31970R2305

Verordening (EEG) nr. 2305/70 van de Raad van 10 november 1970 betreffende de financiering van de interventies op de interne markt in de sector rundvlees

Publicatieblad Nr. L 249 van 17/11/1970 blz. 0001 - 0003
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie III Hoofdstuk 1966-1972 blz. 0037
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie III Hoofdstuk 1966-1972 blz. 0041
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 6 blz. 0041


++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 2305/70 VAN DE RAAD

van 10 november 1970

betreffende de financiering van de interventies op de interne markt in de sector rundvlees

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening nr . 17/64/EEG van de Raad van 5 februari 1964 betreffende de voorwaarden voor het verlenen van bijstand door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 728/70 ( 2 ) ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Overwegende dat het van belang is de voorwaarden vast te stellen voor het verlenen van bijstand door de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw , hierna te noemen het " Fonds " , voor de communautaire financiering van de interventie-uitgaven voor elke sector van de gemeenschappelijke ordening der markten ;

Overwegende dat de steunverlening aan de particuliere opslag en de aankopen door de interventiebureaus verricht op grond van de artikelen 5 tot en met 8 van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1253/70 ( 4 ) , uitgaven en eventueel verliezen met zich brengen , die door het Fonds moeten worden gedragen , aangezien deze interventies voldoen aan de in artikel 6 , lid 1 , van Verordening nr . 17/64/EEG gestelde voorwaarden ;

Overwegende dat de in artikel 5 , lid 1 , sub b ) , van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 bedoelde interventies van de interventiebureaus verschillende verrichtingen omvatten , onder andere aankoop , bewaring en verkoop ; dat de balansmethode derhalve het meest geschikt is om de gegevens betreffende de ontvangsten en uitgaven te berekenen en om het daaruit voortvloeiende nettoverlies te bepalen ; dat een forfaitaire methode voor de vaststelling van bepaalde uitgaven dient te worden vastgesteld , rekening houdende met de beoordelingsmarge waarover de Lid-Staten in het kader van de communautaire regeling beschikken , alsmede met het feit dat een aantal kosten niet geharmoniseerd is ;

Overwegende dat er bepalingen dienen te worden vastgesteld ten einde te vermijden dat het Fonds de financiële gevolgen draagt van eventuele tekortkomingen die bij de toepassing van de interventieregeling worden geconstateerd ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Voor financiering door het Fonds , afdeling Garantie , komen op grond van artikel 6 , lid 1 , van Verordening nr . 17/64/EEG onder de in de onderhavige verordening omschreven voorwaarden , de uitgaven in aanmerking die voor de Lid-Staten worden veroorzaakt door de volgende interventies welke op de interne markt van de sector rundvlees met ingang van 29 juli 1968 plaatsvinden :

- de interventies die betrekking hebben op aankopen en de daaropvolgende verrichtingen die door een interventiebureau op grond van de artikelen 5 , 6 en 7 van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 worden verricht ;

- de interventies voor steunverlening aan de particuliere opslag die op grond van de artikelen 5 , 6 en 8 van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 worden verricht .

Artikel 2

1 . Het voor financiering in aanmerking komende bedrag van de uitgaven voor de in artikel 1 , eerste streepje , bedoelde interventies wordt voor elke Lid-Staat en voor elk van de in lid 2 vastgestelde perioden bepaald op basis van het nettoverlies dat voor elk van die perioden door het betrokken interventiebureau is geleden .

Dit nettoverlies wordt vastgesteld door voor elk van de perioden een rekening op te stellen die :

a ) wordt gedebiteerd voor de in artikel 3 , lid 1 , genoemde bedragen ,

b ) wordt gecrediteerd voor de in artikel 3 , lid 2 , genoemde bedragen .

2 . Onder periode in de zin van deze verordening wordt verstaan :

- de periode van 29 juli 1968 tot en met 30 juni 1969 ,

- de periode van 1 juli 1969 tot en met 31 december 1969 ,

- met ingang van 1 januari 1970 het kalenderjaar .

3 . Vertoont de rekening van een bepaalde periode een creditsaldo dan wordt dit saldo overgeboekt naar het credit van de rekening van de volgende periode .

Artikel 3

1 . De in artikel 2 , lid 1 , bedoelde rekening wordt gedebiteerd :

a ) voor het bedrag van de waarde van de hoeveelheid vlees die van de voorafgaande periode wordt overgeboekt ; dit bedrag komt overeen met de totale waarde van de verschillende soorten vlees die op de eerste dag van de nieuwe periode in opslag waren ; deze totale waarde wordt berekend door vermenigvuldiging van het aantal tonnen vlees van elke aanbiedingsvorm met de op deze zelfde dag geldende oriëntatieprijs , waarop de volgens de procedure van artikel 27 van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 vastgestelde coëfficiënt wordt toegepast ;

b ) voor het bedrag van de waarde van het vlees dat wordt gekocht ;

c ) voor het bedrag van de kosten voor het inslaan van vlees in koelhuizen , inclusief de kosten van bevriezing ; dit bedrag wordt berekend op basis van een forfaitair bedrag per ingeslagen ton vlees , dat wordt bepaald overeenkomstig artikel 6 , lid 1 ;

d ) voor het bedrag van de kosten van het uitbenen en van de verwerking welke voor het interventiebureau worden veroorzaakt door de maatregelen die worden getroffen op grond van artikel 7 , lid 3 , van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 ; de bedragen van de kosten per verwerkte ton vlees worden bepaald overeenkomstig artikel 6 , lid 1 ;

e ) voor het bedrag van de kosten van uitslag uit koelhuizen tot aan de laadplaats ; dit bedrag wordt berekend op basis van een forfaitair bedrag per uitgeslagen ton vlees dat wordt bepaald overeenkomstig artikel 6 , lid 1 ;

f ) voor het bedrag van de kosten van opslag , behalve de financieringskosten ; dit bedrag wordt berekend op basis van forfaitaire bedragen per ton/duur die worden bepaald overeenkomstig artikel 6 , lid 1 ;

g ) voor het bedrag van de financieringskosten ; dit bedrag wordt berekend op basis van een methode en een rentevoet die volgens de procedure van artikel 26 van Verordening nr . 17/64/EEG worden bepaald ;

h ) voor het bedrag van de kosten die worden veroorzaakt door vervoer van bij een interventiebureau opgeslagen bevroren vlees , dat noodzakelijk is geworden en plaatsvond na machtiging , verleend volgens de procedure van artikel 27 van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 . Dit bedrag wordt berekend op basis van een forfaitair bedrag per ton/kilometer , dat bepaald wordt overeenkomstig artikel 6 , lid 1 ; het omvat eventueel de kosten van uitslag en van hernieuwde opslag , berekend op basis van forfaitaire bedragen per ton , die volgens dezelfde procedure worden bepaald .

2 . De in artikel 2 , lid 1 , bedoelde rekening wordt gecrediteerd :

a ) voor het bedrag van de ontvangsten uit de afzet ;

b ) voor het bedrag van de waarde van de hoeveelheden vlees die naar de volgende periode worden overgeboekt , berekend overeenkomstig lid 1 , sub a ) ;

c ) voor het bedrag van de waarde van het gewichtsverlies voor zover dit de volgens de procedure van artikel 27 van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 vastgestelde maximale tolerantie overschrijdt . Dit bedrag wordt berekend door de hoeveelheid die de maximale tolerantie overschrijdt te vermenigvuldigen met de hoogste oriëntatieprijs van de betrokken periode , waarop een coëfficiënt wordt toegepast , vastgesteld volgens de procedure van artikel 6 , lid 1 , tweede zin . Het gewichtsverlies komt overeen met het verschil tussen de theoretische voorraad , die blijkt uit de voorraadadministratie en de werkelijke voorraad op de laatste dag van de betrokken periode , waargenomen bij het opmaken van de inventaris , of , bij gebreke daarvan , met de administratieve voorraad die overblijft wanneer de werkelijke voorraad van het betrokken produkt is uitgeput . De produkten die zijn bedorven tengevolge van aan het interventiebureau te wijten slechte bewaring en die niet meer voldoen aan de gezondheidsvoorschriften voor voedingswaren , worden geboekt als verliezen die de tolerantielimiet overschrijden ;

d ) voor de bedragen die zijn ontvangen als gevolg van de niet-naleving door de verkopers of kopers van de bestuursrechtelijke of contractuele voorschriften ;

e ) voor de bedragen die van de opslagbedrijven zijn teruggevorderd wegens waardevermindering of verlies van de produkten , voor zover zich geen samenloop voordoet met de bepalingen sub c ) van dit lid of die van artikel 4 .

Artikel 4

Het financierbare bedrag in de zin van artikel 2 wordt verminderd met de financiële invloed van aan de Lid-Staten te wijten onregelmatigheden of nalatigheden , welke wordt geconstateerd volgens de procedure van artikel 6 , lid 1 , tweede zin .

Artikel 5

Het financierbare bedrag van de uitgaven veroorzaakt door de in artikel 1 , tweede streepje , bedoelde maatregelen wordt voor elke Lid-Staat berekend door alle steunbedragen op te tellen die hij uit hoofde van deze maatregelen heeft uitgekeerd .

Artikel 6

1 . Elk der forfaitaire bedragen die volgens de bepalingen van dit artikel worden vastgesteld , is voor de gehele Gemeenschap gelijk . Het wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 van Verordening nr . 17/64/EEG , rekening houdende met de resultaten van het op grond van artikel 28 van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 ingestelde onderzoek .

2 . De voorschriften ter uitvoering van de voorgaande artikelen , met uitzondering van de voorschriften waarvoor uitdrukkelijk is bepaald dat zij moeten worden vastgesteld volgens de procedure van lid 1 , tweede zin , of volgens de procedure van artikel 27 van Verordening ( EEG ) nr . 805/68 , kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 van Verordening nr . 17/64/EEG .

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 10 november 1970 .

Voor de Raad

De Voorzitter

H . D . GRIESAU

( 1 ) PB nr . 34 van 27 . 2 . 1964 , blz . 586/64 .

( 2 ) PB nr . L 94 van 28 . 4 . 1970 , blz . 9 .

( 3 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 24 .

( 4 ) PB nr . L 143 van 1 . 7 . 1970 , blz . 1 .