31969L0349

Richtlijn 69/349/EEG van de Raad van 6 oktober 1969 houdende wijziging van de Richtlijn van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees

Publicatieblad Nr. L 256 van 11/10/1969 blz. 0005 - 0014
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1969(II) blz. 0424
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1969(II) blz. 0431
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 04 blz. 0225


RICHTLIJN VAN DE RAAD van 6 oktober 1969 houdende wijziging van de richtlijn van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (69/349/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43 en 100.

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europese Parlement (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Overwegende dat de richtlijn van de Raad van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (2) een eerste maal werd gewijzigd bij de richtlijn van 25 oktober 1966 (3);

Overwegende dat voornoemde richtlijn alleen communautaire bepalingen bevat die van toepassing zijn op het handelsverkeer in hele geslachte dieren of grote delen daarvan ; dat het noodzakelijk is, ook voor uitgesneden stukken een gemeenschappelijke regeling te treffen ; dat namelijk de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke marktordeningen in de sectoren varkensvlees en rundvlees niet het verwachte resultaat zal opleveren, zolang het intracommunautaire handelsverkeer geremd wordt door de tussen de gezondheidsvoorschriften van de Lid-Staten met betrekking tot uitgesneden vlees bestaande verschillen ; dat het noodzakelijk is deze voorschriften onderling aan te passen, ten einde deze verschillen uit de weg te ruimen;

Overwegende dat deze aanpassing kan geschieden door de werkingssfeer van voornoemde richtlijn van 26 juni 1964 uit te breiden tot bepaalde delen uitgesneden vers vlees ; dat vooral de hygiënische voorschriften in de uitsnijderijen, de regels betreffende opslag en vervoer van uitgesneden vlees alsmede de voorwaarden voor de afgifte van een gezondheidscertificaat dat moet waarborgen dat het intracommunautaire handelsverkeer in vlees aan de Gemeenschapsvoorschriften voldoet, uniform gemaakt moet worden;

Overwegende dat voorts, zoals reeds voor ander vers vlees het geval is, aan de Lid-Staten de erkenning van de uitsnijderijen alsmede het toezicht op de inachtneming van de aan deze erkenning verbonden voorwaarden moeten worden overgelaten ; dat evenzo de Lid-Staten moeten kunnen verbieden dat naar hun grondgebied vlees wordt overgebracht dat ongeschikt blijkt te zijn voor menselijke consumptie of dat niet aan de gezondheidsvoorschriften van de Gemeenschap voldoet;

Overwegende dat, ingeval de Lid-Staat van bestemming de invoer verbiedt of beperkt, aan de verzenders van uitgesneden vlees dezelfde waarborgen dienen te worden geboden als die waarin bij de richtlijn van 26 juni 1964 voor verzenders van ander vers vlees is voorzien;

Overwegende dat het voorts bij de tenuitvoerlegging van de uit de richtlijn van 26 juni 1964 voortvloeiende regeling noodzakelijk is gebleken sommige bepalingen van genoemde richtlijn op grond van de opgedane ervaring te wijzigen; (1)PB nr. C 55 van 5.6.1968, blz. 28. (2)PB nr. 121 van 29.7.1964, blz. 2012/64. (3)PB nr. 192 van 27.10.1966, blz. 3302/66.

Overwegende in het bijzonder dat op grond van die richtlijn elke Lid-Staat het recht heeft de overbrenging naar zijn grondgebied te verbieden van vers vlees uit een Lid-Staat waar een epidemische veeziekte is opgetreden ; dat, naar gelang van de aard en de kenmerken van deze epidemische veeziekte, het bedoelde verbod ofwel moet worden beperkt tot vlees dat afkomstig is uit een deel van het grondgebied van het land van verzending, ofwel kan worden uitgebreid tot het gehele grondgebied van dat land ; dat, ingeval zich op het grondgebied van een Lid-Staat een besmettelijke ziekte voordoet, spoedig passende maatregelen ter bestrijding van deze ziekte moeten worden genomen ; dat de aan deze ziekten verbonden gevaren en de in verband daarmee noodzakelijke bestrijdingsmaatregelen in de gehele Gemeenschap opdezelfde wijze dienen te worden beoordeeld ; dat daartoe in het kader van het bij besluit van de Raad van 15 oktober 1968 (1) opgerichte Permanent Veterinair Comité een communautaire spoedprocedure dient te worden ingesteld, volgens welke de nodige maatregelen moeten worden genomen;

Overwegende dat het tevens wenselijk is dat de Lid-Staten en de Commissie in het Permanent Veterinair Comité in gemeenschappelijk overleg eventuele geschillen tussen de Lid-Staten over de juistheid van de erkenning van een slachthuis of een uitsnijderij bijleggen,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De richtlijn van de Raad van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees, gewijzigd bij de richtlijn van 25 oktober 1966, wordt gewijzigd zoals aangegeven in de volgende artikelen.

Artikel 2

1. Artikel 3, lid 1, wordt vervangen door de volgende tekst:

"Iedere Lid-Staat draagt er zorg voor dat uit zijn gebied naar het gebied van een andere Lid-Staat slechts vers vlees wordt verzonden dat, onverminderd het bepaalde in artikel 8, voldoet aan de volgende voorwaarden: A. Wanneer hele geslachte dieren, helften en vierendelen worden verzonden, moeten deze a) afkomstig zijn van dieren die in een overeenkomstig artikel 4, lid 1, erkend en onder toezicht staand slachthuis zijn geslacht;

b) afkomstig zijn van een slachtdier dat, overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IV van bijlage I, vóór het slachten door een officiële dierenarts is gekeurd en op grond van deze keuring geschikt is bevonden om te worden geslacht voor het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees;

c) overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk V van bijlage I op voldoende hygiënische wijze zijn behandeld;

d) overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI van bijlage I na het slachten door een officiële dierenarts zijn gekeurd en geen enkele afwijking hebben vertoond, met uitzondering van verwondingen die kort voor het slachten zijn opgelopen, van plaatselijk begrensde misvormingen of afwijkingen, voor zoverre zo nodig door passend laboratoriumonderzoek wordt vastgesteld dat deze het geslachte dier en de daarbij behorende slachtafvallen niet ongeschikt maken voor menselijke consumptie of gevaarlijk voor de menselijke gezondheid;

e) overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IX van bijlage I voorzien zijn van een keurmerk;

f) overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XI van bijlage I gedurende het vervoer naar het land van bestemming vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat;

g) overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XII van bijlage I na de keuring na het slachten up voldoende hygiënische wijze zijn opgeslagen in overeenkomstig artikel 4, lid 1, erkende en onder toezicht staande slachthuizen of uitsnijderijen of in de zin van artikel 4, lid 4, erkende en onder toezicht staande koelhuizen;

h) overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XIII van bijlage I op voldoende hygiënische wijze naar het land van bestemming worden vervoerd.

B. Wanneer kleinere delen dan vierendelen of uitgebeend vlees worden verzonden, moeten deze a) zijn uitgesneden in een overeenkomstig artikel 4, lid 1, erkende en onder toezicht staande uitsnijderij;

b) zijn uitgesneden en behandeld onder naleving van de voorschriften van hoofdstuk VII van bijlage I, en afkomstig zijn van (1)PB nr. L 255 van 18.10.1968, blz. 23. - hetzij vers vlees van in de Lid-Staat geslachte dieren, dat voldoet aan de eisen, vermeld in punt A met uitzondering van die, bedoeld sub f) en h) ; het vervoer dient te hebben plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XIII van bijlage I,

- hetzij vers vlees dat is aangevoerd uit een andere Lid-Staat en dat voldoet aan de eisen, vermeld in punt A,

- hetzij vers vlees dat uit derde landen is ingevoerd overeenkomstig de communautaire bepalingen betreffende de invoer van vers vlees uit derde landen;

c) zijn opgeslagen overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XII van bijlage I;

d) overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VIII van bijlage I door een officiële dierenarts zijn gecontroleerd;

e) wat hun verpakking betreft voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk X van bijlage I;

f) voldoen aan de eisen, vermeld in punt A, sub c), e), f) en h)."

2. Na artikel 3, lid 1, wordt een nieuw lid ingevoegd dat als volgt luidt:

"2. Indien de Lid-Staat waarvoor het vlees is bestemd zulks goedkeurt, zijn de in lid 1, sub A en B, vermelde voorwaarden evenwel niet bindend voor vlees dat is bestemd voor ander gebruik dan menselijke consumptie ; in dat geval ziet de Lid-Staat waarvoor het vlees is bestemd, erop toe dat het vlees niet kan worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarvoor het naar die Lid-Staat is overgebracht."

3. Lid 2 van artikel 3 wordt lid 3 en de eerste alinea daarvan wordt vervangen door de volgende tekst:

"Bij de in lid 1, punt A, sub d), bedoelde keuring na het slachten en de in lid 1, punt B, sub d), bedoelde controle kan de officiële dierenarts voor zuiver materiële werkzaamheden worden bijgestaan door speciaal hiertoe opgeleide assistenten."

4. Lid 3 van artikel 3 wordt lid 4.

Artikel 3

1. Artikel 4, lid 1, wordt vervangen door de volgende tekst:

"De bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het slachthuis of de uitsnijderij zich bevindt, draagt er zorg voor dat de erkenning, bedoeld in artikel 3, lid 1, punt A, sub a), en punt B, sub a), slechts wordt verleend, indien is voldaan aan het bepaalde in de hoofdstukken I of II van bijlage I en indien dit slachthuis of deze uitsnijderij aan de overige voorwaarden van deze bijlage, voor zover van toepassing, kan voldoen. Zij draagt ook zorg voor controle op de naleving van deze bepalingen door een officiële dierenarts en voor intrekking van de erkenning, indien een of meer van deze bepalingen niet meer worden nageleefd."

2. In artikel 4, lid 3: a) wordt de tweede zin van de tweede alinea vervangen door de volgende tekst:

"Gelet op dit advies kunnen de Lid-Staten volgens de procedure van artikel 9 bis worden gemachtigd om de overbrenging naar hun grondgebied van vers vlees dat uit het betrokken slachthuis of de betrokken uitsnijderij afkomstig is, voorlopig te verbieden."

b) wordt de derde alinea vervangen door de volgende tekst:

"De hierboven bedoelde machtiging kan op grond van een nieuw advies dat door een of meer veterinaire deskundigen is uitgebracht overeenkomstig de procedure van artikel 9 bis worden ingetrokken."

Artikel 4

Artikel 5, lid 2, wordt als volgt aangevuld:

"In ieder geval moeten veiligheidsmaatregelen worden genomen ter voorkoming van wederrechtelijk gebruik van dit vlees".

Artikel 5

Artikel 6, lid 1, wordt als volgt gewijzigd: a) in de eerste zin worden de woorden "in artikel 3, lid 3", vervangen door "in artikel 3, lid 4, en in artikel 9".

b) punt A wordt vervangen door de volgende tekst:

"A. een verbod of beperking inhouden voor de overbrenging naar het grondgebied van deze staten van het hierna genoemde vlees: a) vers vlees, in stukken waarvan het gewicht minder dan 3 kilogram bedraagt, met name gehakt of op overeenkomstige wijze kleingemaakt vlees, met uitzondering van gehele ossehazen en niet uitgebeende gehele schouders van varkens;

b) uitgesneden vers vlees, voorverpakt in ondeelbare handelscenheden die bestemd zijn voor rechtstreekse verkoop aan de verbruikers;

c) van het geslachte dier gescheiden slachtafvallen, met uitzondering van ossestaarten;

d) vers vlees van eenhoevige dieren.

De verzending van vorengenoemd vers vlees mag slechts geschieden overeenkomstig het bepaalde in artikel 3."

c) punt C wordt vervangen door de volgende tekst:

"betrekking hebben op de behandeling van slachtdieren met stoffen die de consumptie van vers vlees gevaarlijk of schadelijk voor de gezondheid van de mens kunnen maken, alsmede op de gevallen waarin slachtdieren stoffen binnen krijgen zoals antibiotica, oestrogene en thyreostatische stoffen, vermalsers ("tenderisers"), onkruiden andere bestrijdingsmiddelen, arseen- of antimoonhoudende stoffen;"

Artikel 6

1. In artikel 8 wordt na lid 2 het volgende lid 2 bis ingelast:

"2 bis. Iedere Lid-Staat moet onverwijld aan de overige Lid-Staten en aan de Commissie mededeling doen van het optreden op zijn grondgehied van elke in lid 2 bedoelde ziekte en van de door hem genomen bestrijdingsmaatregelen. Ook moet hij hun onverwijld op de hoogte stellen van de verdwijning van de ziekte."

2. Artikel 8, lid 3, wordt vervangen door de volgende tekst:

"3. De door de Lid-Staten uit hoofde van het bepaalde in lid 2 genomen maatregelen en de intrekking daarvan moeten onverwijld ter kennis van de overige Lid-Staten en van de Commissie worden gebracht met vermelding van de gronden waarop de bedoelde maatregelen berusten.

Volgens de procedure van artikel 9 bis kan worden besloten dat deze maatregelen dienen te worden gewijzigd, inzonderheid met het oog op de coördinatie ervan met de door de andere Lid-Staten getroffen maatregelen, of te worden ingetrokken."

3. Artikel 8, lid 4, wordt vervangen door de volgende tekst:

"4. Indien de in lid 2 bedoelde toestand zich voordoet en indien het noodzakelijk blijkt dat ook andere Lid-Staten de uit hoofde van genoemd lid getroffen en eventueel overeenkomstig lid 3 gewijzigde maatregelen toepassen, wordt tot de betreffende maatregelen besloten volgens de procedure van artikel 9 bis."

Artikel 7

Na artikel 9 worden de volgende artikelen ingelast:

"Artikel 9 bis 1. In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure, leidt de Voorzitter van het bij besluit van de Raad van 15 oktober 1968 ingestelde Permanent Veterinair Comité, hierna het "Comité" genoemd, deze procedure, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een Lid-Staat, onverwijld in bij het Comité.

2. In het Comité worden de stemmen van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148, lid 2, van het Verdrag. De Voorzitter neemt geen deel aan de stemming.

3. De Vertegenwoordiger van de Commissie dient een ontwerp in van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt over deze maatregelen advies uit binnen een termijn van twee dagen. Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van twaalf stemmen.

4. De Commissie stelt de maatregelen vast en legt deze onmiddellijk ten uitvoer, wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité. Wanneer zij hiermee niet in overeenstemming zijn of wanneer het Comité geen advies heeft uitgebracht, legt de Commissie onverwijld een voorstel voor aan de Raad betreffende de te nemen maatregelen. De Raad stelt de maatregelen vast met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien de Raad binnen vijftien dagen na indiening van het voorstel geen maatregelen heeft vastgesteld, stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen vast en legt zij deze onmiddellijk ten uitvoer, behalve wanneer de Raad zich met volstrekte meerderheid van stemmen heeft uitgesproken tegen genoemde maatregelen."

"Artikel 9 ter

Artikel 9 bis is van toepassing gedurende een periode van achttien maanden met ingang van de datum waarop de procedure, hetzij uit hoofde van artikel 9 bis, lid 1, hetzij op basis van enige andere soortgelijke regeling, voor de eerste maal bij het Comité is ingeleid."

Artikel 8

In bijlage I, hoofdstuk I, nummer 1, a) wordt alinea b) als volgt aangevuld:

"Deze afzonderlijke afdeling is evenwel niet absoluut noodzakelijk indien de varkens en de andere dieren niet terzelfder tijd worden geslacht ; in dat geval moet het broeien, ontharen, afschrappen en afschroeien evenwel geschieden in afzonderlijke afdelingen die duidelijk gescheiden zijn van de slachtband, hetzij door een vrije ruimte van ten minste 5 m, hetzij door een afscheiding van ten minste 3 m hoogte";

b) wordt alinea p) vervangen door de volgende tekst:

"een inrichting die uitsluitend drinkwater levert, onder druk en in voldoende hoeveelheden ; bij wijze van uitzondering kan evenwel worden toegestaan dat water dat geen drinkwater is wordt gebruikt voor het produceren van stoom, mits de daartoe aangebrachte leidingen het niet mogelijk maken dat dit water voor andere doeleinden wordt gebruikt ; bij wijze van uitzondering kan voorts het gebruik van water dat geen drinkwater is voor het koelen van de koelmachines worden toegestaan.

De leidingen voor niet-drinkbaar water moeten rood worden geschilderd en mogen niet door de ruimten lopen waarin zich vlees bevindt;"

c) wordt alinea q) vervangen door de volgende tekst:

"een installatie die in voldoende hoeveelheden warm drinkwater levert;"

d) wordt alinea s) als volgt aangevuld:

"... deze voorzieningen dienen zich zo dicht mogelijk te bevinden bij de plaatsen waar de arbeid wordt verricht ; de kranen mogen niet met de hand kunnen worden bediend ; deze installaties moeten voorzien zijn van koud en warm stromend water, was- en ontsmettingsmiddelen, alsmede van handdoeken die slechts eenmaal mogen worden gebruikt ; het water voor de reiniging van het gereedschap dient een temperatuur van ten minste 82º C te hebben;"

e) wordt alinea v) vervangen door de volgende tekst:

"geschikte voorzieningen ter bescherming tegen ongewenste dieren, zoals insekten, knaagdieren, enz.;"

Artikel 9

Hoofdstuk II van bijlage I wordt vervangen door de volgende bepalingen:

"HOOFDSTUK II

Eisen voor de erkenning van uitsnijderijen

2. Uitsnijderijen moeten voorzien zijn van: a) een koelruimte van voldoende afmetingen voor de bewaring van het vlees;

b) een ruimte voor het uitsnijden en uitbenen, alsmede voor de in nummer 46 omschreven opmaak;

c) een ruimte voor het verpakken, als omschreven in nummer 45, en voor de verzending van het vlees;

d) een voldoende ingericht en afsluitbaar lokaal dat uitsluitend ter beschikking van de veterinaire dienst staat;

e) een lokaal dat is voorzien van voldoende uitrusting om een onderzoek op trichinen te kunnen uitvoeren, voor zover een dergelijk onderzoek in het bedrijf wordt verricht;

f) kleedlokalen, was- en douchegelegenheden en toiletten met waterspoeling die geen rechtstreekse toegang tot de werkruimten mogen geven ; de wasgelegenheid moet voorzien zijn van koud en warm stromend water, was- en ontsmettingsmiddelen voor de handen, alsmede van handdoeken die slechts eenmaal mogen worden gebruikt ; in de nabijheid van de toiletten moeten wasgelegenheden zijn geplaatst;

g) speciale, waterdichte bakken die niet kunnen worden aangetast, voorzien van een deksel en een sluitsysteem die verhinderen dat onbevoegden er iets uit kunnen nemen, voor het bergen van uitgesneden vlees of vleesafvallen die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie, of een afsluitbaar lokaal om dit vlees of deze afvallen te bergen, indien daarvan een zo grote hoeveelheid bestaat dat een dergelijk lokaal noodzakelijk is of indien zij niet aan het einde van iedere werkdag worden opgehaald of vernietigd;

h) in de onder a) en b) bedoelde ruimten: - enigszins aflopende vloeren uit waterdicht, gemakkelijk schoon te houden en te ontsmetten materiaal, dat niet vatbaar is voor rotting, voorzien van een waterafvoersysteem naar met een rooster afgedekte en van stankafsluiting voorziene kolken,

- gladde wanden die tot een hoogte van ten minste twee meter van een lichte, afwasbare bekleding zijn voorzien of met lichte, afwasbare verf zijn bestreken en waarvan de overgang van vloer naar wanden en de overgang van de wanden onderling rond moeten zijn afgewerkt;

i) een koelinstallatie die het in de onder a) en b) bedoelde ruimten mogelijk maakt het vlees constant op een inwendige temperatuur van niet meer dan + 7º C te houden;

j) een zelfregistrerende thermometer of telethermometer in de uitsnijruimte;

k) voorzieningen die het mogelijk maken de in deze richtlijn voorgeschreven keuring en controle te allen tijde op doelmatige wijze uit te voeren;

l) voorzieningen die zorgen voor voldoende luchtverversing in de ruimten waar het vlees wordt bewerkt;

m) verlichting door daglicht of door kunstlicht waardoor de kleuren niet worden veranderd, in de ruimten waar het vlees wordt bewerkt;

n) een inrichting voor de voorziening van uitsluitend drinkwater onder druk en in voldoende hoeveelheden ; hij wijze van uitzondering kan evenwel worden toegestaan dat water dat geen drinkwater is wordt gebruikt voor het produceren van stoom, mits de daartoe aangebrachte leidingen het niet mogelijk maken dat dit water voor andere doeleinden wordt gebruikt. Bij wijze van uitzondering kan voorts het gebruik van water dat geen drinkwater is voor het koelen van de koelmachines worden toegestaan. De leidingen voor water dat geen drinkwater is moeten rood worden geschilderd en mogen niet door de werk- of opslagruimten lopen;

o) een installatie die in voldoende hoeveelheden warm drinkwater levert;

p) een voorziening voor de afvoer van afvalwater, die voldoet aan hygiënische eisen;

q) in de ruimten waar het vlees wordt bewerkt voldoende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van de handen, gereedschap en werktuigen, die zich zo dicht mogelijk dienen te bevinden bij de plaatsen waar de arbeid wordt verricht. De kranen mogen niet met de hand kunnen worden bediend. Deze installaties moeten voorzien zijn van koud en warm stromend water, was- en ontsmettingsmiddelen, alsmede van handdoeken die slechts eenmaal mogen worden gebruikt ; het water voor de reiniging van het gereedschap dient een temperatuur van ten minste 82º C te hebben;

r) voorzieningen die aan hygiënische eisen voldoen, voor - het vervoer van vlees,

- het neerzetten van de bakken die voor het vlees worden gebruikt,

van zodanige aard dat het vlees en de bakken niet rechtstreeks met de vloer in aanraking kunnen komen;

s) geschikte voorzieningen ter bescherming tegen ongewenste dieren, zoals insekten, knaagdieren, enz.;

t) werktuigen en gereedschap, zoals bijvoorbeeld tafels voor het uitsnijden, verstelbare uitsnijbladen, bakken, transportbanden en zagen, uit tegen corrosie bestand materiaal, die het vlees niet kunnen aantasten en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn."

Artikel 10

In bijlage I, hoofdstuk III, a) wordt tussen de eerste en de tweede zin van nummer 3, sub a), de volgende tekst ingevoegd:

"Het bij het slachten der dieren en bij het bewerken of de verdere behandeling van het vlees betrokken personeel moet tijdens de werkdag verscheidene malen en telkens vóór de hervatting der werkzaamheden zijn handen wassen en ontsmetten."

b) Nummer 5 wordt vervangen door de volgende tekst:

"Het vlees en de bakken waarin het zich bevindt, mogen niet rechtstreeks met de vloer in aanraking komen."

c) achter nummer 6 worden de volgende nummers toegevoegd: " 7. Drinkwater is voor alle soorten van gebruik verplicht ; bij wijze van uitzondering kan evenwel worden toegestaan dat water dat geen drinkwater is, wordt gebruikt voor het produceren van stoom, mits de daartoe aangebrachte leidingen het niet mogelijk maken dat dit water voor andere doeleinden wordt gebruikt. Bij wijze van uitzondering kan voorts het gebruik van water dat geen drinkwater is voor het koelen van de koelmachines worden toegestaan. De leidingen voor water dat geen drinkwater is, moeten rood worden geschilderd en mogen niet door de ruimten lopen waarin zich vlees bevindt.

8. Het is verboden, zaagsel of enig ander soortgelijk middel te strooien over de bodem van de in nummer 1, sub b), c), d), e) en g), en nummer 2, sub a), b) en c), bedoelde ruimten.

9. Het vlees moet naar gelang van de behoeften in de in nummer 2, sub b), bedoelde ruimten worden gebracht en het moet daar zo kort mogelijk verblijven.

10. Tijdens het uitsnijden, het uitbenen en het in de nummers 45 en 46 bedoelde verpakken, en onverminderd het bepaalde in de tweede alinea van nummer 34, moet het vlees constant op een inwendige temperatuur van niet meer dan + 7º C worden gehouden.

11. Het uitsnijden moet zodanig plaatsvinden dat iedere verontreiniging van het vlees wordt voorkomen.

Beensplinters en bloedklonters moeten worden verwijderd. Uitgesneden vlees dat niet bestemd is voor menselijke consumptie moet onmiddellijk worden verzameld in de in nummer 2, sub g), bedoelde bakken.

"

d) Nummer 7 wordt nummer 12.

Alinea c) hiervan wordt vervangen door de volgende tekst:

"een verband aan de handen dragen, met uitzondering van een waterdicht verband ter bescherming van een niet-zwerende vingerwond."

e) Nummer 8 wordt nummer 13.

Artikel 11

In hoofdstuk IV worden de nummers 9 tot en met 12 vervangen door de nummers 14 tot en met 17.

Artikel 12

In hoofdstuk V

a) worden de nummers 13 tot en met 16 vervangen door de nummers 18 tot en met 21;

b) nummer 17 wordt vervangen door nummer 22 en als volgt aangevuld:

"Wanneer zulks door een godsdienstige ritus wordt voorgeschreven, kan evenwel het opblazen van een orgaan worden toegestaan ; het opgeblazen orgaan moet echter worden afgekeurd voor menselijke consumptie.";

c) de nummers 18 tot en met 21 worden vervangen door de nummers 23 tot en met 26;

d) de tekst van nummer 22 wordt geschrapt.

Artikel 13

In hoofdstuk VI worden de nummers 23 tot en met 26 vervangen door de nummers 27 tot en met 30.

Artikel 14

Na hoofdstuk VI van bijlage I worden de volgende nieuwe hoofdstukken VII en VIII ingelast:

"HOOFDSTUK VII

Voorschriften betreffende het voor uitsnijden bestemde vlees 31. Verder uitsnijden van het geslachte dier dan in helften of vierendelen en uitbenen zijn slechts toegestaan in uitsnijderijen.

32. De ondernemer van het bedrijf of zijn vertegenwoordiger is verplicht de werkzaamheden in verband met de controle op de onderneming te vergemakkelijken, inzonderheid alle nuttig geachte handelingen te verrichten en de controledienst de nodige uitrusting ter beschikking te stellen ; hij moet telkens wanneer dit gevraagd wordt de met de controle belaste officiële dierenarts gegevens kunnen verschaffen over de herkomst van het in zijn bedrijf binnengekomen vlees.

33. Vlees dat niet aan de eisen van artikel 3, lid 1, punt B, sub b), voldoet mag zich alleen dan in erkende uitsnijderijen bevinden, wanneer het in speciale ruimten is opgeslagen ; het moet op andere plaatsen of op andere tijdstippen worden uitgesneden dan vlees dat aan bovengenoemde voorwaarden voldoet. De officiële dierenarts moet te allen tijde vrije toegang hebben tot de koelruimten en tot alle werkruimten, ten einde te waarborgen dat bovengenoemde bepalingen stipt worden nageleefd.

34. Voor uitsnijden bestemd vers vlees moet onmiddellijk nadat het in de uitsnijderij is binnengebracht en tot het ogenblik waarop het wordt gebruikt, worden opgeslagen in de in nummer 2, sub a), bedoelde ruimte ; de temperatuur aldaar moet zodanig zijn dat de inwendige temperatuur van de geslachte dieren en delen daarvan constant niet meer dan + 7º C bedraagt.

In afwijking van nummer 49 mag het vlees echter rechtstreeks worden vervoerd van de slachtruimte naar de uitsnijruimte. In dit geval moeten de slachtruimte en de uitsnijruimte in hetzelfde gebouwencomplex gelegen zijn en voldoende dicht bij elkaar liggen, want het uit te snijden vlees moet zonder overlading van de ene ruimte naar de andere worden gebracht via een verlenging van het luchtspoor van het slachtlokaal, en het uitsnijden moet onmiddellijk geschieden. Zodra het uitsnijden en de voorgeschreven verpakking hebben plaatsgehad, moet het vlees worden vervoerd naar de in nummer 2, sub a) bedoelde koelruimte.

Tijdens het uitsnijden mag de temperatuur in de uitsnijruimte niet hoger zijn dan + 10º C.

35. Behalve wanneer het vlees warm wordt uitgesneden, mag het uitsnijden slechts plaatsvinden indien het vlees een inwendige temperatuur van niet meer dan + 7º C heeft bereikt. Tijdens het uitsnijden dient de pH-waarde van het vlees tussen 5,6 en 6,1 te liggen ; het onderzoek daarnaar dient op de brede rugspier, ter hoogte van de dertiende rib te worden verricht.

36. Reinigen van vlees met behulp van doeken alsmede opblazen van vlees zijn verboden. Wanneer zulks door een godsdienstige ritus wordt voorgeschreven, kan evenwel het opblazen van een orgaan worden toegestaan, maar het opgeblazen orgaan moet worden afgekeurd voor menselijke consumptie.

HOOFDSTUK VIII

Keuring van uitgesneden vlees 37. De uitsnijderijen zijn onderworpen aan een controle door een officiële dierenarts. Deze moet vóór het uitsnijden van het vlees dat voor het intracommunautaire handelsverkeer is bestemd, tijdig worden gewaarschuwd.

38. De controle van de officiële dierenarts omvat de volgende taken: - controleren van het register van het binnengekomen verse vlees en het uitgegane uitgesneden vlees;

- keuring van het in het bedrijf aanwezige verse vlees dat voor het intracommunautaire handelsverkeer is bestemd;

- keuring van vers vlees dat voor het intracommunautaire handelsverkeer is bestemd, vóór het uitsnijden en bij het naar buiten brengen uit het bedrijf;

- invulling en afgifte van de in nummer 45, sub c), en in nummer 48 genoemde documenten ten bewijze dat het uitgesneden vlees gecontroleerd is;

- controleren van de reinheid van de ruimten, installaties en werktuigen, bedoeld in hoofdstuk III, alsmede van de hygiëne van het personeel;

- het nemen van de nodige monsters voor laboratoriumonderzoek, ten einde bijvoorbeeld schadelijke kiemen, toevoegsels of andere ongeoorloofde chemische stoffen op te sporen. De resultaten van dit onderzoek worden in een register opgenomen;

- elke andere controle die hij nuttig acht voor de naleving van de bepalingen van deze richtlijn."

Artikel 15

Hoofdstuk VII van bijlage I wordt hoofdstuk IX en de titel "Het merken" wordt vervangen door de titel "Het aanbrengen van het keurmerk".

Nummer 27 wordt nummer 39 en wordt vervangen door de volgende tekst:

"Het keurmerk moet worden aangebracht onder verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts. Hiervoor heeft en bewaart hij: a) de voor het merken van vlees bestemde instrumenten, die hij uitsluitend op het tijdstip van het merken en voor de hiertoe benodigde tijd aan het hulppersoneel ter hand mag stellen;

b) de in hoofdstuk X genoemde etiketten, wanneer deze reeds zijn voorzien van het in het onderhavige hoofdstuk voorgeschreven stempel. Deze etiketten worden op het ogenblik waarop zij moeten worden aangebracht in het benodigde aantal aan het hulppersoneel overhandigd."

Nummer 28 wordt nummer 40 en in de eerste regel worden de woorden "Het merken" vervangen door de woorden "Het aanbrengen van het keurmerk". Voorts wordt dit nummer als volgt aangevuld:

"Het stempel mag voorts een aanduiding bevatten aan de hand waarvan het mogelijk is de dierenarts die de keuring van het vlees heeft verricht, te identificeren."

Nummer 29 wordt nummer 41 en de eerste alinea daarvan wordt vervangen door de volgende tekst:

"Geslachte dieren worden overeenkomstig het bepaalde onder nummer 40 gemerkt met een inkt- of brandstempel."

Nummer 30 wordt nummer 42 en de tweemaal daarin voorkomende verwijzing naar nummer 28 wordt vervangen door een verwijzing naar nummer 40.

Nummer 31 wordt nummer 43 en wordt vervangen door de volgende tekst:

"De in uitsnijderijen verkregen delen van volgens de voorschriften gemerkte geslachte dieren, met uitzondering van talg, bladreuzel, staart, oren en voeten, moeten, voor zover zij niet zijn gemerkt, worden gemerkt met een inkt- of een brandstempel dat voldoet aan de voorschriften van nummer 40 en dat in plaats van het toelatingsnummer van het slachthuis, dat van de uitsnijderij vermeldt.

Stukken spek en buik waarvan het zwoerd verwijderd is, kunnen worden samengevoegd tot partijen van ten hoogste vijf stukken ; elke partij en elk stuk dat geen deel uitmaakt van een partij wordt onder officieel toezicht verzegeld en voorzien van een etiket dat voldoet aan de voorschriften van nummer 45, sub c).

Het merken kan ook geschieden met behulp van een merkplaatje. Dit plaatje, dat op elk stuk moet worden bevestigd, moet zodanig zijn vervaardigd dat het geen tweede keer kan worden gebruikt ; het moet van duurzaam materiaal zijn dat voldoet aan de hygiënische eisen. Het merkplaatje dient, duidelijk leesbaar, de volgende aanduidingen te bevatten: - in het bovenste gedeelte, in hoofdletters, de twee letters van het land van verzending;

- in het midden het toelatingsnummer van de uitsnijderij;

- in het onderste gedeelte een van de afkortingen CEE, EEG of EWG.

De letters en de cijfers dienen 0,2 cm hoog te zijn.

Het merkplaatje mag voorts een aanduiding bevatten aan de hand waarvan het mogelijk is de dierenarts die de keuring van het vlees heeft verricht, te identificeren."

De tekst van nummer 32 vervalt.

Nummer 33 wordt nummer 44.

Artikel 16

Na hoofdstuk IX van bijlage I wordt het volgende nieuwe hoofdstuk X ingelast;

"HOOFDSTUK X

Verpakking van uitgesneden vlees 45. a) De verpakking (bijvoorbeeld kisten, kartonnen dozen) moet aan alle hygiënische voorschriften voldoen, met name: - geen verandering kunnen brengen in de organoleptische kenmerken van het vlees;

- geen voor de menselijke gezondheid schadelijke stoffen op het vlees kunnen overbrengen;

- voldoende stevig zijn om tijdens vervoer en hantering het vlees een doeltreffende bescherming te bieden.

b) De verpakking mag niet opnieuw voor het verpakken van vlees worden gebruikt, behalve wanneer zij bestaat uit corrosiebestendig materiaal, gemakkelijk te reinigen is en vooraf gereinigd en ontsmet is.

c) De verpakking dient voorzien te zijn van een duidelijk zichtbaar etiket met een goed leesbaar kenteken dat overeenkomt met een van de in nummer 40 en nummer 43 bedoelde stempels. Dit etiket dient zodanig te zijn bevestigd dat het bij opening van de verpakking scheurt. Dit etiket draagt voorts een volgnummer.

46. Wanneer uitgesneden vers vlees of slachtafvallen eventueel zodanig worden verpakt dat zij in direct contact met een omhulsel (bijvoorbeeld plastic vellen) komen, moet dit verpakken onmiddellijk na het uitsnijden en volgens de hygiënische voorschriften geschieden.

Met uitzondering van stukken spek en buik moet uitgesneden vlees in alle gevallen voorzien zijn van een beschermend omhulsel, behalve als het hangend wordt vervoerd.

Deze omhulsels moeten doorzichtig en kleurloos zijn en voorts voldoen aan de in nummer 45, sub a), gestelde eisen ; zij mogen geen tweede maal voor het verpakken van vlees worden gebruikt.

47. De in de nummers 45 en 46 bedoelde verpakkingen en omhulsels mogen slechts uitgesneden vlees bevatten dat tot dezelfde diersoort behoort."

Artikel 17

De hoofdstukken VIII en IX van bijlage I worden respectievelijk de hoofdstukken XI en XII en de nummers 34 en 35 worden respectievelijk de nummers 48 en 49.

Hoofdstuk X van bijlage I wordt hoofdstuk XIII.

De punten 36 tot en met 42 krijgen een nieuwe nummering, namelijk 50 tot en met 56.

De tekst van nummer 50 luidt als volgt:

"Vers vlees mag slechts worden vervoerd in verzegelde voertuigen of andere vervoermiddelen die zodanig zijn gebouwd en ingericht dat gedurende het vervoer de in hoofdstuk XII voorgeschreven temperaturen niet worden overschreden.

Indien het vlees van een slachthuis naar een in dezelfde Lid-Staat gelegen uitsnijderij wordt vervoerd, is de verzegeling niet vereist."

In nummer 51, sub c), worden achter de woorden "en vierendelen" de woorden "alsmede van niet verpakt uitgesneden vlees" ingevoegd.

Nummer 54 luidt als volgt:

"Vers vlees mag slechts in gereinigde en ontsmette voertuigen of andere vervoermiddelen worden vervoerd."

In nummer 55 wordt de derde zin als volgt aangevuld:

"en, met name wat de verpakking betreft, aan de bepalingen van deze richtlijn."

Artikel 18

In het model van bijlage II

a) dient aan de onder de titel van het certificaat voorkomende aanduiding "Nummer ..." te worden toegevoegd : (2) en wordt in een voetnoot : "(2) Facultatief" vermeld;

b) wordt in punt I in de Franse versie "vivandes" vervangen door "viandes";

c) de verwijzingen (2) en (3) worden respectievelijk (3) en (4).

Artikel 19

Vóór 1 oktober 1970 treffen de Lid-Staten de nodige maatregelen ten einde gevolg te geven aan deze richtlijn ; zij stellen de Commissie onverwijld hiervan in kennis.

Artikel 20

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Luxemburg, 6 oktober 1969.

Voor de Raad

De Voorzitter

H.J. WITTEVEEN