Verordening (EEG) nr. 1411/71 van de Raad van 29 juni 1971 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten met betrekking tot de produkten van post 04.01 van het gemeenschappelijk douanetarief
Publicatieblad Nr. L 148 van 03/07/1971 blz. 0004 - 0007
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1971(II) blz. 0363
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1971(II) blz. 0412
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 6 blz. 0214
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 4 blz. 0203
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 4 blz. 0203
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 3 blz. 0209
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 3 blz. 0209
++++ VERORDENING ( EEG ) Nr . 1411/71 VAN DE RAAD van 29 juni 1971 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten met betrekking tot de produkten van post 04.01 van het gemeenschappelijk douanetarief DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 42 en 43 , Gezien het voorstel van de Commissie , Gezien het advies van het Europese Parlement , Overwegende dat in artikel 22 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1410/71 ( 2 ) , is bepaald dat voor de produkten van post 04.01 van het gemeenschappelijk douanetarief van sommige bepalingen wordt afgeweken , aangezien de marktsituatie voor deze produkten in aanzienlijke mate verschilt van de marktsituatie voor de overige zuivelprodukten ; dat derhalve bijzondere maatregelen moeten worden vastgesteld ; Overwegende dat de produkten van post 04.01 een belangrijke bron van inkomsten voor de melkveehouders vormen ; dat zij zich van andere zuivelprodukten in het bijzonder daardoor onderscheiden dat zij in het consumptiestadium slechts moeilijk door andere produkten kunnen worden vervangen ; dat hun afzet derhalve een duurzame inkomstenbasis voor de melkveehouders betekent ; Overwegende dat de produkten van post 04.01 tegelijkertijd voor de gehele bevolking een belangrijk basisvoedingsmiddel zijn , aan de kwaliteit waarvan bijzondere eisen worden gesteld ; Overwegende dat het daarom van belang is zowel voor de melkveehouders als voor de consumenten een regeling in te stellen , die het mogelijk maakt de markt voor deze produkten zoveel mogelijk te ontwikkelen ; Overwegende dat dit doel kan worden bereikt door produkten aan te bieden waarvan de kwaliteit is gewaarborgd en die beantwoorden aan de behoeften en de smaak van de consumenten ; dat het daarom dienstig is , ongeacht de elders vast te stellen bepalingen voor de bescherming van de volksgezondheid , aan de bereiding en het in de handel brengen van de betrokken produkten hoge eisen te stellen ; dat evenwel in deze bepaling rekening dient te worden gehouden met bijzondere gevallen ; dat met betrekking tot de verrijking van magere en halfvolle melk met bestanddelen van de vetvrije droge melkstof een harmonisering van de desbetreffende nationale voorschriften op het ogenblik nog niet mogelijk blijkt , zodat het aan de Lid-Staten moet worden toegestaan deze verder toe te passen ; Overwegende dat het , om dit doel te bereiken door produkten van hoogwaardige kwaliteit aan te bieden , bovendien noodzakelijk is voor de aanvoer van rauwe melk van onberispelijke kwaliteit aan de zuivelfabrieken te zorgen ; dat dit doel onder andere kan worden bereikt door de aan de zuivelfabrieken voor de vervaardiging van consumptiemelk bestemde melk naar kwaliteit te betalen ; Overwegende dat de overgang van de nationale regelingen naar de bij deze verordening ingestelde regeling onder de meest gunstige omstandigheden dient plaats te vinden ; dat het derhalve aanbeveling verdient te bepalen dat overgangsmaatregelen kunnen worden getroffen ; Overwegende dat in artikel 22 , lid 2 , vierde alinea , van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 met name wordt bepaald dat de Italiaanse Republiek tot en met 31 maart 1970 de maatregelen ter voorziening van bepaalde gebieden met consumptiemelk kan handhaven ; Overwegende dat de Italiaanse markt voor consumptiemelk de bijzonderheid vertoont , dat bepaalde gemeenten , op de grondslag van een machtiging van staatswege , melkcentrales hebben opgericht , die uitsluitend de voorziening met consumptiemelk verzekeren op het gemeentelijk grondgebied en die bepaalde sociale taken vervullen ; dat deze melkcentrales in beginsel niet mogen overgaan tot de verwerking van de melk in andere zuivelprodukten dan consumptiemelk ; dat de verkopen van melk door de gemeentelijke centrales slechts een gering aandeel vertegenwoordigen in de voor directe consumptie in Italië afgezette melk ; Overwegende dat Italië maatregelen heeft voorbereid om de structuur van deze melkcentrales te wijzigen , ten einde hun de mogelijkheid te geven hun produktieprogramma uit te breiden ; dat het , ten einde deze structuurwijzigingen niet in gevaar te brengen , dienstig is de Italiaanse Republiek te machtigen de op 31 maart 1970 op de melkcentrales van toepassing zijnde bepalingen gedurende een beperkte periode te handhaven , ten aanzien van de centrales die op die datum in bedrijf waren in het kader van voornoemde bepalingen , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 Deze verordening geldt voor de volgende produkten : Nummer van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving * 04.01 * Melk en room , vers , niet ingedikt , zonder toegevoegde suiker * Artikel 2 1 . Het gemeenschappelijk beleid ten aanzien van de in artikel 1 bedoelde produkten wordt op zodanige wijze gevoerd dat een zo groot mogelijke hoeveelheid melk in de vorm van deze produkten wordt verbruikt . 2 . Deze verordening wordt op zodanige wijze toegepast a ) dat te allen tijde in alle gebieden van de Gemeenschap het aanbod is verzekerd van de in artikel 1 bedoelde produkten , waarvan de consumenten de kwaliteit kan worden gewaarborgd en die aan de behoeften en de smaak van de consumenten beantwoorden ; b ) dat al diegenen , die bij de produktie en de verkoop van de in artikel 1 bedoelde produkten zijn betrokken er een economisch belang bij hebben voor kwaliteitshandhaving en dienstbetoon de kosten te maken die vereist zijn om de vorengenoemde doelstellingen te bereiken . Artikel 3 1 . Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder a ) melk : het door het melken van één of meer koeien verkregen produkt ; b ) consumptiemelk : de volgende produkten , die bestemd zijn om als zodanig aan de consument te worden geleverd : - rauwe melk : melk die niet is verwarmd of geen behandeling met een gelijkwaardige uitwerking heeft ondergaan ; - volle melk : melk die in een melkverwerkend bedrijf ten minste een warmtebehandeling of een toegestane behandeling met een gelijkwaardige uitwerking heeft ondergaan en een natuurlijk vetgehalte heeft van ten minste 3,50 % of een vetgehalte dat op ten minste 3,50 % is gebracht ; - halfvolle melk : melk die in een melkverwerkend bedrijf ten minste een warmtebehandeling of een toegestane behandeling met een gelijkwaardige uitwerking heeft ondergaan en waarvan het vetgehalte is gebracht op een gehalte van ten minste 1,50 % en ten hoogste 1,80 % ; - magere melk : melk die in een melkverwerkend bedrijf ten minste een warmtebehandeling of een toegestane behandeling met een gelijkwaardige uitwerking heeft ondergaan en waarvan het vetgehalte is gebracht op een gehalte van ten hoogste 0,30 % . 2 . Onverminderd het gebruik in samengestelde benamingen en onder voorbehoud van de volgens artikel 4 vast te stellen voorschriften mogen de in lid 1 bedoelde omschrijvingen slechts voor de daar genoemde produkten worden gebruikt . 3 . Het in deze verordening in procenten uitgedrukte vetgehalte is de gewichtsverhouding van de delen melkvetstof tot 100 delen van de betrokken melk . 4 . Het voor consumptiemelk voorgeschreven vetgehalte mag , zo dit niet in natuurlijke staat aanwezig is , slechts worden verkregen door toevoeging of verwijdering van melk of room of door toevoeging van magere of halfvolle melk . Andere wijzigingen van de samenstelling van consumptiemelk zijn niet toegestaan . Artikel 4 1 . Onverminderd de eisen op het gebied van de bescherming van de volksgezondheid waaraan voor menselijke voeding geschikte melk moet voldoen , mag slechts die melk als consumptiemelk worden verhandeld die : a ) aan bepaalde eisen met betrekking tot de kwaliteit , de samenstelling hieronder begrepen , voldoet en b ) aan bepaalde eisen inzake het in de handel brengen ervan beantwoordt . 2 . De Raad stelt op voorstel van de Commissie volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag de algemene voorschriften voor de toepassing van dit artikel vast . 3 . Volgens de procedure bedoeld in lid 2 worden bepaalde voorwaarden met betrekking tot de kwaliteit , de samenstelling hieronder begrepen , alsmede het in de handel brengen voor andere in artikel 1 genoemde produkten vastgesteld , indien zulks noodzakelijk blijkt . 4 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 . Artikel 5 1 . Onverminderd de eisen op het gebied van de bescherming van de volksgezondheid waaraan voor menselijke voeding geschikte melk moet voldoen , mag consumptiemelk , met uitzondering van rauwe melk , in de Gemeenschap slechts door melkverwerkende bedrijven worden geproduceerd . De voor de bereiding van consumptiemelk gebruikte melk moet aan een stelsel van naar kwaliteit gedifferentieerde betaling onderworpen zijn geweest . Dit stelsel moet waarborgen dat de als grondstof voor de bereiding van consumptiemelk gebruikte melk aan bepaalde eisen met betrekking tot de kwaliteit , de samenstelling hieronder begrepen , voldoet . 2 . Onverminderd de eisen op het gebied van de bescherming van de volksgezondheid waaraan voor menselijke voeding geschikte melk moet voldoen , mag rauwe melk slechts door de producent op zijn bedrijf als consumptiemelk aan de consumenten worden verkocht . De Lid-Staten kunnen bovendien andere vormen voor de afzet van rauwe melk als consumptiemelk toelaten . 3 . De Raad stelt op voorstel van de Commissie volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag de algemene voorschriften voor de toepassing van lid 1 vast . 4 . De uitvoeringsbepalingen van lid 1 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 . Artikel 6 1 . In de Gemeenschap mag melk slechts dan voor onmiddellijke consumptie worden geleverd , indien deze melk aan de eisen die aan consumptiemelk worden gesteld , voldoet . 2 . Tot en met 31 december 1973 kunnen de Lid-Staten evenwel de op hun grondgebied bij de inwerkingtreding van deze verordening geldende voorschriften voor het minimumvetgehalte van de aan de consument te leveren volle melk handhaven ; overigens zijn de voor volle melk geldende bepalingen van toepassing op deze melk . 3 . Voor die gebieden , waar het natuurlijke vetgehalte van de geproduceerde melk minder dan 3,50 % bedraagt en waarin een verhoging van het in artikel 3 , lid 1 , sub b ) , voor volle melk bedoelde vetgehalte ten gevolge van een tekort aan van de melk afkomstig vet van passende kwaliteit moeilijkheden met zich medebrengt , kunnen de Lid-Staten , in afwijking van bovengenoemde bepalingen , toestaan dat de in deze gebieden geproduceerde melk daar als volle melk wordt verkocht . Aan deze melk mag geen vet worden onttrokken ; zij moet een vetgehalte van ten minste 3,20 % hebben . Overigens zijn voor deze melk de voor volle melk geldende bepalingen van toepassing . De Lid-Staten die van deze mogelijkheid gebruik maken , delen aan de Commissie mede voor welke gebieden zij deze maatregel hebben toegestaan . 4 . In afwijking van artikel 3 , lid 4 , tweede alinea , kunnen de Lid-Staten voor hun grondgebied de bij de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing zijnde nationale regelingen betreffende het verrijken van magere melk en halfvolle melk met bestanddelen van de vetvrije droge stof van melk verder toepassen . De verrijking dient op de verpakking te worden vermeld . 5 . Voor de handel met derde landen kunnen volgens de procedure van artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 bijzondere voorschriften worden vastgesteld , die afwijken van het bepaalde in de onderhavige verordening . Artikel 7 Indien overgangsmaatregelen noodzakelijk zijn ter vergemakkelijking van de overgang van de regeling die thans in de afzonderlijke Lid-Staten geldt naar de regeling van deze verordening , met name indien de toepassing van deze verordening in bepaalde gevallen op aanzienlijke moeilijkheden zou stuiten , worden deze maatregelen volgens de procedure van artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 vastgesteld . Zij zijn uiterlijk tot en met 31 december 1973 van toepassing . Artikel 8 De Lid-Staten en de Commissie delen elkaar de voor de toepassing van deze verordening benodigde gegevens mede . De bepalingen inzake de mededeling en de bekendmaking van deze gegevens worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 . Artikel 9 1 . Artikel 22 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 vervalt met ingang van de datum waarop de onderhavige verordening van toepassing wordt en uiterlijk op 31 maart 1972 . 2 . De Italiaanse Republiek wordt evenwel gemachtigd , de op 31 maart 1970 op de melkcentrales van toepassing zijnde bepalingen ten aanzien van de centrales die op 31 maart 1970 in bedrijf waren in het kader van deze bepalingen tot en met 31 maart 1973 te handhaven , voor zover deze centrales de voorziening van bepaalde gemeenten met consumptiemelk verzekeren . De in de vorige alinea vermelde machtiging geldt slechts voor de categorieën melk waarvoor de in genoemde alinea bedoelde bepalingen op 31 maart 1970 werden toegepast . Artikel 10 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Deze verordening wordt van toepassing op de dag waarop de in artikel 4 , lid 2 , bedoelde algemene voorschriften van toepassing worden , en uiterlijk op 31 maart 1972 . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Luxemburg , 29 juni 1971 . Voor de Raad De Voorzitter M . COINTAT ( 1 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 13 . ( 2 ) Zie bladzijde 3 van dit Publikatieblad .