73/421/EEG: Besluit van de Commissie van 31 oktober 1973 betreffende het Raadgevend Comité voor oliën en vetten
Publicatieblad Nr. L 355 van 24/12/1973 blz. 0040 - 0042
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 10 blz. 0074
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 7 blz. 0116
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 7 blz. 0116
++++ BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 31 oktober 1973 betreffende het Raadgevend Comité voor oliën en vetten ( 73/421/EEG ) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , Overwegende dat bij besluit van de Commissie van 9 juni 1967 ( 1 ) , vervangen bij besluit van 1 februari 1971 ( 2 ) , een Raadgevend Comité in de sector oliën en vetten is ingesteld ; Overwegende dat het nodig is gebleken de bepalingen inzake het aantal leden en de verdeling van de zetels in dit Comité aan te passen naar aanleiding van de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Gemeenschap ; Overwegende dat de tekst van het bovengenoemde besluit bovendien op enige punten van ondergeschikt belang moet worden aangepast ; dat het duidelijkheidshalve de voorkeur verdient de tekst volledig te herzien , BESLUIT : Artikel 1 De tekst van het besluit van 1 februari 1971 betreffende de oprichting van een raadgevend comité voor oliën en vetten wordt door de volgende tekst vervangen . " Artikel 1 1 . Bij de Commissie wordt een Raadgevend Comité voor oliën en vetten ingesteld , hierna het " Comité " te noemen . 2 . In het Comité zijn de volgende economische groeperingen vertegenwoordigd : de landbouwproducenten , de landbouwcooperaties , de landbouw - en voedingsmiddelenindustrie , de handel in landbouwprodukten en voedingsmiddelen , de werknemers in de landbouw - en voedingsmiddelensector , alsmede de consumenten . 3 . Het Comité is samengesteld uit de volgende twee gespecialiseerde afdelingen , die bestaan uit leden van het Comité : - afdeling " Olijven en afgeleide produkten " , - afdeling " Oliehoudende zaden en vruchten en afgeleide produkten " . Artikel 2 1 . Het Comité en elk van zijn gespecialiseerde afdelingen kunnen door de Commissie worden geraadpleegd over alle aangelegenheden betreffende de toepassing van de verordeningen inzake de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten , en met name over de maatregelen welke de Commissie in het kader van die verordeningen meent te moeten nemen . 2 . De voorzitter van het Comité kan de aandacht van de Commissie vestigen op de wenselijkheid dat het Comité of de gespecialiseerde afdelingen geraadpleegd worden over een aangelegenheid ten aanzien waarvan zij bevoegd zijn en waarover aan het Comité of aan de gespecialiseerde afdelingen geen advies is gevraagd . Hij doet zulks met name op verzoek van één der vertegenwoordigde economische groeperingen . Artikel 3 1 . Het Comité bestaat uit vierenvijftig leden . 2 . De zetels worden als volgt verdeeld : a ) afdeling " Olijven en afgeleide produkten " - vijf voor de producenten van olijven en olijfolie , - drie voor de olijfoliecooperaties , - twee voor de industrie welke olijfolie produceert , - een voor de olijfoliehandel , - drie voor de werknemers in de landbouw en in de voedingsmiddelensector , - twee voor de consumenten ; b ) afdeling " Oliehoudende zaden en vruchten en afgeleide produkten " - twaalf voor de producenten van oliehoudende zaden , - zeven voor de cooperaties voor oliehoudende zaden , - negen voor de landbouw - en voedingsmiddelenindustrie en andere industrieën , waarvan : - vijf voor de industrieën welke andere olie dan olijfolie produceren , - een voor de margarine-industrie , - een voor de industrie die spijsolie verwerkt , - een voor de industrie die olie voor technische doeleinden verwerkt , - een voor de industrie die perskoeken verwerkt , - twee voor de handel in oliehoudende zaden , - twee voor de werknemers in de landbouw en in de voedingsmiddelensector , - zes voor de consumenten . Artikel 4 1 . De leden van het Comité worden door de Commissie benoemd op voordracht van de op het vlak van de Gemeenschap bestaande beroepsorganisaties die het meest representatief zijn voor de in artikel 1 , lid 2 , bedoelde economische groeperingen en waarvan de activiteiten in het kader van de gemeenschappelijke marktordening in de sector oliën en vetten vallen ; de vertegenwoordigers van de consumenten worden echter benoemd op voorstel van het " Raadgevend Comité van consumenten " . Voor elk van de beschikbare zetels stellen deze organismen twee kandidaten van verschillende nationaliteit voor . 2 . De leden van het Comité worden voor een periode van drie jaar benoemd . Zij zijn herbenoembaar . Voor de functies welke de leden van het Comité vervullen wordt geen bezoldiging toegekend . Na afloop van deze periode van drie jaar blijven de leden van het Comité in functie totdat in hun vervanging of in de verlenging van hun ambtstermijn wordt voorzien . Bij ontslag of overlijden voor het einde van de periode van drie jaar eindigt de ambtstermijn van een lid . Ook kan de ambtstermijn van een lid worden beëindigd op verzoek van het organisme dat hem heeft voorgedragen . Het lid wordt voor de overblijvende periode van zijn ambtstermijn vervangen volgens de procedure van lid 1 . 3 . De lijst van de leden wordt ter informatie door de Commissie bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Artikel 5 Het Comité kiest voor een periode van drie jaar een voorzitter en twee vice-voorzitters . De verkiezing geschiedt met een meerderheid van twee derde der aanwezige leden . De voorzitter van het Comité bekleedt het voorzitterschap van elk van de gespecialiseerde afdelingen . In elk van de gespecialiseerde afdelingen wordt een vice-voorzitter gekozen . Het Comité kan met dezelfde meerderheid andere leden aan het bureau toevoegen . In dat geval omvat het bureau , naast de voorzitter , ten hoogste één vertegenwoordiger van elk der in het Comité vertegenwoordigde economische groeperingen . Het bureau is belast met de voorbereiding en de organisatie van de werkzaamheden van het Comité . Artikel 6 Op verzoek van één der vertegenwoordigde economische groeperingen kan de voorzitter een afgevaardigde van deze groepering uitnodigen tot het bijwonen van de vergaderingen van het Comité of van de gespecialiseerde afdelingen . Hij kan onder dezelfde voorwaarden iedere persoon die speciaal bevoegd is met betrekking tot een bepaald agendapunt verzoeken als deskundige aan de werkzaamheden van het Comité of van de gespecialiseerde afdelingen deel te nemen ; de deelneming van de deskundigen aan de besprekingen blijft beperkt tot de aangelegenheid waarvoor zij zijn uitgenodigd . Artikel 7 Het Comité en de gespecialiseerde afdelingen kunnen werkgroepen vormen om de werkzaamheden te vergemakkelijken . Artikel 8 1 . Het Comité en de gespecialiseerde afdelingen worden door de Commissie bijeengeroepen en vergaderen in de plaats waar de Commissie haar zetel heeft . Het bureau wordt in overleg met de Commissie door de voorzitter bijeengeroepen . 2 . De vertegenwoordigers van de betrokken diensten van de Commissie wonen de vergaderingen van het Comité , van de gespecialiseerde afdelingen , van het bureau en van de werkgroepen bij . 3 . De diensten van de Commissie belasten zich met het secretariaat van het Comité , van de gespecialiseerde afdelingen , van het bureau en van de werkgroepen . Artikel 9 De besprekingen in het Comité en in de gespecialiseerde afdelingen hebben betrekking op de door de Commissie gevraagde adviezen . Er wordt niet over gestemd . De Commissie mag , wanneer zij het Comité of de gespecialiseerde afdelingen om advies verzoekt , de termijn bepalen waarbinnen het advies moet worden uitgebracht . De standpunten van de vertegenwoordigde economische groeperingen worden vermeld in een verslag dat aan de Commissie wordt toegezonden . Indien er met betrekking tot het gevraagde advies eenstemmigheid bestaat in het Comité of in een van de gespecialiseerde afdelingen , stellen deze gemeenschappelijke conclusies op , welke bij het verslag van de besprekingen worden gevoegd . De resultaten van de besprekingen worden door de Commissie ter kennis gebracht van de Raad of de Comités van beheer , indien deze organen daarom verzoeken . Artikel 10 Onverminderd het bepaalde in artikel 214 van het Verdrag , zijn de leden van het Comité gehouden de inlichtingen , welke in verband met de werkzaamheden van het Comité , van de gespecialiseerde afdelingen of van de werkgroepen aan hen zijn verstrekt , niet openbaar te maken , indien de Commissie mededeelt dat het gevraagde advies of de gestelde vraag betrekking heeft op een aangelegenheid welke een vertrouwelijk karakter draagt . In dat geval nemen alleen de leden van het Comité en de vertegenwoordigers van de diensten van de Commissie aan de vergaderingen deel . " Artikel 2 Het onderhavige besluit treedt in werking op 31 oktober 1973 . Gedaan te Brussel , 31 oktober 1973 . Voor de Commissie De Voorzitter François-Xavier ORTOLI ( 1 ) PB nr . 119 van 20 . 6 . 1967 , blz . 2343/67 . ( 2 ) PB nr . L 43 van 22 . 2 . 1971 , blz . 42 tot 44 .