31969R0685

Verordening (EEG) nr. 685/69 van de Commissie van 14 april 1969 betreffende de uitvoeringsbepalingen van de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room

Publicatieblad Nr. L 090 van 15/04/1969 blz. 0012 - 0017
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 2 blz. 0180
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1969(I) blz. 0182
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 2 blz. 0180
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1969(I) blz. 0194
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 4 blz. 0110
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 3 blz. 0083
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 3 blz. 0083


++++

( 1 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 13 .

( 2 ) PB nr . L 169 van 18 . 7 . 1968 , blz . 1 .

( 3 ) PB nr . L 184 van 29 . 7 . 1968 , blz . 16 .

( 4 ) PB nr . L 247 van 10 . 10 . 1968 , blz . 9 .

( 5 ) PB nr . L 28 van 5 . 2 . 1969 , blz . 14 .

( 6 ) PB nr . L 69 van 20 . 3 . 1969 , blz . 12 .

( 7 ) PB nr . L 50 van 28 . 2 . 1969 , blz . 30 .

VERORDENING ( EEG ) Nr . 685/69 VAN DE COMMISSIE

van 14 april 1969

betreffende de uitvoeringsbepalingen van de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 1 ) , en met name op artikel 6 , lid 7 , en de artikelen 28 en 35 ,

Overwegende dat bij Verordening ( EEG ) nr . 985/68 van de Raad van 15 juli 1968 houdende vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room ( 2 ) , en tevens bij Verordening ( EEG ) nr . 1101/68 van de Commissie van 27 juli 1968 ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1574/68 ( 4 ) , de bepalingen zijn vastgesteld ter uitvoering van de interventiemaatregelen op de markt voor boter en room gedurende het melkprijsjaar 1968/1969 , en met name de voorwaarden voor de aankoop door het interventiebureau , voor de afzet door middel van verkoop bij inschrijving en voor de toekenning van steun aan de particuliere opslag ;

Overwegende dat de met deze bepalingen tot stand gebrachte regeling in het algemeen bevredigend is gebleken ; dat het derhalve dienstig is haar te verlengen , met uitzondering van enkele overgangsbepalingen betreffende in het bijzonder de kenmerken van de boter die door het interventiebureau kan worden aangekocht ; dat de definitieve voorschriften waarin deze kenmerken worden vastgelegd met name de kwaliteit en de houdbaarheid van de boter gedurende de periode van opslag moeten verzekeren ; dat voor het vaststellen van de bijzonderheden in zeer ruime mate gebruik kan worden gemaakt van de voor 28 juli 1968 geldende communautaire bepalingen ;

Overwegende dat met betrekking tot de afzet van de door de interventiebureaus gekochte produkten in Verordening ( EEG ) nr . 217/69 van de Commissie van 4 februari 1969 betreffende de afzet door middel van verkoop bij inschrijving van in het bezit van de interventiebureaus zijnde boter ( 5 ) , gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 506/69 ( 6 ) , alsmede in Verordening ( EEG ) nr . 371/69 van de Commissie van 27 februari 1969 betreffende inschrijvingen voor de verkoop aan de industrie van in het bezit van de interventiebureaus zijnde boter ( 7 ) , voorschriften voorkomen die een aanvulling vormen op de bepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 1101/68 ; dat het om praktische redenen dienstig is bedoelde voorschriften op te nemen in de onderhavige verordening ;

Overwegende dat het voorts met betrekking tot de toekenning van steun aan de particuliere opslag van boter of room , voor een goede werking van het marktordeningsstelsel dienstig is voor te schrijven dat deze slechts kan plaatsvinden voor een minimumopslagperiode ;

Overwegende dat de Commissie bij de Raad een voorstel heeft ingediend tot vermindering van de interventieprijs van boter ; dat nu reeds , voor deze mogelijkheid , een verhoging van het steunbedrag voor de opslag bepaald dient te worden , ten einde het verlies te compenseren dat voortvloeit uit een dergelijke vermindering ;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

TITEL I

Aankoop door de interventiebureaus

Artikel 1

De bepalingen van titel I gelden slechts tot de krachtens artikel 27 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 vastgestelde bepalingen van toepassing worden .

Artikel 2

De interventiebureaus kopen de hun aangeboden boter slechts , indien

1 . een kwaliteitscontrole heeft plaatsgevonden met een monster dat van de boter is genomen ;

2 . de boter voldoet aan

a ) de in artikel 3 bedoelde eisen van houdbaarheid ,

b ) de in artikel 4 bedoelde eisen ten aanzien van de ouderdom ,

c ) de in artikel 5 bedoelde eisen ten aanzien van de hoeveelheid en de verpakking .

Artikel 3

De boter dient te zijn vervaardigd

a ) uit gepasteuriseerde zure room , in zuivelfabrieken die over een passende technische installatie beschikken

en

b ) onder omstandigheden die de vervaardiging van goed houdbare boter mogelijk maken .

Artikel 4

1 . De boter moet zijn vervaardigd gedurende de periode van 14 dagen voorafgaande aan de dag waarop zij door het interventiebureau wordt overgenomen .

De Lid-Staten kunnen evenwel de in de vorige alinea bedoelde periode inkorten .

2 . In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen de Lid-Staten voorschrijven dat hun interventiebureau boter aankoopt die is vervaardigd gedurende de periode van twee maanden voorafgaande aan de dag waarop dit bureau de boter overneemt . In dat geval mag de boter slechts worden aangekocht , indien binnen een termijn die wordt berekend vanaf de dag van de vervaardiging van de boter en die gelijk is aan de in lid 1 bedoelde periode welke in de betrokken Lid-Staat geldt , de volgende maatregelen zijn getroffen :

a ) de boter heeft met gunstig gevolg een kwaliteitscontrole ondergaan van de door de Lid-Staat hiertoe aangewezen instantie ;

b ) een monster is genomen ;

c ) de verpakkingseenheden zijn gewaarmerkt ;

d ) de boter in een koelhuis is geplaatst dat voldoet aan de in artikel 7 bedoelde voorwaarden .

3 . De Lid-Staten kunnen de aankopen van hun interventiebureau beperken tot een van beide in lid 1 en lid 2 bedoelde categorieën boter .

Artikel 5

1 . De minimumhoeveelheid bij aankoop bedraagt 1 ton . De Lid-Staten kunnen deze hoeveelheid vermeerderen tot en met 10 ton . Zij kunnen bepalen dat de boter wordt aangekocht per gehele ton .

2 . De boter moet worden aangeboden in kluiten van ten minste 25 kg nettogewicht .

3 . De verpakkingen moeten nieuw zijn en van stevig materiaal , dat geschikt is om de boter gedurende het vervoer , de opslag en de afzet te beschermen .

4 . Het opschrift op de verpakking dient ten minste de volgende gegevens te vermelden :

a ) het nummer van de fabriek ,

b ) de datum van vervaardiging ,

c ) de datum van opslag ,

d ) het nummer van de levering en van de verpakkingseenheid .

Artikel 6

1 . De boter wordt onderworpen aan een proefperiode van opslag . Deze wordt vastgesteld op twee maanden ; zij neemt een aanvang de dag waarop de goederen worden overgenomen of , in het geval van artikel 4 , lid 2 , de dag waarop de boter in het in hetzelfde lid , sub d ) , bedoelde koelhuis wordt geplaatst .

2 . Ingeval tijdens de proefperiode van opslag het kwaliteitsverlies van de boter groter blijkt dan het kwaliteitsverlies dat onder normale omstandigheden voortvloeit uit het opslaan van boter die aan de in artikel 2 bedoelde eisen voldoet , wordt het contract vernietigd voor wat betreft de ondeugdelijke hoeveelheid .

In dat geval neemt de verkoper de boter terug en vergoedt aan het interventiebureau de gemaakte opslagkosten tot dan toe en die per ton forfaitair worden vastgesteld als volgt :

a ) 8 rekeneenheden voor de vaste kosten ,

b ) 0,525 rekeneenheid per opslagdag voor de kosten die verband houden met de duur van de opslag . Het aantal dagen wordt berekend vanaf de dag volgende op de dag van inslag tot en met de dag van uitslag .

3 . Het interventiebureau kan aan de verkoper de mogelijkheid geven de vernietiging te vermijden door , op kosten van de verkoper , de partijen van onvoldoende kwaliteit te vervangen door een zelfde hoeveelheid binnen de Gemeenschap geproduceerde boter van eerste kwaliteit die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 985/68 en in artikel 2 van deze verordening .

In dat geval neemt de verkoper die hoeveelheid voor zijn rekening en is hij verplicht de door het interventiebureau voor de vervanging gemaakte kosten aan dit bureau te vergoeden . Deze kosten worden door de Lid-Staten vastgesteld .

Artikel 7

1 . De in artikel 3 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 985/68 bedoelde koelhuizen moeten aan een aantal technische normen voldoen waardoor de goede bewaring van de boter wordt gewaarborgd .

2 . Deze normen worden door de Lid-Staat vastgesteld en aan de Commissie medegedeeld .

3 . De lijst van in artikel 4 van Verordening ( EEG ) nr . 985/68 bedoelde koelhuizen wordt niet vastgesteld .

Artikel 8

1 . De in artikel 3 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 985/69 bedoelde maximumafstand wordt vastgesteld op 100 km .

2 . De in artikel 3 , lid 3 , van Verordening ( EEG ) nr . 985/68 bedoelde extra vervoerskosten worden vastgesteld op 0,026 rekeneenheid per ton en per km .

TITEL II

Afzet van de door de interventiebureaus aangekochte boter

Artikel 9

Wanneer wordt besloten tot de verkoop bij inschrijving , wordt die verzorgd door elk interventiebureau voor de hoeveelheden boter die zij in hun bezit hebben .

Artikel 10

1 . Het interventiebureau stelt een bericht van inschrijving vast .

Dit bericht vermeldt met name :

a ) het gewicht van iedere partij die te koop wordt aangeboden ;

b ) de nummers van de betrokken partijen ;

c ) de ouderdom , de oorsprong en , in voorkomend geval , gegevens over de kwaliteit ;

d ) de ligging van het koelhuis of de koelhuizen waar de partijen opgeslagen zijn ;

e ) de termijn en de plaats voor het indienen van de aanbiedingen .

2 . Onder partij wordt in deze verordening verstaan een hoeveelheid boter die met het oog op de inschrijving is samengesteld .

Artikel 11

1 . De berichten van inschrijving worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt . De interventiebureaus kunnen daarnaast tot andere bekendmakingen overgaan .

2 . De bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen vindt plaats ten minste acht dagen v}}r het einde van de termijn voor het indienen van de aanbiedingen .

Artikel 12

De interventiebureaus treffen de nodige maatregelen om het de belanghebbenden mogelijk te maken v}}r de aanbieding monsters van de te koop aangeboden hoeveelheden boter te onderzoeken .

Artikel 13

1 . De belanghebbenden nemen aan de inschrijving deel , hetzij door persoonlijk bij het interventiebureau hun schriftelijke aanbieding in te dienen tegen bewijs van ontvangst , hetzij door aan het interventiebureau een aangetekende brief , een telexbericht of een telegram te sturen .

2 . In de aanbieding worden vermeld :

a ) naam en adres van de inschrijver ;

b ) het nummer van de betrokken partij ;

c ) de geboden prijs per ton , binnenlandse belastingen uitgesloten , vanaf het koelhuis , waar de boter is opgeslagen , uitgedrukt in de valuta van de Lid-Staat waar de inschrijving wordt gehouden ;

d ) eventueel aanvullende gegevens welke in het kader van de inschrijvingsvoorwaarden vereist zijn .

3 . Een aanbieding kan niet voor een gedeelte van een partij worden gedaan . Een aanbieding met betrekking tot verschillende partijen wordt geacht evenveel aanbiedingen als partijen te omvatten .

4 . De aanbieding is alleen geldig wanneer zij vergezeld gaat van :

a ) een inschrijvingswaarborg ,

b ) een verklaring van de inschrijver , waarbij hij van elke klacht inzake kwaliteit of kenmerken van de eventueel verkochte boter afziet .

Artikel 14

1 . De inschrijvingswaarborg bedraagt 30 rekeneenheden per ton .

2 . De waarborg wordt gesteld volgens keus van de belanghebbende hetzij in de vorm van een cheque ten name van het interventiebureau , hetzij in de vorm van een garantie die beantwoordt aan de door de betrokken Lid-Staat vastgestelde criteria .

Artikel 15

1 . Met inachtneming van de ontvangen aanbiedingen wordt volgens de procedure van artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 voor iedere categorie boter een minimumverkoopprijs vastgesteld of besloten geen gevolg te geven aan de inschrijving .

2 . Onder categorie boter wordt in dit artikel verstaan een hoeveelheid boter die bestaat uit een of meer partijen met gemeenschappelijke kenmerken .

Artikel 16

1 . Op de aanbieding wordt niet ingegaan , wanneer de voorgestelde prijs beneden de voor de betrokken categorie geldende minimumprijs ligt .

2 . Onverminderd het bepaalde in lid 1 is de koper hij die voor de desbetreffende partij de hoogste prijs biedt . Wanneer tegen dezelfde prijs verschillende aanbiedingen worden gedaan , wordt door het interventiebureau :

a ) met instemming van de betrokken inschrijvers de partij verdeeld ,

of

b ) door loting tot toewijzing van de partij overgegaan .

3 . De uit de verkoop bij inschrijving voortvloeiende rechten en verplichtingen zijn niet overdraagbaar .

Artikel 17

1 . Elke inschrijver aan wie een partij wordt gegund , wordt daarvan onmiddellijk in kennis gesteld door het betrokken interventiebureau .

2 . Binnen acht dagen na ontvangst van het bericht van gunning betaalt de koper aan het betrokken interventiebureau het bedrag dat overeenkomt met zijn aanbieding respectievelijk met het deel daarvan dat in aanmerking is genomen .

Artikel 18

1 . Wanneer de boter , waarop de inschrijving betrekking heeft , bestemd is voor directe consumptie in de Gemeenschap , zonder vermenging met andere boter of voorafgaande verwerking ,

a ) mag hij uitsluitend worden gebruikt voor dat doel ,

b ) wordt hij in de handel gebracht in pakjes met een maximumgewicht van 500 gram in een verpakking die één of meer van de volgende opschriften duidelijk leesbaar vermeldt :

" Boter afkomstig uit interventievoorraden " .

2 . Wanneer het bewijs is geleverd dat de boter is verpakt overeenkomstig de voorschriften van lid 1 , onder b ) , geeft de Lid-Staat , waar de verpakking heeft plaatsgevonden , een certificaat af dat deze verpakking bevestigt .

3 . In het bij lid 1 bedoelde geval stelt de inschrijver een verpakkingswaarborg waarvoor het bedrag per inschrijving wordt vastgesteld . Deze waarborg wordt gesteld onder de bij artikel 14 , lid 2 , gestelde voorwaarden en binnen de bij artikel 17 , lid 2 , bedoelde termijn .

Artikel 19

1 . Wanneer de boter , waarop de inschrijving betrekking heeft , bestemd is voor verwerking , bepalen de inschrijvingsvoorwaarden dat

a ) de boter dient te worden verwerkt op het gebied van de Gemeenschap binnen de termijn bedoeld onder b ) tot andere produkten dan die behorende tot de posten 04.01 , 04.02 , 04.03 of 04.04 van het gemeenschappelijk douanetarief , met uitzondering van de smeltkaassoorten ;

b ) de verwerking bedoeld onder a ) dient te geschieden binnen een termijn van 3 maanden , te rekenen vanaf de ontvangst van het bericht van gunning bedoeld in artikel 17 , lid 1 .

2 . In het geval waarin de verwerking plaats heeft in een andere Lid-Staat _ hierna genoemd verwerkende Lid-Staat _ dan de verkopende Lid-Staat , zijn de volgende regels van toepassing :

a ) Door de exporteur wordt in vak A van het certificaat inzake goederenverkeer van het model DD 4 één van de volgende vermeldingen aangebracht :

" bestemd voor verwerking volgens Verordening ( EEG ) nr . 685/69 " .

b ) De verwerkende Lid-Staat onderwerpt de boter , die vergezeld gaat van een op deze wijze aangevuld certificaat inzake goederenverkeer van het model DD 4 , tot zij verwerkt wordt , aan een douanecontrole of een administratieve controle die gelijkwaardige garanties biedt .

c ) De verwerkende Lid-Staat geeft na de verwerking van de betrokken boter een certificaat af , waarop de hoeveelheden zijn vermeld die overeenkomstig lid 1 zijn verwerkt .

3 . In het geval bedoeld in lid 1 , stort de inschrijver een verwerkingswaarborg , waarvan het bedrag van geval tot geval bepaald wordt . Deze waarborg wordt gestort op de in artikel 14 , lid 2 , bepaalde voorwaarden en binnen de in artikel 17 , lid 2 , bepaalde termijn .

Artikel 20

1 . Wanneer binnen de voorgeschreven termijn het met de aanbieding overeenkomende bedrag wordt betaald en eventueel de verpakkings - of de verwerkingswaarborg wordt gesteld , geeft het betrokken interventiebureau een afhaalbewijs af waarop worden vermeld :

a ) het nummer van de gegunde partij ,

b ) het koelhuis waar deze is opgeslagen , en

c ) de uiterste datum waarop de boter moet worden afgehaald .

2 . De koper haalt de boter af binnen 12 dagen na ontvangst van het in artikel 17 , lid 1 , bedoelde bericht .

Behalve in geval van overmacht neemt de inschrijver , als hij deze termijn veronachtzaamt , de opslagkosten , veroorzaakt door de vertraging en bepaald door het interventiebureau , voor zijn rekening . Deze bepaling verhindert niet de vernietiging van de verkoopovereenkomst door het interventiebureau .

Artikel 21

1 . Behoudens overmacht wordt de inschrijvingswaarborg slechts vrijgegeven voor de hoeveelheid waarvoor de inschrijver

a ) zijn aanbieding niet v}}r het besluit tot toewijzing heeft ingetrokken

en

b ) binnen de voorgeschreven termijn het bedrag overeenkomende met het aanbod heeft gestort en eventueel de verpakkings - of verwerkingswaarborg

of

c ) geen gevolg heeft gegeven aan het aanbod .

2 . Behoudens overmacht wordt de verpakkingswaarborg slechts vrijgegeven voor de hoeveelheid waarvoor een certificaat is afgegeven bedoeld in artikel 18 , lid 2 .

3 . Behoudens overmacht wordt de verwerkingswaarborg slechts vrijgegeven voor de hoeveelheid waarvoor het bewijs is geleverd dat de verwerking heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 19 , lid 1 . Ingeval de verwerking plaatsvindt in een andere Lid-Staat dan de verkopende Lid-Staat , wordt het bewijs geleverd door overlegging van het in artikel 19 , lid 2 , onder c ) , bedoelde certificaat .

4 . De waarborg wordt onmiddellijk vrijgegeven .

Artikel 22

In geval van overmacht stelt het interventiebureau de maatregelen vast die het in verband met de ingeroepen omstandigheid noodzakelijk acht .

TITEL III

Steun aan de particuliere opslag van boter of room

Artikel 23

1 . De in artikel 9 , lid 1 , sub e ) , van Verordening ( EEG ) nr . 985/68 bedoelde minimumhoeveelheid boter of room wordt vastgesteld op 1.000 kg per partij .

2 . De in artikel 9 , lid 1 , sub f ) , van Verordening ( EEG ) nr . 985/68 bedoelde eisen inzake de controle van de onder contract opgeslagen partijen worden in de leveringsvoorwaarden opgenomen .

3 . Tot de krachtens artikel 27 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 vastgestelde bepalingen van toepassing worden , wordt in de leveringsvoorwaarden bepaald dat in het opschrift op de verpakking van boter ten minste de volgende gegevens , eventueel in code , dienen te zijn vermeld :

a ) het nummer van de fabriek ,

b ) de datum van produktie ,

c ) de datum van opslag ,

d ) het nummer van de partij en van de verpakkingseenheid ,

e ) de soort boter ( zoete of zure room ) .

Artikel 24

De in artikel 6 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 bedoelde steun aan de particuliere opslag wordt per ton boter of boterequivalent als volgt vastgesteld :

a ) 8 rekeneenheden voor de vaste kosten ,

b ) 0,525 rekeneenheid per opslagdag voor de kosten die verband houden met de duur van de opslag . Het aantal dagen wordt berekend vanaf de dag volgende op de dag van opslag tot en met de dag van uitslag . Het maximumbedrag evenwel wordt vastgesteld op 94,5 rekeneenheden per ton .

c ) 55 rekeneenheden voor het kwaliteitsverlies .

Artikel 25

In het geval waarin in de loop van de eerste 2 maanden van de opslag , de kwaliteitsvermindering van de boter groter blijkt te zijn dan die welke normaal het gevolg is van opslag , kunnen degenen die opgeslagen hebben , gemachtigd worden om op hun kosten de ondeugdelijke hoeveelheden te vervangen door eenzelfde hoeveelheid boter bedoeld in artikel 8 , lid 4 , van Verordening ( EEG ) nr . 985/68 .

Artikel 26

1 . Steun aan de particuliere opslag kan slechts worden toegekend als de duur van de opslag ten minste 4 maanden bedraagt .

2 . Om evenwel in het geval van artikel 25

a ) de elementen van de steun bedoeld in artikel 24 , onder a ) en b ) , vast te stellen , wordt de duur van de opslag berekend vanaf de datum van opslag van de vervangende boter ,

b ) het element van de steun bedoeld in artikel 24 , onder c ) , vast te stellen , wordt de duur van de opslag berekend vanaf de datum van opslag van de vervangende boter .

Artikel 27

Steun aan de opslag van room kan slechts worden verleend voor rechtstreeks uit melk vervaardigde gepasteuriseerde room . Voor de berekening van het steunbedrag worden de hoeveelheden room in " boterequivalenten " omgerekend door de in de room aanwezige hoeveelheid vet met 1,25 te vermenigvuldigen .

Artikel 28

1 . De opslagperiode begint op 1 april en eindigt op 30 september van het zelfde jaar . De uitslagperiode begint op 1 november en eindigt op 31 maart van het volgende jaar .

2 . Evenwel :

a ) voor het jaar 1969 begint de periode van opslag op 15 april 1969 ;

b ) de periode van uitslag , die begonnen is op 7 oktober 1968 eindigt op 31 mei 1969 .

Artikel 29

In het geval dat een vermindering van de aankoopprijs van boter door de interventiebureaus zich voordoet tussen 15 april 1969 en 31 maart 1970 wordt de bij artikel 24 bedoelde steun , vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan deze vermindering voor die hoeveelheden boter waarvoor een contract werd gesloten en werden opgeslagen v}}r de datum van het van toepassing worden van de wijziging van de aankoopprijs .

Artikel 30

De Verordeningen ( EEG ) nrs . 1101/68 , 217/69 en 317/69 worden ingetrokken .

Artikel 31

Deze verordening treedt in werking op 15 april 1969 . Artikel 7 , lid 3 , is van toepassing tot en met 28 juli 1969 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Brussel , 14 april 1969 .

Voor de Commissie

De Voorzitter

Jean REY