Incasso van geldwaardige handelspapieren - Het domiciliëren van geldwaardige handelspapieren - Beheer van documentaire kredieten - Bijstand bij de vorming en het eventueel mobiliseren van allerlei niet door een bank verstrekte waarborgen en garanties - Blokkering van contanten , van waarden of effecten die aan een client toebehoren en een verplichting van deze ten opzichte van een derde waarborgen - Acquisitie voor rekening van derden - Diensten verband houdend met een factoringtransactie Borgstellingen , andere garanties , pandrechten en daarmede samenhangende overmakingen ( door een bank verstrekte waarborgen en garanties ) Successierechten - Fiscale inlichtingen - Fiscale borgstellingen Overige kapitaaltransacties van lijst A Deze overige transacties komen , voor wat de bankactiviteit betreft , slechts neer op overmakingstransacties . ( 1 ) De in deze bijlage bedoelde diensten zijn niet vrijgemaakt voor zover zij verband houden met andere vormen van kapitaalverkeer dan die welke in de lijsten A en B zijn opgenomen . De titels zijn gedefiniseerd in de " bepalingen " gehecht aan de eerste richtlijn die ter toepassing van artikel 67 is vastgesteld . Die definities zijn in deze tabel aangehouden . De onderstreepte titels komen overeen met die welke voorkomen in de lijsten A en B van de richtlijnen betreffende de genoemde vormen van kapitaalverkeer . LIJST B Transacties in ter beurze verhandelde effecten , met uitsluiting van aandelen in gemeenschappelijke beleggingsfondsen - Het in ontvangst nemen van aan - of verkoopoders - Bijstand bij de emissie van certificaten aan toonder van eerder uitgegeven en ter beurze verhandelde effecten - Open bewaarneming van effecten ( afstempeling , vernieuwing van het couponblad , inruiling , vernieuwing , bijeenvoegen , splitsing , vernietiging ) - Financiële dienst ( verzilvering van coupons , aflossing van effecten , bijstand voor de uitoefening van de toewijzings - en intekeningsrechten , enz . ) - Financiële inlichtingen ( voortdurende informatie , analyses , enz . ) - Adviezen voor beleggingen in ter beurze verhandelde effecten - Beheer van een portefeuille met ter beurze verhandelde effecten ( 1 ) - Aanvaarding en uitvoering van volmachten voor de uitoefening van de rechten van houders van ter beurze verhandelde effecten ( met name vertegenwoordiging in de aandeelhoudersvergaderingen en voor de rechtbanken ) - Bewaring van effecten - Omzetting van effecten - Bijstand bij de notering ter beurze van effecten die zijn toegekend aan houders van ter beurze verhandelde effecten - Acquisitie voor rekening van derde betreffende ter beurze verhandelde effecten - Het zoeken naar een wederpartij voor de aan - of verkoop van ter beurze verhandelde effecten - Functie van compensatiekas ( 1 ) Deze diensten hebben zowel betrekking op particulieren als op institutionele beleggers . BIJLAGE II Gehergroepeerde rubrieken van de standaardindeling per bedrijfstak van groep 620 ( 1 ) als bedoeld in artikel 2 Banken en financiële instellingen zoals : Categorie 1 : Banken Banken Handelsbanken Discontobanken Categorie 2 : Ondernemingen op het gebied van financieringen , het spaarwezen en speciale leningen Financiering van verkoop op krediet Financiering van kleinhandelsverkoop Financiering van goederenverkoop Bouwkredietmaatschappijen Agentschappen voor vastgoedkrediet Hypothecaire leningen ( woningen en bedrijfsgebouwen ) Agrarische hypothecaire leningen Garantie van hypothecaire leningen Kredietverlening Krediet op korte termijn Landbouwkredieten Commerciële kredieten Krediet aan de industrie Persoonlijke kredieten Ontwikkelingsfinanciering Spaarbank Spaar - en leningbedrijf Discontering van leningen Financieringsinstelling Herdisconteringsinstelling Financieringsmaatschappij Financiers voor eigen rekening Holding ( met het oog op zeggenschapsuitoefening ) Participatiemaatschappij Holding ( met het oog op financiering ) Bank van lening Categorie 3 : Consortiums Consortium voor het garanderen van emissies van aandelen en effecten Borgstellingsconsortium Garantieconsortium Categorie 4 : Effectenhandelaars Beursmakelaars Commissionnaires in effecten Coulissiers Remisiers Makelaars in effecten Categorie 5 : Tussenpersonen Discontomakelaars , werkzaam voor eigen rekening Bankmakelaars Financiële lasthebbers Categorie 6 : Diversen Effectenbeurs Beurs voor edele metalen Financiële adviesbureaus ( 2 ) Girocentrale Accountantsbedrijf ( 3 ) Wisselkantoren ( 1 ) Index van de internationale standaardindeling per bedrijfstak van alle takken van economische bedrijvigheid ( ISIC ) - Verenigde Naties - Statistische studies Serie M , No . 4 , herz . I add . ( 2 ) Voor de in deze richtlijn bedoelde activiteiten . ( 3 ) Met uitsluiting van de activiteiten van deze bedrijven , welke onder andere richtlijnen zullen vallen .